Door:
Jack van Ham

27 februari 2018

Tags

Het vraagt echt lef en overtuiging om in deze tijden als ontwikkelingsorganisatie je rug recht te houden en je tegen ongenuanceerde en populistische aantijgen te verzetten, schrijft Jack van Ham, oud-directeur van het Rode Kruis en ICCO, in deze opiniebijdrage. We kunnen allemaal een voorbeeld nemen aan Dolf Jansen.

Twee gebeurtenissen stroomden afgelopen week als tsunami’ s via krant, internet, televisie en andere nieuwsdragers mijn huiskamer en hoofd binnen. De gedragingen van ‘ onze schaats vrouwen en mannen’ op de olympische spelen in Korea , en  de misdragingen van mannen en vrouwen van hulporganisaties.

Voor de schaatscategorie pakten de media uit in nauwelijks te bevatten superlatieven, zo trots waren we. Uiteindelijk allemaal samengebald in de eindeloos herhaalde term ‘ Held Kjeld’ , doelend op de man die de schier ‘bovenmenselijke’  prestatie leverde van gouden winnaar op de 1000 en 1500 meter. Wat zijn we trots, we identificeren ons graag met de winnaars op het ijs.

In dezelfde week zakten een aantal mensen uit hulporganisaties door het ijs. Altijd gedacht dat deze mensen ook supermensen zijn. Hoge morele standaard en onvervaard en eindeloos in de weer als hulpverlener en beschermer van de zwakkere en getroffen medemens. Gelukkig beantwoordt het overgrote deel van de honderdduizenden die wereldwijd in dit werk en missie actief zijn ruimschoots aan dit beeld. Zij staan er voor hun getroffen medemensen, zij beschermen de rechten van vrouwen en kinderen en staan tussen en voor degenen die deze rechten met voeten treden. Ze zijn ook direct oproepbaar en aanwezig als natuurrampen desastreus toeslaan en het zoveelste conflict door corrupte leiders in gang wordt gezet met vele burgerslachtoffers, martelingen , honger en ellende van dien.

Triest genoeg bevinden zich onder deze goedwillende, uitstekend handelende en deugende mannen en vrouwen ook ellendelingen en profiteurs. Mensen die het werk en de omstandigheden misbruiken voor hun eigen perverse gedachten en ideeën en kans zien deze ook uit te voeren. Of het nu om sex-feesten, corruptie of machtsmisbruik gaat, al dit soort misdadige ondeugden vinden helaas plaats in elke omgeving waar mensen in ongelijke omstandigheden met elkaar werken en verkeren, en jammer genoeg dus ook binnen de sector van hulp en ontwikkeling. Dat hiervoor slechts een zero tolerance houding past moge duidelijk zijn. Alles moet eraan worden gedaan om deze  mensen te ontmaskeren, te weren en te bestraffen. Dat,  en niets anders moet ten aanzien van deze lui de komende tijd centraal blijven staan. Dat zijn ook de vragen die aan organisaties die in andere culturen werkzaam zijn, bij voortduring gesteld moeten worden. Hebben hulporganisaties, diplomatieke posten, bedrijven en ander organisaties hun protocollen op orde, is er voldoende toezicht en controle op naleving?

Dat waren ook de vragen die beheerst en met werkelijke zin tot waarheidsvinding, door media en verantwoordelijken gesteld hadden moeten worden. Maar zoals bij de sportverslaglegging over het schaatsen, gaat de media en politieke wereld los op de eerste  berichten uit de wereld van ontwikkelingssamenwerking. Alle negatieve superlatieven komen los en de noodzakelijke nuance , nodig ter bescherming van de 99% mensen die wel integer en fatsoenlijk te werk gaan, wordt gemist.

Ieder met zijn of haar agenda beoordeelt, veroordeelt en bestraft iedereen en alles. De VVD vraagt een (integriteits?) debat aan in de tweede kamer, er is nog nauwelijks een columnist te vinden die geen gehakt maakt van de ‘hulpindustrie’ en veel oude rekeningen worden vereffend.  ‘We wisten dat hulp niet helpt’ en nu blijken ‘het nog corrupte viespeuken ook.’

Diep weggedoken en waarschijnlijk bang voor oncontroleerbare repercussies maken directeuren en communicatiemensen eindeloze excuses.  Nogmaals, ontmaskeren, weren en bestraffen, niet meer en niet minder . Maar ook begrip dat je niet alles kunt nalopen en controleren, dat het je domweg aan middelen en macht ontbreekt om alles voor te zijn of uit te bannen. Dat kun je niet in Nederland (zie bijvoorbeeld de  kinderopvang) en dat lukt je ook niet in de binnenlanden van Congo of Honduras.

Het vraagt echt lef en overtuiging om in deze stormachtige tijden je rug recht te houden en je tegen ongenuanceerde en populistische aantijgingen te verzetten. Dolf Jansen is zo iemand. hij loopt niet weg voor kritische vragen, heeft een heldere opvatting wat er met de schuldigen moet gebeuren en weet ook wat de grenzen zijn aan wat je kunt. Omdat ‘ie dat weet verdedigt hij vol verve zijn besluit door te gaan als ambassadeur van het werk dat hij al lange tijd steunt. De bescherming van kindrechten, ongelijke posities van vrouwen, een duurzame samenleving en een eerlijker verdeling. Ik hoop dat velen hem zullen blijven nadoen, Chapeau Super Dolf.

‘Het optimistische can do-toontje is ongepast’

Door Marlies Pilon | 29 juni 2022

In aanloop naar het grote debat over de nieuwe beleidsnota van minister Schreinemacher, op 30 juni, vraagt Vice Versa drie door de wol geverfde ontwikkelingsexperts alvast om een eerste reactie. Wat vinden Bram van Ojik, Paul van den Berg en Rina Molenaar ervan?

Lees artikel

Als ‘doen waar je goed in bent’ omslaat in zelfgenoegzaamheid

Door Stef Smits | 28 juni 2022

In dit opiniestuk becommentarieert Stef Smits van IRC de beleidsnota van minister Schreinemacher vanuit het waterperspectief, een thema waarin Nederland zegt te excelleren – maar slachtoffer worden van het eigen succes ligt op de loer, waarschuwt Smits. Het is tijd voor ‘nieuwe waterambities’, stelt hij.

Lees artikel

Lessen van Liesje: oftewel, hoe een gebrekkig inzicht in wereldproblemen kan leiden tot een weinig samenhangende visie

Door Ruerd Ruben | 27 juni 2022

Vandaag is het aan Ruerd Ruben om de nota van minister Schreinemacher van commentaar te voorzien. Ruben merkt een gebrekkig inzicht in de wereldproblemen op en zet er cijfers tegenover. Werk aan de winkel.

Lees artikel