Door:
Marc Broere

18 mei 2018

Tags

De langverwachte beleidsnota van minister Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is uit. Vice Versa zet de belangrijkste punten uit de nota op een rijtje. 

Vanmiddag presenteerde minister Kaag haar langverwachte beleidsvisie. ‘Investeren in perspectief’,  is de neutrale titel van de ruim honderd pagina dikke nota. ‘Goed voor de wereld, goed voor Nederland’,  is de al wat meer inhoudelijk ingevulde ondertitel van het beleidsstuk.

Over wat er allemaal in de nota staat, valt op zichzelf weinig aan te merken. De strekking van het verhaal was ook wel te verwachten. Het is interessanter om te zien hoe de verhoudingen liggen. Hoewel Kaag nadrukkelijk schrijft dat ze samen met maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en bedrijfsleven aan de oplossingen van grote mondiale vraagstukken wil werken, komen de maatschappelijke organisaties er in de uitwerking zeer bekaaid vanaf in vergelijking met het bedrijfsleven. De nadruk op private sectorontwikkeling en handel, die onder Ploumen werd ingezet, wordt door de D66 bewindsvrouw onverminderd voortgezet. Wel is de toon van Kaag daarbij minder fanatiek dan haar voorganger. Ook is opvallend dat Kaag niets zegt over de schaduwkanten van het Nederlandse bedrijfsleven, zoals Heineken in Afrika en de fossiele industrie in Nederland. Daarbij gaat ze voorbij aan de kern van de duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN, die juist ook gaan over de impact van nationaal beleid op de mondiale wereld.

Hoofddoelen

Minister Kaag wil met haar vernieuwde beleid werken aan vier nauw met elkaar verbonden hoofddoelen.

  • Voorkomen van conflict en instabiliteit
  • Verminderen van armoede en maatschappelijke ongelijkheid
  • Bevorderen van duurzame inclusieve groei en klimaatactie wereldwijd
  • En het versterken van het internationaal verdienvermogen van Nederland.

Naast deze hoofddoelen wordt gendergelijkheid en empowerment van vrouwen en meisjes als dwarsdoorsnijdend doel in het beleid van de minister gezien.

De zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de Verenigde Naties vormen de leidraad. Volgens Kaag vormen deze doelen ‘de ultieme preventieagenda.’ Hieraan werken is een investering in het voorkomen van conflict en instabiliteit, schrijft ze. Om de doelen dichterbij te halen moeten we volgens de minister op nieuwe manieren te werk gaan, innovatieve vormen van financiering inzetten en nieuwe (digitale) technologieën gebruiken en stimuleren.

Instabiele regio’s

De belangrijkste trend die onder de nieuwe minister ingezet zal worden is dat het beleid meer gericht wordt op het voorkomen van conflicten en het tegengaan van instabiliteit en onveiligheid. Armoede, conflict, terreur, klimaatverandering, bevolkingsgroei en irreguliere migratie zijn volgens Kaag nauw met elkaar samenhangende problemen. In de nabijheid van Europa heeft een groeiend aantal landen hiermee te kampen, met name in West-Afrika, de Sahel, de Hoorn van Afrika, het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Dit worden daarom ook de nieuwe focusregio’s van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking. Bovendien concentreert extreme armoede in de wereld zich vooral in fragiele regio’s.

De snelgroeiende groep jongeren in deze regio’s heeft perspectief nodig op een toekomst met werk, onderwijs, gelijke kansen en veiligheid. Kaag wil daarom jaarlijks 60 miljoen euro investeren in nieuwe programma’s voor (beroeps)onderwijs, en voor werk en inkomen voor jongeren en vrouwen in deze focusregio’s. Ook de bestaande inzet van de Nederlandse speerpunten (water,  landbouw, SRGR,  klimaat, rechtstaat en ontwikkeling van de private sector) wordt meer gericht op de focusregio’s. De bestedingen in deze focusregio’s nemen zo met tenminste een derde toe.

Nederland zet de komende jaren meer middelen in op migratiesamenwerking met derde landen, als onderdeel van de integrale aanpak van irreguliere migratie. Prioriteiten zijn de bescherming van de mensenrechten, het voorkomen van irreguliere migratie, het tegengaan van mensensmokkel en -handel, beter grensbeheer en het bevorderen van terugkeer en herintegratie. De inzet is vooral gericht op de belangrijkste transit- en herkomstlanden in Noordelijk Afrika, het Midden-Oosten en Westelijk Azië van waaruit Nederland de grootste migratiedruk ervaart. Het budget voor humanitaire hulp wordt daarnaast structureel verhoogd in reactie op de sterk  toegenomen aantallen vluchtelingen en ontheemden.

Handels en investeringsagenda

Veel aandacht in de nota is er voor een proactieve handels-en investeringsagenda van Nederland. Nederland dankt een derde van zijn banen aan het buitenland, schrijft Kaag. Ze wil daarom de komende jaren de dienstverlening aan het MKB en startups die willen internationaliseren op kansrijke marken optimaliseren. Het kabinet verruimt de financierings- en ondersteuningsmogelijkheden voor het MKB. Nederlandse investeerders, exporteurs en start-ups zullen beter en sneller worden bediend en waar nodig technische assistentie krijgen.

Om Nederlandse bedrijven te ondersteunen die willen bijdragen aan de SDG’s gaat het kabinet de slagkracht van het financieringsinstrumentarium vergroten. Hoewel volgens Kaag steeds meer bedrijven willen investeren in maatschappelijk relevante projecten, blijkt passende financiering volgens haar lastig. Een belangrijke stap naar een betere toegang tot financiering voor activiteiten waar de markt niet in voorziet, is de oprichting van Invest-NL. Dit is een nieuwe financierings- en ontwikkelingsinstelling met een eigen kapitaal van 2,5 miljard euro voor activiteiten van Nederlandse bedrijven in binnen- en buitenland.De financiering en ontwikkeling van buitenlandse activiteiten en projecten wordt gerealiseerd in een joint venture van Invest-NL met de Nederlandse ontwikkelingsbank FMO. Deze joint venture gaat een samenwerkingsverband aan met RVO.nl en ook de activiteiten van exportkredietverzekeraar Atradius Dutch State Business zullen worden aangehaakt.


Klimaat

Ook wil Kaag de Nederlandse bijdrage aan internationale klimaatfinanciering verhogen. De additionele middelen lopen op tot 80 miljoen per jaar, waarvan jaarlijks 40 miljoen bestemd is voor een nieuw nationaal fonds voor klimaat en ontwikkeling. Dit fonds is gericht op de financiering van klimaatprojecten in ontwikkelingslanden. Het fonds zal inzetbaar zijn in alle ontwikkelingslanden, met bijzondere aandacht voor de armste landen en voor de focusregio’s.

Dit fonds is overigens ook toegankelijk voor Nederlandse bedrijven. Het is volgens Kaag de bedoeling om Nederlandse kennis over waterveiligheid, klimaatbestendige landbouw, duurzame energietechnologie en de circulaire economie beter beschikbaar te maken voor ontwikkelingslanden. In de tweede helft van 2018 zal het kabinet de uitwerking van het fonds presenteren in een brief aan de Kamer.


Maatschappelijk middenveld

Tot slot de rol van het maatschappelijk middenveld.  Hierin heeft de minister een korte paragraaf in hoofdstuk 5 ingeruimd. In 2019 start het formuleren van het nieuwe beleidskader voor het maatschappelijk middenveld, schrijft Kaag. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de resultaten van de mid-term reviews die in 2018 plaatsvinden, en van onderzoek van NWO-WOTRO naar de assumpties van het beleidskader ‘Samenspraak en Tegenspraak.’

Nederlandse NGO’s moeten het vooralsnog doen met ‘het voornemen’ van minister Kaag om deze vorm van steun aan maatschappelijke organisaties voort te zetten. Maar ze voegt daar nadrukkelijk aan toe dat ze daarbij nog duidelijker de Afrikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse organisaties het eigenaarschap wil geven. Voor Nederlandse organisaties rest een andere rol, meer gericht op vernieuwing, verbinding en beïnvloeding op internationaal niveau.

 

‘Het optimistische can do-toontje is ongepast’

Door Marlies Pilon | 29 juni 2022

In aanloop naar het grote debat over de nieuwe beleidsnota van minister Schreinemacher, op 30 juni, vraagt Vice Versa drie door de wol geverfde ontwikkelingsexperts alvast om een eerste reactie. Wat vinden Bram van Ojik, Paul van den Berg en Rina Molenaar ervan?

Lees artikel

Als ‘doen waar je goed in bent’ omslaat in zelfgenoegzaamheid

Door Stef Smits | 28 juni 2022

In dit opiniestuk becommentarieert Stef Smits van IRC de beleidsnota van minister Schreinemacher vanuit het waterperspectief, een thema waarin Nederland zegt te excelleren – maar slachtoffer worden van het eigen succes ligt op de loer, waarschuwt Smits. Het is tijd voor ‘nieuwe waterambities’, stelt hij.

Lees artikel

Lessen van Liesje: oftewel, hoe een gebrekkig inzicht in wereldproblemen kan leiden tot een weinig samenhangende visie

Door Ruerd Ruben | 27 juni 2022

Vandaag is het aan Ruerd Ruben om de nota van minister Schreinemacher van commentaar te voorzien. Ruben merkt een gebrekkig inzicht in de wereldproblemen op en zet er cijfers tegenover. Werk aan de winkel.

Lees artikel