Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM), een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.
FCAM was de enige zuidelijke penvoerder van één van Minister Ploumens vijfentwintig strategische partnerschappen met de ngo-wereld: de Global Alliance for Green and Gender Action (GAGGA). Over de ervaring met GAGGA, waarin ook de noordelijke organisaties Both ENDS en Mama Cash zitten, is Carla López Cabrera positief: ‘We hebben een echt partnerschap gecreëerd. De weg ernaartoe was niet altijd makkelijk, maar het resultaat is zeer waardevol.’
Want veel relaties tussen organisaties uit het noorden en zuiden zijn minder gelijkwaardig, volgens López Cabrera. ‘Ik zeg dit met veel respect – noordelijke organisaties hebben wel degelijk een rol te spelen. Maar het lukt sommige niet om een gelijkwaardige relatie aan te gaan met de zuidelijke. Ze voeren de boventoon in het bepalen van de ideeën’, zegt ze. ‘Zuidelijke partners hebben dan het gevoel dat ze slechts worden ingehuurd voor de uitvoering. Die noordelijke organisaties moeten zich bezinnen op hun privilege en macht.’
Ze raadt Kaag aan om zuidelijke organisaties meer inspraak te geven bij het bepalen van de subsidiekaders en prioriteiten, zoals zij doet met ‘haar’ FCAM – dat als feministisch fonds gelden verdeelt onder lokale vrouwenbewegingen in Centraal-Amerika. ‘We hoeven de macht die we hebben niet voor onszelf te houden. Dat strookt niet met de missie van onze organisatie.’ FCAM hanteert een inclusief proces voor subsidieaanvragen, waarbij aanvragers en financiers in een vroeg stadium samen om tafel gaan zitten om strategieën uit te denken. ‘We geven zeggenschap aan de bewegingen zelf; zij weten zelf het beste wat ze nodig hebben. Dat doen we al vijftien jaar zo, vanaf het begin. Het is één manier om de machtsverhoudingen te veranderen.’
Dutch Diamond, een middel of een doel?
Vandaag lanceert minister Sjoerdsma het Dutch Diamond Partnerships-programma. Overheid, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties moeten daarin gezamenlijk Nederlandse én lokale belangen dienen. Maar eerdere ervaringen met publiek-private samenwerking laten een ongemakkelijke les zien: zodra het Nederlandse model het vertrekpunt wordt, dreigen lokale problemen zich te moeten aanpassen aan Nederlandse oplossingen. Begin daarom niet met de diamant, maar met de vraag wat er lokaal nodig is.
Lees artikelJan Pronk: Tien geboden om vrede dichterbij te brengen
Wat kan er nog worden gedaan wanneer oorlog eenmaal is uitgebroken? Jan Pronk formuleert tien aanvullende richtlijnen voor de-escalatie, onderhandelingen, humanitaire bescherming en herstel.
Lees artikelJan Pronk: Tien geboden om het uitbreken van oorlog tegen te gaan
Vrede spreekt niet vanzelf. Welke politieke keuzes kunnen voorkomen dat internationale spanningen uitlopen op oorlog? Jan Pronk formuleert tien gebiedende richtlijnen.
Lees artikel