Door:
Ayaan Abukar

17 januari 2020

Categorieën

Tags

Geef vluchtelingen de steun en tijd die nodig is om hun nieuwe leven in Nederland duurzaam op te bouwen, schrijft Ayaan Abukar in deze column. 

Minister Sigrid Kaag lanceerde afgelopen oktober een plan om vluchtelingen die zijn getroffen door een conflict of humanitaire ramp zo snel mogelijk psychosociale steun te bieden. Zo wil ze het belang van geestelijke gezondheidszorg op de agenda zetten – een ontwikkeling die ik van harte toejuich.

Mensen die vluchten hebben een grote drang en veel doorzettingsvermogen om te overleven, een natuurlijk instinct dat bovenkomt in tijden van crisis. De wil om dóór te gaan is intens en onbeschrijfelijk: je komt in een andere dimensie, waarin je ongekende krachten voelt. Die energie houdt de vluchteling gaande en helpt in de onmenselijke omstandigheden, bij de lange reis, bij angsten en zelfs bij uitbuiting.

De oerkracht valt uiteen als de reis ten einde komt en je de koffers kunt uitpakken – of dat nu in een vluchtelingenkamp, in een buurland of elders is. Het lichaam is er nog, fysiek lijkt er niets aan de hand. Sterker: de dankbaarheid dat de lange tocht voorbij is, dat er geen bommen vallen, is immens.

De overlevingsdrang wordt vervangen door een net zo sterk gevoel van schuld, heimwee en verdriet. Je leeft, maar je familie, vrienden, buren en iedereen die je liefhebt zijn er niet langer. Een stem fluistert: waarom ik? Moeders met kinderen blijven doorgaan, ondanks de onverteerbare pijn, de kinderen zijn hun motor. Alleen de ogen verraden de verborgen pijn, als toegang tot hun getekende ziel.

Door de psychosociale steun voor vluchtelingen kunnen professionals meer tijd vrijmaken voor oorlogstrauma. Dat is een opgave, aangezien geestelijke gezondheidszorg nog steeds een taboe is in veel culturen; ‘ik ben toch niet gek’, is veelal de respons.

Ook híer speelt het bij vluchtelingen, die een veilige haven vonden in de Nederlandse polder. Vijf jaar na hun komst vanuit Syrië beginnen de eerste tekenen van eenzaamheid, depressie, heimwee en posttraumatische stress zichtbaar te worden.

Volgens een in mei verschenen rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau komt psychische nood in brede lagen voor bij de groep Syriërs in Nederland: bij 39 procent van de mannen en 44 procent van de vrouwen. Een klein deel – acht procent – had in de laatste twaalf maanden contact met een psycholoog of psychiater. Dat betekent dat vier op de tien Syriërs psychisch ongezond is: ‘Vaak somber, neerslachtig of erg zenuwachtig en niet vaak kalm, rustig en gelukkig.’

De meeste Nederlanders die in de rij stonden om met de Syriërs te eten, te dansen, te wandelen en zelfs te koken, trekken zich terug achter de dijken, de hype is voorbij en heeft plaatsgemaakt voor onbegrip en irritatie over de culturele verschillen en over afwijkende verwachtingen.

De Syriërs moeten omgaan met oorlogstrauma en er is weinig ruimte voor oer-Hollandse gezelligheid, die je ook nog strak moet afspreken, het liefst weken van tevoren. De vriendelijke Nederlanders die de vluchteling eerst met open armen ontvingen, begrijpen niets van het gezeur van hun nieuwe vriend, waar blijft de dankbaarheid?

Ook de overheid heeft verwachtingen. De nieuwkomers moeten zo snel mogelijk de taal leren, inburgeren en werken. Ruimte en rust nemen om bij te komen of trauma’s te verwerken is er nauwelijks. Het systeem gaat uit van onwil als de integratie niet volgens schema verloopt, waarop sancties en boetes staan. ‘Hup, aan de slag’ is het motto.

Daarom hoop ik dat het initiatief van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamerking haar collega’s inspireert om wat lucht en geduld aan het inburgeringsbeleid toe te voegen. Geef vluchtelingen de steun en tijd die nodig is om hun nieuwe leven in Nederland duurzaam op te bouwen.

Vaagheid troef

Door Paul Hoebink | 26 juni 2022

Vrijdag, laat in de middag, lanceerde minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Liesje Schreinemacher haar nieuwe nota. Het is moeilijk er enige duidelijkheid, er een heldere strategie in te vinden: het is vaagheid troef, stelt Paul Hoebink.

Lees artikel

Shift the power op de universiteit

Door Marc Broere | 24 juni 2022

Robert Kajobe is een prominente wetenschapper uit Oeganda. Marc Broere bezoekt de hoogleraar met wie hij al een kwart eeuw bevriend is, voor een terugblik en om de stand van het Afrikaanse academische leven te bespreken. Onder collega’s bemerkt Kajobe nog te vaak een minderwaardigheidscomplex – en dat mogen ze wel afschudden, vindt hij. ‘Een westers idee wordt soms domweg maar geaccepteerd, ook al weet je als lokale onderzoeker dat het niet werkt, maar je bent te bang om dat aan de orde te stellen.’

Lees artikel

Lotsverbondenheid of opportunisme? Reflecties op de beleidsnota van minister Schreinemacher

Door Vice Versa | 16 juni 2022

Op 24 juni komt de beleidsnota van minister Liesje Schreinemacher voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking uit. Een goede reden om met verschillende partijen te reflecteren over de nieuwe beleidsvoornemens. En dat doen we op donderdagavond 30 juni in Den Haag.

Lees artikel