Door:
Ellen Mangnus

10 maart 2020

Categorieën

Tags

De situatie aan de buitengrenzen van Europa bereikte deze week een dramatisch dieptepunt. Waarom horen we niets van minister Kaag, vraagt Ellen Mangnus zich af. Was zij immers niet de minister van de veel geroemde Abel Herzberglezing met de titel: ‘Wees niet stil, we zijn met velen.’

 Nog geen maand nadat premier Rutte zijn excuses aanbood over de houding van de Nederlandse overheid in de Tweede Wereldoorlog, lijkt de overheid alweer weg te kijken van gruwelijkheden waaraan ze zelf heeft bijgedragen. Net als duizenden andere Nederlandse burgers kan ik maar niet geloven dat onze overheid weigert verantwoordelijkheid te nemen voor de inhumane situatie aan de grenzen van de Europese Unie.

Als ik van één iemand zeker wist dat ze nu haar stem zou verheffen, dan was dat wel minister Kaag. Onze minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking die begin 2018 ferm riep dat de detentiecentra in Libië dicht moesten omdat ze mensonterend zijn. Haar beleid richt zich specifiek op migratie en instabiele en onveilige regio’s. In september 2019 waarschuwde ze in haar tolerantietoespraak dat we vanuit het politieke midden veel te veel horen dat het niet goed gaat op het gebied van migratie en integratie. Ze riep op tot een tegengeluid. Als er iemand nu hardop zou stellen dat de wreedheid aan de buitengrenzen van Europa onacceptabel is, dan zou zij dat zijn. Althans, dat dacht ik. Maar helaas hult ook minister Kaag zich vooralsnog in een zorgwekkend stilzwijgen.

Ik zocht naar woorden om te omschrijven waarom haar stilte me zoveel zorgen baart. Opmerkelijk genoeg vond ik het antwoord in een lezing van minister Kaag zelf. In september 2018 hield zij de Abel Herzberglezing. De titel was: ‘Wees niet stil, wij zijn met velen.’ Haar tekst ging viral en werd in kranten als De Volkskrant een verademing genoemd. Was haar lezing soms een voorspelling van wat ze verwachtte van dit kabinet?  Ik citeer een paar zinnen uit haar tekst:

‘Er is ook een andere stilte. Een die verre van heilzaam is. Een bepaalde stilte in de samenleving. In de politiek. De stilte van wel weten wat er speelt. Horen wat er geroepen wordt. Maar het er niet over hebben. En er ook niet echt iets aan doen. De stilte die de plaats inneemt van woorden die té ongemakkelijk zijn, die te veel ‘gedoe’ geven, die gevaarlijk zijn. De stilte van de politicus, die iets niet zegt omdat het haar of hem stemmen kan kosten.’

Helder legt ze uit waarom de stilte van de politicus, het wegkijken, zo zorgelijk is en waarschuwt ze ervoor dat het onszelf ook zal schaden:

‘De bittere les van de geschiedenis is dat in de stilte van het zwijgen de dissonant van stigmatisering, uitsluiting en vervolging manifest wordt.’ Ze citeert daarbij Abel Herzberg: “Het ging niet zozeer om de gruweldaden. Het ging niet om de laatste stap. Het ging om de eerste… Want dan komen de gruweldaden vanzelf.” Kaag vervolgt: ‘Wie zwijgt over de eerste stappen in het proces van uitsluiting van bevolkingsgroepen, van het uithollen van burgerrechten, vrijheid en menselijk waardigheid, verliest ook zelf zijn waardigheid en vrijheid.’

Kaag roept op om het niet bij woorden te laten:

‘En één ding weet ik zeker: op het kabaal van de stem van de angst voor de ander, kan stilte niet het antwoord zijn. De stem van redelijkheid, respect en tolerantie zal altijd als tegengeluid moeten worden gehoord. In de politieke arena. In het maatschappelijke debat.  Stilte is levensgevaarlijk. Maar we hebben meer nodig dan woorden alleen. Het weerwoord moet de vorm krijgen van actie, van hoopgevend handelen. Een samenleving is niet alleen samenspraak. Het is vooral samendoen. Iets doen. Niet omdat het moet of omdat het iets oplevert, maar omdat het goed is. Omdat we mede mensen zijn. Omdat we samenleven.’

Beste minister Kaag, het weerwoord krijgt al de vorm van actie: duizenden Nederlanders zetten zich al in om solidariteit te betuigen. Samen. Wat nu nodig is, is een politicus die de daad bij het woord voegt. Werk aan een plan met perspectief en biedt in tussentijd onschuldige mensen een veilige omgeving.

 

 

 

 

 

 

‘Het optimistische can do-toontje is ongepast’

Door Marlies Pilon | 29 juni 2022

In aanloop naar het grote debat over de nieuwe beleidsnota van minister Schreinemacher, op 30 juni, vraagt Vice Versa drie door de wol geverfde ontwikkelingsexperts alvast om een eerste reactie. Wat vinden Bram van Ojik, Paul van den Berg en Rina Molenaar ervan?

Lees artikel

Als ‘doen waar je goed in bent’ omslaat in zelfgenoegzaamheid

Door Stef Smits | 28 juni 2022

In dit opiniestuk becommentarieert Stef Smits van IRC de beleidsnota van minister Schreinemacher vanuit het waterperspectief, een thema waarin Nederland zegt te excelleren – maar slachtoffer worden van het eigen succes ligt op de loer, waarschuwt Smits. Het is tijd voor ‘nieuwe waterambities’, stelt hij.

Lees artikel

Lessen van Liesje: oftewel, hoe een gebrekkig inzicht in wereldproblemen kan leiden tot een weinig samenhangende visie

Door Ruerd Ruben | 27 juni 2022

Vandaag is het aan Ruerd Ruben om de nota van minister Schreinemacher van commentaar te voorzien. Ruben merkt een gebrekkig inzicht in de wereldproblemen op en zet er cijfers tegenover. Werk aan de winkel.

Lees artikel