Door:
jack van ham

26 januari 2021

Tags

Covid-19 test niet alleen de zorg en steun bìnnen Europa. Wereldwijd treft het mensen aan de onderkant van de samenleving op alle fronten hard. Het is een test van solidariteit en beschaving. Is er werkelijk wat veranderd sinds de kolonisatie? Een essay van Jack van Ham en Bram van Leeuwen. ‘Uitbuiting gebeurt weliswaar subtieler, maar het effect is gelijk.’

 Door Jack van Ham en Bram van Leeuwen

Als 2020 iets met ons heeft gedaan, dan is het voeding geven aan onze sluimerende twijfel over de ontwikkelingssamenwerking zoals we die kennen. Met schaamteloos egocentrisme koopt het rijke deel van de wereld zichzelf – via ongekende en tot nu toe onvoorstelbare schulden – uit een pandemie en economische lockdown.

Elke vorm van solidariteit met de onderkant van de wereldsamenleving – en binnen de eigen maatschappij, overigens – verdwijnt als sneeuw voor de zon. Uiteraard zijn degenen die zich niet of nauwelijks staande kunnen houden het slachtoffer. Het bedrijfsleven, waaronder rijke bedrijven en zelfs Amazon, wordt mondiaal met biljoenen overeind gehouden en vaccins worden voor de ogen van onvermogende ontwikkelingslanden weggegraaid, voor het eigen volk.

Gek genoeg – of niet? – zien we geen massale demonstraties van Poor Lives Matter of #theytoo. Niet massaal en maar mondjesmaat, door ontwikkelingsorganisaties en emancipatiebewegingen. America First, de verfoeide kreet van een terecht zwaar bekritiseerde president, werd de moraal van heel de rijke wereld met haar al honderden jaren verankerde voorsprong en eigenbelang. De schaamte ver voorbij.

Kolonisatie en slavernij

De basis van dit gedrag is met de bekende passie en kennis door Jan Pronk in een essay beschreven in het decembernummer van Vice Versa, met de o zo rake titel Het verleden werkt door. Pronk schetst de wijze waarop het rijke deel van de wereld – inclusief de doorgaans corrupte elite ìn ontwikkelingslanden – zijn eeuwen geleden vergaarde rijkdom voortdurend blijft afschermen.

Met veel machtsvertoon en geweld hebben de ook destijds in materieel, financieel en intellectueel opzicht al ver voorlopende landen (Engeland, Spanje, Frankrijk, Nederland) het grootste deel van de wereld als wingewest aan zich onderworpen. Specerijen, grondstoffen en goedkope arbeid zijn ingezet voor de rijkdom van de thuislanden.

Wat Pronk vooral weergeeft is dat dàt gedrag, en de in koloniale tijd verworven vruchten, anno 2021 nog steeds voornamelijk in het rijke deel van de wereld worden geplukt.

Met nieuwe en zeer geavanceerde vormen is er geleidelijk een kolonialisme 2.0 ontstaan, waarin onder onze ogen en ongehinderd wederom de westerse voorsprong wordt ingezet om op grote schaal de vruchten van goedkope arbeid en grondstoffen te gebruiken voor uitzonderlijke welvaart voor een te klein deel van de wereld. (Lees voor een gedetailleerde beschrijving het boek Fantoomgroei, van Sander Heijne en Hendrik Noten.)

Hernieuwd inzicht

Het ongemak dat hierover in de jaren 1960 ontstond, zette aan tot een vorm van hulp die later als ontwikkelingshulp is aangeduid. Uit (kerkelijk) altruïsme, schuldgevoel en mededogen – en zeker niet uit emancipatoire of politieke wenselijkheid of noodzaak – zijn we een jaar of zeventig bezig vanuit het rijke Westen ons een weg uit de kansloosheid en armoedeschande van een groot deel van de wereld te wurmen of te kopen. Met ‘ontwikkelingssamenwerking’.

Met veel overtuiging, voldoening en wat wij nu voelen (naïviteit), zijn we de afgelopen decennia werkzaam geweest op het terrein van de internationale samenwerking. Overtuigd als we waren van de mogelijkheid om via dit werk mede het verschil te kunnen maken naar een meer rechtvaardige, duurzame en eerlijke samenleving.

Dat ontwikkelingssamenwerking zoals het nu wordt beleefd en uitgevoerd niet veel meer lijkt te zijn dan het faciliteren van nieuwe vormen van kolonisatie en slavernij, is niet een nieuw, maar een hernieuwd inzicht.

Ontwikkelingssamenwerking veronderstelt inzet voor een gewenste gelijkwaardigheid, waaruit een eerlijke, rechtvaardige, duurzame en humanere wereld kan voortkomen. Een wereld waarin niet – zoals nu – meer dan tachtig miljoen mensen op de vlucht zijn voor oorlog en geweld, waarin wel een menswaardig bestaan kan worden opgebouwd door werk en een fatsoenlijk inkomen, waarin opleiding en zorg werkelijke basisrechten worden voor iedereen.

Maar zolang het rijke en machtige deel van de wereld – inclusief diezelfde puissant rijke, corrupte elites in ontwikkelingslanden – vasthoudt aan de huidige verdeling en opbrengsten van economische inspanningen, zal daarvan geen sprake zijn. Verdergaande groei van economie, werk en innovatie blijft het voor zichzelf opeisen via ingenieuze constructies.

Zolang het systeem van liberaal aandeelhouderskapitalisme en machtsconcentratie (van onder meer multinationals, gesteund door hun politiek netwerk) mainstream blijft, zolang is ontwikkelingswerk zoals wij het nu kennen een façade en een kwestie van water naar de zee dragen. Het voedt – waarschijnlijk onbedoeld, maar niet minder verwerpelijk – vooral de bestendiging van de huidige machtsverhouding, niet de vermindering van armoede.

Minder armoede, of meer rijkdom?

Wereldwijde cijfers laten zien dat de armoede is verminderd, al is het maar hoe je ernaar kijkt – of wilt kijken. De machtsconcentratie en rijkdom zijn bij een nog kleinere groep beland en duurzaamheid en eerlijke lonen zijn niet gerealiseerd. (Zie ook in Nederland de zzp’ers zonder rechtsbescherming en het al vele jaren niet meegroeien van het minimumloon. Nog los van het feit dat er in Nederland, een van ’s werelds rijkste landen, één miljoen mensen onder de armoedegrens leven.) Bedenk dan hoe dit in ontwikkelingslanden gaat, waar nauwelijks sprake is van tegenkracht.

Wat kan ontwikkelingssamenwerking nu bijdragen aan de oplossing van het armoedeprobleem wereldwijd? Met de gekozen ‘schuldenoplossing’ die Europa voor zichzelf heeft bedacht, door biljoenen euro’s bij te drukken – het duizendvoudige van miljarden – beschermt het vooral het eigen systeem. Armoede en kansloosheid had men daarmee wereldwijd méér kunnen verminderen.

Maar de miljardenopbrengst uit de economische groei van de voorbije decennia en het huidige bijdrukken zijn uiteindelijk bij een zeer beperkte groep individuen en bedrijven terechtgekomen, niet bij betere economische en werkomstandigheden voor velen.

Verkeerde verantwoording

In zijn column in de Volkskrant van 30 december schetste Peter de Waard een rooskleurig beeld van de vermindering van armoede in de wereld. Spectaculair, als je de officiële cijfers van de Verenigde Naties als referentiepunt neemt: cijfers die direct werden betwijfeld door dezelfde VN, maar dan door de Mensenrechtenraad.

En dat is niet zo vreemd. Sinds het einde van de Koude Oorlog is de wereldeconomie verdubbeld en toch moet de helft van de wereld van minder dan vijfenhalve dollar per dag zien rond te komen. Als het al genoeg zou zijn voor wat eten, is het zeker onvoldoende voor toegang tot fundamentele rechten als onderdak, educatie, een degelijk loon en gezondheidszorg.

Ook in rijke landen neemt de welvaart aan de onderkant van de samenleving gestaag af en komt de genoemde groei zeker niet terecht bij onder- en hoe langer hoe meer ook niet bij de middenklasse. Corona zal onder de armste groepen heftig huishouden: verlies aan werk, geen zorg, et cetera.

In dezelfde periode is het vermogen van de allerrijksten op aarde zodanig gegroeid dat inmiddels één tot vijf procent van de wereldbevolking meer bezit dan de rest tezamen. Tegelijk is de belastingafdracht in die groeiperiode afgenomen van veertig naar 25 procent en brengen multinationals veertig procent van hun winst onder in belastingparadijzen. (Op lijstjes wordt er schaamteloos gepronkt wie de allerrijkste is, nu weer Elon Musk met zo’n 185 miljard dollar.)

Mondialisering, waardoor dit mogelijk werd, is volgens De Waard niet het probleem, maar de oplossing. Zeker: mondialisering is niet het probleem, maar de gevolgen voor de armste mensen zijn dat wel. Een onrechtvaardigde verdeling van de opbrengst van economische groei, waarmee een groot deel van de mensheid en de nodige voorzieningen óók gefinancierd horen te worden.

Jeroen Smit (van De Prooi, blinde trots breekt ABN Amro) analyseert scherp: ‘Als het huidige liberale aandeelhouderskapitalisme aanhoudt, zijn er over twintig jaar wereldwijd tienduizend miljardairs, is de middenklasse overal verdwenen en is de rest of arm, kans- of machteloos of werkt zich uit de naad om de groep superrijken rijk te houden of rijker te laten worden.’

‘Armoede is een politieke keuze’

In feite is er sinds de traditionele kolonisatie weinig veranderd. Uitbuiting gebeurt weliswaar subtieler, maar het effect is gelijk. Als we na de coronacrisis doorgaan op de oude voet krijg je een nog overspannener samenleving die zijn eigen bronnen vernietigt en het grootste deel van de bewoners berooid achterlaat.

Dit opiniestuk komt wellicht op een ongelegen moment. Veel mensen ervaren de gevolgen van Covid, zijn ongerust en bang en willen het liefst zo snel mogelijk terug naar ‘normaal, zoals het was’. Dat is begrijpelijk en eerlijk gezegd kennen wij dezelfde angst, ook wij verlangen ernaar terug. Maar wat we juíst nu zouden moeten zien, is dat ‘normaal’ maar voor een klein deel van de wereld gebruikelijk en mogelijk is.

‘Armoede is een politieke keuze’, schreef Thomas Piketty. Nu is het de tijd om die keuze te keren. Investeren in eerlijke belastingregimes, in corruptiebestrijding, in eerlijke verdeling, educatie en gezondheidszorg zou het gevolg moeten zijn van die keuze. De politiek dient daar zo snel mogelijk werk van te maken en niet in tegenstellingen en gevestigd eigenbelang te blijven hangen.

Is de rol voor particulier ontwikkelingswerk daarmee uitgespeeld? Kan alles aan de politiek worden overgelaten? Nee, natuurlijk niet. Ngo’s moeten zeker verdergaan met het aandragen van concrete oplossingen, met werken aan solidariteit en vooral met activistisch draagvlak creëren in en tussen Noord, Oost, Zuid en West.

De kernvraag en de wijze waarop zij daarbij in de samenleving zouden moeten staan om hun gezamenlijke activistische werk te doen, is gebaseerd op de vraag van Pronk: ‘Zijn we (na deze crisis) bereid een stap terug te doen en de vruchten van onze voorsprong en de oneerlijke verdeling van de opbrengsten van onze gezamenlijk inspanningen eerlijker te delen?’

Niet alleen ons leven doet ertoe: Poor Lives Matter.

Jack van Ham is werkzaam binnen humanitaire hulp en ontwikkelingssamenwerking sinds 1978. Hij was onder andere directeur van het Rode Kruis en van ICCO. Bram van Leeuwen is werkzaam binnen ontwikkelingssamenwerking sinds 1976 en was onder andere projectleider en adjunct-directeur van ICCO. Ze zijn gepensioneerd in respectievelijk 2017 en 2012.

Data, the new currency in Africa

Door Eunice Mwaura | 03 maart 2021

“It is important to uphold and observe ethics in mapping, data collection and packaging. This has proved to be quite a challenge. Approximately, only 30% of researchers and academia come back to the community to verify and share their collected data.” To get to grips with this issue and how to handle it, we talked to Nicera Wanjiru, a young activist driving change in her community and fighting for her community’s right to data and information.

Lees artikel

Upclose With Eva Nakato #1: The Queen with a Golden Heart!

Door Eva Nakato | 01 maart 2021

For the very first episode of Upclose With Eva Nakato on Vice Versa Global, we bring you Miss…

Lees artikel

Videoverslag Wereld Café: in gesprek met Kathleen Ferrier en Bram van Ojik

Door Marc Broere | 28 februari 2021

Afgelopen week vond de derde editie van het Wereld Café plaats, aan samenwerking tussen Wilde Ganzen, Vice Versa…

Lees artikel