Door:
Amaanyi Grace

15 februari 2021

Tags

Hoe lang kan Nederland nog aan de eigen belastingbetaler én aan de Oegandese bevolking verkopen dat het financiële steun geeft aan een regime dat excessief geweld gebruikt tegen de eigen bevolking? Een opiniebijdrage van de Oegandese Amaanyi Grace.

Op 4 februari 2021 oordeelde het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag dat Dominic Ongwen zich schuldig had gemaakt aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Tot zijn overgave in 2005 diende Ongwen als commandant in het Verzetsleger van de Heer (LRA), een rebellenleger dat in 1987 ontstond in Noord-Oeganda.

De veroordeling van Ongwen geeft mij een ongemakkelijk gevoel, zonder dat ik daarbij het door hem aangerichte leed wil bagatelliseren. Ja, hij heeft gruwelijke misdaden op zijn geweten. Echter, waarom wordt een voormalig rebellencommandant wël vervolgd op het wereldtoneel van internationale gerechtigheid en president Yoweri Kaguta Museveni, die Oeganda sinds 1986 met ijzeren vuist regeert, niet?

Daaruit spreekt een mate van willekeur.

Geopolitiek

Deze willekeur is terug te voeren op geopolitiek. Museveni maakt zich op verschillende manieren onmisbaar voor de internationale gemeenschap. Oeganda is al jaren de belangrijkste troepenleverancier aan AMISOM, de interventiemissie van de Afrikaanse Unie in Somalië. Blijkens de website van AMISOM varieert het aantal Oegandese AMISOM-soldaten van ruim 5.000 tot 6.223. Met name de Verenigde Staten (VS) zijn Museveni maar wat dankbaar dat zijn soldaten de strijd aanbinden met Al Shabaab, een jihadistische groepering die dood en verderf zaait. Sinds in 1993 een Amerikaanse commando-actie in Mogadishu op een fiasco uitliep, waarbij Amerikaanse lijken door de straten werden gesleurd, huiveren de VS bij het idee om grondtroepen te sturen naar Somalië.

Naast het leveren van troepen aan AMISOM vangt Oeganda tal van vluchtelingen uit de regio op, met name uit Zuid-Soedan en de Democratische Republiek Congo. Volgens de Oegandese autoriteiten en UNHCR, de VN-vluchtelingenorganisatie, herbergde Oeganda op 31 januari 2021 ruim 1,4 miljoen vluchtelingen. Kortom, een strafproces tegen Museveni zal voor de internationale gemeenschap een hoger ‘afbreukrisico’ hebben dan de vervolging van een voormalig rebellenleider die als een beest te keer ging aan de periferie van Oeganda.

Patent op gebruik kindsoldaten

Maar dat laat onverlet dat ook aan Museveni’s handen bloed kleeft, en niet zo’n klein beetje ook. Dat begon al toen hij van 1981 tot 1986 een guerrilla-oorlog voerde om aan de macht te komen. Hij gooide daarbij talloze kindsoldaten, zogeheten kadogo’s (‘kleintjes’), als goedkoop kanonnenvoer in de strijd. Dat zegt genoeg over het moreel kompas van Museveni. Het is pijnlijk voor hem om toe te geven, maar in Oeganda geniet niet het LRA, maar hij het patent op het fenomeen van kind soldaterij.

Museveni regeert Oeganda sinds 1986 met ijzeren vuist. Daarmee is hij één van de langstzittende presidenten in Afrika.

Na Museveni’s machtsovername in 1986 braken er met name in Noord- en Oost-Oeganda gewapende opstanden tegen hem uit, waaronder die van het LRA. Bij het bestrijden van deze rebellies maakten de regeringssoldaten van Museveni niet of nauwelijks onderscheid tussen burgers en rebellen.

In 1989 kwamen meer dan 47 gevangengenomen burgers door verstikking om in een treinwagon in Mukura, Oost-Oeganda. In 1991 werden vier burgers in Burcoro, Noord-Oeganda levend begraven tot de dood erop volgde. Een kleine greep uit de uitwassen die hebben plaatsgevonden onder de eindverantwoordelijkheid van Museveni als opperbevelhebber van de Oegandese strijdkrachten.

Excessief overheidsgeweld

We hoeven niet eens zo diep in het verleden te graven om tot inzicht te komen waartoe Museveni  in staat is. Toen in september 2009 de spanningen tussen Buganda, een koninkrijk in Centraal-Oeganda, en de centrale overheid hoog opliepen, greep het veiligheidsapparaat keihard in. Volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) vonden daarbij minstens veertig mensen de dood. In november 2016 liep een conflict tussen Rwenzururu, een koninkrijk in West-Oeganda, en de centrale overheid volledig uit de hand en doodden het Oegandese leger en de politie volgens HRW meer dan honderd mensen. Tot dusver is niemand verantwoordelijk gehouden voor het excessieve overheidsgeweld in 2009 en 2016.

In januari 2021 vonden er weer verkiezingen plaats in Oeganda. In de aanloop naar deze verkiezingen liet het regime van Museveni opnieuw zijn ware aard zien. In november 2020 arresteerden de Oegandese autoriteiten oppositieleider Robert Kyagulanyi Ssentamu, ook wel bekend onder zijn muzikantennaam ‘Bobi Wine’. Bij het organiseren van verkiezingsbijeenkomsten zou deze zich volgens de autoriteiten niet houden aan de coronamaatregelen. Echter, zittend president Museveni mocht ongestoord grote mensenmassa’s op de been brengen.

Getergd door dit zoveelste voorbeeld van overheidsrepressie gingen aanhangers van Kyagulanyi de straat op. De Oegandese autoriteiten sloegen genadeloos terug en doodden naar eigen zeggen 54 mensen. De boodschap was glashelder: het Museveni-regime heeft lak aan democratisering en mensenrechten.

Onze relatie met Oeganda herijken?

Vormt deze opeenstapeling van mensenrechtenschendingen geen aanleiding om de relatie met het Museveni-regime te herijken? Neem nou de bilaterale relatie tussen Nederland en Oeganda. Nederland geeft al jarenlang met andere donoren sectorsteun aan de Oegandese overheid. Deze steun komt ten goede aan de Justice Law and Order Sector (JLOS), een sector die onder andere de rechterlijke macht, de politie en het gevangeniswezen omvat.

De donoren, waaronder Nederland, hopen al doende de veiligheid en rechtsorde in Oeganda te versterken. De website van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken rapporteert dat voornoemde donoren eind 2017 een vijfjarige overeenkomst sloten met de Oegandese regering voor een subsidie van tien miljoen euro. In 2019 werd deze bijdrage verhoogd met zeven miljoen euro.

Verantwoorden aan Nederlandse belastingbetaler én Oegandese bevolking

Allereerst is het maar de vraag of deze miljoenen euro’s aan de Oegandese regering wel op de juiste plek terecht komen. Onder het bewind van Museveni verspreidde de corruptie zich binnen alle geledingen van het Oegandese overheidswezen. Volgens de Corruptie Perceptie Index (CPI), een gezaghebbende jaarlijkse corruptieranglijst, stond Oeganda in 2020 van de 180 landen op de 142e plaats.

Of de sectorsteun wel of niet in de zakken verdwijnt van Museveni’s clientèle, het staat als een paal boven water dat in Oeganda de democratische rechtsstaat verder weg lijkt dan ooit.

Hoe lang kan Nederland aan de eigen belastingbetaler verantwoorden om een corrupt regime te steunen dat mensenrechten schendt om aan de macht te blijven? En nog belangrijker, hoe lang kan de Nederlandse regering aan gemarginaliseerde Oegandezen verkopen dat zij het Museveni-regime ziet als een legitieme ontwikkelingspartner? Gelet op de geopolitieke context vormt een dagvaarding van het ICC tegen Museveni geen reële optie, maar wat kan Nederland een krachtig statement maken door de sectorsteun aan Oeganda op te schorten. Geen respect voor mensenrechten, geen sectorsteun.

Gelet op privacy- en veiligheidsoverwegingen schrijft de auteur onder een pseudoniem. De identiteit is bij de redactie van Vice Versa bekend.

 

‘Het optimistische can do-toontje is ongepast’

Door Marlies Pilon | 29 juni 2022

In aanloop naar het grote debat over de nieuwe beleidsnota van minister Schreinemacher, op 30 juni, vraagt Vice Versa drie door de wol geverfde ontwikkelingsexperts alvast om een eerste reactie. Wat vinden Bram van Ojik, Paul van den Berg en Rina Molenaar ervan?

Lees artikel

Als ‘doen waar je goed in bent’ omslaat in zelfgenoegzaamheid

Door Stef Smits | 28 juni 2022

In dit opiniestuk becommentarieert Stef Smits van IRC de beleidsnota van minister Schreinemacher vanuit het waterperspectief, een thema waarin Nederland zegt te excelleren – maar slachtoffer worden van het eigen succes ligt op de loer, waarschuwt Smits. Het is tijd voor ‘nieuwe waterambities’, stelt hij.

Lees artikel

Lessen van Liesje: oftewel, hoe een gebrekkig inzicht in wereldproblemen kan leiden tot een weinig samenhangende visie

Door Ruerd Ruben | 27 juni 2022

Vandaag is het aan Ruerd Ruben om de nota van minister Schreinemacher van commentaar te voorzien. Ruben merkt een gebrekkig inzicht in de wereldproblemen op en zet er cijfers tegenover. Werk aan de winkel.

Lees artikel