Door:
Marlies Pilon

23 februari 2021

Tags

Verandering loopt veelal vast op oude ideeën, mythes die ons het zicht ontnemen, vanwege even oude belangen – terwijl de onttakeling van de wereld verdergaat. ‘In het agro-industrieel complex heeft de boer torenhoge schulden, tonnen stress en een mager salaris.’ Het kan anders, het móet anders. Twee pleitbezorgers van de agro-ecologie schetsen een echt groene toekomst, een symbiose van landbouw en natuur.

Aan de vooravond van de energietransitie kreunen de mestkalfjes, piepen de boeren en ligt de grond er verzuurd bij.

Het niet-betaalde prijskaartje van ons grenzen- en grenzeloze landbouwbeleid is ook zichtbaar in de vorm van grootschalige ontbossing in onder meer de Amazone – waar regenwoud sneuvelt om soja voor onze veehandel te verbouwen – en als extreme droogte en regenval als gevolg van klimaatverandering.

Met de hete adem van het in 2015 getekende klimaatplan in de nek is het duidelijk: het Nederlandse landbouwbeleid moet drastisch op de schop. Zelfs de Europese Unie tikte Nederland vorig jaar op de vingers om de hoge CO2-uitstoot van de intensieve veehouderij.

Maar hoe krijg je een milieuvriendelijke landbouw, tevreden boeren en een goed gevulde wereldbevolking voor elkaar? Waar te beginnen? Het antwoord is simpel en logisch: via de principes van de agro-ecologie.

Uitgedrukt in keiharde knaken boeren we goed: Nederland is na Amerika de grootste landbouwexporteur ter wereld. In 2019 exporteerden we voornamelijk vlees, melk en eieren voor een recordbedrag van 94,5 miljard euro (dat is zes procent van de wereldhandel in deze sector) – een welhaast ongelooflijke prestatie voor een land dat driehonderd kilometer lang en tweehonderd breed is.

Het is zo ontstaan in een systeem van twee pijlers: nooit meer oorlog en nooit meer honger. Net na de Tweede Wereldoorlog was dat een begrijpelijk devies, maar het groeide uit tot een beleid van een zo efficiënt, intensief en grootschalig mogelijke landbouw – tegen elke (onzichtbare) prijs.

Met resultaat: in 2020 stond twee derde van de Nederlandse grond in dienst van de landbouw – vooral veeteelt – en voert Nederland qua intensieve veehouderij en veedichtheid de wereldranglijst aan. Daar zit alleen wel een prijskaartje aan.

Onze industriële landbouw slurpt CO2 en levert daarmee een enorme bijdrage aan de opwarming van de aarde. De oorzaak van het uitsterven van wilde dieren en de achteruitgang van de bodem, de lucht en het water op onze planeet ligt volgens het Europees Milieuagentschap bij onduurzame land- en bosbouw, verstedelijking en milieuvervuiling.

Klimaatwet

Toen wereldleiders tien jaar terug in het Japanse Aichi bijeenkwamen voor de eerste top over biodiversiteit ooit, was het streven de achteruitgang van ecosystemen en het verlies van biodiversiteit een halt toe te roepen. Geen enkel gesteld doel voor 2020 is gehaald.

Maar met het ondertekenen van de klimaatwet, waarin het terugbrengen van de CO2-uitstoot met 49 procent in 2030 en 95 procent in 2050 vastligt, heeft het kabinet-Rutte III in ieder geval de aanzet gegeven tot de nodige energietransitie. Een heldere routekaart ontbreekt tot dusver wel – net als politieke wilskracht.

Volgens Pablo Tittonell is het noodzaak het oude industriële landbouwsysteem achter ons te laten, willen we die klimaatdoelstellingen halen.

Ja, zegt de Argentijnse hoogleraar: landbouw en natuur kùnnen samenkomen in een ecologisch systeem dat de grenzen van de planeet respecteert, maar om dat mogelijk te maken moeten we eerst een aantal mythes ontmantelen.

Mythe één: Nederland voedt de wereld 

Het idee dat Nederland de wereld te eten geeft ligt aan de basis van ons huidige landbouwsysteem, ziet Tittonell. Sinds de lente van 2019 bekleedt hij de leerstoel agro-ecologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daar onderzoekt hij hoe landbouw en natuur hand in hand kunnen gaan en boeren weer verbinding en eigenaarschap over het land krijgen.

prof. Dr. Ir. Pablo Tittonell

‘Als je zegt dat je de wereld voedt,’ vertelt Tittonell, ‘ja, dan moet je een hoop produceren.’ Het stoort hem dat deze mythe wordt gebruikt als rechtvaardiging van de industriële landbouw, die sterk afhankelijk is van fossiele brandstoffen.

‘Die kan de wereld helemaal niet voeden; op dit moment komt dertig procent van het voedsel wereldwijd van grote bedrijven en zeventig procent van kleine boeren.’ Die laatsten bestaan uit zo’n vijfhonderd miljoen kleinschalige familiebedrijven van minder dan twee hectare, die voor het overgrote deel van de voedselvoorziening zorgen.

‘Als je kijkt naar de harde cijfers, dan ontdek je dat tachtig procent van de calorieën die mensen innemen afkomstig is van graan. Nederland produceert maar 0,2 procent van dat internationale aanbod, dat is niets. We voeden de wereld helemaal niet.’

Tittonell denkt dat er een andere visie moet komen die niet met oogkleppen op alleen naar productie kijkt, maar oog heeft voor de ongelijke toegang tot gezond voedsel – omdat productie niet het probleem is.

‘We moeten zorgen dat mensen die op plaatsen wonen waar honger is de kans krijgen om zelf hun voedsel te verbouwen. Het gaat om het delen van kennis, technologie en middelen die hen in staat stellen aan het roer van hun eigen grond te staan’, zegt hij vol passie.

Sinds de vrouwen van het Senegalese dorp Sinthian met organische mest werken, absorbeert hun grond de regen beter.

Mythe twee: agro-ecologie zet geen zoden aan de dijk 

‘Het hardnekkige idee bestaat dat agro-ecologie of andere vormen van biologische landbouw te klein en lokaal zijn’, zegt Pablo Tittonell. ‘Daar kunnen we die tien miljard mensen die de wereld tegen 2050 bewandelen sowieso niet van voeden, hoor je dan.

‘Maar de principes van agro-ecologie kun je op elke schaal reproduceren! Het betekent simpelweg dat ecologische principes leidend zijn: geen monocultuur en geen pesticiden, maar een diversiteit aan planten, gewassen en bomen die op hetzelfde stuk land worden verbouwd. Zij zorgen samen voor een sterke bodem en voor behoud van biodiversiteit.’

Daarmee samenhangend benoemt hij de misvatting dat méér biodiversiteit op het land betekent dat je meer ruimte nodig hebt. ‘Ook dat is niet het geval. Agro-ecologie is heel intensief qua kennis en tijd, je moet er echt bovenop zitten, maar meer fysieke ruimte is niet nodig.’

 

Mythe drie: het is de schuld van de boer 

Tittonell ziet in de boer geen schuldige, maar een slachtoffer van een dolgedraaid systeem, waarin hij muurvast zit en gedwongen wordt onder de kostprijs te produceren.

‘Binnen het agro-industrieel complex zit de boer op miljoenen, maar intussen heeft hij wel torenhoge schulden, tonnen stress en een mager salaris. Rondom de boer cirkelen mensen en bedrijven die allemaal een graantje willen meepikken.’ Denk aan verzekeraars, banken, de verwerkingsindustrie, ja, zelfs aan universiteiten, lacht hij.

‘Een boer die bij de bank een plan voorlegt om op een duurzamere manier te willen boeren, krijgt te horen dat het niet mogelijk is. Ik weet dat omdat een aantal van mijn vrienden het zelf heeft meegemaakt. De bank zal dan zeggen dat het de bedoeling is dat hij zijn veestapel verhoogt, grotere stallen neemt, et cetera.’

De hoogleraar zag zijn vrienden vervolgens de bank uitkomen met een plan dat niet van hen was, maar van de bank, met enorme bakken geld en een lening waaraan ze veertig jaar vastzitten.

‘Wat meespeelt is dat boeren graag gezien worden als modern en bang zijn anders opgeslokt te worden door een buurman of buurvrouw, maar het is dus niet de boer zelf, het is het diepgewortelde systeem dat ervoor zorgt dat er geen verandering komt.

‘Agro-ecologie bevraagt heel dat systeem. Het zorgt ervoor dat er veel meer macht gaat naar degenen die ons voedsel produceren, in plaats van naar de tussenpersonen die om hen heen cirkelen.’

 

Mythe vier: het beleid is heel groen 

De Nederlandse overheid heeft de laatste tien jaar gemengde signalen afgegeven, waardoor haar geloofwaardigheid is aangetast, vindt de Argentijnse hoogleraar.

‘Er wordt gezegd dat klimaat belangrijk is en dat gebeurt ook op Europees niveau, zoals met de Green Deal die nu verankerd is in het Europese beleid. Tegelijk gaan er talloze subsidies naar vervuilende vormen van landbouw die de natuur en onze gezondheid slopen. Dat is incoherent en moet stoppen.’

Tittonell vindt het verbazingwekkend dat het Nederlandse publiek daarná gevraagd wordt mee te betalen om het met kunstmest vervuilde water weer drinkbaar te krijgen. ‘En vervolgens zegt de overheid dat je bewuster en groen moet consumeren. Dat is niet meer geloofwaardig voor de burger en de consument.

‘Dat geldt ook voor de boeren: eerst het melkquotum opengooien en vertellen dat boeren competitiever moeten zijn, en dan zeggen dat de stikstofgrens is bereikt! Dat wordt ervaren als een dubbel discours en natuurlijk gaan de boeren dan protesteren. Die voelen zich in de zeik genomen.’

 

Maak een mengeling

Tittonell staat niet alleen. Ook Teresa Anderson predikt het evangelie van de agro-ecologie tijdens haar werkbezoeken, overal ter wereld, als klimaatexpert van ActionAid.

Ze ontmoet er boerengemeenschappen en dan zegt ze: ‘Integreer een veelvoud aan seizoens- en meerjarige gewassen, zoals fruitbomen. Door de bodem te versterken en regenwater te “oogsten”, kun je een kleine vijver aanleggen voor viskwekerij, of een moestuin bewateren. Denk ook aan een paar eenden, kippen en ander pluimvee.’

In het midden: Theresa Anderson, op de VN-Klimaatconferentie van Katowice (Polen), in 2018

Via Zoom vertelt ze over de Zimbabwaanse boer die ze in 2016 ontmoette. El Niño dwong hem lijdzaam toe te kijken hoe de maïs die hij had geplant onder zijn ogen verdorde onder de verzengende zon.

‘Voor het jaar daarop’, zegt Anderson, ‘adviseerden we hem naast maïs ook lokaal graan en bonen te planten, bij elkaar en op verschillende momenten, gecombineerd met wat kippen. Dan spreid je de kansen en het risico op een slechte oogst.

‘Op die manier kunnen boeren ook heel het jaar door oogsten en verkopen, in plaats van te moeten bouwen op één oogst die lukt of mislukt. Het planten van diverse gewassen voelt voor boeren veiliger en geeft meer garantie op een vast inkomen.

‘We zien dat agro-ecologie beter bestand is tegen de klimaatimpact, omdat de grond steviger wordt en daardoor water beter kan vasthouden, als een soort spons.’

 

De agro-reuzen rukken op

De meer dan honderd boeren die Anderson namens ActionAid sprak in onder andere Zimbabwe, Malawi, Zambia, Senegal, Gambia, Nepal en Bangladesh zijn juist vanwége de klimaatcrisis overgestapt op agro-ecologie. Ze zag met eigen ogen dat het ecologische systeem hen vruchtbare grond voor een tevreden leven gaf, zegt ze.

Wat er volgens haar mist is daadkrachtig beleid van onze overheden: ‘We moeten onze machthebbers verantwoordelijk houden voor beleid dat te weinig rekening houdt met de eigen bewoners, andere mensen op deze planeet en onze toekomstige (klein)kinderen.

‘We zien nu dat agro-reuzen met gepatenteerd zaad steeds grotere delen van onze aarde opslokken, maar deze vorm van landbouw creëert klimaatverandering en is zelf ook nog eens kwetsbaar vóór klimaatverandering.

‘Door de intensieve monocultuur verdort de bodem, omdat hij geen water en voedingsstoffen kan vasthouden. De zaden van multinationals gaan hard op kunstmest, maar zijn erg kwetsbaar voor ziekten en kleine schommelingen, waardoor een hele oogst zo kan mislukken.

Meer dan duizend kleine boeren in Sundergarh, in de Indiase deelstaat Odisha, zijn bijgestaan om mengteelt in te voeren.

‘De industriële landbouw produceert voornamelijk suiker voor frisdrank, palmolie en luxeproducten, in plaats van voedsel om mensen te voeden – simpelweg omdat dat eerste lucratiever is.

‘Als gemeenschappen op agro-ecologische manier boeren, herstelt de biodiversiteit en wordt uitgeputte grond weer vruchtbaar. Daardoor is het systeem ook veel weerbaarder tegen lange droogte en heftige regenval.’

Zonder kunstmest en pesticiden, zegt ze, zullen insecten, dieren en planten weer floreren – en dat is volgens haar precies wat nodig is.

‘Dit is de tijd’, zegt Teresa Anderson tot slot, ‘om een burgerbeweging te bouwen van mensen die aan de frontlinie van de klimaatcrisis staan. Ik heb het dan over inheemse stammen, klimaatvluchtelingen, vrouwen.

‘Voor mij gaat agro-ecologie niet alleen over de praktische manier van landbouw bedrijven, maar in de principes zit sterk een lokale, sociale en gendercomponent verweven.

‘Het gaat over groepen boeren die samen opkomen voor hun recht op gezond voedsel, een gezonde leefomgeving en het recht op land. Niet alleen ver weg, maar ook hier in Europa. Zij bewaren de sleutel naar de agro-ecologische transitie.’

 

Dit artkel verschijnt ook in de Verkiezingsspecial van Vice Versa. Neem nu een abonnement om het nummer te ontvangen. https://viceversaonline.nl/abonnement/particulier-abonnement/

Wat gaan wij doen in en met het buitenland? Zijn we volgers of leiders? Wat is er te kiezen op 17 maart? Kijk het grote politieke debat over de toekomst van Nederland in de wereld op woensdag 24 februari live vanuit Nieuwspoort.  https://www.hetgrotebuitenlanddebat.nl/

Voorbij aan de Nederlandse navel

Door Paul Hoebink | 15 april 2021

In de reeks over wat er qua ontwikkelingssamenwerking in het nieuwe regeerakkoord hoort te komen, is ditmaal het woord aan Paul Hoebink, vaste columnist van Vice Versa. ‘Als de pandemie ons íets duidelijk moet maken, dan is het dat gezondheidszorg en kennis mondiale publieke goederen zijn.’

Lees artikel

Wereld Café: Een nieuwe lente?

Door Marc Broere | 08 april 2021

Op donderdagmiddag 22 april vindt het volgende Wereld Café plaats waarin we in gesprek gaan over actuele mondiale thema’s. De tijd lijkt rijp voor nieuw activisme, maar hoe is dat ook te verzilveren?

Lees artikel

Nieuwe prioriteiten voor OS in regeerakkoord? Nee bedankt!

Door Dirk Jan Koch | 07 april 2021

In zijn nieuwe column kijkt Dirk-Jan Koch vooruit naar de passages over ontwikkelingssamenwerking (OS) in het nieuwe regeerakkoord. Hij pleit in deze column tegen het toevoegen van nieuwe prioriteiten aan de OS-agenda en stelt dat de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking een soort kerstboom is geworden die bijna bezwijkt onder alle verlichting, ballen en kransjes. Om een kwaliteitsslag te maken, is het beter om deze keer de boom juist te snoeien en geen nieuwe versieringen toe te voegen.

Lees artikel