Door:
Lennaert Rooijakkers

24 februari 2021

Tags

In Nederland is sinds 2013 de hulp en handel samengevoegd, maar gaan die nog wel hand in hand? In hoeverre heeft het impact en is het inclusief? Waarop moet het komende kabinet de nadruk leggen? Vice Versa vraagt drie deskundigen naar hun mening en om advies voor na de verkiezingen. Een routekaart voor de toekomst, ‘zònder de Amazone in de fik te steken of mensenrechten te schenden’.

Waar staat Nederland nu wat hulp en handel betreft?

Daniëlle Hirsch, directeur van Both Ends: ‘Ik ben altijd positief geweest over de combinatie. Ik denk dat ontwikkelingssamenwerking nodig is om gericht een bestaansbasis te geven. Tegelijkertijd is armoede ontstaan door machtsrelaties die wij sinds de koloniale tijd kennen en onze handelsrelaties zijn daar een afspiegeling van. Dus als we daar niets aan veranderen, zal de armoede blijven.’

‘Toch zijn de indicatoren nu niet goed – de armoede neemt toe, de ongelijkheid is op wereldschaal vergroot –, maar de beweging die gemaakt wordt is wel positief. Daarmee zeg ik natuurlijk niet dat het goed gaat, maar er is nu meer verantwoordelijkheidsbesef dat hulp en handel geen gescheiden werelden zijn.’

Vergeet niet, zegt Hirsch, dat de combinatie nog geen tien jaar bestaat. ‘Daarvóór deden we vijftig of zestig jaar aan ontwikkelingssamenwerkingsdenken: we hebben een bak met geld en het zal helpen mensen uit de armoede te halen.

‘Door hulp en handel samen te voegen, dwingt het ons zowel anders over ontwikkelingssamenwerking als over handel na te denken. Als je het zo bekijkt, dan hebben we al veel weten te bewerkstellingen – en toch gebeurt armoedebestrijding nu nog te veel op papier.’

‘We bedenken dat de macht moet verschuiven, maar brengen het nog niet in de praktijk. We vergeten om systematisch met de allerarmste mensen over armoede te spreken, over wat zij vinden dat we samen moeten doen. We zijn nog op de twintigste-eeuwse manier ermee bezig.’

‘Dat is een opdracht voor de toekomst: om de dialoog op locatie aan de gang te brengen, met lokale belanghebbenden die echt aan tafel zitten. Alleen dan kunnen Nederlandse partijen zoals FMO, baggeraars, ambassades en maatschappelijke organisaties er samen voor zorgen dat de baten van projecten bij lokale gemeenschappen terechtkomen.’

‘Bedrijven functioneren in markten met de opdracht om private winst te maken – dat is hun rol en hoeft geen probleem te zijn. Het is de publieke sector die moet opkomen voor publieke zaken zoals armoede en klimaatverandering.’

‘Het is immers een algemeen belang ervoor te zorgen dat deze wereld de goede kant opgaat. Dat is geen private taak en dat mag het wat mij betreft ook nooit worden. De publieke sector kent een belangrijk middel: regelgeving – en in tegenstelling tot wat men vaak zegt, ìs er al veel regelgeving.’

‘Maar die beloont nu niet de bedrijven die koplopers zijn. Ze beloont de industrieën die de meeste macht hebben, die uit de twintigste eeuw. Daarom zouden er voor bedrijven andere regels moeten komen, die zorgen dat ook zij het publieke belang niet ondermijnen.’

 

Rosa van Driel, beleidsmedewerker bij Building Change namens de Foundation Max van der Stoel: ‘Ik denk dat het lastig is om hulp en handel los van elkaar te zien. Handel moet wel aan ontwikkelingssamenwerking worden gekoppeld om ervoor te zorgen dat er samenwerking tussen de twee plaatsvindt.’

‘Alleen door de sterke focus op het “doorsijpeleffect”, de inzet op investeringen en op het bedrijfsleven is het nu doorgeschoten. Daarom is het van cruciaal belang voor een volgend kabinet om meer oog te krijgen voor de meest kwetsbare groepen, want die lijken nu het ondergeschoven kindje te zijn.’

‘Ja: we kunnen met handel veel grote projecten opzetten, maar daarmee bereik je gewoonweg niet alle groepen, want om de allerarmsten te bereiken is er echt ontwikkelingssamenwerking nodig. Zorg er dus voor dat ze elkaar aanvullen en niet dat een van de twee de boventoon voert.’

‘Belastingontwijking via Nederland en onze exportkredietverzekering zijn duidelijke voorbeelden van de doorgeschoten winsituatie voor bedrijven. Met het tweede maak je onder meer mogelijk dat bedrijven investeren in fossiele industrieën – en daarmee maak je ontwikkelingslanden afhankelijk van industrie die wij zelf niet eens meer als houdbaar zien.’

‘Er is daarbij weinig aandacht voor de manier waarop lokale gemeenschappen een leefbaar en duurzaam inkomen kunnen genereren. De inzet van Nederland laat keer op keer zien dat we bang zijn dat de concurrentiepositie van onze bedrijven in het geding komt.’

‘Maar het levert Nederland nauwelijks belastinginkomsten en banen op, dus laat nu eens zien dat we een voortrekkersrol durven in te nemen door niet langer deze investeringen in verouderde industrieën mogelijk te maken.’

Al is dat slechts een deel van het verhaal, volgens Van Driel. Het gaat om méér dan de samenwerking tussen hulp en handel en het vinden van een balans tussen de twee. ‘Als je kijkt naar het bredere coherentieverhaal, dan valt er nog een wereld te winnen’, weet ze.

‘Neem de belastingen en het Nederlandse klimaatbeleid. Het valt niet onder de portefeuille van minister Kaag, maar heeft wel een grote impact op ontwikkelingslanden. De afgelopen vier jaar is het Kaag niet gelukt de ministeries die ervoor verantwoordelijk zijn mee te nemen in het verhaal over de effecten van dat beleid op andere landen.’

Hetzelfde ziet Van Driel gebeuren bij de duurzame doelen. ‘Die vallen onder Kaags agenda, maar het gaat om zeventien zeer uiteenlopende sociale, economische en milieudoelen, die van toepassing zijn op binnen- en buitenland. Dat zou niet bij één departement moeten liggen, maar het is Kaag niet gelukt het breder te trekken. Daar ligt een opdracht voor de volgende regering.’

 

Joyeeta Gupta, hoogleraar bestuur en inclusieve ontwikkeling aan de Universiteit van Amsterdam: ‘Ik moet denken aan een boek van Marga Hoek, dat The Trillion Dollar Shift heet, met Business for Good is Good Business als ondertitel. Het gaat over ’s werelds topbedrijven die heel veel willen investeren in het realiseren van de duurzame doelen.’

‘Alleen lees ik vooral dat ze iets willen doen aan werkgelegenheid en misschien iets aan energie. Toegang tot drinkwater, stroom en huizen voor de armsten, dáárover lees ik niets.

‘Nergens in het verhaal staat antwoord op de vraag: hoe maken we alles betaalbaar voor die groepen? Of: hoe zullen we duurzaamheid verbeteren? En dat is het verhaal dat ik over het algemeen mis als het over bedrijven gaat: wat kunnen zij voor de allerarmsten betekenen?’

‘In Nederland heb ik het gevoel dat de visie ontbreekt. Als ik lees dat hulp en handel ook goed moet zijn voor Nederland, dan denk ik: dat is geen hulp… Het echte idee is de allerarmsten een beter sociaal vangnet te bieden en dat Nederland probeert te compenseren voor de grote belasting die het op het milieu heeft gehad.’

Dat Nederland investeringen in fossiele industrieën in ontwikkelingslanden mogelijk maakt èn dat stimuleert door exportkredietverzekeringen, steekt Gupta. ‘Nog steeds is het bezig de eigen fossiele industrie te ondersteunen en kennis en kunde daarover te verkopen.’

‘Begin dit jaar heb ik daar een paar Nederlandse ambassadeurs over gesproken. Hun antwoord was: “Ontwikkelingslanden hebben recht op ontwikkeling en zij zien zelf dat fossiele brandstoffen het goedkoopst zijn om hun energieprobleem op te lossen.” Tja, dat was in de jaren negentig wellicht het geval…’

‘Als je daarmee doorgaat, zit je zeker zestig tot zeventig jaar aan fossiele industrie vast. Hoe halen we dan de klimaatdoelen van 2050? Als lid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken heb ik de minister geadviseerd ermee te stoppen, maar daarop heeft ze niet gereageerd.’

‘Wat je in de wandelgangen hoort is dat Nederland zóveel geld verdient met het ondersteunen van fossiele industrieën in ontwikkelingslanden, dat we het niet willen afschrijven – maar het is niet alleen ons probleem. Kijk naar Engeland met gas, Duitsland met kool.’

‘Als ik daarover spreek met collega-ambtenaren, dan zeggen ze: zolang die landen niet stoppen, doen wij het ook niet. Dat vind ik vreemd. Nederland kan een belangrijke bijdrage leveren aan investeringen in schone industrieën die goed zijn voor mens en milieu, maar durft die rol niet op zich te nemen. Dat is irritant.’

 

Hoe kun je een ander systeem creëren en wat is daarvoor nodig?

Hirsch: ‘Als je naar systeemverandering kijkt, dan is de meest effectieve manier: regels verzinnen. Eerst zou je afdwingbare afspraken moeten maken over land- en mensenrechten en klimaat. Als je dat doet, komt er vernieuwing los omdat bedrijven wel ermee aan de slag móeten.’

‘Dan wordt het een massale transitie, in plaats van een uitzondering. Als er ontwikkelingsgeld naar de private sector gaat, moet er een voorwaarde worden gesteld aan verantwoordelijkheden die bedrijven nemen. Diezelfde regels horen voor alle publieke geldstromen naar bedrijven te gelden, ook die buiten de ontwikkelingssamenwerking – dus van FMO tot exportkredietverzekeringen.’

‘Een deel van het bedrijfsleven geeft zwaar tegengas als het om regelgeving gaat. Ook VNO-NCW wil het liever op EU-niveau zien, want dan is er een gelijk Europees speelveld. Deze regering maakte met de MVO-wetgeving een afweging in het voordeel van het bedrijfsleven, dat door VNO wordt vertegenwoordigd. Minister Kaag heeft een kans laten liggen om de koplopers actief te steunen.’

‘We waren er bíjna; het advies voor nationale wetgeving lag er, dus ik denk niet dat de stap naar systeemverandering heel ver weg is. De kosten voor bedrijven lopen alleen maar op zolang we geen bindende regels over mens en milieu hebben.’

‘Kijk naar de situatie rondom de waterkrachtcentrale in Honduras, waarbij een activiste is vermoord – FMO zit daar nog steeds met haar verantwoordelijk. Het project lijdt eronder, de kosten voor de bank en het leven van de mensen daar zijn heel hoog geworden. Maatschappelijk verzet, zoals tegen Shell, zal ook alleen maar leiden tot meer bedrijfs- en reputatiekosten.’

De vraag waar het volgens Hirsch om draait: durf je voor mensenrechten te gaan staan, als je eigen bedrijven die rechten schenden?

‘Wil je tot een goed en inclusief beleid komen, dan moet de Nederlandse overheid geen activiteiten meer steunen die mensenrechten en de Parijse afspraken schenden. We zetten onze handtekening onder het Klimaatakkoord, maar gaan door met de publieke financiering van fossiele activiteiten…’

‘Vanuit ontwikkelingssamenwerking is er veel aandacht voor gender, maar vanuit handel wordt er niet goed gekeken naar de positie vrouwen op de arbeidsmarkt. Het zijn coherentievraagstukken: welk doel dien je als eerste en welk doel daarom minder of niet?’

‘Dat is best een opgave, want de fossiele industrie in Nederland is groot. Uitfaseren vergt een plan, een tijdlijn inbegrepen – dat biedt ook steun aan bedrijven. Alleen doelen over dertig jaar stellen is niet genoeg om het Parijs-akkoord na te leven.’

‘Dat vereist ander gedrag en die weg kunnen we alleen samen bewandelen als we weten waar we ook op de korte termijn willen uitkomen, zodat we een economisch gezonde private sector en een gezonde Nederlandse economie bouwen zònder de Amazone in de fik te steken of mensenrechten te schenden.’

 

Van Driel: ‘Verandering hangt met veel beleidsterreinen samen en daardoor ook met samenwerking tussen ministeries. Binnen al het beleid zou men duurzame ontwikkeling moeten meenemen.’

‘Building Change heeft zich een aantal jaar geleden ingezet voor een SDG-toets, waarbij ambtenaren moeten kijken naar de effecten van nieuw beleid op de duurzame doelen. Die is enigszins uitgevoerd; een kwaliteitscheck van de Rijksoverheid is uitgebreid met vragen over het effect van beleid op gender en op ontwikkelingslanden.’

‘We zien nu dat ambtenaren op andere ministeries dan Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking er niets mee doen. Het instrument ligt klaar en zou gewoon sterker verankerd en transparanter uitgevoerd moeten worden, binnen àlle ministeries.’

Het centrale punt is volgens Van Driel dat het duidelijk maakt dat ministeries en ook de Tweede Kamer werken in wat zij silo’s noemt. ‘Onderling worden er nauwelijks relaties en verbanden gelegd. We hebben regelmatig contact met Kamerleden en je ziet dat het lastig is om internationale elementen van ons financiële systeem bij het ministerie van Financiën onder de aandacht te brengen.’

‘Het ziet dat als iets wat bij Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking in de commissie besproken moet worden. Als er dáár transparanter en minder in silo’s wordt gedacht, dan kan dat al een heleboel veranderen.’

Maar hoe zorg je ervoor dat al die ministeries op een andere manier opereren? Van Driel denkt dat zoiets geen grote opgave hoeft te zijn. ‘Plaats er een directeur op die naar het brede verhaal en de integratie van de duurzame doelen kijkt en met andere ministeries communiceert over beleid. Nu zijn dat vaak Rijkstrainees, met haast geen zeggenschap binnen hun eigen ministerie.’

‘Er wordt dus duidelijk te weinig prioriteit aan gegeven. Het zou hoger belegd moeten worden, dat zou al veel kunnen opleveren. In dit huidige systeem is beleidscoherentie lastiger te bereiken, maar iemand aan de top zetten is een goede eerste stap.’

Waarom is Kaag de afgelopen vier jaar hier niet in geslaagd? ‘Ik denk dat het belang van haar portefeuille niet groot genoeg is om rest mee te krijgen. Als je dat kunt weerleggen, zou dat best wat opleveren, om bijvoorbeeld meer druk te kunnen zetten achter een stevige uitvoering van de SDG-toets.’

‘Het zou mooi zijn als de inzet op duurzame ontwikkeling breder gaat leven en dat er een minister komt die zich om het begrip in brede zin druk maakt. Je kunt zo’n taak mooi bij de minister-president neerleggen.’

 

Gupta: ‘Ik denk dat Nederland andere landen kan helpen om hernieuwbare energie te ontwikkelen, met zonlicht en wind, maar het moet veel luider worden verkondigd dat die optie er ìs. Door het fossiele aanbod ontbreekt dat besef nu.’

‘Ontwikkelingslanden missen daardoor een kans om een concurrerende industrie op te zetten, minder water te verbruiken en minder te vervuilen, want aan bescherming van klimaat, water en biodiversiteit is in die landen ook behoefte.’

‘Dat gaat de private sector sowieso niet doen, want bescherming levert geen geld op. Daarvoor heb je een staat nodig die de mogelijkheid heeft het op een stabiele manier aan te vatten. Men moet veel meer inzetten op het creëren van sterke staten die zulke bescherming kunnen bieden.’

Die discussie – over de rol van de staat – wordt veel te weinig gevoerd, meent Gupta: ‘En dat zouden we wel moeten doen. Jarenlang is er gehamerd op lean and mean states, met een kleinere overheid. Het neoliberale ideaal.’

‘Ik heb het gevoel dat we in het Westen onderschatten wat de impact van die focus voor ontwikkelingslanden is geweest. Daar is de staat zó dun geworden dat de balans is verdwenen. We hebben er niet een verhaaltje verkocht voor een verantwoordelijke staat en dat kan tot gevaarlijke situaties leiden.’

‘Als je een sterkere staat hebt, dan is het ook mogelijk dat er wordt geïnvesteerd in een beter wetgevings- of managementsysteem, zodat het tot verantwoordelijkheid kan leiden. Een onafhankelijke staat is ook belangrijk voor het oplossen van milieu- en ontwikkelingsproblemen. Een staat moet tegen een private partij kunnen zeggen: dit kan hier wel en dat niet.’

‘Met een stevige basis kun je voorkomen dat een staat alleen maar een partner is in een publiek-privaat partnerschap voor zaken die het zelf niet kan oplossen. Dat kan ook om simpele dingen gaan die levens beter of veiliger maken, zoals het aanbod van sanitatie of straatverlichting.’

‘Mijn advies voor de volgende minister is om terug naar de tekentafel te gaan en zich af te vragen: wat voor wereld willen we, wat zijn nu de grote gevaren van illiberale democratieën en wat zijn de oorzaken daarvan? We staan wel stil bij de situatie in Polen en Hongarije (waar de rechtstaat afbrokkelt, red.), maar kijken niet naar hoe het in ontwikkelingslanden is.’

‘Daar hebben we staten nodig die functioneren. Ook belastingrechtvaardigheid moet meespelen om die landen verder te versterken. Ontwikkelingslanden verliezen elk jaar veel belastinggeld, er gaat steeds meer geld uit dan dat er binnenkomt, de kapitaalvlucht is enorm.’

‘We moeten ervoor zorgen dat zij hun geld krijgen, maar dat zal lastig worden. Kijk maar hoeveel moeite het Europa kost om grote bedrijven aan te pakken en belasting te laten betalen.’

 

Dit artkel  is ook verschenen in de Verkiezingsspecial van Vice Versa. Neem nu een abonnement om het nummer te ontvangen. https://viceversaonline.nl/abonnement/particulier-abonnement/

Wat gaan wij doen in en met het buitenland? Zijn we volgers of leiders? Wat is er te kiezen op 17 maart? Kijk het grote politieke debat over de toekomst van Nederland in de wereld op woensdag 24 februari live vanuit Nieuwspoort.  https://www.hetgrotebuitenlanddebat.nl/

Voorbij aan de Nederlandse navel

Door Paul Hoebink | 15 april 2021

In de reeks over wat er qua ontwikkelingssamenwerking in het nieuwe regeerakkoord hoort te komen, is ditmaal het woord aan Paul Hoebink, vaste columnist van Vice Versa. ‘Als de pandemie ons íets duidelijk moet maken, dan is het dat gezondheidszorg en kennis mondiale publieke goederen zijn.’

Lees artikel

Wereld Café: Een nieuwe lente?

Door Marc Broere | 08 april 2021

Op donderdagmiddag 22 april vindt het volgende Wereld Café plaats waarin we in gesprek gaan over actuele mondiale thema’s. De tijd lijkt rijp voor nieuw activisme, maar hoe is dat ook te verzilveren?

Lees artikel

Nieuwe prioriteiten voor OS in regeerakkoord? Nee bedankt!

Door Dirk Jan Koch | 07 april 2021

In zijn nieuwe column kijkt Dirk-Jan Koch vooruit naar de passages over ontwikkelingssamenwerking (OS) in het nieuwe regeerakkoord. Hij pleit in deze column tegen het toevoegen van nieuwe prioriteiten aan de OS-agenda en stelt dat de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking een soort kerstboom is geworden die bijna bezwijkt onder alle verlichting, ballen en kransjes. Om een kwaliteitsslag te maken, is het beter om deze keer de boom juist te snoeien en geen nieuwe versieringen toe te voegen.

Lees artikel