Door:
Manon Stravens

16 maart 2021

Tags

Nadat ze dertien jaar de kar bij Both ENDS heeft getrokken, hoopt Daniëlle Hirsch ‘het buitenland’ nu via de Tweede Kamer op de agenda te zetten – en vooral erop te hóuden. ‘De overheid moet een veel sterkere opdracht krijgen vanuit de politiek.’

Als directeur van Both ENDS heeft ze feitelijk de weg geplaveid voor een Kamerlidmaatschap. Na dertien jaar lobbyen voor ‘het buitenland’ is het nu echt tijd voor verandering, vindt ze. De ‘koudwatervrees’ voor de politiek is weg – en ze is nieuwsgierig. Nu nog verkozen worden. Ze staat op plaats zestien op de lijst van GroenLinks.

Vier jaar geleden werd Daniëlle Hirsch (52) ook al gevraagd om kandidaat te worden, maar dat was nog niet het juiste moment, vertelt ze met afhaalkoffie op een bankje op het Marie Heinekenplein in de Amsterdamse Pijp. Muts op, want het is nog fris. ‘Mijn zoon ging net naar de middelbare school en Both ENDS was nog niet af.’ Ze was druk met netwerken, maar daarna is het wel gaan borrelen, de politiek.

En haar geduld is een beetje op: ‘Met een goede analyse en gelijk hebben als ngo kom je er niet. De politiek is nodig om verandering teweeg te brengen en we willen geen Rutte IV.’ Bovendien moet het buitenland weer op de Haagse agenda. ‘Het is gewoon geen thema meer. Den Haag is ontzettend naar binnen gekeerd, terwijl een derde van onze economie op het buitenland leunt.’

Handel, klimaat en mensenrechten zijn taaie onderwerpen, zegt Hirsch: ‘En over die zaken zijn de meningen verdeeld. Je moet ze niet alleen agenderen, maar continu blijven volgen: de ministers aan hun jas trekken, hun voorstellen beoordelen, ze omzetten in moties. Het vergt engelengeduld en Kamerleden die dat belangrijk vinden. Dat is wat organisaties als Both ENDS nodig hebben.’

Hóe drijven we handel?

Dan gaat het niet om de Kamercommissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, zegt Hirsch, ‘maar om bijvoorbeeld de commissies Financiën, Landbouw en Economische Zaken en Klimaat: daar is nog relatief weinig aandacht voor buitenlandbeleid, terwijl er juist heel veel beleid wordt ontwikkeld en steun wordt gegeven aan sectoren die handel drijven over onze grenzen heen’.

Eerlijke handel, de afbouw van subsidies aan de fossiele industrie, vrouwenrechten en een betere balans tussen economische diplomatie en de inzet voor mensenrechten op de ambassades in landen met autoritaire regimes, dáár wil Hirsch zich als Kamerlid hard voor maken.

‘Al heb je – zo is mij verteld – zeker een jaar nodig om de weg te vinden en je agenda te ontwikkelen. In de handelsverdragen, zoals TTIP, Ceta en met Mercosur, moeten klimaat, mensenrechten en dierenwelzijn minstens zo belangrijk zijn als handeldrijven.’

Ze ziet wel dat er inmiddels deuren zijn geopend. ‘Er is een groeiende kritische aandacht voor de gebrekkige balans tussen de rechten van bedrijven, die wel investeringsbescherming genieten, en hun plichten, die niet kunnen worden afgedwongen, omdat ze nergens zijn vastgelegd. Steeds meer Kamerleden willen dat soort verdragen niet meer.’

Ook qua regelgeving om multinationals tot verantwoord ondernemen te dwingen is er nog veel werk te doen. Het is een van de meest frustrerende dossiers, vindt Hirsch, die ze als politicus hoopt verder te trekken. ‘Zeker nu GroenLinks daar samen met de ChristenUnie, de PvdA en de SP een wetsvoorstel over heeft ingediend’, zegt ze.

‘Op dit dossier zijn ngo’s best constructief geweest, bijvoorbeeld bij het helpen opstellen van de convenanten, zoals die voor de banken en de textielsector.’ In die convenanten hebben banken en bedrijven de verplichting om misstanden – zoals kinderarbeid of milieuschade – te signaleren en aan te pakken.

Uitfaseren is best eerlijk

Alleen werkt het polderen niet meer, zegt Hirsch, omdat bepaalde partijen te machtig zijn geworden. ‘Neem de pensioenfondsen, die in het convenant zeggen dat ze met fossiele bedrijven in gesprek willen blijven, om verduurzaming te stimuleren. Daar zijn we eindeloos in meegegaan, maar als je na drie jaar praten met Shell nog geen stem voor klimaatresoluties binnenhaalt, dan wordt het tijd om het gesprek op scherp te stellen.’

Terwijl de koplopers onder de bedrijven die regelgeving gewoon willen, zegt Hirsch: ‘Zij worden dubbel geraakt: ze moeten meer investeren in kennis èn hebben er last van dat de vervuilers worden gesubsidieerd.’

De overheid moet een veel sterkere opdracht krijgen vanuit de politiek. Hirsch wil pleiten voor ‘een overheid die strakke doelen stelt, met een duidelijke tijdslijn; overheden, bedrijven, vakbonden en andere maatschappelijke organisaties kunnen daarbinnen dan bekijken hoe die doelen het best behaald kunnen worden’.

Om die politieke taak als Kamerlid goed te doen, moet je snappen wat die andere partijen willen. Zo wil Hirsch af van de exportkredietverzekeringen – nu goed voor anderhalf miljard euro – voor de fossiele industrie.

‘We willen allemaal financiële steun voor een duurzame energietransitie, maar bij de afbouw van die exportsteun komt wel wat kijken. Omdat bedrijven en banken hun zakenmodel verliezen, hebben die wel steun nodig om uit te faseren. Dan heb je een ander gesprek dan wanneer je enkel roept dat de subsidies moeten stoppen.’

Uit de ngo-bubbel

Politiek is ook compromissen sluiten, vooral als GroenLinks zou meeregeren. Of ze dat kan, en die compromissen aan zichzelf en anderen kan uitleggen, valt nog te bezien, zegt ze met een brede grijns: ‘Sommige mensen in mijn omgeving betwijfelen dat, maar als ik het niet probeer, weet ik het nooit.’ Tegelijkertijd moet je kunnen polariseren, weet ze.

‘Het is een subtiele balans tussen agenderen en oplossingsgericht de luis in de pels te zijn. Kamerleden spelen vaak twee rollen: het debat op het scherp van de snede voeren en dan achter de schermen heel constructief zijn. Dat moet ook, omdat je voor een meerderheid altijd andere partijen nodig hebt.’

Die inzichten heeft ze de afgelopen jaren buiten de deur en in gesprek met anderen opgedaan – iets wat ze als Kamerlid ook wel ziet zitten. ‘Dan verandert je platform, ik kom een beetje uit mijn ngo-bubbel.’

Dat is leuk, vindt ze, want in die gesprekken met studenten, universiteiten en lokale GroenLinks-afdelingen komen alle partijen tot nieuwe inzichten. ‘Mensen stellen vragen, je kunt ze aan het denken zetten over onze rol en ons potentieel in de wereld, over wat we met onze landbouw kunnen betekenen.’

Ze steekt er zelf ook veel van op: ‘Ik was best naïef, denkend dat iedereen het buitenland belangrijk vindt, maar Nederlanders hebben zo’n voldaan zelfbeeld… We denken al vlug dat we het goed doen, met onze groene bedrijven en onze armoedebestrijding, maar het is gewoon niet waar. Het CBS liet onlangs nog zien dat onze ecologische voetafdruk groeit en dat we bijdragen aan een toenemende ongelijkheid.’

Lange nachten, korte nachten

Het campagnevoeren, vooral voor zichzelf, is nog wel wennen. ‘Ineens moet ik de spotlights in, daar ben ik niet zo aan gewend.’ Terwijl het nog meevalt, want waar ze normaliter langs de zaaltjes zou moeten, gebeurt dat nu vooral online. En veel debatteren, opiniestukken schrijven en jezelf op Twitter laten horen. ‘Alles voor de bühne, dus liever geen fouten maken – dat is soms ook confronterend, hoor’, lacht Hirsch. ‘Om er begin vijftig achter te komen dat je het debatteren nog moet leren. Heel spannend.’

Al maakt ze zich eigenlijk het meest druk om haar nachtrust. ‘Het Kamerlidmaatschap is intenser, verwacht ik, met meer pieken en langere werkdagen, terwijl ik een lange slaper ben, die vroeg naar bed moet. Dat kan dan niet meer. Ik kan heus een nacht doorwerken, maar niet elke week.’

Ondertussen wordt ze twee keer gebeld, door Both ENDS-voorzitter Paul Engel. ‘Voor de organisatie is het spannend, natuurlijk, die baalt ook een beetje dat ik wegga. Maar er gaan wel vaker directeuren weg en ik ben ook niet onmisbaar, haha.’ Thuis vinden ze het leuk, al vindt haar vijftienjarige zoon het vooral heel interessant dat ze nu Jesse Klaver kent.

Moet ze niet direct naar Brussel? Nee, zegt ze: ‘Nederland is een lidstaat met een stem. Den Haag kan wel degelijk invloed uitoefenen en de Europese Unie kan wel wat koplopers gebruiken.’

Eerst maar eens de benodigde achttienduizend voorkeursstemmen krijgen (‘straks zijn het er maar vijftig, of zo, dat zou wel confronterend zijn’). Dat wordt nog moeilijk. Gaat ze dan – als het níet lukt – met evenveel energie verder bij Both ENDS? ‘Ja, zeker. Ik neem uit deze periode ook weer nieuwe ideeën en contacten mee, zoals de vraag of we toch niet wat bekender moeten worden bij het grotere publiek. Niemand kent Both ENDS, dat heb ik inmiddels wel gemerkt. Als mensen onze thema’s interessant vinden, waarom bereiken we ze dan niet!’

Voorbij aan de Nederlandse navel

Door Paul Hoebink | 15 april 2021

In de reeks over wat er qua ontwikkelingssamenwerking in het nieuwe regeerakkoord hoort te komen, is ditmaal het woord aan Paul Hoebink, vaste columnist van Vice Versa. ‘Als de pandemie ons íets duidelijk moet maken, dan is het dat gezondheidszorg en kennis mondiale publieke goederen zijn.’

Lees artikel

Wereld Café: Een nieuwe lente?

Door Marc Broere | 08 april 2021

Op donderdagmiddag 22 april vindt het volgende Wereld Café plaats waarin we in gesprek gaan over actuele mondiale thema’s. De tijd lijkt rijp voor nieuw activisme, maar hoe is dat ook te verzilveren?

Lees artikel

Nieuwe prioriteiten voor OS in regeerakkoord? Nee bedankt!

Door Dirk Jan Koch | 07 april 2021

In zijn nieuwe column kijkt Dirk-Jan Koch vooruit naar de passages over ontwikkelingssamenwerking (OS) in het nieuwe regeerakkoord. Hij pleit in deze column tegen het toevoegen van nieuwe prioriteiten aan de OS-agenda en stelt dat de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking een soort kerstboom is geworden die bijna bezwijkt onder alle verlichting, ballen en kransjes. Om een kwaliteitsslag te maken, is het beter om deze keer de boom juist te snoeien en geen nieuwe versieringen toe te voegen.

Lees artikel