Door:
Barbara van Paassen

18 maart 2021

Tags

Aan de start van de 65e bijeenkomst van de VN Commissie voor de Status van Vrouwen, die dit jaar virtueel plaatsvindt, reflecteert Barbara van Paassen op COVID-19, de maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor gendergelijkheid en de dringende noodzaak van vrouwen aan de mondiale tafel. Alleen met vrouwen aan tafel is systeemverandering mogelijk.  

Het was Internationale Vrouwendag, 8 maart 2018, toen ik als lid van de Nederlandse delegatie in New York aankwam bij de jaarlijkse vergadering van de Commissie voor de Status van Vrouwen van de Verenigde Naties  (CSW). Dit is hét moment voor overheden om de balans op te maken van vooruitgang op het gebied van gendergelijkheid, en om afspraken te maken over wat moet gebeuren om vrouwenrechten te bevorderen. Als allereerste NGO-vertegenwoordiger in de officiele Nederlandse delegatie, had ik een unieke kans om bij te dragen aan verandering; om deel te nemen aan de onderhandelingen en ervoor te zorgen dat de stem van maatschappelijke organisaties gehoord werd. Het was een rol die ik niet licht opvatte, gezien de jarenlange roep om meer inclusie, en uit solidariteit met de duizenden vrouwenrechten advocates die ook naar New York waren gereisd.

De CSW in 2018

Drie jaar later ziet de 65e sessie van de CSW er totaal anders uit. In dit virtuele evenement zullen er geen lange rijen zijn voor registratie, geen lange nachten in de onderhandelingsruimte en geen vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties in de gangen van het VN gebouw die wereldleiders eraan herinneren wat er op het spel staat. Geen vroege aankomsten om elkaar te leren kennen en ervaringen uit ruraal Kenia, Manilla of Den Haag te delen. In een tijd van krimpende maatschappelijke ruimte is het opvallend dat het prioritaire thema van dit jaar is ‘Volledige en effectieve participatie en besluitvorming van vrouwen in het openbare leven, evenals de uitbanning van geweld, voor het bereiken van gendergelijkheid en de empowerment van alle vrouwen en meisjes.’  Het is overigens ook opvallend hoe de CSW altijd van die ongelooflijk lange titels heeft.

Het belang van dit thema wordt helder samengevat door het eigen deskundigenpanel van de VN, dat benadrukt dat ‘gendergelijkheid niet kan worden bereikt tenzij het openbare leven en de besluitvorming vrouwen en meisjes in al hun diversiteit omvatten.’ Misschien nog belangrijker is dat het wijdverbreide falen om dit doel te bereiken betekent dat ‘beleidsresultaten waarschijnlijk schadelijk en ineffectief zullen zijn en zullen leiden tot schending van de rechten van vrouwen.’

Dit is precies de conclusie van het Global Shadow Report Women 2030 dat ik vorig jaar schreef en waarin ik – bouwend op het werk van feministische en milieuorganisaties in 34 landen – keek naar kansen en structurele barrières voor het bereiken van gendergelijkheid. En ook van “The gendered impacts of large-scale land investments and women’s responses”, waarin ik samen met Magdalena Kropiwnicka lessen in kaart bracht voor het beschermen van vrouwenrechten bij grootschalige investeringen.

Beide rapporten benadrukken dat de uitsluiting van vrouwen van de besluitvorming – of het nu gaat om grootschalige landinvesteringen  of  beleidsontwikkeling  – hand in hand gaat met het materiële verlies van land en inkomen, geweld, fysieke en mentale gezondheidsuitdagingen en verdere uitsluiting van vrouwen. Aan de andere kant vonden we veel voorbeelden van vrouwen wereldwijd die verandering leiden die niet alleen ten goede komt aan zichzelf, maar ook aan hun samenlevingen en de planeet.

Waar zijn de vrouwen in tijden van COVID-19?

Tijden van crisis bieden zowel kansen als risico’s voor degenen die het meest gemarginaliseerd zijn. Veel mensen hebben de hoop uitgesproken dat de pandemie, naast de enorme tol die het eist op levens en vrijheden, ook een cruciaal moment zou kunnen zijn voor transformatieve verandering. Wat is er het afgelopen jaar met de participatie van vrouwen gebeurd en wat vertelt het ons over wat er op dit unieke moment kan worden gedaan?

Helaas hebben we weinig harde data, maar we zien wel een aantal trends. De pandemie heeft deelname aan openbare ruimte en besluitvorming voor de meeste mensen moeilijk gemaakt, maar voor vrouwen en andere groepen die al langer zijn uitgesloten, zijn de uitdagingen bijzonder groot. Bij gebrek aan fysieke ontmoetingsruimtes wordt toegang tot technologie en internet nog belangrijker, en over de hele wereld is de digitale kloof nog duidelijker geworden – en zeker ook op het gebied van gender. Bijvoorbeeld, in India, ondanks de befaamde tech-industrie van het land, hebben veel gezinnen slechts één telefoon, die meestal in handen is van het mannelijke hoofd van het huishouden. Hoewel online events het voor vrouwen uit afgelegen gebieden in theorie gemakkelijker kan maken om deel te nemen, sprak ik de laatste tijd verschillende vrouwenorganisaties als onderdeel van het Emergent Agency project die vertelden dat het tegenovergestelde vaak het geval is.

We weten dat de obstakels die veel vrouwen al hadden, alleen maar zijn toegenomen tijdens de coronacrisis: de last van onbetaald zorgwerk, de precariteit van betaalde arbeid en de alomtegenwoordigheid van bedreigingen en geweld thuis en elders, ook online. We weten dat meisjes, vrouwen en genderdiverse mensen van kleur of met een migratieachtergrond bij uitstek geraakt worden. Al deze factoren maken het ook lastiger voor vrouwen om bij elkaar te komen om van gedachten te wisselen en zich te organiseren, iets waarvan we weten dat het een cruciale voorwaarde is voor zinvolle participatie.

We zien dat de meeste overheden en officiële COVID-19-responsteams door mannen geleid en gedomineerd worden, en dat in hun beleid en acties de behoeften van vrouwen vaak over het hoofd worden gezien. Phumzile Mlambo-Ngcuka, de directeur van UN Women, riep onlangs de regeringen van de wereld op om te stoppen met het buitenspel zetten van vrouwen in hun pandemiereacties. ‘Van de 87 landen die we hebben ondervraagd, heeft slechts 3,5 procent task forces met 50 procent vrouwen’,  zei ze. De rest van de landen hebben task forces waarin vrouwen een minderheid zijn… dit is onaanvaardbaar.’

De vele “manels” op een recente VN Food Systems-top laten zien hoe belangrijk stem en zichtbaarheid is – vooral tijdens de huidige pandemie (Screenshot, FAO-evenement 25/2/2021)

Ondertussen blijven manels – all-male expert panels – alomtegenwoordig in coronatijd, en laten enquêtes van maatschappelijke organisaties als Care zien dat lokale vrouwenrechten organisaties nog veelal worden uitgesloten van besluitvorming en financiering in noodhulp. In zo’n context is het niet verwonderlijk dat veel COVID-19-respons weinig rekening houdt met de behoeften van vrouwen, laat staan dat zij bijdraagt aan structurele verandering voor gendergelijkheid.

Tegelijkertijd weten we dat vrouwen over de hele wereld aan de pandemische frontlinie staan en hun families en gemeenschappen ondersteunen. Zoals in een recent ActionAid rapport is beschreven, zijn organisaties die inzetten op vrouwelijk leiderschap bij noodhulp, bijzonder effectief in het aanpakken van de behoeften van alle getroffenen, terwijl tegelijkertijd de vaardigheden worden versterkt en de genderongelijkheid wordt aangepakt. En er is veel geschreven over de succesvolle aanpak van veel vrouwelijke regeringsleiders in de pandemie, met meer aandacht voor specifieke behoeften van vrouwen.

Als je meer vrouwen aan tafel wilt, leer dan van vrouwen hoe dit te bereiken

Het is een no-brainer dat debat en besluitvorming die de helft van de bevolking uitsluit – of welk deel ervan dan ook – niet alleen onrechtvaardig is, maar ook resulteert in halfbakken oplossingen. De meeste mensen zullen het hiermee eens zijn. En toch zien we aan de vooravond van CSW65 nog lang niet genoeg vrouwen aan tafel. Het goede nieuws is dat we weten wat er gedaan moet worden om dit te veranderen. Feministische groepen en vrouwenrechtenorganisaties wereldwijd hebben decennia aan ervaring opgebouwd en wijzen ons de weg.

Om te beginnen is meer transparantie en gender-specifieke en intersectionele data hard nodig. Het feit dat we gewoon niet weten wat er op dit moment gebeurt met de participatie van vrouwen is problematisch. In beide eerdergenoemde studies vonden we een groot gebrek aan stemmen van vrouwen in onderzoek, maar ook dat wanneer vrouwen wel actief betrokken worden, onderzoek niet alleen de benodigde data kan leveren maar ook echt transformatief kan zijn.

De grootste uitdaging is om participatie en besluitvorming echt volwaardig en betekenisvol te maken voor vrouwen in al hun diversiteit. Beide studies toonden aan dat vrouwen uit plattelandsgebieden of met inheems of migrantenachtergrond buitenproportioneel veel worden uitgesloten bij beleidsprocessen. Maar ook dat veel maatschappelijke organisaties en bewegingen steeds succesvoller zijn geworden in het betrekken en ondersteunen van deze groepen. Belangrijke succes factoren: toegang tot informatie en veilige ruimtes voor vrouwen om hun ervaringen te delen, gezamenlijke (machts)analyse te doen en zichzelf te organiseren; en zichtbaarheid – vandaar de noodzaak een einde te maken aan manels). Dit vereist specifieke aandacht voor taal, (digitale) veiligheid, tijdstippen van bijeenkomsten die werken voor vrouwen en hun specifieke rollen en andere praktische barrières. De ervaringen van veel vrouwenorganisaties bevestigen ook dat het betrekken van mannen bij de aanpak van diepgewortelde sociale stereotypen en het gebruik van quota beide cruciaal zijn.

Hoewel de inzichten, ervaring en vastberadenheid van vrouwenbewegingen en organisaties over de hele wereld reden tot hoop geven, zien we ook toenemende repressie, gebrek aan financiering en uiteraard de extra uitdagingen van de pandemie. Zonder een fysieke aanwezigheid in besluitvormingsruimtes, of zelfs maar in de gangen die leiden naar de tafels waar beslissingen worden genomen, hebben vrouwengroepen, nu meer dan ooit, steun nodig van bondgenoten over de hele wereld. En is het belangrijk dat veel meer vrouwen en meisjes de kans krijgen om deel uit te maken van de daadwerkelijke onderhandelingen, omdat dit – zoals ik zelf zag – echt verschil kan maken.

Als we kijken naar de toekomst na COVID-19 dan staat er veel op het spel – voor iedereen. Tot nu toe is onze hoop dat de pandemie een critical juncture kan zijn om meer transformatieve verandering te bereiken, ongegrond gebleken. De machtsstructuren en het patriarchaat die de meeste van onze samenlevingen kenmerken zijn stevig overeind zijn gebleven, zo niet geïntensiveerd. CSW65 is een belangrijke kans om ‘vrouwen aan tafel’ de game-changer te maken die het kan zijn, maar het is aan ieder van ons om – zoals UN Women directeur Mlambo-Ngcuka zegt – “in de gaten te houden wie aan tafel zit, en wie aan het hoofd”.

 

*Een Engelse versie van dit artikel verscheen eerder op de website van de Atlantic Fellows for Social and Economic Equity.

****************************************************

Barbara van Paassen is Atlantic Fellow voor Social and Economic Equity aan de London School of Economics en onafhankelijk consulent die change-makers ondersteunt in hun werk voor sociale rechtvaardigheid. Zij bouwt hierbij op ervaring in beleid, onderzoek, pleitbezorging en campagnes. Van 2011 tot 2018 werkte Barbara bij ActionAid in Nederland, eerst als beleidsadviseur land- en vrouwenrechten en later als hoofd beleid en campagnes. Ze woont nu in Milaan, Italië, van waar ze samenwerkt met maatschappelijke organisaties en bewegingen over de hele wereld om onrecht en ongelijkheid aan te pakken. Ze twittert op @bvpaassen

 

Voorbij aan de Nederlandse navel

Door Paul Hoebink | 15 april 2021

In de reeks over wat er qua ontwikkelingssamenwerking in het nieuwe regeerakkoord hoort te komen, is ditmaal het woord aan Paul Hoebink, vaste columnist van Vice Versa. ‘Als de pandemie ons íets duidelijk moet maken, dan is het dat gezondheidszorg en kennis mondiale publieke goederen zijn.’

Lees artikel

Wereld Café: Een nieuwe lente?

Door Marc Broere | 08 april 2021

Op donderdagmiddag 22 april vindt het volgende Wereld Café plaats waarin we in gesprek gaan over actuele mondiale thema’s. De tijd lijkt rijp voor nieuw activisme, maar hoe is dat ook te verzilveren?

Lees artikel

Nieuwe prioriteiten voor OS in regeerakkoord? Nee bedankt!

Door Dirk Jan Koch | 07 april 2021

In zijn nieuwe column kijkt Dirk-Jan Koch vooruit naar de passages over ontwikkelingssamenwerking (OS) in het nieuwe regeerakkoord. Hij pleit in deze column tegen het toevoegen van nieuwe prioriteiten aan de OS-agenda en stelt dat de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking een soort kerstboom is geworden die bijna bezwijkt onder alle verlichting, ballen en kransjes. Om een kwaliteitsslag te maken, is het beter om deze keer de boom juist te snoeien en geen nieuwe versieringen toe te voegen.

Lees artikel