Door:
Marc van Dijk

30 maart 2021

Tags

Om de wereld te verbeteren, heb je het bedrijfsleven nodig – dat krachtiger is dan alle overheden bijeen, maar ook ongekend veel schade aanricht. Linda van Beek, directeur van het Global Compact Netwerk Nederland, helpt bedrijven om een verantwoorde koers te vinden. ‘Neem de duurzame doelen als leidraad.’

Toen ze nog in de politiek werkte, als assistent van de staatssecretaris van Handel, vond ze het bedrijfsleven vaak te defensief reageren op klimaatmaatregelen. Nú ziet Linda van Beek vooral de veranderkracht van bedrijven.

‘Ik ben altijd positief geweest over het innovatievermogen en daarmee over de potentiële maatschappelijke impact van het bedrijfsleven’, zegt ze. ‘En gelukkig wordt mijn optimisme steeds sterker bevestigd. Ik zie een veel progressievere koers bij een groot deel van de bedrijven.’

Een gesprek met Van Beek geeft in de aanloop naar de verkiezingen een verfrissend en minstens gedeeltelijk gunstig beeld van een cruciale factor bij elke mogelijke verandering in Nederland en erbuiten: het bedrijfsleven. Of je nu wilt dat Nederland de klimaatdoelen haalt, internationale samenwerking weer op de agenda zet of de ontwikkelingsmogelijkheden van mensen in kansarme landen vergroot: het lukt je niet zonder bedrijven.

‘En het mooie is dat die positieve kracht er sowieso al is, welke regering er ook komt’, zegt Van Beek. ‘Onlangs hebben vierhonderd bedrijven het Green Recovery Statement ondertekend, om maar iets te noemen. Daarmee dringen die bedrijven er bij de regering en de Europese Unie op aan om duurzaamheid centraal te stellen in het herstelplan, om uit de coronacrisis te komen.’

Het probleem is alleen dat bedrijven op aarde zijn om winst te maken, te groeien en nòg meer winst te maken. Tenminste, dat dachten ze tot diep in de twintigste eeuw – en voor een deel denken ze dat nog steeds. Gelukkig zijn er tekenen van verandering, een doorbrekend besef dat enkel winst niet meer genoeg is als er grote delen van onze planeet onleefbaar dreigen te worden door klimaatverandering en de ongelijkheid in de wereld nog steeds toeneemt.

Linda van Beek (1980) geeft vanuit Den Haag leiding aan het Global Compact Netwerk Nederland, een afdeling van het grote VN-initiatief Global Compact. Het heeft tot doel bedrijven te stimuleren om duurzaamheid centraal te stellen en maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Het is een privaat netwerk, ‘maar we krijgen wel steun van de overheid en andere organisaties’, zegt Van Beek. ‘Nederland betaalt mee aan het overkoepelende Global Compact en er is een senior ambtenaar bij ons gedetacheerd. Werkgeversorganisatie VNO-NCW heeft Global Compact sinds het begin ondersteund, maar het belangrijkst zijn de bedrijven, die voor hun lidmaatschap betalen. Het aantal leden is het laatste jaar met dertig procent gegroeid, tot tweehonderd stuks.’

Dus de pandemie heeft het niet afgeremd.

‘Nee, ik denk dat veel bedrijven zich als nooit tevoren realiseren dat hun positieve kracht groot kan zijn, soms op verrassende wijze. Auping begon tijdens de coronacrisis naast matrassen ineens medische mondkapjes te produceren.’

Hoe is Global Compact ontstaan?

‘Twintig jaar geleden zei toenmalig VN-chef Kofi Annan bij het Wereldeconomisch Forum: met uitsluitend overheden gaan we het niet redden tegenover de grote uitdagingen van deze tijd. Het is nodig dat bedrijven ook andere doelen dan winst nastreven en dat ze hun positieve maatschappelijke impact vergroten. Daarna is het initiatief ontstaan dat tot VN-Global Compact leidde. Grote Nederlandse multinationals, waaronder Unilever, Philips en AkzoNobel, sloten zich er vanaf het begin bij aan.’

Over welke uitdagingen had Annan het?

‘Onder zijn leiding zijn de VN-richtsnoeren voor het bedrijfsleven en mensenrechten geformuleerd; waarden op het gebied van milieu, arbeid en corruptie. Een soort spelregels waarvan je hoopt dat steeds meer bedrijven zich eraan houden, op weg naar een betere wereld. De afgelopen vijf jaar zijn daar de duurzame ontwikkelingsdoelen bijgekomen – als opvolgers van de millenniumdoelen –, ook als een mondiaal kompas dat de juiste richting aanwijst: het vergroten van positieve maatschappelijke impact. De positie van bedrijven is daarin veel belangrijker geworden.’

Op welke manier?

‘De millenniumdoelen gingen vooral over ontwikkelingslanden, terwijl de duurzame doelen een agenda voor heel de wereld zijn: 169 landen hebben ervoor getekend. Ook een welvarend land als Nederland kent grote uitdagingen met klimaat of inclusiviteit – en die zeventien doelen zijn niet alleen voor overheden bedoeld, maar ook voor ngo’s en bedrijven. Het heeft effect: bedrijven kijken actiever welke bijdrage ze zelf aan die grote vraagstukken kunnen leveren. Ze bezitten meer kapitaal dan overheden. Ze kunnen ook unieke oplossingen bieden, in de vorm van innovaties op het gebied van klimaat, circulaire economie en biodiversiteit.’

Ze hebben ook de grootste negatieve impact.

‘Klopt, en daarom is het nog belangrijker dat ze zich daar bewust van zijn en dat ze het proberen te veranderen.’

En ziet u dat gebeuren?

 ‘Ja, ik merk aan onze groei en de activiteit van onze leden dat maatschappelijke betrokkenheid heel hoog op de agenda staat. We zitten nu in de coronacrisis, maar we zaten natuurlijk ook al in een klimaatcrisis. Bedrijven willen zich daar niet afzijdig van houden. Jong talent zoekt naar plaatsen waar het verschil wordt gemaakt. In sollicitatiegesprekken is het vaak een van de belangrijkste vragen van kandidaten.’

‘Global Compact heeft een programma waarin we jonge werknemers van verschillende bedrijven en organisaties bijeenbrengen om aan een SDG-gerelateerd project te werken. Dat is zeer populair: voor een evenement erover meldden zich in korte tijd zeshonderd mensen aan. Het leeft enorm.’

Hoe zorgt u dat bedrijven die zich bij Global Compact aansluiten zich niet beperken tot mooie woorden en loze beloften, die ook nog eens worden ingezet als fraai pr-materiaal?

‘Een bedrijf gaat bij ons echt een commitment aan. Dat gebeurt bewust, op het hoogste niveau. Voor de grote spelers geldt: de CEO schrijft een brief aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Vanaf dat moment moet het bedrijf jaarlijks in een verslag laten zien wat het aan die VN-richtsnoeren heeft gedaan.’

En als een bedrijf er toch niet genoeg aan doet?

‘Wie zich aansluit is over het algemeen zeer gemotiveerd om het elk jaar beter te doen. De verslagen worden openbaar gemaakt, onze leden weten dat ze slecht voor de dag komen als ze niet genoeg vooruitgang boeken.’

Op welke voorbeelden baseert u uw optimisme?

‘Te veel om op te noemen. Heineken is wereldwijd een kolossale speler in het bevorderen van adequaat watergebruik. Het steunt herbebossingsprojecten in Indonesië, werkt met boeren in Mexico om efficiënter met irrigatie om te gaan, levert apparatuur aan een waterbedrijf in Egypte om lekkages in de infrastructuur op te sporen.  En als het misgaat, zoals recentelijk in de Bralima-zaak, heeft Heineken de gedupeerden meteen goed geholpen.’

‘Een ander voorbeeld: Rijk Zwaan, dat met kennis en hoogwaardige zaden een bijdrage levert aan verbetering van de groenteteelt in ontwikkelingslanden. Het participeert in projecten in onder andere Tanzania, waarin het om kennisoverdracht aan lokale boeren draait. Het is een intensieve samenwerking met overheden, lokale partners en ngo’s.’

‘Philips heeft de ambitie zorg te bieden aan mensen in gemeenschappen met geen of slechte toegang tot zorg: door de bouw van medische centra en veel aandacht voor preventie, zoals moeder-en-kindzorg om kindersterfte tegen te gaan.’

En waar zit de innovatiekracht in, waar u het over had?

‘NXP Semiconductors draagt met chiptechnologie bij aan efficiëntere en productievere landbouw, met minder voedselverspilling. Coca-Cola Nederland heeft afgelopen jaar besloten volledig te stoppen met gebruik van nieuw plastic, dat heeft een enorme impact op de plasticproblematiek.’

‘Voedings- en chemieconcern Corbion heeft zijn zakelijke doelstellingen aan de duurzame doelen gekoppeld. De biobased chemicaliën en materialen die het bedrijf maakt, worden gebruikt als vervangers voor op aardolie gebaseerde producten in allerlei markten, zoals de farmaceutische industrie, elektronica, landbouw, coatings. Ook ontwikkelde Corbion biologisch afbreekbaar plastic. Dat vermindert het gebruik van traditionele fossiele plastics en is gemaakt van hernieuwbare grondstoffen, met name suikerriet, dat ook nog eens CO2 absorbeert tijdens de groei.’

Genoeg om trots op te zijn, maar er zijn ook schaduwkanten, zoals begin dit jaar weer bleek toen Shell een grote rechtszaak verloor, die door Nigeriaanse boeren was aangespannen wegens het verwoesten van hun grond door olielekkages. Shell is ook lid van Global Compact.

‘Klopt. Als zoiets gebeurt, zullen daar door de VN in New York zeker vragen over worden gesteld aan Shell. Ik kan niet op die zaak ingaan, dat is niet mijn rol. Maar ik denk wel dat het goed is je te realiseren dat deze thematiek een lange adem vergt.’

‘Het is een proces waarin gelukkig steeds meer dingen goed gaan, maar ook verkeerd gaan. Dan is het vooral nodig erover in gesprek te treden. Hoe heeft het kunnen gebeuren? Wat doe je om de schade te herstellen, om het in de toekomst te voorkomen? Daar is IMVO-wetgeving ook belangrijk voor.’

Joël Voordewind van de ChristenUnie is zeer kritisch over de mensenrechtensituatie in landen waarmee handel wordt gedreven. Volgens hem zijn er genoeg IMVO-richtlijnen, maar is de inzet van het bedrijfsleven te vrijblijvend. Hij betreurt het bovendien dat het nu aan Europa wordt overgelaten om verdere wetgeving te ontwikkelen.

‘Ik onderschrijf die kritiek maar ten dele. Nederland heeft de laatste jaren gekozen voor een beleid met IMVO-convenanten: overeenkomsten waarin bedrijven samen met overheden en maatschappelijke organisaties hun ambities formuleren. Een aanpak die de verantwoordelijkheid voor verandering bij de maatschappij legt en niet bij de staat. Dat lijkt me heel gezond.’

Maar levert het genoeg verbetering op?

‘Op sommige gebieden was meer te bereiken geweest met wetgeving, maar er is veel gebeurd: er zijn nu al meer dan tien IMVO-convenanten in verschillende sectoren. Als je naar de textielsector kijkt, dan zie je dat kledingbedrijven en ngo’s de handen ineen hebben geslagen na de ramp met de ingestorte fabriek in Bangladesh.’

‘Productielocaties zijn inzichtelijker gemaakt, waardoor controles beter mogelijk zijn. Dat had je met puur Nederlandse wetgeving niet snel bereikt. Juist de methode van drukzetten door vakbonden, overheden, ngo’s en bedrijven sámen leidt tot resultaat – zo breng je lokale fabriekseigenaren op andere gedachten.’

‘Je kunt Nederlandse bedrijven wel eenzijdig strenge verplichtingen opleggen, maar dat leidt niet snel tot verandering van dit soort ingewikkelde ketens.’

Wat moet er beter?

‘Wat Joël Voordewind óók ter sprake brengt is dat er nog veel te weinig bedrijven zich bewust zijn van de Oeso-richtlijnen voor multinationals, de MVO-richtlijnen voor bedrijven die internationaal opereren. Dat blijkt ook uit onderzoek in opdracht van minister Kaag en dat moet absoluut anders.’

‘Elk bedrijf in Nederland met een internationale aanvoerketen moet zich bezighouden met IMVO-risico’s en -richtlijnen, dus daar moet inderdaad wetgeving voor komen. Maar anders dan Voordewind zou ik het geen  zwaktebod vinden als dit Europese wetten zouden zijn. Integendeel: als in heel Europa bedrijven verplicht worden meer aandacht te hebben voor IMVO in hun complete keten, dan heeft dat een veel groter effect. En gelukkig is de kans groot dat die wetgeving er komt, ongeacht de nieuwe Nederlandse regering.’

Wat is uw advies aan die regering?

‘Ik zou er vooral op aandringen dat ze de duurzame doelen veel meer als leidraad neemt voor beleid. Voor alle grote vraagstukken zijn er daarin scherpe doelstellingen geformuleerd, die richting kunnen geven – je ziet aan de bedrijven dat het werkt, daar kan de politiek een voorbeeld aan nemen.’

‘Nederland maakt wel elk jaar een rapport over de voortgang op het gebied van die doelen, maar vervolgens worden er te weinig conclusies aan verbonden. Moeten we een tandje bijzetten, moet er nieuw beleid komen, is het bedrijfsleven nog meer aan zet? Die aanpak kent de politiek op dit moment niet. Ik pleit voor een publiek-private SDG-strategie.’

Waarom pleit u niet gewoon voor strengere wetten om beter gedrag van bedrijven af te dwingen?

‘Je kunt wel heel strenge regels voor Nederlandse bedrijven maken, maar dan is het resultaat dat concurrenten uit andere landen hun posities overnemen – en het is zeer de vraag of díe dan net zo bereid zijn te investeren in duurzaamheid en innovatie. Ik zou altijd liever de innovatie- en slagkracht van het Nederlandse bedrijfsleven blijven gebruiken.’

Voorbij aan de Nederlandse navel

Door Paul Hoebink | 15 april 2021

In de reeks over wat er qua ontwikkelingssamenwerking in het nieuwe regeerakkoord hoort te komen, is ditmaal het woord aan Paul Hoebink, vaste columnist van Vice Versa. ‘Als de pandemie ons íets duidelijk moet maken, dan is het dat gezondheidszorg en kennis mondiale publieke goederen zijn.’

Lees artikel

Wereld Café: Een nieuwe lente?

Door Marc Broere | 08 april 2021

Op donderdagmiddag 22 april vindt het volgende Wereld Café plaats waarin we in gesprek gaan over actuele mondiale thema’s. De tijd lijkt rijp voor nieuw activisme, maar hoe is dat ook te verzilveren?

Lees artikel

Nieuwe prioriteiten voor OS in regeerakkoord? Nee bedankt!

Door Dirk Jan Koch | 07 april 2021

In zijn nieuwe column kijkt Dirk-Jan Koch vooruit naar de passages over ontwikkelingssamenwerking (OS) in het nieuwe regeerakkoord. Hij pleit in deze column tegen het toevoegen van nieuwe prioriteiten aan de OS-agenda en stelt dat de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking een soort kerstboom is geworden die bijna bezwijkt onder alle verlichting, ballen en kransjes. Om een kwaliteitsslag te maken, is het beter om deze keer de boom juist te snoeien en geen nieuwe versieringen toe te voegen.

Lees artikel