Door:
Paul Hoebink

15 april 2021

Tags

In de reeks over wat er qua ontwikkelingssamenwerking in het nieuwe regeerakkoord hoort te komen, is ditmaal het woord aan Paul Hoebink, vaste columnist van Vice Versa. ‘Als de pandemie ons íets duidelijk moet maken, dan is het dat gezondheidszorg en kennis mondiale publieke goederen zijn.’

Misschien wel het meest dramatische moment in de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking van het laatste decennium vond op 2 februari 2018 plaats, in Dakar, Senegal: onder toeziend oog van de presidenten Sally en Macron moest de Nederlandse vertegenwoordiger met rode wangen aangeven dat Nederland geen stuiver kon toezeggen voor de nieuwe driejarige periode voor het Global Partnership for Education.

Daar stond een van de grondleggers van het initiatief en verreweg de grootste contribuant in de eerste tien jaar ervan, met een lege portemonnee. Nog staat Nederland vanwege die eerste jaren op een tweede plaats, na het Verenigd Koninkrijk, op de lijst van belangrijkste donoren voor het Partnership sinds 2004. Maar dat is voorbij. De Kamer kan hoog en laag springen, meer geld voor meisjesonderwijs vragen, maar toch had minister Kaag vorig jaar maart maar vijftig miljoen dollar in kas voor de komende drie jaar voor het Partnership.

Verschillende politieke partijen stelden ook nu in hun verkiezingsprogramma dat de Nederlandse ontwikkelingshulp terug moet groeien naar 0,7 procent van het bnp (ChristenUnie, D66, PvdA, Denk en GroenLinks) en de PvdD en Bij1 willen zelfs naar één procent. Maar bij de VVD kan er wel meer vanaf en het CDA, met verreweg de kortste paragraaf over ontwikkelingssamenwerking, wil de uitgaven (net als 50Plus) ‘op peil houden’, zonder te melden welk peil dat is. (Bij Volt houdt het buitenland op in Europa en kennen ze ontwikkelingslanden en ontwikkelingssamenwerking niet.)

Het zou betekenen dat bij CDA en VVD de al acht jaar bestaande bezuiniging van bijna anderhalf miljard euro op ontwikkelingshulp gehandhaafd blijft en deze blijft staan op 0,56 procent van het bnp en verder zakt naar 0,52 procent in 2024 en ’25. Omdat die Nederlandse hulp relatief laag is, zal het aandeel daarvan dat naar internationale organisaties gaat – nu 42,7 procent – verder groeien, zeker met de sterk toenemende Europese uitgaven. Daarmee wordt bij het ‘handhaven van het huidige peil’ het ‘eigen deel’ dat Nederland vrij kan besteden nog geringer, de Nederlandse hulp een quantité négligeable en zal die 2 februari 2018 nog vaker terugkeren.

Mondiale publieke goederen

Het effect daarvan zal zijn dat Nederland op het terrein van ontwikkelingssamenwerking geen gesprekspartner meer is: wie niet betaalt, heeft ook niet het recht om mee te spreken. Dat is misschien nog minder erg dan het gebrek aan geld, want de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking blonk in het afgelopen decennium niet echt uit in ideeën en niet in toekomstvisies.

De nota’s van de laatste twee ministers waren van armzalig intellectueel niveau en de treurnis is dat datzelfde geldt voor de programma’s voor de laatste verkiezingen. Het doet er dan eigenlijk niet toe dat de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking een kerstboom is met veel en ook nog eens kleine kerstballetjes (omdat er weinig geld is). Veel problematischer is dat Nederland geen visie heeft, dat de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking en internationale samenwerking niet geplaatst worden in een zich ontwikkelende wereld, in een mondialisering die afstanden heeft verkleind en voortdurend problemen van ‘daar’ naar ‘hier’ verhuist.

In een uitstekend opinieartikel in Trouw (van 10 april) gaf generaal Ingo Piepers aan dat bij Defensie er een voortdurende roep is om meer geld, zonder dat er een visie lijkt te bestaan over hoe onze defensiestrategie er voor de komende decennia uit moet zien, behalve dat men meer duur ‘speelgoed’ wil. Hetzelfde lijkt te gelden voor ontwikkelingssamenwerking en internationale samenwerking.

Als de huidige pandemie ons íets duidelijk moet maken, dan is het wel dat gezondheidszorg en kennis mondiale publieke goederen zijn. Als we het coronavirus door laten woekeren in ontwikkelingslanden, vooral ook in Afrika, dan zal het in een hele serie afwijkende varianten naar ons retour komen. Vaccinatienationalisme wordt dan de oogkleppenvariant van de ver-van-mijn-bed-show.

Ontwikkelingssamenwerking van de eenentwintigste eeuw moet internationale samenwerking worden op terreinen van gezondheidszorg en kennis. Dat betekent versterking van de Wereldgezondheidsorganisatie, extra middelen voor de Vaccine Alliance (Gavi) en het Global Fund (GAFTM), maar ook het delen van kennis, het opleiden van mensen ‘hier’ en ‘daar’.

Relatieve chaos

De lijst van mondiale publieke goederen reikt vanzelfsprekend een eind verder. Veel ervan zijn nationale publieke goederen die door de toenemende verknooptheid van de wereld regionaal en zelfs mondiaal zijn geworden, maar enkele zijn mondiaal van nature, zoals het klimaat en de ozonlaag.

Op die lijst, van zaken die eigenlijk de hele mensheid aangaan, staan inderdaad ook internationale veiligheid, klimaat, het verdwijnen van biodiversiteit, voedselzekerheid; mondiale publieke goederen met elk hun eigen wanorde en dilemma’s. We hebben het over groeiende risico’s en gemiste kansen, zoals de International Task Force on Global Public Goods al in zijn rapport van 2006 aangaf, want er zijn ook global public bads, zoals niet-functionerende financiële systemen en instabiliteit en handelssystemen met free riders.

Het is een feit dat er op al deze terreinen relatieve chaos is, wat betreft verantwoordelijkheden van meestal relatief zwakke internationale organisaties, met financieringsstructuren waar vaak meer een ‘ieder-voor-zich’ heerst. Daar komt bij dat beoordelings- en evaluatiesystemen van internationale organisaties (zoals MOPAN) veelal te diplomatiek en te weinig kritisch zijn, te weinig ook gebaseerd op goed veldonderzoek, zoals in het verleden wel een enkele keer gebeurde.

Het inzetten op mondiale gezondheidszorg, voedselzekerheid voor iedereen en het verbeteren van het klimaat zullen om een grote internationale inzet vragen – en met het aantreden van Biden zijn de vooruitzichten daarop ineens veel gunstiger. Waar Nederland hier in het verleden veelal vooropliep, staan we nu qua inzet en ideeënrijkdom op achterstand. Het populisme heeft nagenoeg alle politieke partijen gedwongen om de eigen navel belangrijker te vinden, om niet meer over de (Europese) grenzen te kijken en te komen tot vooruitziend internationaal beleid.

Met groene mest

Na die herbezinning op internationale samenwerking kunnen we natuurlijk ook nog naar de kerstboom kijken die de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking blijkbaar is, naar al die veel te kleine en vaak weinig effectieve balletjes: naar een herziening van de lijst van focuslanden (met het schrappen van Niger en Nigeria en landen die alleen humanitaire hulp ontvangen), naar een rationalisering van de potjes van het bedrijfsleven en het afschaffen van het Dutch Good Growth Fund, naar eindelijk een kritische evaluatie van het FMO, naar een nieuw beleid voor medefinanciering voor particuliere organisaties, naar een kritische doorlichting en daaraan aangepaste financiering van internationale organisaties. Maar laten we alsjeblieft eerst de omgeving waarin die kerstboom moet groeien en bloeien in kaart brengen en van groene mest voorzien.

Paul Hoebink is emeritus-hoogleraar aan het CIDIN in Nijmegen

The tailor-made support by Amani Kibera

Door Eunice Mwaura | 07 mei 2021

In particular, locally rooted organizations make a difference in the response to Covid-19. With few resources, they deliver tailor-made assistance and make a Hugh impact. A report on the work of Amani Kibera in Nairobi. ‘It’s not only more effective, it guarantees the dignity of the people.’

Lees artikel

Versterk de tegenmacht van het middenveld

Door Kees Zevenbergen | 06 mei 2021

In de reeks over wat er qua ontwikkelingssamenwerking in het regeerakkoord hoort te komen, is het woord aan Kees Zevenbergen, directeur van Cordaid. ‘Het ministerie kan wel wat Rijnlands denken gebruiken: méér lange termijn, meer risico’s en durf. Het gebeurt als je het loslaat!’

Lees artikel

Debat: De export van landbouwkennis veroorzaakt klimaatimpact over de grens

Door Vice Versa | 06 mei 2021

11 mei a.s. om 19:00 vindt er een debat plaats over de rol van landbouw op klimaatverandering. Verrassend…

Lees artikel