Door:
Kees Zevenbergen

6 mei 2021

Tags

In de reeks over wat er qua ontwikkelingssamenwerking in het regeerakkoord hoort te komen, is het woord aan Kees Zevenbergen, directeur van Cordaid. ‘Het ministerie kan wel wat Rijnlands denken gebruiken: méér lange termijn, meer risico’s en durf. Het gebeurt als je het loslaat!

Recent stuurde demissionair minister Kaag een mooie brief aan de Tweede Kamer, waarin ze reflecteert op de impact van de pandemie op conflicten. De brief leest als het testament voor haar opvolger, die voor de uitdaging staat beleid te maken voor ontwikkelingssamenwerking in een wereld die er sinds ruim een jaar totaal anders uitziet. Kaag stelt een ‘mensgerichte benadering’ voor, die uitgaat van het perspectief van de lokale bevolking op veiligheid en rechtvaardigheid. Je zou het kunnen zien als een herwaardering van de menselijke maat.

De brief is een doorvertaling van het door VN-chef Guterres gemunte building back better. De coronacrisis heeft zo’n gigantisch mondiaal effect, dat we ‘het systeem’ radicaal moeten hervormen om als internationale gemeenschap de grote uitdagingen van deze tijd – waaronder klimaatverandering, verlies van biodiversiteit, groeiende ongelijkheid, gedwongen migratie – op een adequate manier aan te pakken. Kaag heeft al eerder gepleit voor een ‘mondiale reset’.

Het uitgangspunt

Tijdens haar ministerschap heeft Kaag naar mijn smaak te weinig het grote belang van het middenveld onderkend in de verschillende rollen die het speelt: van de uitvoering van humanitaire programma’s en systeemversterking in de zorg tot luis in de pels van autoritaire machthebbers. Het is daarom interessant dat ze nu een vurig pleidooi houdt voor het werken van onderop.

‘Het versterken van deze lokale weerbaarheid’, schrijft ze, ‘vereist in toenemende mate dat het perspectief van de lokale bevolking het uitgangspunt is van ontwikkelingssamenwerking. […] Juist in fragiele en conflictlanden, waar het sociale contract tussen overheden en burgers vaak zwak is, moet de ontwikkelingsinzet uitgaan van de lokale prioriteiten. Deze aanpak versterkt eveneens het maatschappelijk middenveld, in een tijd waarin de ruimte daarvoor in veel landen afneemt.’ Klinkt mij als muziek in de oren – al heeft het deuntje vaker geklonken…

Nederland kent een rijke traditie in het ondersteunen van maatschappelijke organisaties wereldwijd en heeft daarmee internationaal goede sier gemaakt. Het belang ervan is vanwege covid – waarvoor in talloze landen wet- en regelgeving burgerlijke en politieke vrijheden zijn uitgehold – alleen maar groter geworden. De huidige strategische partnerschappen die op 1 januari 2021 van start zijn gegaan, heten Power of Voices. Macht èn tegenmacht. Inmiddels heeft heel politiek Den Haag de mond ervan vol.

Meer Rijnlands denken

De grote betekenis van het maatschappelijk middenveld komt tot zijn recht waar het een onafhankelijke en gelegitimeerde rol kan spelen tegenover de powers that be. Een verstatelijkt en dóór-geïnstitutionaliseerd middenveld is niet wat we willen, maar juist het versterken van informele, sociale bewegingen met een grote achterban en bereik. Dat vereist een andere manier van financieren en verantwoorden.

Niet om de paar jaar een ander kader met nieuwe vereisten en prioriteiten, maar langjarige continuïteit. Een soort medefinancieringskader 2.0, dat volop ruimte geeft aan daadwerkelijk zuidelijk leiderschap en eigenaarschap. De Power of Voices zijn toch nog te veel een bevestiging van de status quo en ontworpen vanuit het perspectief van een Nederlandse drang tot beheersmatigheid – en die drang moet nu eindelijk beteugeld worden!

De te hoge standaarden en te strenge maatstaven die Buitenlandse Zaken oplegt aan organisaties zijn voor veel zuidelijke organisaties en bewegingen onhaalbaar. Daardoor vallen ze vaak buiten de boot bij programmafinancieringen. Een gemiste kans, want het zijn juist deze organisaties die broodnodig zijn in de ‘mensgerichte benadering’ die Kaag voor ogen staat.

Het ministerie kan wel wat Rijnlands denken gebruiken: minder controle vooraf, meer verantwoording achteraf. Meer co-creatie, minder vooraf vastleggen. Meer lange termijn en procesoriëntatie, minder korte termijn en projectmatig denken. Meer kwalitatieve in plaats van kwantitatieve rapportages. Kortom: meer risico’s en meer durf. Het gebeurt als je het loslaat!

Sociale contracten

Nederland is een belangrijke contribuant aan multilaterale instellingen, zoals de organisaties van het VN-systeem, de Wereldbank en de Europese Commissie. De overheid zou haar invloed moeten aanwenden om ook bij deze organisaties in hun samenwerking met het lokale en internationale maatschappelijk middenveld een vergelijkbare transformatie te stimuleren.

Nu worden maatschappelijke organisaties toch vooral ingezet als projectuitvoerders, in plaats van constructief-kritische samenwerkingspartners in het versterken van het sociale contract tussen nationale en lokale overheden en de samenleving.

De toeslagenaffaire in eigen land heeft de ogen bij velen geopend over hoe belangrijk het adequaat functioneren van een democratie met stevige checks & balances is. Als dit al niet vanzelfsprekend is in een welvarende, open samenleving als de onze, dan kunnen we ons iets voorstellen hoe uitdagend het is een land met een autocratisch regime, waar parlementariërs de spreekbuis van de regering zijn, de pers niet vrij is en kritische organisaties de mond worden gesnoerd.

We raden de onderhandelende partijen èn de toekomstige minister aan om de Kamerbrief van 16 april als uitgangspunt te nemen voor de uitwerking van een nieuwe ontwikkelingsstrategie voor het post-covid-tijdperk. Een herwaardering van macht en tegenmacht ten behoeve van een duurzame en inclusieve wereld.

Kees Zevenbergen is directeur van Cordaid

Vaagheid troef

Door Paul Hoebink | 26 juni 2022

Vrijdag, laat in de middag, lanceerde minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Liesje Schreinemacher haar nieuwe nota. Het is moeilijk er enige duidelijkheid, er een heldere strategie in te vinden: het is vaagheid troef, stelt Paul Hoebink.

Lees artikel

Shift the power op de universiteit

Door Marc Broere | 24 juni 2022

Robert Kajobe is een prominente wetenschapper uit Oeganda. Marc Broere bezoekt de hoogleraar met wie hij al een kwart eeuw bevriend is, voor een terugblik en om de stand van het Afrikaanse academische leven te bespreken. Onder collega’s bemerkt Kajobe nog te vaak een minderwaardigheidscomplex – en dat mogen ze wel afschudden, vindt hij. ‘Een westers idee wordt soms domweg maar geaccepteerd, ook al weet je als lokale onderzoeker dat het niet werkt, maar je bent te bang om dat aan de orde te stellen.’

Lees artikel

Lotsverbondenheid of opportunisme? Reflecties op de beleidsnota van minister Schreinemacher

Door Vice Versa | 16 juni 2022

Op 24 juni komt de beleidsnota van minister Liesje Schreinemacher voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking uit. Een goede reden om met verschillende partijen te reflecteren over de nieuwe beleidsvoornemens. En dat doen we op donderdagavond 30 juni in Den Haag.

Lees artikel