Door:
Karin van Boxtel

10 mei 2021

Tags

Nederland is in eigen land wel gericht op de verduurzaming van landbouw, maar erbuíten nog niet, terwijl onze sociale, ecologische en klimaatvoetafdruk enorm is. Neem het voortouw, schrijven Karin van Boxtel en Stefan Schüller van Both ENDS, in aanloop naar de Klimaattafel van morgen, met een topsector Natuurinclusieve Landbouw.

tekst: Karin van Boxtel en Stefan Schüller

Nederland heeft veelbelovende plannen om zijn landbouw de komende jaren te verduurzamen. Kringlooplandbouw staat centraal in het beleid en veel verkiezingsprogramma’s stelden natuurinclusieve landbouw voorop. Dat is hard nodig, want ons kleine landje voelt de ecologische gevolgen van een efficiëntie- en productiegedreven landbouwsysteem dat ons kampioen in opbrengsten heeft gemaakt, maar dat tegelijk veel (kleine) boeren en de natuur aan het kortste eind laat trekken.

Deze duurzame ambities vertalen zich alleen nog niet door naar onze activiteiten in het buitenland, terwijl er wel degelijk mooie kansen liggen om ook dáár de gevolgen van landbouwactiviteiten en productie drastisch te verminderen en duurzame alternatieven te verkiezen.

Nederlandse landbouwbedrijven kochten het afgelopen decennium bijna vier miljoen hectare landbouwgrond in andere landen, een gebied bijna net zo groot als Nederland zelf. Zo kan het tegenwoordig gebeuren dat de sperziebonen uit Senegal en de bloemen uit Kenia die wij in Nederland in de supermarkt vinden, geteeld zijn door een Nederlands bedrijf – onder lokale milieu- en sociale eisen die over het algemeen minder streng zijn dan die in Nederland.

Niet goed afgesteld

Toch worden conventionele landbouwpraktijken door Nederlandse actoren in het buitenland van harte gesteund door handelsmissies, subsidieregelingen of promotie door de topsector Agri & Food. Die is in het leven geroepen om ‘samen te werken aan lekker, veilig en gezond voedsel voor negen miljard mensen’ en ziet daarin een leidende rol voor Nederland.

Zie de FDOV-subsidies waarmee het ministerie van Buitenlandse Zaken de ontwikkeling van agribusiness in ontwikkelingslanden stimuleerde om zo de lokale voedselzekerheid te bevorderen. Een analyse van het PPP-lab liet zien dat het merendeel van die investeringen niet goed aansloot bij de lokale behoeften. In veel gevallen was er sprake van een top-downpush om een bepaald gewas te telen of een bepaalde technologie te gebruiken. Zelden ging het om gewassen die de lokale bevolking ook zelf consumeerde.

Hoe kon dat gebeuren? Er werd simpelweg verondersteld dat het hogere inkomen dat boeren zouden verdienen, ingezet kon worden voor een beter dieet. Dat bleek niet het geval, want op veel plaatsen zorgden de nieuwe landbouwactiviteiten – vaak monoculturen – juist ervoor dat er lokaal minder divers voedsel beschikbaar was.

Bovendien sloten de investeringen vaak niet goed aan bij de lokale ecologische context; zo droeg een boontjesbedrijf in Kenia bij aan nog meer waterschaarste en werd in Noord-Ghana de teelt van maïs gestimuleerd, terwijl dat gewas niet goed tegen de toenemende droogte kan.

De kennis is voorhanden

Maar: al doende leert men. Nederland kan absoluut een voortrekkersrol pakken, maar laat die gericht zijn op de verduurzaming van de landbouw wereldwijd, te beginnen bij onszelf. De topsector Agri & Food kan worden omgedoopt tot Natuurinclusieve Landbouw. De mondiale klimaatcrisis vraagt van ons dat we de ambities binnen onze landsgrenzen – circulaire en natuurinclusieve landbouw – ook erbuíten als norm stellen.

De kennis over duurzame en toekomstbestendige vormen van landbouw is allang aanwezig, zowel in Nederland als in de vele landen waar Nederlandse agrarische bedrijven actief zijn. Wat mist is stevig beleid vanuit onze overheid dat de export van het huidige, destructieve landbouwmodel ontmoedigt en die van natuurinclusieve en agro-ecologische landbouw stimuleert en beloont. Daarom stellen we drie stappen voor.

Om te beginnen kan de nieuwe regering duidelijke beleidsdoelen stellen voor klimaat, duurzame landbouw en voedsel. Met heldere criteria en regels waaraan bedrijven moeten voldoen om in aanmerking te komen voor ondersteuning voor activiteiten in het buitenland, kan de overheid duurzame landbouw stimuleren en intensieve landbouw ontmoedigen.

Verder zou het verstandig zijn als de nieuwe coalitie de combinatie van hulp en handel voortzet met wederom een minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Beleidscoherentie voor duurzame ontwikkeling en klimaat- en milieuvriendelijke voedselproductie kan dan beter gewaarborgd worden, omdat beleid dat door het ene departement wordt opgetuigd en gepromoot, door het andere ondersteund wordt.

Nederland heeft een unieke kans om voorloper te worden in het stimuleren van lokale natuurinclusieve en agro-ecologische landbouwmethoden, zoals door de boer beheerde natuurlijke herleving (FMNR) in de Sahel en boslandbouw in Sri Lanka, Kameroen of Costa Rica. Dat kan met financiële middelen: door duurzame praktijken in het buitenland in kaart te brengen, te ondersteunen en te verbinden aan duurzame Nederlandse ondernemers.

Recent onderzoek toont dat de huidige financieringsstromen vanuit de overheid op dit moment nog onvoldoende steun geven aan duurzame landbouwontwikkeling. Minstens zo belangrijk als de juiste financiering is het ontwikkelen van een kennisagenda met voorlopers in Nederland en het buitenland op natuurinclusieve landbouw en agro-ecologie, waardoor kennis en expertise op dit vlak vergroot, op maat gemaakt en gedeeld kan worden.

Als katalysator

Als Nederland de komende jaren serieus werk maakt van het verduurzamen van zijn landbouw in binnen- en buitenland, dan kan ons land zich met recht voorloper noemen. We zetten daarmee een grote stap vooruit in het behalen van de klimaatdoelen en het verkleinen van onze ecologische voetafdruk.

We leveren daarmee bovendien een grote bijdrage aan een duurzaam landbouwmodel dat, in tegenstelling tot het conventionele model, echt toekomstbestendig is. Duurzame landbouwmethoden realiseren tot in de verre toekomst zelfs meer opbrengst dan de intensieve landbouw van nu, onder andere doordat uitgeputte grond weer vruchtbaar wordt en blijft.

Maar deze methoden gaan verder dan opbrengst alleen. Ze zijn inclusief, passen in de lokale context en benadrukken juist de sociale en ecologische aspecten van landbouw. Daarmee bieden ze de landbouwsector de mogelijkheid om als katalysator voor het behalen van de duurzame doelen te fungeren.

Ons land kan zijn naam als expert op het gebied van landbouw van nieuwe glans voorzien door – samen met voorlopers in het buitenland – de wereld te gidsen in een echt duurzame landbouw- en voedseltransitie. De tijd is rijp voor een topsector Natuurinclusieve Landbouw.

Morgen, op dinsdag 11 mei, vindt om zeven uur ’s avonds onze Klimaattafel plaats

Karin van Boxtel is senior projectmanager, met een focus op duurzaam landbeheer, duurzame handel en Afrika. Stefan Schüller is beleidsmedewerker en gespecialiseerd in agro-ecologische landbouwmethoden, vooral in de Afrikaanse context

Uitgelichte afbeelding: agro-landbouw in Senegal (credits: Both ENDS)

Data verzamelen als vorm van verzet

Door Marc van Dijk | 17 juni 2021

‘Data zijn goud en wij zijn de goudzoekers’, zo noemde Gauthier Marchais zijn artikel over oneerlijke verhoudingen in internationaal wetenschappelijk onderzoek. De activist Nicera Wanjiru ondervindt in Kenia de ‘goudkoorts’ aan den lijve en besloot zèlf data te gaan verzamelen. Een dubbelinterview.

Lees artikel

New lockdown hits Uganda’s education sector again

Door Martha Nalukenge | 16 juni 2021

Uganda has once again been put under lockdown after the 3rd wave of Covid-19 hit the country. This is very unfortunate news for its education sector. Education is the first step for people to gain the knowledge, critical thinking, empowerment and skills needed to make the world a better place. In Uganda, it is perhaps one of the most affected areas thanks to the pandemic. Our correspondent, Martha Nalukenge paints a vivid picture for us on how the virus severely affected the country.

Lees artikel

This is the type of politician that Kenya needs

Door Cynthia Omondi | 14 juni 2021

Many people usually go into politics for the money and the power. Next year there will be elections in Kenya and our hope is that a new breed of politicians will emerge, those who will work for the benefit of the electorate. One of them might possibly be Saadia Rao. Thanks to her selfless acts, people have been encouraging her to stand for an elective seat. This is because they believe that she can make a positive difference. She talked to Vice Versa Global’s Cynthia Omondi.

Lees artikel