Door:
Dirk Jan Koch

22 juni 2021

Tags

Dirk-Jan Koch leidt een meerjarig onderzoeksprogramma naar mogelijke bijwerkingen van internationale samenwerking. Deze keer staan er ongeplande effecten van exportkredietverzekeringen op het menu. In de media verschijnen steeds meer berichten over hoe ze mogelijk bijdragen aan corruptie in ontwikkelingslanden. Tijd voor een verdiepend en vergelijkend onderzoek. 

Omdat je je waarschijnlijk niet dagelijks bezighoudt met exportkredietverzekeringen (ekv), even de basis: exporteurs kunnen zich ermee verzekeren tegen het risico dat een buitenlandse afnemer niet betaalt. Als particuliere verzekeraars de ekv niet willen afsluiten vanwege hoge risico’s, kan een overheid – zoals de Nederlandse – inspringen.  Ekv’s kunnen relevant zijn voor het ontwikkelingsland waar de export naartoe gaat. Zo maakten ze in 2020 de export van Nederlandse rurale zonne-energiekits naar Liberia en Mozambique mogelijk.

Regelmatig worden ook negatieve bijwerkingen geconstateerd: zo zouden de baggerwerkzaamheden (door ekv mogelijk gemaakt) tot onder meer een inkomstendaling hebben geleid van lokale vissers in Brazilië. Vice Versa rapporteerde eerder erover en een melding over deze zaak werd gegrond verklaard door het Nederlandse meldpunt van de Oeso-richtlijnen. Maar ons onderzoek richt zich op een andere bijwerking: de mogelijke corruptie die gefaciliteerd zou kunnen worden door de ekv.

De vragen die we stellen: heeft de Nederlandse exportkredietverzekeraar hetzelfde anti-corruptiebeleid als bijvoorbeeld de Zweedse tegenhanger (die dat transparant voert)? Verzekeren exportkredietverzekeraars met name transacties naar corrupte landen, zoals sommige critici beweren? Met statistiek en interviews zochten we naar antwoorden.

Op de laatste vraag luidt het duidelijk: nee. Onderzoekers en journalisten die een beeld neerzetten dat ekv’s vooral gebruikt worden voor deals met corrupte landen hebben het mis. Einde column? Toch niet, want er lijkt wellicht iets anders aan de hand.

Liechtenstein

Wanneer ik de afgegeven polissen van de Nederlandse publieke exportkredietverzekeraar Atradius doorneem, knipper ik een paar keer met mijn ogen. Uit de polissen van 2017 blijkt dat de Nederlandse staat de export van drie sleepboten van Damen Shipyards heeft verzekerd. De locatie is het geheel door bergen omgeven ‘belastingparadijs’ Liechtenstein.

Die boten gaan waarschijnlijk niet naar het Alpenstaatje toe, maar de deal loopt daar via een tussenpersoon. Die kan gebruikmaken van de belastingregels en gebrekkige transparantie aldaar om ‘commissies’ (volgens sommigen een eufemisme voor smeergeld) uit te keren aan politici en overheidsinkopers in corrupte landen. Ook in de grote (export)corruptieschandalen van SBM Offshore speelden deze belastingparadijzen een cruciale rol.

Ik beweer niet dat er in dit geval van sleepboten voor Liechtenstein corruptie in het spel is, maar wel dat ‘sleepboten naar Liechtenstein’ een rode vlag is.

Op zich hoeft het niets te zeggen als een deal via een belastingparadijs loopt. Bovendien onderschrijven het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Nederland alle drie de Oeso-richtlijnen met betrekking tot exportkrediet en omkoping. Alle cliënten van de exportkredietorganisaties moeten een formulier ondertekenen waarin ze verklaren dat ze geen steekpenningen betalen. Hoeven we ons dus geen zorgen te maken over deals via belastingparadijzen? Ik weet het niet.

Maximaal 4,5 miljoen euro voor tussenpersonen

Een van de Oeso-richtlijnen is dat instellingen zoals Atradius hun beleid met betrekking tot omkoping openbaar maken. Deze openheid stelt ngo’s en journalisten in staat te checken of de exportkredietverzekeraars een beleid hebben over òf hun cliënten met tussenpersonen mogen werken en commissies mogen betalen.

Atradius meldt sinds kort op de website dat deals in principe voor niet meer dan vijf procent (of 4,5 miljoen euro) uit commissies mogen bestaan. Er wordt verder niet over gerapporteerd in de jaarverslagen, dus hoeveel uitzonderingen er zijn gemaakt en voor wie is niet helder.

Uit onze statistiek blijkt een groot verschil tussen Zweden aan de ene en het VK en Nederland aan de andere kant. In Zweden ontvingen transacties naar belastingparadijzen niet méér exportkredieten dan transacties naar niet-belastingparadijzen.

Voor het VK en Nederland zit er wel een groot verschil: export naar belastingparadijzen krijgt veel vaker steun dan transacties naar niet-belastingparadijzen. Voor het VK is de kans dat een transactie richting een belastingparadijs gesteund wordt tien keer zo hoog en voor Nederland ruim drie keer. Anders gezegd: als Liechtenstein niet een belastingparadijs was geweest, dan was de kans drie keer zo laag dat Atradius die sleepbotentransactie ondersteund had.

Hoe komt het dat er zo’n groot verschil is? We zien dat de Zweedse exportkredietverzekeraar duidelijke regels heeft opgesteld voor eventuele deals via belastingenparadijzen en die ook publiek heeft gemaakt. Mocht een bedrijf via die landen een export willen organiseren, dan wordt het aan additionele checks onderworpen. Het exporterende bedrijf moet dan overtuigend uitleggen dat het zo geen belasting probeert te ontwijken.

Wat positief opvalt is dat ook het aantal uitgegeven ekv’s door Atradius richting belastingparadijzen sinds 2014 is afgenomen. Speelt het kritische rapport van Both Ends uit 2013 een rol? Voert Atradius inmiddels strenger beleid ten opzichte van belastingparadijzen? Het laatste blijft een hypothese, want het beleid is helaas niet openbaar.

De belofte over openheid

Premier Rutte schreef na het toeslagenschandaal dat de Nederlandse overheid radicaal transparanter zou worden. Atradius publiceert al veel gegevens online (anders hadden we nooit over de sleepboten voor Liechtenstein kunnen weten), maar ook veel nog niet.

We tasten nog deels in het duister over wat nu wel mag met Nederlandse garantstelling en wat niet. Mag er gebruik gemaakt worden van tussenpersonen in belastingparadijzen? Bij hoeveel van de deals werd er meer dan 4,5 miljoen euro aan commissies betaald?

Met ons onderzoek konden we al een paar vragen beantwoorden. Zo weten we nu dat exportkredieten niet vooral voor deals naar corrupte landen zijn en dat Nederlandse exportkredieten steeds minder transacties richting belastingparadijzen ondersteunen. Maar andere vragen blijven onbeantwoord: daarom is het nodig dat het transparanter wordt, dat het anti-corruptiebeleid openbaar wordt en dat daarover gerapporteerd wordt.

In deze columnserie licht Dirk-Jan Koch eens per twee maanden een onderwerp uit waar hij mee bezig is vanuit de Radboud Universiteit voor het onderzoeksproject over ongeplande effecten van internationale samenwerking. Deze column is op deze paper gebaseerd. Dirk-Jan Koch is bijzonder hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en tevens werkzaam bij Buitenlandse Zaken. Hij schrijft de columns op persoonlijke titel

Tackling Inequality in Times of Crisis: Insights from the People vs Inequality Podcast

Door Barbara van Paassen | 21 januari 2022

“Ten richest men double their fortunes in pandemic while incomes of 99 percent of humanity fall” is the headline of the report that Oxfam launched this week. A report full of staggering numbers, showing that inequality doesn’t only disrupt lives and societies, it actually kills. The pandemic has both exposed and exacerbated existing inequalities. It is one of the reasons Barbara van Paassen started the People vs Inequality podcast. The hard hit that women took became the topic of the first series. In this blog she shares the stories of changemakers fighting inequality and four key take aways to turn the tide.

Lees artikel

World Economic Forum: complot of kans?

Door Hans Beerends | 20 januari 2022

Deze week wordt in Davos weer het jaarlijkse World Economic Forum (WEF) gehouden. Kwam de kritiek vroeger van links, sinds de coronacrisis komt die vooral van extreemrechts. Hans Beerends gaat na welke kritiek terecht is en welke niet.

Lees artikel

Interview dr. Moses Isooba: Shift or share the power?

Door Emmanuel Mandebo | 18 januari 2022

The next edition of the World Café is scheduled to take place on 20th January 2022. During the event, a number of practitioners and leaders in the NGO and the development arena will be discussing two main subjects; shifting power at work and the need for Northern Organizations to adapt policies and practices to support equal partnerships with their Southern Partners. One of the panelists, Dr. Moses Isooba, boasts of over two decades of work experience in the NGO world as well as in the donor circles. He currently serves as the Executive Director of Uganda National NGO Forum (UNNGOF), an organization that unites national and international NGOs operating in the country. Our Vice Versa contributor Emmanuel Mandebo caught up with Dr. Moses and the two had a candid conversation about Shift the Power movement and power relations between Northern and Southern organizations.

Lees artikel