Door:
Marlies Pilon

16 september 2021

Tags

Het dekoloniseren van de ontwikkelingswereld is nodig om een vrij en sterk middenveld te krijgen. Community-led development kan als katalysator werken voor een betere balans tussen donor en ontvanger, om tot zuidelijk leiderschap te komen: shift the power in actie. ‘Voor ons, op kantoor, betekent het een stap terug doen.’ Een rondvraag.

De afgelopen decennia is de internationale samenwerking inclusiever, gelijkwaardiger en diverser geworden, maar die goedbedoelde hervormingen kunnen niet verbloemen dat de onderliggende machtsdynamiek onaangetast blijft. Want nog steeds geldt: wie betaalt, bepaalt.Dat gebrek aan echte gelijkwaardigheid vreet aan de goede intenties en de legitimiteit van de mondiale samenwerking, opgetuigd tijdens het proces van dekolonisatie, met het toen nog onverhulde motief de westerse belangen te dienen.

Om werkelijk relevant en geloofwaardig te blijven, is een grote beurt essentieel. Vastgeroeste onderdelen, zoals de ongelijke machtsverhouding, het denken in donor versus (passieve) ontvanger en het gebrek aan lokaal eigenaarschap, schreeuwen om vervanging. Juist nu corona de ongelijkheid in de wereld heeft blootgelegd èn vergroot, is een sterk maatschappelijk middenveld in lage- en middeninkomenslanden keihard nodig.

De roep om een systemische verandering zie je terug op Twitter, waar hashtags als #ShiftThePower, #DecoloniseDevelopment en #AidToo trending zijn. Zuidelijke organisaties willen niet langer slechts ontvanger van hulp zijn, maar eisen meer eigenaarschap en inspraak om zelf de koers te bepalen.  Dat vergt meer gelijkwaardigheid in besluitvorming en nieuwe financieringsmogelijkheden, ook in die landen zelf. Het kan een krimpend middenveld meer legitimiteit geven en minder afhankelijk maken van internationale ngo’s, die nu door autoritaire overheden worden weggezet als spelers met een ‘buitenlandse agenda’.

Shift the power klinkt goed, maar hoe doe je dat precies? Het model van door de gemeenschap geleide ontwikkeling (community-led development) kan als smeerolie groene energie dienen voor de broodnodige omtovering. Door de gemeenschap geleide ontwikkeling is het proces van samenwerken om de visie en doelen  en doelen die eigendom van die lokale gemeenschap zijn te realiseren. De aanpak is gebaseerd op het principe dat de prioriteiten van mensen die op een bepaalde plaats wonen leidend moeten zijn. Het gaat uit van de lokale kracht in plaats van een focus op problemen – en het gaat niet om korte termijnprojecten, maar om systemische verandering.

Een rondje langs organisaties in Nederland, Nepal en Zuid-Afrika laat zien hoe het werkt.

‘Vanaf vandaag beslissen ze zelf’, zegt Zohra Moosa, directeur van Mama Cash, opgewonden. Het is de eerste dag dat de nieuwe besluitvormers van de participerende subsidieverlening van Mama Cash aan hun taak beginnen. Daarmee verschuift de beslissing over wie subsidie krijgt van de medewerkers op kantoor naar een pool van feministische activisten van over heel de wereld, een zogeheten community committee (‘de *comm-comm’), oftewel: het gemeenschapscomité.

‘Al spreken wij liever van share the power, omdat we macht niet zien als een nulsomspel’

Moosa legt uit dat het proces twee stappen kent: eerst geven de aanvragers informatie en richtlijnen over de kwesties die prioriteit verdienen. Vervolgens neemt de comm-comm de beslissing over wie steun krijgt van Mama Cash.  ‘Shift the power betekent letterlijk “veranderen wie de beslissing maakt” – al spreken wij liever van share the power, omdat we macht niet zien als een nulsomspel. Het is ook niet iets wat wij kunnen geven of wentelen; iets aanpassen in ons werk betekent niet direct dat de macht is gedraaid. We zien het als een proces. Voor ons, op kantoor, betekent het concreet dat we een stap terug doen.’

Zohra Moosa (foto Leonard Fäustle)

Moosa ziet het als onderdeel van de constante evolutie van Mama Cash en de relatie met haar partners: activistische vrouwen, meisjes, trans- en intersekse-groepen in Azië, Afrika, Europa en de Amerika’s. Geboren aan een Amsterdamse keukentafel, in 1983, is Mama Cash ’s werelds eerste internationale vrouwenfonds.  De aanpak verschilt van traditionelere ontwikkelingsorganisaties in de zin dat ze niet aan landenkantoren of ‘implementerende partners’ doet. ‘Nee, wij doen het anders’, zegt Moosa. ‘We steunen feministische activisten en bewegingen direct, met relatief kleine bedragen.’

Een van de criteria om ervoor in aanmerking te komen is dat de groep geleid wordt door mensen die zelf ook baat bij het werk hebben, zegt Moosa: ‘Dan is de groep geloofwaardiger, met een gedeeld verantwoordelijkheidsgevoel en een beter idee van wat nodig is voor verandering. Als je die steunt, steun je leiderschap voor gemarginaliseerde gemeenschappen, dat proces wordt dan onderdeel van het resultaat.’

Er was twee jaar van reflectie voor nodig, zegt Moosa, over wat het betekent een feministische organisatie te zijn die om rechtvaardigheid draait. ‘We hebben onze eigen assumpties en ideeën continu getest. Naar wie moet je je voor je gevoel verantwoorden? Hoe transparant moet je zijn?’ Dat leidde dus tot deze vorm van volledig participerende subsidieverlening. ‘Maar we willen ook horen hoe groepen die géén subsidie kregen onze samenwerking hebben ervaren – en omwille van transparantie en gelijkwaardigheid publiceren we dat ook.’

Mama Cash heeft een goede reden: volgens onderzoek bereikt 99 procent van het geld dat overheden aan gender doneren niet de autonome, feministische organisaties die het echte verschil maken.  ‘Die zijn de grootste factor voor een betekenisvolle verandering in het leven van vrouwen en meisjes, maar veel donoren houden niet van risico’s en blijven bij het bekende. Het zorgt ervoor dat nieuwe of kleine organisaties nauwelijks ertussen komen – vooral voor vrouwenrechten zijn ze vaak klein, die krijgen te horen dat ze niet genoeg impact maken. Dat is een volstrekte catch-22, want ze zijn juist klein omdat ze zelden financiering krijgen.’

Moosa noemt het gesprek over het dekoloniseren van de internationale samenwerking heel welkom. ‘Alleen los je meer dan vijf eeuwen van diepgewortelde machtsongelijkheid niet zomaar op. Er zijn geen slechte intenties, maar het systeem zit zó diep verankerd in mensen, die zelf niet zien hoe ze raciale onrechtvaardigheid in stand houden. Het idee dat mensen alleen man of vrouw zijn is al koloniaal, veel landen en culturen kennen veel meer genders.’

Ze pleit ervoor om het gesprek erover niet beschuldigend, maar uitnodigend te voeren. ‘Je gaat de ontwikkelingssector in omdat je om de wereld geeft en om andere mensen, die inzet is een heel mooie energie. Nu is het tijd te reflecteren op het systeem waar we allemaal onderdeel van zijn.’

Ook Rita Thapa bespiegelde op haar rol in de ontwikkelingssector van Nepal, een land waar ongeveer een kwart van het nationale budget, zo’n twee miljard dollar, afkomstig is van buitenlandse donoren. Het was na de vierde Wereldvrouwenconferentie in Peking dat ze haar succesvolle carrière in de sector vrijwillig aan de wilgen hing.  ‘Mijn ouders huilden maandenlang! Ze snapten niet dat ik, een Hindoestaanse weduwe met drie kinderen, zo stom kon zijn’, lacht ze via een haperende Skype-verbinding vanuit hoofdstad Kathmandu. Haar levensverhaal bevat alle ingrediënten voor een regelrechte Hollywood-kraker (of beter: Kollywood, zoals de Nepalezen films uit Kathmandu noemen). ‘Ik zie er misschien mild uit,’ zegt ze, ‘maar vanbinnen ben ik een radicaal met een missie.’

In de decennia dat ze werkzaam was voor grote ontwikkelingsorganisaties in Nepal, stoorde het Thapa dat donoren zo intransparant zijn en weinig verantwoording afleggen aan de ontvangers van hulp – maar zelf via logframes en evaluaties wèl volledige verantwoording en transparantie eisen. Ze zag met eigen ogen dat de machtsbalans zó scheef is dat ontvangers niet eens vragen durven te stellen als de focus van een project abrupt verandert of niet aanslaat.

‘Het is niet zo dat mensen binnen deze structuren het niet goed bedoelen, integendeel, maar er zijn zoveel subtiele en minder subtiele vormen van ongelijkheid… die moeten eerst benoemd, besproken en opgelost worden, voordat we daadwerkelijk gelijke partners zijn. Dat vraagt om een eerlijke blik in de spiegel.’

Rita Thapa

Thapa’s levenslessen resulteerden in Tewa, de eerste vrouwenbeweging in Nepal vóór en door vrouwen. Tewa laat de grote internationale geldstromen bewust links liggen, richt zich liever op de kracht van de eigen gemeenschap en op het mobiliseren van een netwerk van vrouwen door heel Nepal, als een zacht vangnet met elkaar verweven.

Naast directe steun van een paar vrouwenfondsen (waaronder Mama Cash) financiert Tewa het leeuwendeel van haar vrouwenprojecten met Nepalees geld, via lokale fondsenwerving onder de middenklasse en de lokale gemeenschappen die zij steunt. Ze haalde onder 580 organisaties en 720 personen meer dan 56 miljoen roepies op: vier ton, in euro’s.

Het is gestort aan zevenhonderd lokale vrouwengroepen, waarvan er veel zelf ook fondsen werven. ‘Zij doorleven de verandering en zijn er onderdeel van. Door de gemeenschap geleide ontwikkeling draait niet om kwantificeerbare targets per se, maar om het proces van emancipatie. Niet geld, maar de lokale kracht en het onderlinge vertrouwen dat ontstaat, dàt is de belangrijkste valuta.’

De meerwaarde van Tewa’s structuur bewees zich tijdens de dodelijke aardbeving die Nepal in 2015 opschudde. Bijna negenduizend Nepalezen verloren het leven en meer dan 2,8 miljoen mensen hadden directe noodhulp nodig.

Een bijeenkomst van het Nepalese Tewa

Waar de internationale ontwikkelingsorganisaties struikelden over logistieke en bureaucratische hindernissen, lukte het Tewa om via haar netwerk van vrouwengroepen mensen in de verafgelegen gebieden als eerste te bereiken. Een grote groep vrouwen, onder de illustere naam The Shadow Barefoot Volunteers, deelde in de getroffen dorpen enveloppen met geld uit en gaf langdurige steun aan de slachtoffers. ‘Uit alle hoeken kregen we te horen dat het niet goed was “de slachtoffers” direct geld te geven,’ zegt Thapa, ‘maar het belangrijkste is niet het geld, maar het vertrouwen dat elke vrouw zelf het best weet wat haar familie en buurt nodig hebben.’

Iedereen die een envelop kreeg, werd gevraagd een klein deel aan een ander slachtoffer te geven. Ze gaven er allemaal gehoor aan. ‘Als je mensen niet als slachtoffer behandelt,’ zegt Thapa, ‘maar als integere vertegenwoordiger van hun gemeenschap, dan nemen ze die verantwoordelijkheid. Net zoals jij en ik dat zouden doen.’

Ze zegt dat het onrechtvaardig is dat van het omvangrijke noodhulpbudget voor Nepal ‘minder dan vijf procent’ naar lokale partners gaat, terwijl het juist die groepen zijn die het meest adequaat kunnen reageren op wat er ter plekke nodig is. ‘Binnen de huidige financieringsstelsels is het noodzakelijk dat de kracht en kennis van lokale organisaties meer waardering krijgt.’

Tewa toont dat het model van lokale fondsenwerving een strategie is om gemeenschappen zelf te laten leiden. Tegelijk zorgt het voor een breder netwerk van steun dat onafhankelijk van buitenlandse donorprioriteiten of aflopende subsidieprogramma’s overeind blijft staan.

Het hebben van een eigen actieve en loyale achterban geeft Tewa geloofwaardigheid en bestaansrecht in de ogen van de vrouwengemeenschappen die zij steunt. Maar ook lokale en nationale machthebbers kunnen niet meer om Tewa heen – en evenmin om alle vrouwen in Nepal die daardoor met elkaar verbonden zijn.

‘Organisaties en gemeenschappen die zelf een project realiseren, raken steeds meer bewust van hun collectieve kracht. Je ziet dat ze zo sneller hun rechten claimen en (lokale) overheden aanspreken’, zegt Esther Meester, programmacoördinator bij Change the Game Academy (CtGA).  ‘Ngo’s wordt nogal eens een “buitenlandse agenda” verweten door repressieve overheden. Dat wordt ongeloofwaardig als de ngo een diepe en loyale achterban heeft en veel vertrouwen geniet in het land waar die actief is. Zo ontstaat er een sterk middenveld dat bouwt op eigen kracht.’

Het door Wilde Ganzen geïnitieerde Change the Game Academy begon in 2013 met drie partners: Cese in Brazilië, KCDF in Kenia en de Smile Foundation in India – niet toevallig grote economieën met een opkomende middenklasse, die bereid is bij te dragen aan lokale initiatieven. Door groot succes kwamen er al snel negen andere landen bij.

Op de website van Wilde Ganzen zegt Swatantra Gupta van de Smile Foundation in India erover dat ‘zeker negentig procent van alle inkomsten van ngo’s in ontwikkelingslanden van internationale donoren komt. Zonde, want er valt zoveel te halen bij bedrijven, organisaties en individuen in eigen land. Dit is hèt moment om gebruik te maken van de economische groei.’

De Change the Game Academy traint gemeenschappen uit het Zuiden hoe ze via lokale fondsenwerving en belangenbehartiging meer eigenaarschap over hun eigen koers krijgen. Tewa is een van de vier organisaties die dat in Nepal doen, namens CtGA. ‘Het werkt nòg beter als de gemeenschap zelf actief fondsen werft voor haar eigen missie’, zegt Esther Meester. ‘Als mensen hun stem kunnen laten horen en aan de missie bijdragen, geeft dat veel trots en zelfvertrouwen.

Het uitgangspunt van CtGA-oprichter Robert Wiggers is dat maatschappelijke organisaties uit lage- en middeninkomenslanden uiteindelijk voor hun voortbestaan niet meer afhankelijk zijn van buitenlandse donoren. ‘Wiggers vindt daarom dat elke westerse ontwikkelingsorganisatie ervoor moet zorgen dat lokale partners ook eigen fondsen in eigen landen leren werven. De groeiende middenklasse kan daarbij werken als katalysator voor duurzame verandering.’

‘Mensen die wij als “arm” bestempelen, hebben nog steeds heel veel te geven’

In 2021 is Giving for Change van start gegaan, een vijfjarige samenwerking tussen Change the Game Academy en het ministerie van Buitenlandse Zaken, om te investeren in de ontwikkeling van gemeenschapsfilantropie. Na vijf jaar bij CtGA kijkt Meester met een nieuwe blik naar begrippen als arm en rijk. ‘Lang was de gedachte dat “arme mensen” weinig middelen hebben en dat geld geven aan de rijken is voorbehouden. Maar mensen die wij als “arm” bestempelen, hebben nog steeds heel veel te geven.’

Esther Meester

Een discussie erover is volgens haar ook in Nederland relevant. ‘Mensen in de bijstand krijgen wel hulp aangeboden, maar krijgen niet de ruimte om zelf te bepalen wat ze nodig hebben om op eigen benen te staan. Dan houd je mensen in wezen heel klein, dat werkt niet. De crux is dat mensen de mogelijkheid krijgen hun eigen situatie te veranderen, zonder verstrikt te raken in een bureaucratisch systeem dat ze op een bepaalde manier ontmenselijkt.’

Juist in de ontwikkelingssector en Noord-Zuid-relaties ziet Meester onderliggende veronderstellingen die het proces van ontwikkeling tégenwerken. ‘Het is goed daarop bedacht te blijven’, zegt ze, ‘en jezelf erover te bevragen. Wie dicht bij een gemeenschappelijk project staat en er zelf belang bij heeft, is altijd bereid iets bij te dragen. Dat hoeft niet over geld te gaan: je kunt ook je tuin voor een vergadering openstellen of je netwerk aanwenden.’

‘Organisaties en gemeenschappen aan de ontvangende kant van internationale samenwerking’, vult Rita Thapa aan, ‘realiseren zich vaak niet wat een kracht en kennis ze zelf hebben. Als ik als “expert” kom binnenwandelen in een dorp en begin over verandertheorieën en logframes, bevestig ik de machtsongelijkheid. Voor mij gaat shift the power ook over het ont-leren van die oude manier van opereren.’

Ze vervolgt: ‘Als ik uitga van de kracht van de lokale gemeenschap, de al bestaande netwerken en de kennis van de directe leefomgeving, dan ontstaat een gedeeld gevoel van gelijkwaardigheid. Dan kan er echt iets moois komen. Voor mij gaat gemeenschapsgeleide ontwikkeling ook om authentiek verbinding maken; niet via papiertjes, maar vanuit het hart.’

Het heeft een emancipatoire werking, helemaal als de gemeenschap waarom het draait zwaar gemarginaliseerd is. Tebogo Nkoana kan erover meepraten. Geboren in het lichaam van een meisje wist Nkoana (die vroeger Mahlodi heette) altijd al dat hij zich identificeerde als jongen. ‘Ik sloot me al vroeg aan bij Gender Dynamix, in de West-Kaap, dat zich richt op de rechten van de transgendergemeenschap’, zegt hij.

Via Skype vertelt Nkoana dat hij zich niet helemaal bij die organisatie thuis voelde, omdat het merendeel er wit was en uit de middenklasse kwam en er alleen Engels werd gesproken. ‘Ik kom zelf uit Pretoria, vlak bij Johannesburg – in de townships spreken misschien twee op de tien mensen Engels. Ik kon me niet identificeren met de mensen in de West-Kaap, ik zocht naar iemand om mijn hart bij uit te storten, maar kon die niet vinden.’

‘We zijn de experts van ons eigen leven en onze eigen ervaringen en tegelijk zijn we professionals’

Dat gemis van een gemeenschap waar mensen zoals hij zich veilig en thuis konden voelen werd Nkoana’s drijfveer om zijn eigen organisatie te starten: in 2010 richtte hij Transgender and Intersex Africa (TIA) op, dat volledig door trans- en intersekse mensen wordt geleid, die zich hardmaken voor hun rechten. ‘Elke overwinning is een overwinning voor ons allemaal, en dat maakt het verschil. We zijn de experts van ons eigen leven en onze eigen ervaringen en tegelijk zijn we professionals. Het geeft ons geloofwaardigheid.’

Dat er nu een organisatie is die wordt geleid door een zwarte transgender die de taal van de straat spreekt, geeft anderen ook inspiratie en hoop. Dat transmensen zelf de motor zijn van de empowerment van de transgemeenschap, zwengelt de verandering aan. Waar transmensen van TIA voorheen slechts ontvangers waren van diensten, eisen ze nu collectief hun rechten op en beslissen ze mee over gezondheidsvoorzieningen die daardoor uiteindelijk kwalitatief beter worden en beter aansluiten op hun specifieke behoeften. ‘Ik ben zo trots op wat we hebben bereikt!’ zegt hij. ‘Maar we zijn er nog lang niet. Op dit moment ontvangen we subsidie van Mama Cash, Hivos en COC Nederland. Op de lange termijn zou het mooi zijn te overleven op fondsenwerving binnen Zuid-Afrika, maar dat is op dit moment niet aan de orde. Er is nog een wereld te winnen.’

  

Kader:

 De zes geboden (aan de hand van deze interviews)

  1. Verandering komt niet van buiten, maar van binnen
  2. Niet de targets, maar het proces is het resultaat
  3. Heb vertrouwen in de medemens
  4.  Mensen zijn geen statistieken, maar experts
  5.  Denk niet in problemen, maar in oplossingen
  6. . Reflecteer op de rol die je zelf speelt

 

Wereld Café 4 november: jongeren als wereldveranderaars

Door Vice Versa | 21 oktober 2021

Op donderdagmiddag 4 november spreken we in het Wereld Café met jongeren en jongerenvertegenwoordigers, over hoe de nieuwe generatie betrokken wil zijn bij mondiale thema’s. Waar komt hun drive vandaan om zich te willen inzetten voor een rechtvaardigere wereld? En welke vormen van participatie spreken aan? Meld je aan via Wereld Café: 4 november 2021 | Wilde Ganzen

Lees artikel

Wat verbloemt het ‘weeshuistoerisme’-debat?

Door Dirk Jan Koch | 19 oktober 2021

Vrijwilligersreizen naar weeshuizen komen steeds meer in een kritisch daglicht te staan. Omdat Dirk-Jan Koch al jaren pleit voor meer focus op de bijwerkingen van hulp, ook in deze blogserie, zou hij tevreden moeten zijn – maar dat is hij niet. Het gaat dieper.

Lees artikel

Afghaanse collega’s Cordaid leven in angst en onzekerheid

Door Frank van Lierde | 18 oktober 2021

Een klein deel van de Afghaanse collega’s van Cordaid is na de machtsovername van de Taliban geëvacueerd. Veruit de meesten zitten nog in het land. Frank van Lierde sprak met een aantal van hen, vrouwen en mannen. “Als ik vertrek gaan ze achter mijn familie aan.”

Lees artikel