Door:
Dirk Jan Koch

19 oktober 2021

Tags

Vrijwilligersreizen naar weeshuizen komen steeds meer in een kritisch daglicht te staan. Omdat Dirk-Jan Koch al jaren pleit voor meer focus op de bijwerkingen van hulp, ook in deze blogserie, zou hij tevreden moeten zijn – maar dat is hij niet. Het gaat dieper.

Vorige maand kopte de NOS groot: Stop met ‘weeshuistoerisme’. In één klap zat ik met mijn gedachten in Arusha, terug in 2007. Voor mijn proefschrift deed ik daar, vlak bij het toeristische Serengeti-park, onderzoek naar kluitjesvoetbal van ngo’s, samen met Janno van der Laan. We organiseerden verschillende sessies met Nederlandse ngo’s.

Tijdens een pauze met oploskoffie hoorden we de ene aanwezige aan de andere vragen: ‘Maar hoe kom jij dan aan je wezen?’ Soms zegt een terloopse vraag, op een onverwacht moment, meer dan honderd sociaal correct ingevulde vragenlijsten: er was in dit gebied klaarblijkelijk meer vraag naar wezen dan aanbod – en dat was een probleem voor de witte helpers. Er moest en zou een weeshuis komen, goed gevuld en wel.

Niet alleen in het toeristische Serengeti, maar van de kusten in Thailand tot aan de populaire trekpleisters van Nepal: de afgelopen decennia is het aantal weeshuizen enorm gegroeid en dan met name in gebieden met veel vakantiegangers. In Nepal bevindt negentig procent van de weeshuizen zich in de vijf toeristische districten, terwijl Nepal 75 districten kent. De westerse toeristen worden geraakt door de armoede die ze zien en willen begrijpelijkerwijs iets goeds doen. Zelf een weeshuis opzetten of er wat vrijwilligerswerk doen ligt dan voor de hand.

Maar er zijn grote problemen met deze weeshuizen, juist omdat er veelvuldig westerlingen als vrijwilligers de handen uit de mouwen steken. Dat blijkt ook uit het onderzoek dat o.a. Ecorys en mijn collega’s van de Radboud Universiteit hebben uitgevoerd en eerder dit jaar is uitgebracht (op verzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken en de Tweede Kamer).

Het onderzoek kwam tot stand als gevolg van de initiatiefnota Een goede bedoeling is niet altijd een goed idee: een voorstel tot bestrijding van weeshuistoerisme, van Wybren van Haga, toen nog VVD’er. Hij pleit daarin voor het zoveel mogelijk terugdringen en reguleren van weeshuistoerisme. Het onderzoek dat erop volgde (en waar deze blog over gaat) was een vervolgactie van het ministerie op die nota. Het onderzoek – dat overigens de correctere term ‘vrijwilligersreizen naar residentiële instellingen voor kinderen’ gebruikt, moest het probleem en mogelijke oplossingen in kaart brengen.

Gemengde gevoelens

Eindelijk werd er dus binnen de internationale samenwerking kritisch naar bijwerkingen gekeken! Voor iemand die al een tijdje roept dat we meer naar neveneffecten van goedbedoelde bedoelingen moeten kijken, zou ik ermee in mijn nopjes moeten zijn – en initieel was ik dat ook, maar gaandeweg bekoelde mijn enthousiasme.

Uit het onderzoek kwam inderdaad een aantal grote problemen naar voren: zo gebeurt het regelmatig dat kinderen uit kansarme gezinnen weggehaald worden om in weeshuizen te figureren. Bovendien is bekend dat de steeds kortstondige, wisselende contacten voor kinderen met vrijwilligers tot hechtingsproblemen kunnen leiden.

Ook wordt de achtergrond van vrijwilligers vaak niet gecontroleerd, met het gevaar van kindermisbruik tot gevolg. En, misschien wel het grootste probleem: dit toerisme houdt weeshuizen in stand, terwijl er alternatieve zorg voor kwetsbare kinderen mogelijk is, zoals meer familiegerichte ondersteuning. Kortom: de hoeveelheid negatieve bijwerkingen – en dit zijn ze nog niet allemaal – maakt duidelijk dat we ermee moeten stoppen.

Mijn ongemak groeide omdat de VVD-nota de indruk wekte dat het fenomeen de spuigaten uit begon te lopen, terwijl uit het onderzoek juist blijkt dat er al goede stappen zijn gezet om weeshuistoerisme terug te brengen. Het resterende probleem is bovendien genuanceerder dan Van Haga stelt.

Campagnes zoals #StopWeeshuistoerisme van het Better Care Network Netherlands (al sinds 2017 actief) lijken effect gesorteerd te hebben. Zo toont het onderzoek aan dat meerdere commerciële aanbieders gestopt zijn of hun aanbod hebben aangepast. Ook is er inmiddels een vereniging (Volunteer Correct) die degelijke kwaliteitscriteria voor haar leden heeft en geen vrijwilligersreizen naar weeshuizen toestaat.

Ook de reisadviezen van Buitenlandse Zaken wijzen ze inmiddels in heldere taal af. Veel relatief grote organisaties die vroeger met weeshuizen werkten, zoals Red een Kind, hebben al hun steun aan weeshuizen afgebouwd. Belangrijke stappen om de uitwassen te stoppen zijn gezet.

De Telegraaf en ‘naïef idealisme’

Is weeshuistoerisme daarmee helemaal verdwenen? Nee. Uit het onderzoek blijkt dat er een informalisering van vrijwilligerstoerisme gaande is. Kleinschalige ontwikkelingsorganisaties, particuliere initiatieven genaamd, nemen een steeds groter deel van de markt voor vrijwilligerstoeristen voor hun rekening. Veel particuliere initiatieven blijven ‘weeshuistoerisme’ aanbieden aan jongeren, bijvoorbeeld in Bulgarije en Ghana.

Volgens het Better Care Network heeft een substantieel deel van die initiatieven een christelijke achtergrond, vandaar dat er nu een bewustwordingscampagne op jonge christenen wordt gericht. Oftewel: door de informalisering van de aanbieders gaat het weeshuistoerisme nog door. Deze actoren worden wel erop aangesproken en passen deels hun gedrag wel aan na de kritiek, door bijvoorbeeld meer met gezinsoplossingen te werken.

Mijn ongemak groeide verder toen ik zag hoe De Telegraaf  uitpakte met Van Haga’s nota. Die kopte met de welbekende chocoladeletters: ‘Weeshuistoerisme aan banden: walgelijk businessmodel’. Van Haga’s kritische benadering was koren op de molen van de critici van ontwikkelingssamenwerking. De vrijwilligers bedoelen het goed, maar ‘werken mee aan iets verwerpelijks’, zei Van Haga in Trouw.

Better Care Network prees Van Haga om zijn waardevolle nota, maar had ze niet door dat ze daarmee ook munitie leverde voor diens onderliggende ideeën? De verkiezingsagenda van Van Haga (als FvD-lid, destijds) repte met geen woord over kinderrechten, maar meldde juist: ‘Wij willen stoppen met subsidies aan non-gouvernementele ontwikkelingshulporganisaties.’ Hij toonde zo meer interesse te hebben in het gemeengoed maken van een cynisch wereldbeeld, waarin helpen geen zin heeft, dan ècht op te komen voor kinderrechten.

De diepere kern van de kwestie

Helaas zie ik het wel vaker in mijn onderzoek naar de bijwerkingen van internationale solidariteit. Tegenstanders van mondiale samenwerking plengen krokodillentranen over neveneffecten ervan, terwijl hun eigenlijke agenda is die solidariteit te stoppen.

Dat betekent niet dat we een debat over bijwerkingen van hulp, zoals over weeshuistoerisme, moeten schuwen. Het betekent wèl dat we het in het juiste perspectief moeten plaatsen: het bestrijden van weeshuistoerisme is belangrijk, maar riskeert ook een vorm van symptoombestrijding te zijn als het niet gepaard gaat met forse investeringen om onder meer armoede en ongelijkheid tegen te gaan (iets wat de kabinetsreactie overigens ook aanstipt).

De wortels van de problemen waardoor kinderen in weeshuizen terechtkomen, zoals diepe armoede en grote ongelijkheid, worden niet opgelost met louter deze aanpak. We moeten als sector onze pijlen richten op díe grondoorzaken – en laat de cynici juist daar geen oplossing voor hebben.

In deze columnserie licht Dirk-Jan Koch op persoonlijke titel eens per twee maanden een onderwerp uit gelieerd aan het onderzoeksproject Ongeplande effecten van internationale samenwerking. Deze column is gebaseerd op het artikel Informalisation of international volunteering: A new analytical framework explaining differential impacts of the ‘orphanage tourism’ debate in the Netherlands, in het Journal of International Development, van Sara Kinsbergen, Esther Konijn, Simon Kuijpers-Heezemans, Gabriëlle op ’t Hoog, Dirk-Jan Koch en Mieke Molthof

‘Het optimistische can do-toontje is ongepast’

Door Marlies Pilon | 29 juni 2022

In aanloop naar het grote debat over de nieuwe beleidsnota van minister Schreinemacher, op 30 juni, vraagt Vice Versa drie door de wol geverfde ontwikkelingsexperts alvast om een eerste reactie. Wat vinden Bram van Ojik, Paul van den Berg en Rina Molenaar ervan?

Lees artikel

Als ‘doen waar je goed in bent’ omslaat in zelfgenoegzaamheid

Door Stef Smits | 28 juni 2022

In dit opiniestuk becommentarieert Stef Smits van IRC de beleidsnota van minister Schreinemacher vanuit het waterperspectief, een thema waarin Nederland zegt te excelleren – maar slachtoffer worden van het eigen succes ligt op de loer, waarschuwt Smits. Het is tijd voor ‘nieuwe waterambities’, stelt hij.

Lees artikel

Lessen van Liesje: oftewel, hoe een gebrekkig inzicht in wereldproblemen kan leiden tot een weinig samenhangende visie

Door Ruerd Ruben | 27 juni 2022

Vandaag is het aan Ruerd Ruben om de nota van minister Schreinemacher van commentaar te voorzien. Ruben merkt een gebrekkig inzicht in de wereldproblemen op en zet er cijfers tegenover. Werk aan de winkel.

Lees artikel