Door:
Anna Hengeveld

10 november 2021

Tags

Onlangs zijn het advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) en de bouwstenen van het kabinet voor wetgeving op het gebied van Internationaal Maatschappelijk Ondernemen (IMVO) voor bedrijven gepubliceerd. Ondanks toezeggingen vanuit het kabinet om het genderperspectief mee te nemen in de opzet voor wetgeving, blijken vrouwenrechten een blinde vlek. In dit opiniestuk lichten ActionAid en WO=MEN Dutch Gender Platform toe waarom het belangrijk is dat vrouwenrechten goed worden verankerd in bindende regels. 

Tekst: Anna Hengeveld en Dewi Keppy

In de kledingindustrie, land- en tuinbouw en vele andere sectoren is de meerderheid van de werknemers vrouw. Deze vrouwen worden op disproportionele wijze getroffen door geweld. Zo blijkt dat 80% van de vrouwelijke textielwerkers in Dhaka, Bangladesh te maken krijgt met geweld. En worden vrouwen uit rurale gemeenschappen het hardst geraakt door bedrijfsactiviteiten in hun omgeving. Onderzoek van ActionAid liet zien hoe de expansie van palmolieplantages in Guatemala heeft geleid tot een toename in institutioneel en seksueel geweld tegen vrouwen.

Zowel de bouwstenen voor IMVO-wetgeving als het SER-advies schieten tekort om nú het verschil te maken om mensenrechtenschendingen aan te pakken. Uit een recent artikel in de Volkskrant bleek dat een eerdere versie van het SER-advies wel degelijk belangrijke elementen voor robuuste IMVO-wetgeving bevatte die uit het definitieve advies zijn verdwenen. Zo werd, in samenspraak met de adviescommissie IMVO van de SER, ingezet op wetgeving voor (bijna) alle bedrijven, was er aandacht voor de verbetering van de situatie van betrokkenen in de lokale samenleving en stond de weg naar nationale IMVO-wetgeving open. Deze cruciale elementen om mensenrechtenschendingen in productieketens te voorkomen, hadden de bouwstenen voor IMVO-wetgeving kunnen voeden. Ook vrouwenrechten zijn mensenrechten. Echter, zolang gendergelijkheid en vrouwenrechten niet expliciet worden benoemd en geïntegreerd in wetgeving, blijft er onvoldoende aandacht voor.

Dit blijkt ook weer uit recent onderzoek uit Frankrijk naar de aanpak van geweld tegen vrouwen door multinationals zoals L’Oreal, Bonduelle en McDonalds. Deze bedrijven ondernemen veel te weinig om vrouwenrechten te beschermen en gendergerelateerd geweld te voorkomen in hun productieketens. Vrouwenrechtenschendingen zijn helaas net zo goed gelinkt aan veel producten die verkrijgbaar zijn op de Nederlandse markt, zoals cosmetica, voedingsmiddelen, kleding en grondstoffen. Ook Nederlandse bedrijven hebben moeite met het toepassen van een genderperspectief in hun IMVO-beleid, aldus onderzoek uitgevoerd op verzoek van de Nederlandse overheid.

De stap van vrijwillige richtlijnen naar bindende IMVO-wetgeving is onvermijdelijk. Volgens een recente opiniepoll door onderzoeksbureau Kien in opdracht van ActionAid blijkt dat ruim 85% van de Nederlanders vóór wetgeving is die bedrijven verplicht geweld tegen vrouwen in productieketens uit te bannen. De inzet op Europese wetgeving en het gebrek aan een genderperspectief is dan ook een miskenning van de urgentie en de brede steun voor nationale IMVO-wetgeving die mensenrechtenschendingen, inclusief vrouwenrechtenschendingen, door bedrijven aanpakt. 

Door de inzet op wetgeving op Europees niveau, de focus op grote bedrijven en het gebrek aan aandacht voor participatie van belanghebbenden, leidt navolging van dit advies tot beperkte wetgeving en een langdurig traject. De vrouwen die nú hard worden geraakt door bestaande schendingen kunnen niet wachten totdat de Europese Unie eindelijk een keer met wetgeving komt.

Het is tijd dat de Nederlandse overheid overgaat tot nationale bindende IMVO-wetgeving. In lijn met de OESO-richtlijnen horen daarin alle bedrijven onder de wet te vallen, dienen mensen die getroffen worden door schendingen actief betrokken te worden in het gehele IMVO-beleid van bedrijven, en moeten gendergelijkheid en vrouwenrechten goed verankerd zijn in de wet. Alleen met bindende IMVO-wetgeving die rekening houdt met vrouwenrechten, maken we voor vrouwen in mondiale productieketens écht een verschil.

Anna Hengeveld, Beleidsadviseur bij ActionAid, en Dewi Keppy, Programma manager bij WO=MEN

*Zo’n 50 organisaties en 125 professionals zijn verbonden aan WO=MEN. CNV is mede-auteur van het SER-advies en ondersteunt deze reactie daarom niet.

 

 

‘Het optimistische can do-toontje is ongepast’

Door Marlies Pilon | 29 juni 2022

In aanloop naar het grote debat over de nieuwe beleidsnota van minister Schreinemacher, op 30 juni, vraagt Vice Versa drie door de wol geverfde ontwikkelingsexperts alvast om een eerste reactie. Wat vinden Bram van Ojik, Paul van den Berg en Rina Molenaar ervan?

Lees artikel

Als ‘doen waar je goed in bent’ omslaat in zelfgenoegzaamheid

Door Stef Smits | 28 juni 2022

In dit opiniestuk becommentarieert Stef Smits van IRC de beleidsnota van minister Schreinemacher vanuit het waterperspectief, een thema waarin Nederland zegt te excelleren – maar slachtoffer worden van het eigen succes ligt op de loer, waarschuwt Smits. Het is tijd voor ‘nieuwe waterambities’, stelt hij.

Lees artikel

Lessen van Liesje: oftewel, hoe een gebrekkig inzicht in wereldproblemen kan leiden tot een weinig samenhangende visie

Door Ruerd Ruben | 27 juni 2022

Vandaag is het aan Ruerd Ruben om de nota van minister Schreinemacher van commentaar te voorzien. Ruben merkt een gebrekkig inzicht in de wereldproblemen op en zet er cijfers tegenover. Werk aan de winkel.

Lees artikel