Door:
Ruerd Ruben

8 december 2021

Tags

Het lijkt erop dat er zich een nieuwe generatie denkers en doeners in het ontwikkelingswerk aandient. In potentie moeten zij in staat worden geacht om de noodzakelijke omslag in het denken tot stand te brengen. Dit schrijft professor Ruerd Ruben in zijn recensie van de nieuwe boeken van Betteke de Gaay Fortman en Marc Broere. Deze nieuwe visie gaat uit van de waardigheid van partners, zet lokale leiders in hun kracht en biedt ruimte voor innovaties om effectief te kunnen worden.

De afgelopen maanden zijn twee boeiende boeken uitgebracht die beogen inzicht te bieden in de weerbarstige dagelijkse praktijk van ontwikkelingssamenwerking. Journalist Marc Broere van Vice Versa bundelt in ‘De eerste linies’ persoonlijke verslagen van zijn reizen door Kenya, Oeganda, Mali, Mongolië, Nicaragua en Brazilië. Hij laat zien dat er vele inspirerende initiatieven aan de basis in gang zijn gezet die hoopvol stemmen.

Het boek van Betteke de Gaay Fortman, directeur van Friendship Nederland, richt de aandacht op ondersteuning van lokale organisaties in Nepal, Congo en Bangladesh die zich inzetten voor kinderen met beperkingen en ontwikkeling van binnenuit proberen vorm te geven. In ‘Mensen ontwikkelen zichzelf’ ligt de nadruk op de mogelijkheden om zo snel mogelijk op eigen kracht verder kunnen gaan. In beide boeken worden persoonlijke ervaringen gedeeld die laten zien dat ontwikkelingshulp in hoge mate mensenwerk is en dat manier waarop we daarin betrokken raken erg veel uitmaakt voor de effectiviteit van veranderingsprocessen.

Vertrouwen in lokaal initiatief

Marc Broere is een oude bekende in ontwikkelingsland die z’n best doet om ruimte te bieden aan stemmen van jongeren, vrouwen en basisgroepen uit ontwikkelingslanden. Zijn gesprekken met pastoralisten in Kenya en Mongolië, met sekswerkers in Oeganda en met bloggers in Mali weerspiegelen een groot vertrouwen in het lokale initiatief. Er wordt daar noemenswaardige vooruitgang geboekt met de deelname aan onderwijs, de bestrijding van hiv-aids, het scheppen van werkgelegenheid en het borgen van de rechten van vrouwen en jongeren.

Maar daaroverheen hangt de schaduw van patriarchale bestuurders, corrupte overheden, behoudende religieuze leiders en slecht geïnformeerde donoren die de verdere ontwikkeling van dit potentieel belemmeren.  Er zijn dus ‘katalyserende’ mensen en organisaties nodig die voldoende vertrouwen weten te wekken en in de dagelijkse praktijk bruggen kunnen bouwen.

De vele inspirerende ontmoetingen met vertegenwoordigers van lokale NGOs en veldbezoeken aan ontwikkelingsprogramma’s, laten ook een gevoel van spanning achter.  Broere treedt in de voetsporen van Sir William Arthur Lewis (die in 1979 de Nobelprijs voor Economie ontving) als hij de dilemma’s identificeert tussen economische groei en sociale dienstverlening, handel en hulp, overheid en maatschappelijk middenveld, pastorale en sedentaire landbouw, en investeren en leren.

Soms lukt het om een compromis te bereiken (bijvoorbeeld met introductie van een leefbaar loon op bloemenbedrijven in Oeganda) maar vaker vraagt ontwikkeling toch om strijd en komen de betere ideeën vooral van onderaf (zoals voor de leprabestrijding in Indonesië en bij de vrouwengroepen in Nicaragua). We leren van Broere dat er een nieuw narratief voor ontwikkelings­samenwerking nodig is waar het initiatief van lokale mensen en groepen centraal staat.

Steun vanuit de lokale bevolking

De ervaring van Betteke de Gaay Fortman van 12 jaar werken aan de stichting Karuna in Nepal (en later Tunafasi in Oost Congo) bieden een prachtig inzicht in het belang van steun vanuit de lokale omgeving als voorwaarde om effectief te kunnen bijdragen aan ontwikkeling. De focus van het werk van Karuna (sanskriet voor compassie)  – opgericht vanuit Nederland om projecten voor gehandicapte kinderen op te starten  – ligt vanaf het allereerste begin op de mobilisatie van lokale bijdragen om de hulp zo snel mogelijk overbodig te maken. Omdat armoede en handicaps aan elkaar gerelateerd zijn, moet er een brede insteek worden gekozen. Daarvoor is het belangrijk om de hele dorpsgemeenschap mee te krijgen in lokale gezondheidsverzekeringen en zo snel mogelijk tastbare resultaten te laten zien.

De ernstige aardbeving die Nepal in 2015 treft leidt een trendbreuk in de samenwerkingsrelatie tussen de Nederlandse stichting en de lokale organisatie in. De lokale staf neemt steeds meer de leiding en bepaalt haar eigen prioriteiten. Het dilemma tussen de opschaling van enkele kernactiviteiten of de keuze voor een bredere inzet op wederopbouw­activiteiten wordt zichtbaar. Als Karuna Nepal uiteindelijk zelfstandig wordt, zet het een eigen weg in met een substantiële schaalvergroting van oorspronkelijk concept naar grote delen van Nepal, met omvangrijke co-financiering van de lokale en nationale overheid.

De ervaringen van Betteke laten zien dat ontwikkeling vraagt om gedragsverandering van de omgeving die is gebaseerd op bewustwording van de grondoorzaken van de problematiek. De samen-op-weg werkwijze van Karuna bouwt een bewust spanningsveld op tussen lokaal eigenaarschap en generiek projectmanagement. Het bouwt daarmee voort op het denken van Nobelprijswinnares Elinor Orstrom over het belang van heterogene organisaties voor het tot stand brengen van effectieve samenwerking, en dat van Nobelprijswinnares Esther Duflo over de noodzaak van prikkels voor het stimuleren van deelname aan lokale ontwikkelings­­programma’s. De sleutel voor effectiviteit ligt bij het goed luisteren naar de partners, het ruimte bieden aan eigen initiatief en het durven in te zetten op experimentele ideeën.

Interessante paralellen

Er zitten interessante paralellen tussen beide boeken. Zowel Broere als de Gaay Fortman schenken veel aandacht aan de lokale inbedding van ontwikkelings­activiteiten. De steun van de familie, de clan en het dorp zijn vitaal voor het verankeren van duurzame vooruitgang.  Daarbij moet de focus van internationale samenwerking liggen bij het bereiken van ‘sociaal rendement’ (De Gaay Fortman) en van ‘menselijke ontwikkeling’ (Broere). Ook over de rol van internationale donoren als partner in het ontwikkelings­traject worden gelijksoortige opmerkingen gemaakt: ‘je kunt er hooguit voor zorgen dat de omstandigheden voor eigen ontwikkeling gunstig worden beïnvloed’. Veel van Broere’s lokale initiatieven worden in het begin ondersteund door contacten met Nederlandse expats; bij de Gaay Fortman is de inzet van een Nederlandse ondernemer vitaal om de omslag te maken naar zelfstandigheid.

Het lijkt erop dat er een zich nieuwe generatie denkers en doeners in het ontwikkelingswerk aandient. Zij zijn realistisch over hun mogelijkheden en meer pragmatisch in hun aanpak. Ze hebben ook een scherp oog voor de lokale mogelijkheden en behoeften en voor de politieke context van interventies. Zij hebben behoefte aan heldere drijfveren en gebruiken een flexibel instrumentarium om resultaat te bereiken.

In potentie moeten zij in staat worden geacht om de noodzakelijke omslag in het ontwikkelingsdenken tot stand te brengen. Zo’n nieuwe visie gaat uit van de waardigheid van partners, zet lokale leiders in hun kracht, en biedt ruimte voor innovaties om effectief te kunnen worden. Lokale initiatieven kunnen ook flexibel reageren op gewijzigde omstandigheden (zoals nu met Covid-19) en bieden een prachtig leertraject, zowel voor het verwerven van steun in de beginfase als voor het verzelfstandigen zonder donorsteun in latere fasen.

Het boek van Betteke de Gaay Fortman is verkrijgbaar via  https://www.atlascontact.nl/boek/mensen-ontwikkelen-zichzelf/ en dat van Marc Broere via https://viceversaonline.nl/de-eerste-linies/

 

 

‘Het optimistische can do-toontje is ongepast’

Door Marlies Pilon | 29 juni 2022

In aanloop naar het grote debat over de nieuwe beleidsnota van minister Schreinemacher, op 30 juni, vraagt Vice Versa drie door de wol geverfde ontwikkelingsexperts alvast om een eerste reactie. Wat vinden Bram van Ojik, Paul van den Berg en Rina Molenaar ervan?

Lees artikel

Als ‘doen waar je goed in bent’ omslaat in zelfgenoegzaamheid

Door Stef Smits | 28 juni 2022

In dit opiniestuk becommentarieert Stef Smits van IRC de beleidsnota van minister Schreinemacher vanuit het waterperspectief, een thema waarin Nederland zegt te excelleren – maar slachtoffer worden van het eigen succes ligt op de loer, waarschuwt Smits. Het is tijd voor ‘nieuwe waterambities’, stelt hij.

Lees artikel

Lessen van Liesje: oftewel, hoe een gebrekkig inzicht in wereldproblemen kan leiden tot een weinig samenhangende visie

Door Ruerd Ruben | 27 juni 2022

Vandaag is het aan Ruerd Ruben om de nota van minister Schreinemacher van commentaar te voorzien. Ruben merkt een gebrekkig inzicht in de wereldproblemen op en zet er cijfers tegenover. Werk aan de winkel.

Lees artikel