Door:
Sarah Haaij

14 december 2021

Tags

Het zijn moeilijke tijden voor Burkina Faso: het kampt met terrorisme, het klimaat en de pandemie. Toch is Juste Nansi (IRC) ook nú vastbesloten om duurzame watersystemen te realiseren. In een crisis moet de ontwikkelingssector evenmin ad hoc reageren, maar overheden versterken om waterkwesties op te pakken, zegt hij.

Waarom drinkwater, waswater en sanitaire voorzieningen zo belangrijk zijn? Daar kan Juste Nansi, die inmiddels vijftien jaar in de WASH-sector van Burkina Faso rondloopt, talloze voorbeelden van geven, maar het meest illustratief is zijn eigen kindertijd.

‘Elke dag’, zegt hij, ‘liep ik na school met een grote plastic ton op mijn hoofd de kilometer naar de dichtstbijzijnde waterpomp. Een klusje dat veel energie vroeg en me soms hele middagen van mijn huiswerk weghield. ’s Nacht moest ik de slaap zien te vatten in de penetrante lucht van ons wc’tje, dat zich direct naast mijn slaapplaats bevond. Voor een andere oplossing was geen geld.’

Water en sanitaire voorzieningen zijn niet voor niets een mensenrecht, wil de landendirecteur van IRC Burkina Faso (International Water and Sanitation Centre) met dit voorbeeld duidelijk maken: ‘Ze vormen een cruciaal onderdeel van een gezond en menswaardig dagelijks leven.

Juste Nansi,

Een dagelijks leven dat voor veel Burkinezen nog altijd buiten handbereik ligt. Van de twintig miljoen mensen zit 53 procent zonder toegang tot schoon drinkwater, heeft 81 procent geen toegang tot basishygiëne zoals water om de handen te wassen en moet 78 procent het stellen zonder solide wc’s die voorkomen dat ziekten verspreid raken; zo penibel is de WASH-situatie van Burkina Faso.

Wil het land het doel halen van volledige toegang tot duurzaam beheer van water en sanitatie voor iedereen, dan moet er de komende jaren dus nog veel gebeuren – en dat terwijl het eens relatief vredige West-Afrikaanse land nu kampt met terroristisch geweld en een ongekende humanitaire noodsituatie. In slechts vijf jaar tijd zijn 1,4 miljoen Burkinezen op de vlucht geslagen en hebben meer dan drie miljoen mensen acute hulp nodig.

Veilig drinkwater is in deze toestand nog altijd eerder uitzondering dan regel, weet Nansi. Maar dat neemt volgens hem niet weg dat men moet blijven proberen de watersituatie te verbeteren. Dus werkt hij onverstoorbaar door om elk huishouden, elke school, elke zorginstelling en elke werkplek in Burkina Faso van toegang te voorzien tot betrouwbaar en betaalbaar drinkwater.

‘Niet door zelf een waterpomp of -put neer te zetten,’ benadrukt hij, ‘maar door de capaciteit van de lokale en nationale overheid qua drinkwatervoorziening te versterken.’ 

De WASH-cijfers voor Burkina Faso zijn zorgwekkend: meer dan de helft van de mensen heeft nog geen toegang tot schoon water of sanitaire voorzieningen. Welk effect heeft de huidige veiligheidscrisis?

Nansi: ‘De verslechterende veiligheidssituatie komt het in elk geval niet ten goede. Sinds 2016 wordt het land geplaagd door terroristische aanvallen en wij – als bevolking – moeten gadeslaan hoe onze overheid worstelt om het geweld het hoofd te bieden. De veiligheid is afgenomen en inmiddels zijn anderhalf miljoen mensen ontheemd in eigen land. Ook zijn er nu al zeker tweeduizend scholen gesloten. Tweeduizend scholen, denk je dat eens in! De situatie is echt kritiek.

‘Als we naar de WASH-cijfers kijken, zien we dat die de laatste vijf jaar zo ongeveer gelijk zijn gebleven. De situatie is nog niet verslechterd, maar gaat dus ook zeker niet de goede kant op. Bovendien komen er nu nieuwe problemen bij: mensen die op de vlucht slaan laten investeringen in waterinfrastructuur in hun dorpen achter. Tegelijkertijd verhogen de ontheemden de druk op de watervoorzieningen in de dorpen waar ze worden opgevangen. Op die plaatsen gaat de situatie met de dag achteruit.’

Vijftien jaar geleden bent u in de WASH-sector begonnen. ‘Bottom-up’, zoals u zelf zegt, in de gemeenschappen. Daar hielp u bij projecten om waterputten te graven, pompen te plaatsen en voorlichting te geven. Wat heeft u daar geleerd?

‘In die jaren maakte ik kennis met alle uitdagingen die zich voordoen wanneer je op gemeenschapsniveau met WASH-interventies aan de slag gaat. Voor mij culmineerde die praktijkervaring in één belangrijke en simpele les: niets van wat wij (als ontwikkelingswerkers, red.) in de gemeenschap doen, kan standhouden als het niet wordt geïntegreerd in publieke watersystemen. Oftewel: de publieke instanties, de lokale en nationale overheden, moeten de watersystemen beheren. Dat is ook precies waar wij vanuit IRC voor staan.’ 

Veel ngo’s willen van onderop werken en gaan daarom juist wel direct naar de gemeenschappen. Volgens jou worden overheidsstructuren daarbij vaak overgeslagen. Waarom is het belangrijk dat anders te doen?

In mijn carrière heb ik zo ontzettend veel projecten gezien waarbij handwaterpompen worden neergezet. De handpomp gaat stuk en vervolgens is er niemand om haar te repareren. De plaatselijk bevolking, totaal afhankelijk gemaakt, wacht op een andere ngo die langskomt om te helpen. En, ja: dat is een klassiek ontwikkelingsvoorbeeld, maar toch zien we die cyclus hier in Burkina Faso steeds opnieuw.

‘Als je als organisatie de publieke sector zo negeert, ontneem je de bevolking ook de kans om de volgende stap te zetten, om van een handpomp over te gaan op een wateraansluiting, bijvoorbeeld. Je ontneemt mensen de kans om de publieke dienstenladder te beklimmen.

‘Wat de waterorganisaties wel moeten doen? Overheidsinstanties aansporen om hun werk te doen. Overheden moeten die publieke diensten, zoals watervoorziening, op zich nemen en ze tot in de eeuwigheid blijven uitvoeren. Wij ngo’s gaan op den duur weg; het zijn de overheden die blijven. Dat idee moet doordringen bij de hulporganisaties, maar ook bij de overheden zelf. Veel lokale overheden hebben nu al zo lang hulp gehad dat ze zijn vergeten dat ze verantwoordelijkheid moeten nemen als het om watervoorziening gaat.’

Kunnen de lokale overheden in Burkina Faso dat?

‘Om het te laten werken, moeten de structuren sterk genoeg zijn. Decentralisatie is in Burkina Faso een relatief nieuw proces, nog geen vijftien jaar oud – dat betekent dat lokale overheden nog vrij zwak zijn. Vaak ontbreken de middelen of de expertise om zoiets als watervoorziening te organiseren. Financieel zijn ze afhankelijk van de nationale overheid, dus ook op dat niveau moeten wij lobbyen en werken aan begrip voor duurzaam WASH-beleid.’

Maar als die lokale structuren er nog niet zijn, dan kun je toch ook niet de watervoorziening eraan overlaten?

 Dat is wat je veel organisaties hoort zeggen: “De lokale overheid is zwak, dus doen we het zelf maar.” Maar ik zeg: dan moeten we die publieke systemen helpen opbouwen. Help de nationale overheid en de gemeenschappen om sterke lokale overheden en structuren op te bouwen, om zo de publieke sector op te bouwen. Het is een proces dat wij als ngo’s kunnen ondersteunen.’

Dat betekent misschien wel een ander takenpakket voor veel ngo’s?

‘Dat klopt, maar het is nu eenmaal niet de bedoeling dat wij voor eeuwig in die gemeenschappen blijven werken, toch? Als watervoorziening onze prioriteit heeft, dan zullen we eerst de systemen moeten helpen opbouwen die watervoorziening kunnen managen, vóórdat we de waterpunten voor de mensen bouwen.

‘Wat mij betreft moeten alle ngo’s en ook donoren dus hun focus verleggen. Ja, dat vergt een ander manier van werken: het ondersteunen van publieke systemen is misschien niet ieders expertise, maar die organisaties zou ik willen aanmoedigen om te partneren met entiteiten die de expertise wèl in huis hebben, zoals IRC. Als de ene organisatie naar de gemeenschappen gaat, dan kan de andere helpen publieke structuren te verstevigen om het proces duurzaam te maken.’

Hoe doe je dat, lokale en nationale overheden ondersteunen om WASH-beleid te voeren?

‘Dat gaat over ondersteuning bij het hele proces: van de planning, financiering, de uitvoering en alle partijen die daarbij komen kijken, tot aan het toezicht en het onderhoud. Denk aan de training van ambtenaren of aan het opzetten van monitoringsystemen.

‘Een voorbeeld: op districtsniveau is er in Burkina Faso een groot tekort aan experts die gespecialiseerd zijn in het beheer van WASH-diensten – de meeste lokale overheden kunnen zich geen WASH-deskundige veroorloven. Wij ondersteunen bij het delen van expertise en bij het aanvragen van fondsen voor die expertise bij de nationale overheid.’ 

Want als ontwikkelingsactoren verzaken om die publieke sectoren te ondersteunen, wat is dan het gevolg? 

‘Dan zie ik het al gebeuren, dan haalt Burkina Faso straks misschien het zesde duurzame doel – met water voor iedereen – en staan alle ngo’s natuurlijk te klappen: “We did it!” Als ze een jaar later zijn vetrokken, verslechtert de watersituatie weer in rap tempo.’ 

Om die reden, zegt u, zijn nationale WASH-plannen ook zo belangrijk. Kunt u een voorbeeld geven van een project op dat niveau waar u trots op bent? 

‘Mede dankzij ons werk was Burkina Faso het eerste West-Afrikaanse land dat aan de start van de duurzame ontwikkelingsdoelen een routekaart klaar had liggen om de waterdoelen te behalen. Daarin hebben we ons sterk gemaakt voor een groter besef dat de manier waarop WASH al die jaren is aangepakt, met installatie van handpompen, de doelen niet zou realiseren. Met handpompen ga je mensen niet van twintig liter water per dag voorzien, de toevoer en kwaliteit is te onbetrouwbaar. Je hebt betrouwbare waternetwerken nodig.

‘Dat klinkt misschien voor de hand liggend, maar bedenk je dat die waterpompen hier al veertig jaar als oplossing worden gezien – dan heeft zo’n omslag echt tijd nodig. Samen met andere waterpartners hebben we de overheid overtuigd naar het systeem te kijken en daar ook acties en budgetten aan vast te plakken. Daar ben ik trots op.’ 

Terrorismebestrijding is momenteel prioriteit nummer één voor de regering. Om die reden constateert u dat veel overheidsfondsen richting veiligheid wegvloeien. Ook de uitgebreide nationale WASH-investeringsplannen die door alle wateractoren samen zijn opgesteld om ervoor te zorgen dat het zesde doel wordt gerealiseerd, hebben vertraging opgelopen. Tot nu toe heeft de overheid minder dan de helft van de afgesproken WASH-fondsen daadwerkelijk geïnvesteerd, zei u eerder. Hoe kijkt u naar de toekomst?

‘We hadden niet verwacht dat de veiligheidssituatie zo zou verslechteren. Onze regering heeft beperkte budgetten en de veiligheidsdreiging gaat ten koste van andere sectoren. Dat betekent niet dat er níets gebeurt, maar zoals gezegd wordt er ook geen vooruitgang op WASH-gebied geboekt, er is stagnatie. En als de regering de situatie niet snel weet te ontspannen, dan wordt het wel moeilijk om het zesde doel nog te halen.’ 

Kunnen we in deze crisissituatie dan toch niet beter directe hulp aan de gemeenschappen bieden, in plaats van ons op versterking van de publieke sector te richten?

‘Dat denk ik niet. Kijk naar de landen in Europa: jullie hoeven tijdens deze coronacrisis toch ook geen externe ngo’s te bellen om te komen helpen? Er zijn bestaande systemen om de crisis aan te pakken, dat is precies wat wij ook willen en wat we nodig hebben.

‘Op dit moment wordt honderd procent van de waterhulp voor de interne vluchtelingen in Burkina Faso uitgevoerd door ngo’s. Honderd procent! Er is geen enkel nationaal actieplan werkzaam. En, ja: natuurlijk moeten we acuut hulp bieden en mensenlevens redden, maar we moeten ook kijken naar rampenbestrijdingssystemen voor de lange termijn. Watervoorziening is een eerste noodzaak en hoort daar dus bij.’

Fotobijschrift: Ouattara Mariettou, directeur Water, Sanitatie en Publieke Hygiëne, van de gemeente Banfora in Burkina Faso, presenteert de voortgang van de gemeente ten opzichte van haar WASH-doelstellingen tijdens de jaarlijkse evaluatievergadering.

 https://viceversaonline.nl/site/wp-content/uploads/2021/10/dossier-logo-for_the_public_good.jpg

De uitbraak van Covid-19 heeft wereldwijd tot een herwaardering van de publieke sector geleid. Wat betekent dit voor internationale samenwerking en het Nederlandse beleid in het bijzonder? Hoe kunnen we het beste bijdragen aan een goed functionerende publieke sector in onze partnerlanden? In het kennisdossier For the Public Good diepen we dit onderwerp verder uit.

For the Public Good is een initiatief van IRC, Edukans, Simavi en Vice Versa.

Lessen van Liesje: oftewel, hoe een gebrekkig inzicht in wereldproblemen kan leiden tot een weinig samenhangende visie

Door Ruerd Ruben | 27 juni 2022

Vandaag is het aan Ruerd Ruben om de nota van minister Schreinemacher van commentaar te voorzien. Ruben merkt een gebrekkig inzicht in de wereldproblemen op en zet er cijfers tegenover. Werk aan de winkel.

Lees artikel

Vaagheid troef

Door Paul Hoebink | 26 juni 2022

Vrijdag, laat in de middag, lanceerde minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Liesje Schreinemacher haar nieuwe nota. Het is moeilijk er enige duidelijkheid, er een heldere strategie in te vinden: het is vaagheid troef, stelt Paul Hoebink.

Lees artikel

Shift the power op de universiteit

Door Marc Broere | 24 juni 2022

Robert Kajobe is een prominente wetenschapper uit Oeganda. Marc Broere bezoekt de hoogleraar met wie hij al een kwart eeuw bevriend is, voor een terugblik en om de stand van het Afrikaanse academische leven te bespreken. Onder collega’s bemerkt Kajobe nog te vaak een minderwaardigheidscomplex – en dat mogen ze wel afschudden, vindt hij. ‘Een westers idee wordt soms domweg maar geaccepteerd, ook al weet je als lokale onderzoeker dat het niet werkt, maar je bent te bang om dat aan de orde te stellen.’

Lees artikel