Door:
Dirk Jan Koch

16 februari 2022

Categorieën

Tags

Rwanda wordt als schoolvoorbeeld van een succesvolle ontwikkelingsstaat gezien: twintig jaar geleden lag de kindersterfte er nog vier keer hoger. Maar wie met interesse naar de statistieken kijkt, die ziet soms vreemde dingen: tussen 2008 en 2018 nam het aantal malariagevallen van zeven tot meer dan vijftig procent toe. Alexis Rulisa en Dirk-Jan Koch zochten het uit.

De duurzame doelen versterken elkaar – althans, dat is het idee. Als kinderen minder honger hebben, zullen ze langer naar school gaan en doordat ze beter geschoold zijn, zullen ze minder honger hebben. De doelen vormen dan een virtueuze cirkel. Vaak doet dat opgeld, maar niet altijd, blijkt uit de studie van Alexis Rulisa, een Rwandese promotiekandidaat van mij.

Hij onderzocht hoe het kon dat malaria tíjdens zijn onderzoek zo sterk toenam in Rwanda, terwijl het er qua ontwikkeling verder de goede kant opging. Het raadsel intrigeert mij, omdat het zo tegen mijn intuïtie ingaat: als het sociaal en economisch beter gaat, kan de bevolking zich toch ook béter tegen malaria beschermen?

Het antwoord was nog verbazingwekkender dan ik dacht en donoren spelen er – helaas – een cruciale rol in. Natuurlijk zijn er verschillende oorzaken, maar ons onderzoek spitst zich toe op rijst.

Reken de muggen mee

De Rwandese overheid zet al een tijd op zelfvoorziening in, ook wat voedsel betreft. Samen met donoren is ze succesvol in het opkrikken van de voedselproductie, onder andere door méér land te bewerken. Dat geldt ook voor de rijstproductie: de landbouwgrond waar rijst op werd verbouwd, verdubbelde in de periode dat de malaria toenam. Het onderzoek van Alexis laat zien dat het geen toeval is.

De extra rijst vergroot aan de ene kant het welzijn in de rijstgebieden, onder anderen van de kinderen; ze groeien erdoor. Maar niet alleen zíj worden groter, de malariaproblemen eveneens: de rijstvelden, die vaak deels onder water staan, trekken immers veel muggen aan. En de extra muggen besmetten extra mensen. Dus hoewel de overheid en donoren aan de ene kant succesvol zijn (met meer eten en een betere groei van kinderen), kent het een prijs: meer malaria.

De nieuwsgierigheid van Alexis houdt niet bij die bevinding op. Hij wil weten wíe de prijs betaalt: wie krijgen er meer malaria?

Het echt vernieuwende van zijn onderzoek zit in het antwoord op die vraag. Juist de armste bewoners hebben de meeste last van die extra muggen. Zo hebben ze slechtere daken en muren, waardoor er meer muggen naar binnen kunnen en zij vaker malaria krijgen.

De rijstboeren, die vaak al vermogender waren, kunnen door extra steun van de overheid en donoren hun rijstvelden uitbreiden. Maar de armen – die geen rijst verbouwen – zitten aan de keerzijde van de medaille en worden vaker ziek. Kortom: hoe armer je bent, hoe meer last je hebt van die door donoren gestimuleerde rijstproductie.

Het klinkt wellicht als een uiterst specifiek onderzoek: hoe armoede invloed heeft in Rwanda, of dat meer rijstproductie tot meer malaria leidt. Maar de bevindingen van Alexis moeten mijns inziens zelfs een mondiale bezinning in gang zetten over de relatie tussen de duurzame ontwikkelingsdoelen.

Wie betaalt de prijs van vooruitgang? 

De doelen versterken elkaar vaak, maar de afgelopen tijd werd al duidelijk dat er ook sprake kan zijn van uitruil. Zo heeft het instellen van natuurreservaten om vis te beschermen een negatieve impact op de levenszekerheid van vissers (allebei het veertiende doel). Het tegengaan van ontbossing (doel vijftien) kan een negatieve impact hebben op de toegang tot energie (doel zeven), omdat veel mensen afhankelijk van houtskool zijn voor energie.

De uitruil tussen doelen is gaandeweg bekend geworden, maar dat de armsten daarbij de slechtste deal krijgen nog niet. We zingen allemaal ‘laat niemand achter’ en ‘do no harm’, maar Alexis laat zien dat als we niet opletten in de stormloop voor klinkende ontwikkelingsresultaten, de armsten het kind van de rekening kunnen zijn.

Aan vooruitgang hangt vaak een prijskaartje. Laten we meer ons best doen erachter te komen – net als Alexis – wie ten slotte die prijs betaalt.

In deze columnserie licht Dirk-Jan Koch op persoonlijke titel eens per twee maanden een onderwerp uit dat gelieerd is aan het onderzoeksproject Ongeplande effecten van internationale samenwerking. Deze bijdrage is gebaseerd op het artikel When Local Trade-Offs between SDGs Turn Out to Be Wealth-Dependent: Interaction between Expanding Rice Cultivation and Eradicating Malaria in Rwanda (door Alexis Rulisa, Luuk van Kempen en Dirk-Jan Koch), in Sustainability. NWO-Wotro heeft het promotieonderzoek van Alexis Rulisa mogelijk gemaakt

‘Het optimistische can do-toontje is ongepast’

Door Marlies Pilon | 29 juni 2022

In aanloop naar het grote debat over de nieuwe beleidsnota van minister Schreinemacher, op 30 juni, vraagt Vice Versa drie door de wol geverfde ontwikkelingsexperts alvast om een eerste reactie. Wat vinden Bram van Ojik, Paul van den Berg en Rina Molenaar ervan?

Lees artikel

Als ‘doen waar je goed in bent’ omslaat in zelfgenoegzaamheid

Door Stef Smits | 28 juni 2022

In dit opiniestuk becommentarieert Stef Smits van IRC de beleidsnota van minister Schreinemacher vanuit het waterperspectief, een thema waarin Nederland zegt te excelleren – maar slachtoffer worden van het eigen succes ligt op de loer, waarschuwt Smits. Het is tijd voor ‘nieuwe waterambities’, stelt hij.

Lees artikel

Lessen van Liesje: oftewel, hoe een gebrekkig inzicht in wereldproblemen kan leiden tot een weinig samenhangende visie

Door Ruerd Ruben | 27 juni 2022

Vandaag is het aan Ruerd Ruben om de nota van minister Schreinemacher van commentaar te voorzien. Ruben merkt een gebrekkig inzicht in de wereldproblemen op en zet er cijfers tegenover. Werk aan de winkel.

Lees artikel