Door:
Nout van der Vaart

14 maart 2022

Tags

Veel landen in het Midden-Oosten, Azië en Afrika zijn voor hun voedsel afhankelijk van onder andere Oekraïns graan en zullen de gevolgen van de oorlog dus gaan merken. Deze situatie staat niet op zichzelf; de wereldwijde afhankelijkheid van voedselimport en -export maakt vooral lage- en middeninkomenslanden extra kwetsbaar voor een verstoring van de markt, veroorzaakt door extreme gebeurtenissen als oorlog, maar ook door klimaatverandering. Om het tij werkelijk te keren zou de wereld grootschalig moeten investeren in meer lokale, op agroecologische leest geschoeide voedselproductie, betogen Nout van der Vaart van Oxfam Novib en Stefan Schüller van Both ENDS.

tekst: Nout van der Vaart en Stefan Schüller

Dat de prijzen voor voedsel wereldwijd verder zullen stijgen door het wegvallen van een groot deel van de graanexport uit Oekraïne en door de sancties opgelegd aan Rusland, is een breed gedeelde aanname. Vooral voor lage- en middeninkomenslanden die veel graan importeren, zoals Libanon, Libië, Egypte, Bangladesh, Irak, Ethiopië, Zuid-Soedan en Soedan, zijn de stijgende prijzen slecht nieuws. Het feit dat er op termijn minder voedsel beschikbaar zal zijn op de wereldmarkt, is een van de vele neveneffecten van deze waanzinnige oorlog, die in de eerste plaats voor de bevolking van Oekraïne een nachtmerrie is. Acute voedseltekorten in bovengenoemde landen zullen op de korte termijn naar verwachting wel met de in de wereld aanwezige voorraden kunnen worden opgevangen. Na de ontwrichtende impact van Covid-19, legt de oorlog in Oekraïne echter opnieuw heel duidelijk bloot hoe verweven mondiale voedselstromen zijn en hoe sterk veel lage- en middeninkomenslanden van deze wereldmarkt afhankelijk zijn.

Afhankelijkheid maakt kwetsbaar

Die afhankelijkheid van voedselimport maakt deze landen, die toch al weinig buffers hebben, extra kwetsbaar: bij verstoring van de markt worden zij vrijwel direct geconfronteerd met een gebrek aan voedsel en exorbitante prijsstijgingen. Hoewel voedsel- en noodhulp vaak een eerste verlichting kunnen brengen, zal de veerkracht en weerbaarheid van deze landen op de lange termijn eigenlijk alleen worden bevorderd door het ontwikkelen van duurzame, lokale voedselsystemen.

Agroecologie vergroot veerkracht maar wordt nog weinig ondersteund

Een veelbelovende benadering die internationaal steeds meer steun geniet is agroecologie. Deze holistische benadering stelt ecologische processen en kleinschalige boeren en boerinnen centraal in de transitie naar toekomstbestendige voedselsystemen. Agroecologische productiemethoden helpen lokale landbouwsystemen weerbaarder te maken tegen klimaatverandering en andere externe schokken. Zo spreidt een agrecologische boer risico door een grote diversiteit aan verschillende, veelal lokale gewassen en rassen te verbouwen, vaak in combinatie met vaste struiken en bomen die de grond gezond houden. Als het voor het ene gewas te nat of te droog is zijn er, in tegenstelling tot monoculturen, altijd nog andere gewassen die wél wat opleveren en de veerkracht van de boerderij waarborgen. Door het gebruik van bestrijdingsmiddelen en kunstmest te verminderen of zelfs te vervangen door groenbemesting, biologische bestrijdingsmiddelen en gewasrotatie, blijft de bodem gezond.

Kenmerkend is dat agroecologie lokale zeggenschap in besluitvormingsprocessen bevordert, berust op het optimaal benutten van lokale kennis, helpt kringlopen te sluiten en de lokale biodiversiteit versterkt. Helaas is er nationaal en internationaal nog veel te weinig aandacht en ondersteuning voor agroecologische landbouw. Recent onderzoek van Oxfam Novib en Both ENDS wijst uit dat slechts 9% van het Nederlandse ontwikkelingsgeld voor landbouw- en voedselprojecten in de afgelopen tien jaar is besteed aan het ondersteunen en versterken van agroecologische benaderingen die kleinschalige boeren en boerinnen daadwerkelijk kunnen helpen hun voedselproductie duurzamer, eerlijker en weerbaarder te maken.

Meer steun nodig voor lokale, duurzame voedselsystemen

Kleinschalige boeren en boerinnen, die zo’n 70% van het voedsel produceren in lage- en middeninkomenslanden, moeten in staat worden gesteld ecologisch duurzaam geproduceerd voedsel op lokale markten economisch lonend te verhandelen. Dat kan door voedselzekerheidsbeleid meer te richten op het versterken van duurzame en lokale marktontwikkeling. In de praktijk betekent dat bijvoorbeeld de toegang tot kapitaal vergemakkelijken, de schat aan kennis van boeren en lokale gemeenschappen over lokale ecosystemen en voedselplanten veel beter borgen, investeren in marktinfrastructuur zoals opslag-, koelings- en transportfaciliteiten, en landrechten van lokale gemeenschappen en in het bijzonder vrouwen respecteren en versterken.

Tegelijkertijd moet ook internationaal handelsbeleid de lokale productie en vermarkting van landbouwproducten bevorderen. Een mooie eerste stap zou zijn zoveel mogelijk te stoppen met het dumpen van goedkoop Nederlands/Europees voedsel op Afrikaanse markten en met andere vormen van oneerlijke concurrentie. Het ‘wij voeden de wereld’ narratief dat sommige Nederlandse partijen graag uitventen, bestaat vooral bij de gratie van het gebrek aan goede investeringen in de lokale voedselproductie in lage- en middeninkomenslanden, en bij de gratie van handelsverdragen die lage- en middeninkomenslanden verhinderen hun eigen lokale productie verder te ontwikkelen.

Om te voorkomen dat het aantal mensen dat nu al met honger naar bed gaat (één op de tien mensen wereldwijd) verder blijft stijgen en dat we de gaten moeten blijven dichten met nood- en voedselhulp, moeten we dus meer investeren in lokale voedselproductie gebaseerd op agroecologische principes. Dan kunnen gemeenschappen zichzelf en hun lokale markten van voedsel voorzien én hun veerkracht vergroten ten aanzien van klimaatverandering en andere onverwachte marktverstoringen, zoals nu met het wegvallen van 30% van het wereldwijde aanbod van tarwe.

 

Iedere druppel telt

Door Nicera Wanjiru | 13 mei 2022

Tijdens de Covid pandemie werd de toch al schaarse toegang tot water nog nijpender in de sloppenwijken van de Keniaanse hoofdstad Nairobi. Het moest naast andere dingen nu ook nog gebruikt worden om je handen goed te wassen. Iedere druppel telt. In deze video aandacht voor het bijzondere ‘Wash First’ programma van Simavi en de Wash Alliance in Kenia. Samen met de lokale autoriteiten werd een programma gestart om 2000 scholen en gemeenschappen toegang te geven tot schoon water.

Lees artikel

‘Doen waar we goed in zijn’

Door Sarah Haaij | 10 mei 2022

Ook al zijn de coronavaccindonaties nu eindelijk op pijl, de vaccinatiegraad in veel Afrikaanse landen blijft toch achter. Die fragiele toestand van de mondiale zorgsystemen bespreken we met VVD-Kamerlid Jan Klink. Of we te lang vooral met onszelf bezig zijn geweest? ‘Ik denk dat je dat achteraf wel kunt stellen, ja.’

Lees artikel

De eerste 100 dagen van Liesje Schreinemacher: heeft de minister last van een blinde vlek?

Door Ariette Brouwer | 21 april 2022

Sinds lange tijd is er weer een minister voor ontwikkelingssamenwerking van VVD-huize. Hoe kijkt Simavi-directeur Ariette Brouwer terug op de eerste 100 dagen van Liesje Schreinemacher? In deze column spreekt ze haar zorgen uit over de blinde vlek die de minister tot nu toe lijkt te hebben voor het grote belang van het maatschappelijk middenveld. En nodigt haar uit om het gesprek hierover aan te gaan.

Lees artikel