Door:
Dirk Jan Koch

25 maart 2022

Categorieën

Tags

In de aanloop naar het Wereld Café van 31 maart met minister Schreinemacher herplaatsen we twee stukken uit 2021. In deze column van vorig jaar april roept Dirk-Jan Koch de minister op om minder tijd in nieuwe nota’s en programmlijnen te stoppen, maar veel meer tijd te steken in het verbeteren van wat we al doen. Saillant detail: ‘ambtenaar’ Koch maakt nu een jaar na het schrijven van deze column zelf deel uit van het team dat de nieuwe beleidsnota gaat schrijven.

Iedere nieuwe minister lijkt de neiging niet te kunnen weerstaan om met een ‘Nieuw Plan’ te komen voor ontwikkelingssamenwerking; een nieuw verhaal waardoor armoede nóg beter bestreden kan worden of nóg beter bijdraagt aan het oplossen van andere problemen waar ook het draagvlak nog meer vergroot kan worden (terrorisme, migratie).

Als een soort van wasmiddelreclame wordt beweerd dat het ‘Nu Nog Beter’ is door ‘een nieuwe formule’.  Mijn onderzoek de afgelopen jaren suggereert dat we eigenlijk veel minder tijd en energie in nieuwe nota’s en nieuwe programmalijnen zouden moeten stoppen, en juist veel meer tijd in het verbeteren van wat we al doen. Eén van de grote problemen van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking is de grote fragmentatie en de ‘verprojectistering’ van de Nederlandse hulp. Een nieuwe nota met weer nieuwe prioriteiten zal het nog lastiger maken om resultaten te behalen. Ontwikkeling is niet iets dat je ‘fixt’ in een paar jaar, en juist langetermijn betrokkenheid is van belang, met het leren van fouten en bijsturen in het proces.

Reality check

Eerst even een reality check. Het ziet er naar uit dat het beschikbare budget voor Nederlandse ontwikkelingssamenwerking nog verder zal dalen de komende jaren, zowel in absolute als relatieve zin. Immers, er is al een structurele korting op het budget ingezet door Rutte 2, daarna heeft Rutte 3 door middel van een ‘kasschuif’ al een deel van toekomstige OS-budgetten opgegeten. In Rutte 4 zal daarbovenop sowieso minder geld te besteden zijn omdat (1) de economische raming lager uitvalt en (2) de OS-afdrachten naar de EU toenemen als gevolg van het nieuwe Europese financiële kader. Ook de andere ministers proberen in toenemende mate een greep te doen uit de OS-kas.

Soms vergelijk ik Nederlandse ontwikkelingssamenwerking dus met een kerstboom. Veel nieuwe ministers willen meer kerstballen en kerstkransjes in de boom hangen, zodat ze hun zichtbare stempel drukken op het beleid. Mijn idee is dat de kerstboom al helemaal vol hangt. Terwijl Lilianne Ploumen nog nieuwe ‘hulp&handel instrumenten’ toevoegde aan de takken, hing Sigrid Kaag daar nog ‘mentale gezondheid’ en ‘jeugdwerkgelegenheid’ -kerstballetjes erbij. Als een volgende bewindspersoon de OS-kerstboom nog optuigt riskeert deze te bezwijken onder al die versierselen.

Léren voordat we investeren

Als ik geen nieuwe prioriteiten wil, wat wil ik dan wèl? Ik wil dat we léren voordat we investéren. Laten we bijvoorbeeld eerst uitzoeken hoe de vorige intensiveringen gewerkt hebben. Zo zette Kaag dus in op Mental Health and Psycho-Social Support (MHPSS). Waarschijnlijk erg nodig. Grote verwachtingen werden gewekt. Zo stelde Kaag bijvoorbeeld dat ‘MHPSS cruciaal is voor individuen, gezinnen, gemeenschappen… om verzoening te bevorderen.’ Dus MHPSS-interventies helpen niet alleen om vluchtelingen van hun trauma af te helpen, maar ook om vredesopbouw te stimuleren, is het idee.

Ik hoop het van harte, maar bij een professionele sector hoort bewijs. Dus laten we eerst goed onderzoeken of MHPSS werkt zoals we hopen dat het werkt. Werkt het? Dan kunnen we opschalen, in plaats van weer een nieuwe set lampjes aan die kerstboom hangen. Een van mijn promovenda, Tessa Ubels, is bijvoorbeeld nu met dit onderzoek gestart om te kijken of onder andere deze vooronderstelling (MHPSS draagt bij aan vrede) klopt.

Nederlandse ontwikkelingssamenwerking moet ook leren van peer-reviews en evaluaties. Die zijn er veel geweest de afgelopen tijd. De OESO concludeert dat we te weinig in samenspraak met overheden in ontwikkelingslanden en via de ambassades doen. De IOB heeft geconstateerd dat de RVO en andere tender-instanties als een soort van confetti-kanon opereren. We laden het kanon met heel veel geld en prioriteiten. Op ons verzoek schiet het dan projectjes over een behoorlijk deel van de wereld uit.

Veranderagenda

Deze kritiek in acht nemend heeft DGIS een veranderagenda opgesteld, die gericht is op focus: meer kwaliteit, minder – maar grotere – activiteiten en daarmee het tegengaan van versnippering. Dat betekent dat activiteiten die bewezen effectief zijn moeten worden opgeschaald, maar ook dat soms pijnlijke keuzes gemaakt moeten worden om andere activiteiten te beëindigen. Het krachtig doorvoeren van deze veranderagenda zou een prima insteek zijn voor ontwikkelingssamenwerking in een nieuwe regeringsperiode. Door in te zetten op leren maken we de kerstboom echt mooier in plaats van hem met extra thematische en geografische ornamenten te overbelasten. Less is more.

Heb ik dan echt geen nieuwe ambities voor OS in een regeerakkoord? Komen er uit mijn onderzoek dan geen enkele nieuwe prioriteit naar voren?  Nee, dat ook weer niet. Wat mijn moeder al tegen me zei (ik was altijd de kleinste van de klas): wie niet sterk is, moet slim zijn. Nu ontwikkelingssamenwerking qua budget niet meer sterk is, dient een volgende minister haar of zijn ambtenaren nog slimmer in te zetten om armoede en ongelijkheid structureel te verminderen. In plaats van nòg een land of nòg een thema toe te voegen, zou hij/zij maximaal kunnen inzetten op de coherentie van andere beleidsvelden met de ontwikkelingsdoelen.

#hoedan?

Drie suggesties: door bijvoorbeeld aanpassing van de patentregels in de WTO kunnen ontwikkelingslanden de corona vaccins makkelijker namaken. Of door te stoppen met fossiele export-kredietsubsidies kan een groen herstel wordt ges999timuleerd. Of door een stevige wet die maatschappelijk verantwoord ondernemen verplicht kan een leefbaar loon in ontwikkelingslanden wellicht bereikt worden. Het mooie van deze beleidscoherentie is dat ze nauwelijks iets extra kosten voor de rijksbegroting. Bovendien zijn dit geen extra kerstkransjes of ballen waardoor de kerstboom omvalt, maar is het juist een stevige kluit waardoor de OS-kerstboom veel steviger en langer zal blijven staan. We hebben dus een sterke minister nodig die die debatten met andere ministers aan durft te gaan; dat lijkt me een stuk belangrijker dan weer een nieuwe nota.

Dirk-Jan Koch is bijzonder hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij schrijft op persoonlijke titel.

 

‘Het optimistische can do-toontje is ongepast’

Door Marlies Pilon | 29 juni 2022

In aanloop naar het grote debat over de nieuwe beleidsnota van minister Schreinemacher, op 30 juni, vraagt Vice Versa drie door de wol geverfde ontwikkelingsexperts alvast om een eerste reactie. Wat vinden Bram van Ojik, Paul van den Berg en Rina Molenaar ervan?

Lees artikel

Als ‘doen waar je goed in bent’ omslaat in zelfgenoegzaamheid

Door Stef Smits | 28 juni 2022

In dit opiniestuk becommentarieert Stef Smits van IRC de beleidsnota van minister Schreinemacher vanuit het waterperspectief, een thema waarin Nederland zegt te excelleren – maar slachtoffer worden van het eigen succes ligt op de loer, waarschuwt Smits. Het is tijd voor ‘nieuwe waterambities’, stelt hij.

Lees artikel

Lessen van Liesje: oftewel, hoe een gebrekkig inzicht in wereldproblemen kan leiden tot een weinig samenhangende visie

Door Ruerd Ruben | 27 juni 2022

Vandaag is het aan Ruerd Ruben om de nota van minister Schreinemacher van commentaar te voorzien. Ruben merkt een gebrekkig inzicht in de wereldproblemen op en zet er cijfers tegenover. Werk aan de winkel.

Lees artikel