In de aanloop naar de nieuwe beleidsnota van minister Schreinemacher, publiceren we vandaag opnieuw het stuk dat Woord en Daad directeur Rina Molenaar vorig jaar schreef. ‘Mijn oproep aan Den Haag: doe het anders. Maak beleid dat tien jaar meegaat, om tot de grondoorzaken te komen.’
Ik zie het voor me: de kerstboom met een fraaie piek en kleurrijke ballen als symbool van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking – de boom die elke regeerperiode een andere uitstraling krijgt en duidelijk laat zien welke minister aan het roer staat. Dirk-Jan Koch zette dat in zijn bijdrage helder uiteen en ik onderschrijf het, een aantal zaken bij dezen graag verder uitwerkend.
Nederland is gebaat bij een minister die geen behoefte voelt een eigen kerstboom op te tuigen. Persoonlijk heb ik meer met een boom die diep in de grond geworteld is. Willen we als sector de grondoorzaken, de wortels van armoede aanpakken, dan leidt dat tot twee dingen: het maken van keuzes die moed en lef vergen en een specifiek profiel van de aankomende minister.
De sector heeft een minister nodig die gaat voor het tot volle bloei laten komen van een levende, diepgewortelde boom. Het vraagt dat duurzame verandering hoog op de agenda komt te staan en dat het besef leeft dat je grondoorzaken alleen kunt aanpakken met systeemveranderingen die minimaal tien jaar duren. Een kwestie van de lange adem, dus: resultaten worden niet direct zichtbaar in de vierjarige kabinetstijd, maar juist daarná.
Iemand van dat type ministersprofiel, zonder behoefte aan eigen profilering, ligt in de politiek niet voor het oprapen, maar gaat ons wel veel opleveren.
Schaamrood
Even een korte terugblik op het afgelopen decennium. Na de regering-Rutte I in 2012 stond de kerstboom er armetierig bij, door een korting van ruim achthonderd miljoen euro op het ontwikkelingsbudget en door het stopzetten van de hulprelatie met achttien landen, waaruit Nederland zich terugtrok. Het resultaat? Een boom met achttien kale plekken aan de stam, waar ook nog eens grote takken waren weggekapt.
De criteria voor het stopzetten van de relatie waren onduidelijk en tot op de dag van vandaag is het niet helder waarom een land als Burkina Faso van de lijst viel. De enige argumentatie was: Nederland had te veel partners en moest efficiënter en effectiever werken. Met schaamrood op de kaken reisden we als collega’s van Woord en Daad naar onze partnerorganisaties in Burkina Faso. We verzekerden hen door te gaan met het belangrijke werk. We geneerden ons voor het beleid uit eigen land.
Vooropgesteld: met efficiëntie en effectiviteit is niets mis. Als sector moeten we ons ook niet snel laten verleiden tot de platte discussie over méér budget – minder budget maakt je alert en in je uitgaven zorgvuldig. Dat laten kinderen met een beperkt budget aan zakgeld je al zien.
Laten we als ontwikkelingssector kritisch kijken naar het belastinggeld dat ons wordt toevertrouwd. De betalers ervan hebben er recht op dat we het efficiënt en effectief besteden. ‘Minder geld en meer hulp’, dat was een mooie belofte van Den Haag, die niet werd waargemaakt. En de IOB-evaluaties van 2016 waren teleurstellend. Het geld werd op bepaalde plaatsen verkwanseld door slechte uitfasering van landen en half afgemaakte projecten.
In de regeerperiode daarop waagde het ministerie een poging de geleerde lessen mee te nemen. De Sahel kreeg ook weer aandacht; door het vraagstuk van migratie hadden we last van de instabiele regio. Hulprelaties met landen zoals Burkina Faso herstelde het ministerie met een verholen Europees en Nederlands eigenbelang en in 2016 traden er ministers aan die toch ook graag een eigen stempel drukten op het beleid.
Doe het anders
Mijn oproep aan Den Haag, voor de vorming van een nieuw kabinet, in 2021: doe het anders. Benoem een minister die de moed heeft beleid te formuleren dat de vier jaar overleeft en een groot thema op de ontwikkelingsagenda agendeert: de aanpak van de grondoorzaken van armoede door een systeembenadering.
Dit grote, brede thema vraagt wat van de minister. Als eerste het maken van keuzes voor thema’s die grondoorzaken aanpakken, thema’s als beleidscoherentie scoren niet makkelijk en spreken bij de belastingbetaler niet direct tot de verbeelding, maar raken wel aan de grondoorzaken van armoede. Bovendien kosten dit soort thema’s niet méér, maar vergen ze vooral een andere handelwijze.
Vervolgens zal het nodig zijn met die thema’s de geleerde les van ‘samenwerken buiten de sector’ in de praktijk te brengen. In Den Haag betekent dat: concrete samenwerking zoeken met andere departementen en een aantal beleidsthema’s integraal benaderen. De brede inzet van de duurzame-doelentoets kan daarbij helpen.
Last, but not least: zuidelijk leiderschap en de versterking van het maatschappelijk middenveld zijn in het afgelopen jaar grote kwesties geweest. Er is veel over gesproken en gekeken hoe het doorgevoerd kan worden. In Power of Voices kregen ze een plaats, al constateren we dat er door organisaties in de sector èn in Den Haag nog grote stappen nodig zijn.
Ik kijk uit naar het beleid dat minimaal tien jaar meegaat – en daarmee hoeft het huidige beleid niet direct op de schop. Houd bijvoorbeeld de focus op de Sahel, waar Nederland nu drie jaar aanwezig is. Langdurige aanwezigheid in een regio geeft de mogelijkheid om grondoorzaken van armoede aan te pakken door systeembenadering.
Grijp de kans om als betrouwbare ontwikkelingspartner verder te bouwen. In die tien jaar is er dan tijd om te doen, te evalueren, te leren en te implementeren. Na het grote ‘Omzigt-debat’ proef ik voldoende draagvlak onder de Nederlandse belastingbetalers om tijd te nemen voor een gedegen uitwerking en implementatie van beleid.
Met dat nieuwe beleid verheug ik me nu ook al op een bloeiend en groeiend Sahel-landschap. Hopelijk zien we dan over tien jaar grote bomen, diepgeworteld in de droge grond. Met veel vruchten en zonder ballen.
Rina Molenaar is directeur-bestuurder van Woord en Daad
Dutch Diamond, een middel of een doel?
Vandaag lanceert minister Sjoerdsma het Dutch Diamond Partnerships-programma. Overheid, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties moeten daarin gezamenlijk Nederlandse én lokale belangen dienen. Maar eerdere ervaringen met publiek-private samenwerking laten een ongemakkelijke les zien: zodra het Nederlandse model het vertrekpunt wordt, dreigen lokale problemen zich te moeten aanpassen aan Nederlandse oplossingen. Begin daarom niet met de diamant, maar met de vraag wat er lokaal nodig is.
Lees artikelJan Pronk: Tien geboden om vrede dichterbij te brengen
Wat kan er nog worden gedaan wanneer oorlog eenmaal is uitgebroken? Jan Pronk formuleert tien aanvullende richtlijnen voor de-escalatie, onderhandelingen, humanitaire bescherming en herstel.
Lees artikelJan Pronk: Tien geboden om het uitbreken van oorlog tegen te gaan
Vrede spreekt niet vanzelf. Welke politieke keuzes kunnen voorkomen dat internationale spanningen uitlopen op oorlog? Jan Pronk formuleert tien gebiedende richtlijnen.
Lees artikel