Door:
Joost Bastmeijer

13 april 2022

Tags

Sinds 1 januari deelt Eunice Mwaura het hoofdredacteurschap van Vice Versa met Marc Broere, waarbij zij vooral de Global-sectie zal leiden. In dit kennismakingsgesprek doet de Keniaanse uit de doeken waarom het hoog tijd is voor een nieuw geluid, tijd zelfs om ‘het Afrikaanse narratief te verschuiven’.

In het noorden van Nairobi nipt de 26-jarige Eunice Mwaura aan een sapje in een van de vele koffiebars van The Village Market. Hoewel de naam anders doet vermoeden is dit een van de grootste winkelcentra van de Keniaanse hoofdstad – hier wordt goed geld verdiend aan de nabijheid van het immense VN-terrein en zijn duizenden werknemers.

Eunice Mwaura (foto Cynthia Omondi)

Het streng beveiligde betonnen complex ligt aan de rand van de stad, vlak bij Ruaka, het snel groeiende dorpje waar Mwaura nu sinds een jaar woont. ‘Daar ben ik het meest op mijn gemak’, zegt ze, terwijl ze een boekje met notities openklapt. ‘Ik ben geen stadsmens. Nu zit ik met één been in de stad en met één been in het dorp.’

Het kalme leven kent ze goed: ze is geboren en getogen in het kleine Limuru, dat in de uitgestrekte theevelden onder de rook van de hoofdstad ligt. Ze is – ‘godzijdank’ – bijna klaar met de studie financiën die ze in Nairobi volgt, zodat ze zich geheel op haar nieuwe baan kan richten: het leiden van Vice Versa Global.

Een financiële studie en een carrière in de media liggen ogenschijnlijk ver uit elkaar. Hoe is dat zo gelopen?

‘Ik heb altijd een passie voor de journalistiek gehad’, zegt ze, ‘en van kleins af aan schreef ik al verhalen. Na de middelbare school wilde ik communicatiewetenschappen gaan studeren, maar daar dacht mijn vader anders over – niettemin zit ik alweer in mijn laatste jaar.’ Lachend: ‘Maar ik haat het! Ik ben altijd blijven schrijven.’

Hoe ben je bij Vice Versa terechtgekomen?

‘Ik ontmoette Marc (Broere, red.) via een gezamenlijke vriend, in Nairobi. Hij vertelde over zijn werk en ik dacht alleen maar: dit is exact wat ik óók wil doen. Daarna kreeg ik de kans om tijdens zijn bezoeken als vertaler te werken. In die twee jaar leerde ik het vak van dichtbij kennen en kwam ik erachter dat ik Marc kon helpen bij het begrijpen van de volledige context, zodat hij een meer afgewogen verhaal kon maken. Toen bleek dat ik hem met meer kon helpen dan enkel vertalen, zijn we samen stukken gaan schrijven.’

Op wat voor manier draagt het bij dat jij als Keniaanse aan die verhalen meewerkt?

‘Ik denk dat ik meer uit een interview kan krijgen dan een buitenlandse journalist. Ik spreek dezelfde taal als de geïnterviewde, wat voor een gevoel van vertrouwdheid zorgt. Bovendien begrijp ik de context van het verhaal, waardoor de geïnterviewde alles kan geven. Je hebt zowel het perspectief van een buitenstaander als het perspectief van een insider nodig. Daarom was de samenwerking met Marc ook zo complementair: hij is een goed interviewer, met een berg aan ervaring. Als we aan een verhaal werken, vullen we elkaar aan – en samen komen we dan tot de kern.’

Sinds 1 januari ben je co-hoofdredacteur van Vice Versa. Hoe ziet die rol eruit?

‘Ik ben vooral verantwoordelijk voor ons nieuwe platform, Vice Versa Global, dat door jonge Afrikaanse journalisten wordt geleid. Daar ben ik al sinds een jaar bij betrokken; eerder als coördinator en sinds kort dus ook als hoofdredacteur. De komende tijd zal ik me op Global blijven richten.’

Wat voor verhalen wil je daarmee vertellen?

‘Onze eigen verhalen. De context – waar ik het net over had – is voor ons erg belangrijk, en vaak ontbreekt die bij verhalen van buitenlandse journalisten die onze verhalen komen optekenen. We leven op het jongste continent ter wereld, maar toch zijn er bijna geen platformen waarop jonge mensen hun verhalen kwijt kunnen. Ik noem dat adult-centered oppression.’

Hoe worden jonge mensen onderdrukt?

‘Jongeren, maar ook vrouwen, worden altijd weer als toeschouwers gezien. We worden niet bij het debat betrokken of in de besluitvorming gekend. Helemaal in een Afrikaanse context worden regels en wetten geschreven zonder dat wij daar enige invloed op hebben. Je hoort de stem van de jongeren nauwelijks: dat is het gat waar we met Global in willen springen. Door gebruik te maken van lokaal talent hopen we ons op onderwerpen te kunnen richten die in de reguliere media weinig over het voetlicht komen. We willen het perspectief op ons continent veranderen, zodat andere internationale mediahuizen de verhalen uit Afrika ook serieus nemen. We willen het Afrikaanse narratief verschuiven.’

Eunice (rechts) met de Keniaanse jongerenleider Erisen Lengerded (foto Cynthia Omondi)

Je wilt meebeslissen.

‘Precies: shift the power. Want het gaat allemaal over het toe-eigenen van het narratief. We werken in oude, niet optimaal functionerende systemen die door anderen voor ons zijn gebouwd. We willen ons eigen systeem bouwen, rondom onszelf.’

Waar gaan die oude systemen de fout in?

‘Jonge mensen hebben geen platform om zichzelf te uiten. Niet alleen internationaal, maar zeker ook in Kenia. Als je hier de krant openslaat, dan gaat het – helemaal nu de verkiezingen eraan komen – alleen maar over oude mannen die om de macht strijden.

Dat nieuws gaat alleen over de elite, de rijke minderheid. De overgrote meerderheid heeft in de Keniaanse pers geen stem en dat gebrek aan vertegenwoordiging zorgt voor een gebrek aan democratie. Media vertellen niet het verhaal van hoe de meerderheid over zaken denkt, dàt wil ik veranderen. Het gaat om diversiteit en inclusiviteit.’

Waar laten de reguliere media steken vallen?

‘Als ik naar het nieuws kijk, lijkt de wereld verschrikkelijk te zijn. Toen we vorig jaar maart begonnen, ben ik daarom bewust op zoek gegaan naar positieve bijdragen. Dat zijn vaak verhalen die het niet tot de reguliere media schoppen. Het viel me op dat er veel meer positiviteit dan negativiteit is – er zijn eigenlijk veel meer positieve verhalen te vertellen dan je zou denken. Die krijg je ook niet te zien, omdat er heel veel mensen níet betrokken worden bij het maken van nieuws, er zijn veel stemmen die niet gehoord worden.

Hoewel we ook kritische stukken publiceren, wil ik verhalen over kwartiermakers brengen. Over activisten die de wereld opvijzelen, mensen die met oplossingen voor uitdagingen of problemen komen. We willen reguliere nieuwsmedia uitdagen door andere verhalen te vertellen.’

Je deelt het hoofdredacteurschap met Marc Broere. Hoe gaat dat in zijn werk?

‘Marc is goed in netwerken en fondsenwerving, ik doe een financiële studie en ben op mijn beurt goed in het aanbrengen van structuur. We gebruiken onze sterke punten en vullen elkaar aan.  Ook als het op de verhalen aankomt hebben we een andere benadering. Het lijkt op onze eerdere samenwerking, toen we hier met artikelen bezig waren: we zien allebei andere aspecten die een verhaal beter kunnen maken.’

Eunice (links) op een conferentie in Ghana (foto Cynthia Omondi)

Het aloude Vice Versa richt zich voor een flink gedeelte op ontwikkelingswerk, zal dat ook voor Global gelden?

‘Persoonlijk ben ik niet veel met de ngo-sector bezig, maar we hebben een groot team van verschillende makers, die het werk van ontwikkelingsorganisaties tegen het licht houden. Zo komt er een stuk aan van Nicera Wanjiru, een jonge vrouw uit Kibera, een informele nederzetting in Nairobi. In die gemeenschap, waar zij onderdeel van uitmaakt, zijn veel non-profitorganisaties actief. In haar verhaal kijkt ze kritisch naar al hun programma’s. Ze stelt de vraag: maakt onze gemeenschap onderdeel van die ngo-programma’s uit, of is het andersom? Uiteindelijk willen we Vice Versa Global met het reguliere Vice Versa laten integreren, zodat onze jonge verslaggevers ook daarvoor kunnen schrijven.’

Wat is de rol van ngo’s als het aankomt op de beeldvorming over Afrika?

‘Hoewel er stappen worden gezet, zitten ook ngo’s nog steeds vast in oude systemen. Hun programma’s lopen vaak al zó lang dat het een groot, log systeem is geworden – een verdienmodel op zich. Bovendien maken ze gebruik van oude manieren om verhalen te vertellen, in een bepaald kader dat maar een deel van de werkelijkheid belicht. Ze krijgen alleen geld als ze laten zien hoe slecht het eraan toegaat. Afrikaanse gemeenschappen worden vaak afgebeeld in vreselijke omstandigheden, mensen lijken niet voor zichzelf te kunnen zorgen.

Ook daarom is het van belang een tegengeluid te bieden, door te werken met jonge journalisten die in de haarvaten van die gemeenschappen zitten. Zij vertellen het echte verhaal. Als platform moeten we verantwoording afleggen aan de gemeenschap en aan de lezer, niet aan ngo’s.’

Op wie wil je je met Global richten?

‘Op de jongeren. We brengen verhalen die zijn gemaakt door jongeren, die vóór jonge mensen zijn. Daar ligt ook een uitdaging: we moeten onszelf steeds opnieuw uitvinden.  We zijn een onlineplatform en we zijn actief op de sociale media waar de jonge mensen op actief zijn. We moeten onze doelgroep bijbenen, maar we brengen ook een jaarlijks gedrukt tijdschrift uit waarin de beste verhalen van ons platform worden gebundeld.

We willen dáár zijn waar de jonge mensen komen; zo waren we onlangs op een jongerencongres in Ghana. Ik kan me voorstellen dat we het tijdschrift op dat soort plaatsen zullen uitdelen. Daar leggen we trouwens ook de verbinding met lokale jongeren die verhalen voor ons kunnen maken. Ze zijn dus zowel ons publiek als onze makers.’

Toch zou het kunnen dat die jonge mensen uit eigen ervaring al weten wat er speelt. Moet je niet juist de oude garde meekrijgen?

‘We hopen ook zeker dat beleidsmakers en politici onze verhalen zullen lezen. Juist omdat onze content door en voor jongeren is gemaakt, geeft het platform een goed beeld van de zaken waar zij zich mee bezig houden. We willen die oude garde informeren: dit is waar jongeren van houden en wat ze leuk vinden.

Als je het over de politiek hebt, wordt de stem van de jongeren niet gehoord. De politiek is geen afspiegeling van het land en veel politici geven niets om de mening van jonge mensen. Daarom organiseren we ook debatten, zodat we een referentiepunt kunnen zijn voor politici en beleidsmakers. We willen ze vertellen hoe ze jonge mensen in hun land kunnen helpen.’

Misschien had je vader je wel een andere studie laten doen, als hij beter naar je geluisterd had.

Lachend: ‘Veel oudere mensen weten absoluut niet waar jongeren om geven, omdat ze niet gehoord worden. Global kan daar verandering in brengen. Door ze onze kant van het verhaal te laten zien, zullen onze ouders beter begrijpen wat ons drijft. Ik hoop dat ze naar onze verhalen zullen luisteren.’

Vice Versa Global heeft ook een eigen website. Neem een kijkje op www.viceversaglobal.com

 

Is de beleidsnotitie BuHaOS de route naar groene en gelijkwaardige Nederlandse handel?

Door Karin van Boxtel | 22 september 2022

Nederland heeft als belangrijk handelsland een grote sociale en ecologische voetafdruk over de grens. De beleidsnotitie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, waarover de Tweede Kamer op 28 september debatteert, bevat een aantal veelbelovende elementen die het Nederlandse handelsbeleid daadwerkelijke duurzaam en rechtvaardig kunnen maken. Maar om daar te komen moet de minister haar ambities wel omzetten in daadkrachtig beleid, schrijft Karin van Boxtel van Both ENDS in deze opiniebijdrage.

Lees artikel

Community Voices: het succes van Nkoilale

Door Vice Versa | 21 september 2022

In deze speciale aflevering van onze serie Community Voices van Vice Versa Global  vertellen we het buitengewone verhaal…

Lees artikel

Een routekaart voor het dekoloniseren van global health

Door Marlies Pilon | 29 augustus 2022

Voor Seye Abimbola is het persoonlijke politiek. Vanuit zijn huis in Sydney vertelt de hoogleraar gezondheidsonderzoek en houder van de Prins Claus-leerstoel gerechtigheid in global health zijn missie en levensverhaal. ‘Is het normaal dat ik, een Nigeriaanse wetenschapper, als allerhoogste ideaal heb dat mijn onderzoek in een Engels vakblad wordt gepubliceerd? Is dat gezond? Nee, het is niet normaal! Daarom moeten we mensen wakker schudden.’

Lees artikel