Door:
Danielle Hirsch

31 mei 2022

Categorieën

Tags

Hoewel hulp en handel elkaar kùnnen versterken, moeten we meer naar coherentie en verduurzaming kijken, stelt de IOB in haar evaluatie over het hulp-en handelsbeleid van Nederland – en de dilemma’s in elk geval niet ‘wegmoffelen’. Both ENDS directeur Danielle Hirsch, die zich naast luis in de pels steeds meer ontpopt als meedenker met het overheidsbeleid, schetst hoe het ervoor staat, in aanloop naar de technische briefing over de IOB-doorlichting in de Tweede Kamer, op donderdag 2 juni.

Een maand of twee geleden publiceerde de IOB – de onafhankelijke afdeling binnen het ministerie van Buitenlandse Zaken die alle facetten van ons internationale beleid evalueert – haar conclusies over de laatste acht jaar van het Nederlandse hulp- en handelsbeleid. Die beleidsdoorlichting, Gedeelde belangen, wederzijds profijt? geheten, trekt op basis van een groot aantal interviews, evaluaties en studies zeer relevante conclusies voor de beleidsnota voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, die op dit moment door minister Schreinemacher wordt opgesteld. De nota zal immers ruim aandacht besteden aan de nexus tussen handel en armoedebestrijding.

In 2012 werd Lilianne Ploumen de eerste minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van Nederland. Het kabinet-Rutte II had besloten die twee portefeuilles samen te voegen, vanwege de mogelijkheden voor synergie.

Both ENDS en andere maatschappelijke organisaties die al sinds de jaren negentig op verduurzaming van het Nederlandse handelsbeleid hadden ingezet, zagen in dat samengaan een kans om de consequenties van ons handelsbeleid op armoede, gelijkheid en duurzaamheid zichtbaar te maken en bij te sturen. Anderzijds zou het kunnen leiden tot meer gebonden hulp (financiering vanuit ontwikkelingssamenwerking die bij Nederlandse bedrijven terecht zou moeten komen), waardoor armoedebestrijding naar de achtergrond zou verdwijnen.

Grote potentie

De belangrijkste conclusie uit het rapport is dat de samenvoeging vooralsnog weliswaar geen concrete veranderingen heeft opgeleverd, maar dat er duidelijk een versnelling is opgetreden in het denken over de afhankelijkheidsrelaties tussen ons handelsbeleid aan de ene en verduurzaming, maatschappelijk verantwoord ondernemen en de duurzame doelen aan de andere kant.

De IOB stelt dat de ervaringen uit de afgelopen zeven jaar laten zien dat er grote potentie is om de twee beleidsterreinen elkaar verder te laten versterken. Daarvoor moet er wel veel meer vanuit een langetermijnvisie gestuurd worden op coherentie en verduurzaming en moeten de dilemma’s tussen de handelsagenda en de agenda van ontwikkelingssamenwerking  inzichtelijk en bespreekbaar worden gemaakt.

Want door het wegmoffelen van die dilemma’s en door hulp en handel als een win-winsituatie te presenteren, lijkt het alsof (internationale) handel altijd goed voor de armoedebestrijding zou zijn. Dat heeft ertoe geleid dat de daadwerkelijke impact van ons handelsbeleid op armoedebestrijding te vaak op de achtergrond is geraakt.

Daarbij, zegt de IOB, valt het wel op dat een aanzienlijk deel van het Nederlandse bedrijfsleven weinig interesse toont in de financiële middelen die beschikbaar zijn gemaakt om het te ondersteunen bij het ontplooien van initiatieven om armoede tegen te gaan.

Met het oog op die dilemma’s suggereert de IOB om het samenspel tussen hulp en handel op landenniveau te beperken tot een kleine groep middeninkomenslanden, waarbij het van groot belang blijft dat lokale ontwikkeling centraal staat en bestaande standaarden voor maatschappelijk verantwoord ondernemen als absolute randvoorwaarden gelden.

Het begint bij slim beleid

De conclusies van de IOB wijzen erop dat geld niet het antwoord is op verduurzaming van onze handel – er bestaan andere mogelijkheden om de twee beleidsvelden elkaar te laten versterken. Ten eerste door slim beleid te voeren om handel te verduurzamen, waarmee we zowel onze eigen welvaart behouden als die van anderen op de lange termijn vergroten. Ten tweede door aan te haken op de innovaties en duurzame initiatieven die in sommige van de partnerlanden al aan de gang zijn en die met Nederlandse kennis en kunde versterkt kunnen worden.

Hopelijk pakt minister Schreinemacher dit duidelijke signaal op. Het ontwikkelingsbudget staat immers al onder grote druk, nu de crisis in Oekraïne wereldwijde implicaties heeft voor de voedselvoorziening van miljoenen mensen en vluchtelingenstromen nog verder aan het toenemen zijn. Dankzij de inzichten van de IOB heeft zij nu de kans om zonder financieringsstromen bij de allerarmsten weg te halen, via slim handelsbeleid, de wereld groener en eerlijker te maken.

‘Het optimistische can do-toontje is ongepast’

Door Marlies Pilon | 29 juni 2022

In aanloop naar het grote debat over de nieuwe beleidsnota van minister Schreinemacher, op 30 juni, vraagt Vice Versa drie door de wol geverfde ontwikkelingsexperts alvast om een eerste reactie. Wat vinden Bram van Ojik, Paul van den Berg en Rina Molenaar ervan?

Lees artikel

Als ‘doen waar je goed in bent’ omslaat in zelfgenoegzaamheid

Door Stef Smits | 28 juni 2022

In dit opiniestuk becommentarieert Stef Smits van IRC de beleidsnota van minister Schreinemacher vanuit het waterperspectief, een thema waarin Nederland zegt te excelleren – maar slachtoffer worden van het eigen succes ligt op de loer, waarschuwt Smits. Het is tijd voor ‘nieuwe waterambities’, stelt hij.

Lees artikel

Lessen van Liesje: oftewel, hoe een gebrekkig inzicht in wereldproblemen kan leiden tot een weinig samenhangende visie

Door Ruerd Ruben | 27 juni 2022

Vandaag is het aan Ruerd Ruben om de nota van minister Schreinemacher van commentaar te voorzien. Ruben merkt een gebrekkig inzicht in de wereldproblemen op en zet er cijfers tegenover. Werk aan de winkel.

Lees artikel