Door:
Agnes Jongerius

4 juli 2022

Tags

Met argusogen kijkt Europarlementariër Agnes Jongerius (PvdA) naar de Europese drift tot het sluiten van handelsverdragen. Nu er een met India op de planning staat, tempert ze het enthousiasme van Brussel en New Delhi: gaat het om eerlijk zakendoen, is het goed voor mens en milieu? En hoe werkt het, eigenlijk? Ze neemt ons mee op reis – door het land, door de materie, langs haar afwegingen.

Een pad van fuchsiaroze bloemblaadjes leidt ons door de hoofdingang. Ik stel me voor hoe een ijverige werknemer van kledingfabriek Shahi Exports in Haryana die ochtend de blaadjes met vakkundige precisie op de goede plek heeft gelegd, voor de komst van de Europese delegatie waar ik deel van uitmaak. Het is de laatste dag van de officiële missie naar India vanwege het vrijhandelsverdrag met de Europese Unie, maar voor mij begint de missie nu pas echt.

Al twintig jaar werkt de fabriek samen met grote kledingmerken als H&M en Gap, waarvoor ze 168 miljoen kledingstukken per jaar maakt. Een zaakwaarnemer van H&M neemt als eerste het woord en vertelt in perfect Amerikaans-Engels over het beleid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, over de bescherming van de tienduizend werknemers tijdens de coronacrisis en over hoe hele dorpen op het platteland van inkomsten worden voorzien door de fabrieken aldaar.

Kledingmarkt in New Delhi

Geen vuiltje aan de lucht, in de gekoelde design showroom waar de presentatie plaatsvindt. Voor ons staan blikjes frisdrank met dezelfde hermetische precisie naast elkaar uitgestald. Niemand nuttigt ze. Van een afstandje kijkt de baas van Shahi toe. Hij is nog niet aan het woord geweest en op de kritische vraag die hij vanuit de delegatie krijgt, geeft de H&M-waarnemer vlug antwoord: ‘Nee, in onze leveringsketen zijn er zijn geen problemen met kinderarbeid.’ Maar echt antwoord krijg ik niet, ook niet als ik doorvraag of ze van alle onderdelen van de keten weten waar het vandaan komt.

De rondleiding door de fabriek die volgt is al even geregisseerd als de rest van het bezoek. Zolang we geen foto’s maken – ‘uit concurrentieoverweging’ – is iedereen tevreden. Vermoedelijk is dit een van de ‘netste’ fabrieken van India, toch loopt ook hier niet alles vlekkeloos. Zo is er onlangs bekendgemaakt dat van vierhonderdduizend werknemers het loon gecorrigeerd moest worden, ten gunste van zestig miljoen dollar. Hiermee is Shahi een van de eerste bedrijven in India die daarmee werknemers het wettelijk minimumloon gaat nabetalen, met terugwerkende kracht.

Het handelsverdrag

Het bezoek aan de kledingfabriek maakt duidelijk dat men hier exact weet wat Europeanen van hen verlangen, qua handel: eerlijk, duurzaam en fatsoenlijk betaald. De belangen zijn groot. Europa is voor India de derde handelspartner wereldwijd, textiel is een van de belangrijkste sectoren – en ook andersom is er een wereld te winnen met een handelsverdrag. Europa exporteert veel machines en technologie naar India en maakt volop gebruik van de ICT-diensten uit India als wel van de chemische industrie.

Spreek je met werkgevers in India, dan zien ze open handel als een poort naar welvaart – niet alleen voor henzelf, maar voor iedereen: ‘Weet je wel hoeveel méér mensen ik aan werk zou kunnen helpen als de exporttarieven lager waren?’ vertelt de directeur van een andere fabrieksketen me. ‘En hoezeer een vrijhandelsverdrag wel niet aan de emancipatie van vrouwen zou bijdragen, als ze niet meer financieel afhankelijk van hun man zouden zijn?’

Vanuit de graanboeren die ik een dag later spreek, weerklinkt hetzelfde verlangen: een handelsverdrag zou weleens de vaste prijs die ze nu krijgen voor hun graan kunnen verhogen. Nu betaalt de staat een minimumprijs voor hun producten, en in de praktijk is dat ook meteen de maximumprijs. De overheid koopt namelijk voor een vaste prijs al het graan van goede kwaliteit op. Alles wat onder die kwaliteitsgrens valt, wordt voor een lagere prijs verkocht.

Graanboer poseert voor zijn land

Als exporteren naar het buitenland gemakkelijker wordt, zal er meer marktwerking komen en dat zou positief kunnen uitwerken op de prijs voor hun graan, zo is de redenering. Zeker nu de internationale graanmarkt onder druk staat door de oorlog in Oekraïne. De winst die nu door India in de graanhandel wordt gemaakt, verdwijnt in de zakken van de overheid. Daarmee wordt de koek niet eerlijk verdeeld.

In navolging van Nieuw-Zeeland

Zelfs op het allerhoogste niveau worden we breedlachend ontvangen. Shri Piyush Goyal, de minister van Handel en Industrie, is bijzonder enthousiast over een mogelijk investerings- en handelsakkoord. De beren op de weg wuift hij eraf, want voor India zou eerlijke en duurzame handel net zo hoog in het vaandel staan als voor de Europese Unie.

‘Kijk naar buiten en zie de smog en vervuiling in deze stad’, scandeert hij. ‘Klimaatverandering is hier zó tastbaar dat we ontzettend gemotiveerd zijn de afspraken uit het Akkoord van Parijs na te leven. Willen we dit land leefbaar houden, dan moeten we zorgen dat de aarde niet meer dan anderhalve graad opwarmt.’ India en Europa zitten op dezelfde golflengte, laat hij uit alles in het drie kwartier durende gesprek merken.

Boerin op graanmarkt bij de oogst

Zou het dan echt gaan gebeuren? Zou India het eerste BRIC-land worden dat een vrijhandelsakkoord met de EU afsluit? Het zou in navolging zijn van het net aangekondigde vrijhandelsakkoord met Nieuw-Zeeland, waarmee een gouden standaard voor akkoorden is gezet: voor het eerst in de geschiedenis zijn daarin bindende afspraken opgenomen rond klimaat en arbeidsomstandigheden. De vraag is – als het al lukt een verdrag met India aan te gaan – 0f het land ook in staat is zich aan dergelijke bindende afspraken te houden.

De Portugese premier António Costa is de aanstichter van de hernieuwde onderhandelingen met India. Ik was vorig jaar op de sociale top in Porto toen hij opriep tot een handels- en investeringsakkoord. Een kleine tien jaar eerder waren die onderhandelingen stil komen te liggen, nadat India te zeer vasthield aan het beschermen van zijn eigen handel.

Maar mede door persoonlijke familiebanden (zijn vader is vanuit India naar Portugal gekomen) vond Costa de tijd aangebroken voor een nieuwe poging tot een verdrag met India. Ursula von der Leyen, de voorzitter van de Europese Commissie, noteerde het verzoek en begin juni opende de Commissie officieel de onderhandelingen over een handels- en een investeringsverdrag.

Winnaars en verliezers

Het is goed om die twee verdragen uit elkaar te halen. Het Europees Hof deed in 2017 de uitspraak dat sommige delen van vrijhandelsverdragen onder de exclusieve competenties van de Europese Unie vallen. Andere competenties worden gedeeld met de 27 lidstaten. Zo heeft het gedeelte over investeringsbescherming binnen een vrijhandelsakkoord de goedkeuring van de nationale èn regionale parlementen van alle lidstaten nodig.

Om die reden knipt de EU sinds die uitspraak vrijhandelsakkoorden in handels- en investeringsverdragen op, zodat alleen die laatste door alle parlementen goedgekeurd hoeven te worden. Als een verdrag niet opgeknipt is, noemen we het een gemengd verdrag.

Groepje vriendinnen op straat

Zowel het investerings- als het vrijhandelsakkoord stelt voorwaarden aan de handel en moet buitenlandse investeringen bevorderen. Maar bij vrijhandelsakkoorden zijn er ook winnaars en verliezers: sectoren en bedrijven die profiteren van toenemende handel, maar ook sectoren en bedrijven die niet op kunnen tegen de prijs of de producten uit het buitenland.

In de praktijk zijn het vaak bedrijven en burgers in ontwikkelingslanden die aan het kortste eind trekken door het investeringsverdrag. Het geeft verregaande rechten aan buitenlandse investeerders en wordt in toenemende mate gebruikt als drukmiddel, om overheden ervan te weerhouden maatregelen te nemen die tégen de belangen van de buitenlandse investeerders ingaan. Zo kan een investering van een bedrijf geschaad worden door de implementatie van nieuwe klimaatmaatregelen.

Het is steeds gebruikelijker dat Europa in internationale vrijhandelsakkoorden de afspraken uit het Parijse klimaatakkoord en de basisarbeidsrechten van de ILO (de Internationale Arbeidsorganisatie) leidend laat zijn. In een land als India, waar meer dan 95 procent van de economie informeel is, kun je je afvragen of voorwaarden voor betere werkomstandigheden voor werknemers zin hebben.

Want als slechts vijf procent van de werknemers in loondienst met een echt arbeidscontract werkt, is de formele bescherming ook maar op een kleine groep van toepassing. In de informele sector kun je moeilijk controleren of fatsoenlijke werktijden worden nageleefd, laat staan of werknemers sociale zekerheid genieten of vrijelijk lid van de vakbond mogen zijn.

Leven om te overleven

‘Maar toch is dit belangrijk.’ Aan het woord is Satoshi Sasaki, adjunct-directeur van het ILO-kantoor in New Delhi. Ik spreek hem ’s avonds tijdens het diner, terug in het hotel. ‘Een handels- en investeringsverdrag, met duidelijke afspraken over duurzame en eerlijke handel, is voor ons een goede stok om mee te slaan richting premier Modi en de Indiase regering. Zolang zij met deze voorwaarden instemmen, kunnen wij hen met diezelfde voorwaarden confronteren op het moment dat die niet worden nageleefd.’

De parlementaire delegatie is weer naar Brussel vertrokken en ik reis verder. Ik wil graag met werknemers praten zonder dat hun baas hen in de nek hijgt, om een beter beeld te krijgen van wat er echt op de werkvloer – en daarbuiten – speelt.

Dat er nog een lange weg te gaan is, blijkt als ik een aantal werknemers uit de kledingindustrie bij hen thuis opzoek. De avond is gevallen als ik het donkere, tochtige complex van vier verdiepingen binnenloop. Ik zie een brede gang met aan weerszijden een tiental gordijnen, die de kamers van elkaar onderscheiden. Achter elk gordijn een vergelijkbaar beeld: een smoezelig matras, een klein altaar en een elektronisch kooksetje. Geen persoonlijke bezittingen, noch privacy.

Agnes Jongerius in gesprek met Ashwin

Gezinnen met drie of soms vier kinderen wonen op deze kamers van nog geen acht vierkante meter, zonder ramen. Wassen en toiletteren kan op de benedenverdieping, waar één enkele wasruimte de persoonlijke hygiëne van het hele gebouw moet verzorgen. De penetrante lucht die daarvandaan komt, laat het effect wel raden.

Op de tweede verdieping spreek ik met Ashwin. Op zijn arm draagt hij zijn jongste dochter van negen maanden. Hij komt – zoals de meeste werknemers in de textielindustrie – van het platteland en is naar de stad getrokken om te kunnen werken. Onderhandelen over loon is geen optie, vertelt hij, dat kan je je baan kosten. En de vakbond? Die hebben ze al in geen jaren gezien. Hij werkt zes dagen per week, de zevende dag brengt hij in dit complex door.

Teruggaan naar het platteland zit er maar één keer per jaar in. Ondertussen heeft hij een lening moeten afsluiten om de operatie van zijn moeder te kunnen betalen, want dat lukte haar alleen niet. Met zijn salaris onderhoudt hij zijn eigen gezin en probeert hij waar dat kan geld naar zijn ouders te sturen. De verhalen van de anderen die ik hier spreek zijn vergelijkbaar en bevestigen helaas het vermoeden dat ik al had toen ik met de top van de kledingfabriek aan tafel zat. Als werknemer is het leven om te overleven en daarvoor moet je je een hoop laten welgevallen.

Nu is er nog een Europese wet in de maak, die misschien wel minstens zoveel gewicht in de schaal gaat leggen voor het bevorderen van eerlijke en duurzame handel. De wet voor ketenaansprakelijkheid (due diligence), waar het Europees Parlement momenteel zijn positie over bepaalt. Het wetsvoorstel bepaalt dat Europese bedrijven over de hele productieketen verantwoordelijk zijn voor misstanden bij leveranciers.

Bewoners van het wooncomplex; een aantal van hen werkt in de textielsector

Nu kunnen H&M of Zara nog wegkomen met een statement of een intentieverklaring om misstanden zo goed mogelijk te willen voorkomen, maar deze wet dwingt de bedrijven straks om dezelfde milieu- en mensenrechtenstandaarden toe te passen die ze voor het land van vestiging hebben als daar waar ze de producten vandaan halen en voor de onderaannemers van wie zij weer grondstoffen krijgen, et cetera.

De wet kent een flinke lobbydruk vanuit het mkb, maar als de wet er komt, zal dat de kapitalistische aandeelhouders terugduwen. Niet langer zal uitsluitend winst het bedrijfsmodel straks bepalen, maar ook welzijn voor de mens en zorg voor het milieu. Deze wet-in-de-maak versterkt de afspraken voor eerlijke handel uit het handelsverdrag. Eerlijke en duurzame handel worden de norm voor het investerings- en handelsverdrag, en niet het verplichte hoofdstuk achterin.

Naaien in een moordend tempo

Mijn reis loopt ten einde als ik een bezoek aan Dharavi breng, de grootste sloppenwijk van Azië. In deze door kasten verdeelde wijk (de laagste kaste heeft geen toegang tot elektriciteit en is niet aangesloten op het riool) werken er mensen vanuit huis in de textielindustrie. In een moordend tempo naaien ze kleding, zetten ze knopen of ritsen aan en voorzien ze kledingstukken van labels.

Als het al moeilijk is om toe te zien op de omstandigheden van werknemers in loondienst, is het voor deze vrouwen – verstopt in het doolhof van Dharavi, met haar duizenden kriskrasstraatjes – een absolute onmogelijkheid. De kinderen spelen en rennen in de rondte, terwijl ik in gesprek ga met de vrouwen die hier werken. Soms wordt het spel van de kinderen onderbroken, als ze jurkjes met knoopjes moeten wegbrengen en op de terugweg jurkjes zonder knoopjes moeten meenemen.

Ook al is het gezellig, dit is kinderarbeid in actie. De vakbond Learn biedt in deze buurt perspectief; hij bestaat uit vrouwen en is sterk in opkomst. De vrouwen die ik in het kleine vakbondskantoor ontmoet, zijn strijdlustig en vastberaden het werk voor de volgende generatie een stukje beter te maken. Ze boeken kleine successen en vormen voor mij daarmee een lichtend voorbeeld van hoop in een kwetsbaar land.

Ja, ook deze vrouwen zien best dat in het land van Modi de democratie broos is, maar ze zijn vast van plan zich niet uit het veld te laten slaan. Ze bemoeien zich niet echt met de landelijke politiek, maar bouwen met veel doorzettingsvermogen en optimisme aan een organisatie in hun wijk en in hun staat.

En ze formuleren een heel heldere ambitie: ‘Ik zou heel graag willen dat er over vijftien jaar gezegd wordt: “Zij is de-moeder-van.”’ Zo brengen ze tot uitdrukking dat ze hopen dat hun dochters straks de leiding kunnen en zullen nemen in de strijd voor betere werkomstandigheden en een duurzame economie. Knokken voor een volgende generatie, dat is hun missie. Wellicht kan handel onder fatsoenlijke voorwaarden daar behulpzaam bij zijn, maar zonder organisatie aan de basis gaat dat niet.

Agnes Jongerius

Terug in het Europees Parlement liggen er geen bloemblaadjes op de trappen. Ik haal een blikje cola light uit de automaat, terwijl ik op weg ga naar de stemming over het rapport over mogelijke samenwerking op het gebied van handel en investeringen tussen de EU en India. De afgelopen weken is er stevig over gediscussieerd binnen de commissie Internationale Handel. Met mijn stem probeer ik de dromen van werknemers vorm te geven.

Het Parlement heeft in een rapport opgeschreven welke verwachtingen we bij de onderhandelingen hebben: het maakt duidelijk aan welke voorwaarden een mogelijk verdrag met India en de EU moet voldoen, willen ze de instemming van het Europees Parlement krijgen. We leggen de lat hoog, maar dat is ook nodig – we kunnen met een investerings- en handelsverdrag het leven van mensen in India verbeteren. Ik heb dan ook met veel overtuiging een plus op mijn stemlijst gezet.

foto’s bij dit artikel: Sytske Susie Jellema

Als Europarlementariër namens de PvdA zet Agnes Jongerius zich sinds 2014 in voor een socialer Europa. Ze houdt zich bezig met de onderwerpen werkgelegenheid, sociale zaken, arbeidsomstandigheden en handel. Tot 2012 was Jongerius voorzitter van vakbond FNV.

Jeugdige tips voor de Afrika-strategie

Door Tess Vanacker | 12 augustus 2022

Een generatietoets, flexibele fondsen voor jongerenorganisaties en vooral geen kindertafels meer. Zomaar een paar ideeën die onlangs tijdens een jongerenpanel op de Afrikadag zijn geopperd – en vandaag, 12 augustus, is het de Internationale Jongerendag en tijd voor een terugblik van Tess Vanacker, beleidsmedewerker bij  Amref Flying Doctors. Dit jaar zet de VN het thema ‘intergenerationele solidariteit’ in de kijker.

Lees artikel

‘Die mannelijke dominantie is zó verankerd en nog steeds ontzettend overheersend’

Door Marc Broere | 01 augustus 2022

Het in Oeganda gevestigde Akina Mama wa Afrika is betrokken bij drie strategische partnerschappen met Nederlandse organisaties en de Nederlandse overheid. Een gesprek met directeur Eunice Musiime over haar ervaringen en over ontwikkelingen binnen het vakgebied. ‘Volg landen als Canada en Zweden en kom met een feministisch buitenlandbeleid – dat zou daadwerkelijk een moedig statement zijn.’ Die laatste wens is ondertussen in vervulling gegaan.

Lees artikel

De jeugd van tegenwoordig

Door Hans Beerends | 26 juli 2022

Om welke maatschappelijke problemen maakt ‘de jeugd van tegenwoordig’ zich druk? Actieveteraan Hans Beerends ging naar een bijeenkomst in Spui 25 en zag dat jongeren een visie zoeken die veraf staat van de in hun ogen idealistische naïviteit, maar ook veraf van de in hun ogen huidige gelatenheid en pessimisme

Lees artikel