Door:
Marlies Pilon

5 juli 2022

Tags

Wat zijn de gemiste kansen èn de krenten in de pap van minister Schreinemachers nieuwe nota? Over die vraag bogen beleidsmedewerkers, onderzoekers en politici zich afgelopen donderdag in een stampvolle zaal van het mediamuseum Beeld en Geluid in Den Haag. Een verslag.

Binnen de sector werd er al een tijdje zenuwachtig uitgekeken naar de nieuwe nota van minister Liesje Schreinemacher. Het is voor velen dan ook een onheilspellende gedachte: sinds meer dan dertig jaar weer eens een VVD’er op Ontwikkelingssamenwerking.

Sara Kinsbergen, de eerste spreker van de avond, vergelijkt de bijeenkomst met een babyborrel, waarbij gretige toeschouwers de jongste telg aanschouwen en er allemaal iets van vinden – te beginnen, natuurlijk, bij de naam. ‘Ook al is de mama vandaag niet aanwezig, de omstanders zijn er des te meer’, zegt Kinsbergen, onderzoeker aan de Radboud Universiteit. ‘En amai, wat kwam er direct veel kritiek op die naam.’

Doen waar Nederland goed in is, daarvan gingen veel haren overeind staan (saillant detail: VVD-politicus Jan Klink zegt tijdens het debat dat Vice Versa de kop Doen waar we goed in zijn onlangs boven een interview met hem heeft gezet, waarna Buitenlandse Zaken die licht gewijzigd boven de nieuwe beleidsnota plakte). Het valt Kinsbergen op dat het vooral mannen zijn die daags na het uitkomen van de nota in de pen kruipen om het feministische buitenlandbeleid van kritiek te voorzien.

Vlnr: debatleider Ama van Danzig, Erik Ackerman (VSO), Jan Klink (VVD) en Sara Kinsbergen (RU Nijmegen)

Ze zegt dat er een breed gedragen waardering is voor de continuïteit van het beleid, waarbij klimaat, water, seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en de versterking van het maatschappelijk middenveld belangrijke pijlers blijven. Ook voedselzekerheid wereldwijd hoort daarbij, zeker met het oog op een op hol geslagen klimaat en op de oorlog in Oekraïne, benadrukt Myrtille Danse van het Netherlands Food Partnership.

De intentie terug te keren naar de norm van 0,7 procent (van het bnp, dat naar ontwikkelingssamenwerking gaat, red.), zoals afgesproken door alle leden van de Verenigde Naties, kan op veel bijval rekenen. De meeste lezers van de beleidsnota prijzen de nadruk op het leren en evalueren van programma’s en projecten, ook nadat die gestopt zijn.

Een sprankje hoop

Kinsbergen vat de kritiek op de nota samen: een gemene deler is dat het ontbreekt aan een diepe probleemanalyse en dat het document focus mist. Erik Ackerman, van VSO Nederland, merkt scherp op: ‘Er moet inderdaad meer focus komen, maar ook meer samenhang. Zoals tussen voedsel, klimaat en kwetsbaarheid, maar ook tussen jongeren en werk – het een staat nooit los van het ander. Ook vindt VSO dat er meer aandacht voor inclusie moet komen, zodat de allerarmsten niet uit zicht raken.’

Voor een meer concrete invulling van het beleid is het wachten op komende nota’s (zoals de Afrika-strategie), in de hoop dat die voor meer onderbouwing voor het verhaal van de minister over het combineren van hulp en handel zorgen. Want vooral de onderbouwing over de synergie ontbreekt nog grotendeels. Kritiek op de combinatie van hulp en handel kwam eerder nota bene van de onafhankelijke evaluatiedienst van het ministerie van Buitenlandse Zaken zelf, de IOB.

In twee kritische evaluaties bevraagt de IOB de noodzakelijkheid en de uitkomsten van hulp- en handelsinterventies. In de rapporten staat onder meer dat het Nederlandse handelsbeleid niet per definitie voor meer banen en armoedebestrijding zorgt.

Daarnaast is er voor het beoogde doorsijpeleffect van handelsinvesteringen op armoedebestrijding helemaal geen overtuigend bewijs, schrijft de IOB, terwijl de minister er in haar nota wel van uitgaat. Overigens merkt Kinsbergen op dat Schreinemacher op pagina 59 het advies van de IOB om voor meer synergie en coherentie op het gebied van hulp- en handelsbeleid te kiezen wel aanhaalt. Er gloort dus een sprankje hoop.

Een Europa van 27 regimes

Ook heerst er veel teleurstelling over de aangekondigde pas op de plaats van de Nederlandse wetgeving over internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (imvo). Nu het bedrijfsleven zo bewust wordt ingezet om de situatie in lage- en middeninkomenslanden te verbeteren, is het nodig dat die bedrijven gestimuleerd worden om maatschappelijk verantwoord te werken.

Vlnr: Marhijn Visser (VNO/NCW), Manon Wolfkamp (MVO-platform) en Myrtille Danse (NFP)

‘Dat houdt onze achterban erg bezig’, zegt Manon Wolfkamp, van het MVO Platform, tijdens het debat. ‘We willen niet alleen aandacht voor mvo bij het hoofdstuk over handel, maar ook als het over de combinatie met ontwikkelingssamenwerking gaat.’ Het huidige kader noemt ze niet voldoende, want: een soort knip-en-plakwerk. ‘Wij willen dat de wetgeving echt impact heeft en dat er een gelijk speelveld komt voor de EU; anders zit je met 27 verschillende regimes, dat is gewoon niet werkbaar.’

Meerdere sprekers noemen het cruciaal dat Nederland imvo-wetgeving invoert die in lijn is met internationale richtlijnen van de Oeso en de VN. Een gedeelde zorg is ten slotte het aanbodgerichte karakter van het nieuwe beleid, terwijl die volgens velen – juist bij armoedebestrijding – vráággestuurd zou moeten zijn.

In de eigen achtertuin

Nu de minister haar ei heeft gelegd, is het de vraag wat de ontwikkelingssector ermee aan moet, zegt Kinsbergen. Volgens Marhijn Visser van VNO-NCW is de combinatie van hulp en handel misschien wel de manier bij uitstek om het wankele draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking in Nederland te vergroten: ‘Dat zou een zegen zijn.’

Kinsbergen grapt dat de gemiddelde Belg deze nota als ‘een roeptoeter’ zou omschrijven, maar dat ze toch graag positief wil blijven: ‘Laten we de nota toch vooral als een uitnodiging zien om verantwoordelijkheid te nemen en in de spiegel te kijken, want velen zullen zich herkennen in de voorstellen van de minister. Welke opdrachten liggen er voor úw organisatie?’

Ze noemt de vier handschoenen die zij zelf zal oppakken: ‘Ingaan op de oproep om zuidelijk leiderschap te bevorderen, zoeken naar de synergie tussen hulp en handel, beter leren wat wel en wat niet werkt en meer investeren in de duurzame doelen, óók in de eigen achtertuin, want internationale solidariteit begint met het gevoel van lotsverbondenheid met de wereld.’

Misschien is het vanavond wel als op een echte babyborrel, zegt ze tot slot: iedereen komt natuurlijk voor de baby, maar eigenlijk voor het beschuitje en de borrel. Er zal nog lang worden nagepraat in Den Haag.

Jeugdige tips voor de Afrika-strategie

Door Tess Vanacker | 12 augustus 2022

Een generatietoets, flexibele fondsen voor jongerenorganisaties en vooral geen kindertafels meer. Zomaar een paar ideeën die onlangs tijdens een jongerenpanel op de Afrikadag zijn geopperd – en vandaag, 12 augustus, is het de Internationale Jongerendag en tijd voor een terugblik van Tess Vanacker, beleidsmedewerker bij  Amref Flying Doctors. Dit jaar zet de VN het thema ‘intergenerationele solidariteit’ in de kijker.

Lees artikel

‘Die mannelijke dominantie is zó verankerd en nog steeds ontzettend overheersend’

Door Marc Broere | 01 augustus 2022

Het in Oeganda gevestigde Akina Mama wa Afrika is betrokken bij drie strategische partnerschappen met Nederlandse organisaties en de Nederlandse overheid. Een gesprek met directeur Eunice Musiime over haar ervaringen en over ontwikkelingen binnen het vakgebied. ‘Volg landen als Canada en Zweden en kom met een feministisch buitenlandbeleid – dat zou daadwerkelijk een moedig statement zijn.’ Die laatste wens is ondertussen in vervulling gegaan.

Lees artikel

De jeugd van tegenwoordig

Door Hans Beerends | 26 juli 2022

Om welke maatschappelijke problemen maakt ‘de jeugd van tegenwoordig’ zich druk? Actieveteraan Hans Beerends ging naar een bijeenkomst in Spui 25 en zag dat jongeren een visie zoeken die veraf staat van de in hun ogen idealistische naïviteit, maar ook veraf van de in hun ogen huidige gelatenheid en pessimisme

Lees artikel