Door:
Emmanuel Mandebo

18 juli 2022

Tags

Moses Isooba werkt al meer dan twee decennia in de ngo-wereld en in donorkringen en is nu uitvoerend directeur van het Uganda National NGO  Forum – en ontzettend uitgesproken over shift the power. Zijn advies aan noordelijke organisaties is kraakhelder: laat ‘de controle en het wantrouwen’ los. Een gesprek over de tijdgeest, machtsbegeerte en het ‘donor-industrieel complex’.

Het is een zonnige middag en de straten bruisen van de bedrijvigheid, met verkeer dat gestaag doorstroomt. Dit is Kabalagala, een buitenwijk van Kampala, waar de burelen van het Uganda National NGO Forum zich bevinden – en in een zo’n kantoor zit Moses Isooba klaar voor een gesprek over eerlijker verhoudingen tussen donoren en ontvangers. Hij was een van de sprekers bij het Wereld Café-webinar Shift the power @ work dat Vice Versa en Wilde Ganzen eerder dit jaar organiseerden. Ook schreef hij mee aan het Dream paper dat de Nederlandse branchevereniging Partos onlangs publiceerde. Het document schetst een alternatief model, met gedeelde macht en een gewenste rolverdeling tussen verschillende soorten organisaties.

Moses Isooba (foto Emmanuel Mandebo)

Bij het Wereld Café maakte Isooba van zijn hard geen moordkuil – net zomin als tijdens dit interview. Zo merkte hij ironisch op: ‘Wanneer onze noordelijke broeders naar Oeganda komen, zeggen ze dat ze “naar het veld” gaan. Dan vragen wij ons af: naar welk veld gaan jullie? Is je achtertuin in Amsterdam misschien je veld? Wat wil je doen op een akker in Oeganda, ga je misschien graven?

‘Waarom noemen we het eigenlijk een “veld”? Dit is een land dat door mensen bewoond wordt. Als ik naar Den Haag kom, ga ik niet “naar het veld”. Ik heb in Brussel nog nooit een zuiderling naar de akker zien gaan! Je vraagt je af: waarom zijn er daar geen “velden”? Taal kan erg neerbuigend zijn. Er is geen veld, er zijn daar gewoon mensen die worstelen om problemen aan te pakken die moeten worden aangepakt.’

Hoe ziet u de shift the power-beweging, in het algemeen?

‘Ons Forum’, zegt Isooba, ‘brengt de nationale en internationale ngo’s in Oeganda bijeen om de processen van democratie en bestuur hier te beïnvloeden. Het gesprek over het controleren van de macht en over moeilijke vragen stellen – niet alleen aan donoren, maar ook aan internationale ngo’s – is in de Zuid-Afrikaanse Rustlers Valley begonnen, rond 2017.

‘Een aantal vooraanstaande ngo’s, zoals Oxfam Novib en ActionAid, reflecteerden toen kritisch op de rol van ngo’s, vooral die uit het Noorden. Zo nu en dan nam ik eraan deel en de vragen kwamen als vanzelf in me naar boven. Bijvoorbeeld: gebruiken we wel de juiste taal?

‘Dat staat aan de menselijke basis, van zijn, denken en communiceren. Taal vormt de verhoudingen. Als we over shift the power spreken, is dat dan goed geformuleerd, dat de macht van Noord naar Zuid wordt “overgeheveld”? Of is het beter van sharing te spreken, de macht te “delen”?

‘Sommigen zullen bezweren dat macht een nulsomspel is en dat er dus niet genoeg van is om te kunnen delen. Zou dat dan gebeuren, dan verliest de een en wint de ander aan zeggenschap. Het zit in ons om macht te willen vergaren, en het niet kwijt te willen raken. Daarom is er nog een derde woord aan de discussie toegevoegd: transform, moet de macht niet eerder “getransformeerd” worden?

‘En zo duurt het gesprek voort. Het lastige is dat we praten over een machtsverschuiving vanuit het Noorden, terwijl – ironisch genoeg – de meeste stemmen in dit debat uit het Noorden kómen. Dat is uitdagend, je vraag je af: praten ze erover omdat ze een existentiële bedreiging ervaren of menen ze oprecht dat we bij hen aan tafel mogen zitten om het dominante narratief te betwisten en het discours mee vorm te geven?

‘Ik heb in panels over dit onderwerp gezeten waarbij ik de enige uit het Mondiale Zuiden was: zijn ze dus wel ècht geïnteresseerd in het verschuiven van de macht, wetende dat veel van hen ervan leven, zich ervan voeden? Velen maakten carrière dankzij die macht, verwierven privileges. Is dit gewoonweg een goed gesprek, waarbij ze willen aanhaken en verder niet? Dat is een probleem op zich.’

In het licht van de taal: wat is de beste betiteling voor deze beweging?

‘Een uniforme term is niet nodig, denk ik, omdat we de dingen in het Noorden, Oosten en Zuiden nu eenmaal anders beleven. De gelijkschakeling van begrippen is óók een probleem op zich: wanneer er mensen uit het Noorden overkomen om ons “te fiksen”, met eisen over hoe dit of dat precies zou moeten.

‘Of ze willen een resultatenmatrix met een bepaalde uitkomst, zonder rekening te houden met de contextuele verschillen – ook dan is er een probleem. Ik denk dat ontwikkeling een contextueel smaakje moet hebben. We moeten begrijpen dat woorden en begrippen op andere plaatsen iets anders betekenen.

‘Zijn ze dus wel ècht geïnteresseerd in het verschuiven van de macht, wetende dat veel van hen ervan leven, zich ervan voeden?’

‘Daarom moeten we het over één ding eens zijn in de shift the power-beweging: dat het Mondiale Zuiden lange tijd heeft geleden onder de werk- en benaderwijze van het Noorden, die op controle en wantrouwen is gestoeld. Van die manieren moeten we welbewust afscheid nemen.

‘Ook moeten we onze noordelijke collega’s leren dat als ze naar het Zuiden komen, ze macht en privileges met zich meedragen – en dan is dat hopelijk onbewust het geval. Sommigen weten dat, anderen niet, maar het is belangrijk dat ze flink om het subsidiariteitsbeginsel blijven geven; wie zich het dichtst bij het probleem bevindt, heeft vaak het antwoord.

‘Misschien kunnen die mensen het niet in het Engels verwoorden en lukt het ze niet het in ontwikkelingsjargon te gieten, maar als je de tijd voor ze neemt, zullen ze je vertellen hoe iets op te lossen is. Dáárom is er contextueel begrip nodig.’

U zei zonet dat veel van de shift-voorstanders uit het Noorden komen en dat zij lang de macht hebben gehad. Zou dit een handige zet kunnen zijn, waarmee ze nòg meer macht en controle verkrijgen?

‘Ik weet dat er veel mensen van grote, noordelijke ngo’s en uit het donor-industrieel complex goede intenties hebben, maar ik weet óók dat sommigen de macht willen houden waar die is.

‘Binnen het gesprek is er het vertrouwen nodig dat de anderen met goede bedoelingen aanschuiven. Ik heb geen zin in situaties waarbij ’s nachts mijn geit wordt gestolen en de dief me ’s ochtends komt helpen zoeken. Ik wil oprechtheid.

‘Als iemand volledig begrijpt hoe het huidige systeem de ontwikkeling beperkt, als iemand inziet dat dit systeem ons niet kan brengen naar waar we naartoe willen en de tekorten kent van hoe de huidige partnerschappen zijn opgezet, hoe die ons tekortdoen, als diegene dat allemaal heeft begrepen, dan kunnen we aan tafel.

‘Ik weet dat het niet om huidskleur draait, maar om het feit of iemand echt geïnteresseerd is in het ontmantelen van de machtsdynamiek en in staat is los te laten wat al die tijd is vastgehouden.

‘Laten we niet naïef zijn: er zijn mensen die heel lang op dit systeem hebben geteerd, die hun loopbaan aan het ngo-industrieel complex te danken hebben. Ze zijn een onderdeel van het probleem dat we nu in de hulparchitectuur zien en het is voor hen niet makkelijk dat te laten gaan – er zal dus wat geduwd en getrokken worden.’

 Als Forum-directeur bent u bevoorrecht de leiders van internationale ngo’s in Oeganda te kennen. Afgaande op uw ontmoetingen en observaties: in hoeverre willen zij aan de shift the power-beweging deelnemen?

‘Er is nu duidelijk een wind opgestoken en waar die vandaan komt maakt eigenlijk niet uit. Men trekt de bestaansgrond van de internationale ngo in twijfel, net als diens relevantie in het Zuiden. Men bevraagt de donoren en betwist of de ontwikkelingshulp die ze geven ons wel in staat stelt ons te ontwikkelen.

‘Ik heb geen zin in situaties waarbij ’s nachts mijn geit wordt gestolen en de dief me ’s ochtends komt helpen zoeken’

‘De internationale ngo’s zijn zich hier, in Oeganda, terdege bewust van die nieuwe wind en willen werken aan wat-ie verlangt. Het landelijke netwerk van ngo-directeuren richt zich nu op de kwestie van racisme op het werk. Als je naar een internationale ngo gaat, vind je er zowel lokale en buitenlandse medewerkers – en die laatsten worden anders behandeld, specialer.

‘Ik ben uitgenodigd om dat te helpen beëindigen. Ik liet de directeuren weten dat als het ze menens was, dat ze dan iemand nodig hadden die ze moeilijke, vreemde en zelfs wat tartende vragen zou stellen. Binnen die groep proef ik een bereidwilligheid om dit soort zaken op te pakken. Er is een existentiële bedreiging, dus ze kunnen kiezen: ze veranderen zelf of ze worden veranderd.’

 Hoe zit dat met nationale ngo’s?

‘Die zaten aan de ontvangende kant. Lange tijd waren de noordelijke ngo’s de opdrachtgevers en de zuidelijke de opdrachtnemers. We werden overspoeld met allerlei vormen van controle en wantrouwen, ze slaan je met ontelbare informatieverzoeken om de oren.

‘De nationale ngo’s weten dondersgoed dat er wat moet veranderen, dat ontwikkeling zó niet kan plaatsvinden – en dat beginnen ze zelfs te zeggen. Iets dat nu vaart krijgt is het concept van gemeenschapsgeleide filantropie en mobilisatie van middelen, omdat ze beseffen dat ontwikkeling in Oeganda niet door de internationale ngo’s zal worden geleverd.

‘Ze beseffen ook dat de middelen in het Noorden opdrogen, vanwege corona, en dat de nationaal-populistische leiders er in opkomst zijn, de “neefjes” van Donald Trump, die naar binnen gekeerd zijn – en zo zal er minder ontwikkelingsgeld naar het Zuiden stromen.

‘We moeten dus onze eigen middelen opbrengen, opnieuw definiëren hoe ontwikkeling eruit hoort te zien en iets van eigenaarschap kweken. En wat zíjn we het beu: al die rapportageverplichtingen die zuidelijke ngo’s worden opgedrongen, zelfs als ze nergens op slaan.

‘In toenemende mate ontstaat er een maatschappelijk bewustzijn bij de leiders van nationale ngo’s dat de macht en privileges van onze noordelijke tegenhangers kan uitdagen. Op die manier kunnen we met ze gaan zitten, ze vragen waarom de dingen nu gaan zoals ze gaan. Het is de soort energie die we ervoor nodig hebben.’

Is een onderverdeling van rollen mogelijk, tussen noordelijk en zuidelijke ngo’s?

‘Eerlijk gezegd: ondanks de kritiek richting de grote spelers uit het Noorden, zullen zij nuttig en relevant blijven. Ze nemen steeds een enorme hoeveelheid kennis mee naar het Zuiden en voor het aanwenden van middelen uit het Noorden blijven ze essentieel. Hun hulp bij de kennisoverdracht wordt niet betwijfeld.

‘Wat veranderen moet is hóe het naar het Zuiden wordt gebracht, weg van de controle en het wantrouwen. Er moet discussie mogelijk zijn over zaken als institutionele overheadkosten. Zuidelijke organisaties moeten ervoor betalen, in plaats van simpelweg te verwachten dat de noordelijke organisaties een bepaald project afleveren, waardoor alleen geld voor dàt project wordt toegewezen.’

Welke knelpunten komen zuidelijke ngo’s tegen in hun omgang met de noordelijke partners? Worden ze gedwongen zich op bepaalde kwesties of onderwerpen te richten?

‘Dat laatste denk ik niet. Al zijn er natuurlijk een aantal lastige zaken, soms subtiel en soms nogal zichtbaar. Als een zuidelijke organisatie een idee conceptualiseert, wordt het naar het Noorden gestuurd. Wanneer het retour komt, is het helemaal verminkt. Het is jammer dat het Zuiden haast nooit in de wijzigingen wordt gekend, dat mag wel eens veranderen.

‘Een aantal internationale ngo’s in Oeganda worstelen met racisme op het werk – dat is de “olifant in de kamer” waarover niemand het wil hebben, maar die zich op allerlei manieren manifesteert. Het komt allemaal voort uit de koloniale mindset, die meteen op de schop moet.’

Hoe zijn zuidelijke organisaties dan minder afhankelijk te maken?

‘Covid-19 was een verhulde zegen. De reisbeperkingen resulteerden in minder noordelijke bezoekers bij zuidelijke organisaties, terwijl de ontwikkelingsprojecten van die laatste doorgingen.

‘Het verhaal van shift the power wint nu aan momentum, wat ook geldt voor het idee van gemeenschapsgeleide filantropie. Dat komt voort uit het feit dat Afrikanen graag geven, zoals je ziet bij bruiloften en begrafenissen, bij het regelen van waterputten. Datzelfde kan voor ontwikkeling worden ingezet.

‘Als we een wet weten te maken over het beheer van filantropie, dan kunnen we in het Mondiale Zuiden echt onze eigen middelen inzamelen. Hoe eerder we ons van het Noorden bevrijden, hoe beter – omdat de middelen daar steeds verminderen.’

Wat voor praktische problemen voorzie je op het pad van shift the power?

‘Als profeet van de hoop zeg ik dat shift the power een tornado is die door het Noorden raast. Dat levert een steeds groter besef op dat verandering nóódzaak is. Op dit moment voeren we gesprekken met onze noordelijke partners waarbij de voorwaarden erg gunstig zijn.

‘Als profeet van de hoop zeg ik dat shift the power een tornado is die door het Noorden raast’

‘Het Uganda National NGO Forum heeft goede afspraken met Wilde Ganzen, die ons vrijheid, creativiteit, innovatielust en beenruimte geven om te manoeuvreren en effect te sorteren, zonder aan handen en voeten gebonden te zijn. Dat komt, denk ik, door het besef bij noordelijke partners dat het beter is bepaalde trekjes te laten varen.

‘Groepen zoals Re-imagine the INGO (RINGO) zijn actief bij de beweging betrokken. We hopen op een positieve respons van alle belanghebbenden en dat we binnenkort als gelijkwaardige partners zullen spreken. Er komt ook een welbewuste verschuiving aan van financieringsrelaties naar partnerschappen.’

Hoe haalbaar is het shift the power-doel?

‘Verandering vergt tijd en is er niet ineens. We praten over een andere denkwijze bij mensen die jarenlang de macht en privileges hadden – het zou aanmatigend zijn er een tijdsverwachting aan te hangen. Wat nu belangrijk is: het is van start gegaan en er is al enige progressie geboekt.’

Hoe houden we de relatie tussen noordelijke en zuidelijk organisaties gezond, terwijl er aan de shift the power-agenda wordt gewerkt?

‘De beide kanten hebben elkaar nodig, dat zal hartelijkheid, respect en wederkerigheid vereisen. Ik ben daarom niet op conflictueuze verhoudingen uit.’

 Wat zijn de volgende stappen voor shift the power?

‘Het gesprek en de taal rondom de beweging lijken op dit moment te elitair te zijn. De belangrijkste mensen die er níet aan deelnemen zijn degenen bij wie de ontwikkeling plaatsheeft, de mensen ter plekke.

‘We moeten dus uitvinden hoe we die stemmen kunnen aanwenden. We kunnen wel academisch doen over shift the power, maar de mensen over wie aan tafel wordt gesproken, moeten met de kennis komen die zijzelf op grassroots-niveau bijeen hebben gesprokkeld. We moeten bij de inkt en het papier vandaan, naar de daadwerkelijke implementatie.’

Het nieuwe Actieplan beleidscoherentie voor ontwikkeling

Door Marc Broere | 01 december 2022

Nederland heeft een nieuw actieplan om meer beleidscoherentie tussen de verschillende ministeries te krijgen om negatieve effecten van Nederlands beleid voor ontwikkelingslanden tegen te gaan. Het concentreert zich op drie thema’s: het verkleinen van de Nederlandse voetafdruk, onwettige geldstromen en belastingontwijking èn vaccin- en gezondheidsongelijkheid.

Lees artikel

Dweilen met de kraan dicht

Door Elian Yahye | 29 november 2022

Nederland helpt landen in het Zuiden met het opzetten van een sterke publieke sector, maar is tegelijk een belastingparadijs. En: hoe vallen klimaatplannen te rijmen met steun aan fossiele bedrijven? Marit Maij (ActionAid) en Lisanne van der Steeg (Woord en Daad) pleiten voor meer beleidscoherentie: de Nederlandse overheid moet beleidskeuzes maken die elkaar versterken, in plaats van tegenwerken.

Lees artikel

Vergrijzing mag in de Afrika-strategie niet ontbreken

Door Jochem Duinhof | 28 november 2022

Wie de cijfers erop naslaat, kan maar tot één conclusie komen: Afrika vergrijst de komende jaren in rap tempo – en het is evident dat dat gevolgen heeft voor de manier waarop duurzame economische ontwikkeling en armoedebestrijding er tot stand komen, schrijft Jochem Duinhof, politiek adviseur bij Dorcas

Lees artikel