Door:
Marusja Aangeenbrug

14 oktober 2022

Tags

Progressief-links heeft moeite met religie en conservatieve christenen doen niets tegen klimaatverandering, dat is het heersende beeld, maar klopt het wel? Rina Molenaar van Woord en Daad en Daniëlle Hirsch van Both ENDS laten zichzelf even in een hokje stoppen. Héél even – en dan beuken ze er meteen weer uit.

‘Ik wil beginnen met een protest.’ Rina Molenaar, directeur van Woord en Daad, lacht. ‘Ja, laat ik maar meteen de juiste taal spreken, als ik dan toch met iemand van een links-activistische organisatie aan tafel zit’, zegt ze met een knipoog. Ze wil niet in hokjes denken, onderstreept ze. Verbinden, werken aan de inhoud, daar gaat het om.

Both ENDS-directeur Daniëlle Hirsch knikt instemmend. ‘Religie en activisme’, zegt ze, ‘sluiten elkaar niet per se uit. Eigenlijk is iedereen die zich inzet om iets in deze wereld te veranderen een activist.’ Maar toch, ze erkennen óók dat ze vaak fundamenteel in hun opvattingen verschillen.

Woord en Daad is een christelijke ontwikkelingsorganisatie met vooral partnerschappen in Afrika en Azië en heeft een grotendeels reformatorische achterban, ofwel: het behoudende deel van christelijk Nederland – want ‘de kerk’ bestaat niet, er zijn veel verschillende stromingen – dat de Bijbel als leidraad voor elk aspect van het leven beschouwt. Hardwerkende burgers, gulle gevers en trouw aan de eigen zuil. De achterban bestaat uit particulieren, kerken en een flink netwerk van ondernemers.

Rina Molenaar (links) en Danielle Hirsch. Foto Danique Regterschot

Both ENDS werkt onder meer aan thema’s als eerlijk klimaatbeleid, eerlijke handel, mensenrechten en gender en duurzaam gebruik van land, water en bos. De achterban is kritisch, gedreven en – inderdaad – vaak links. Wereldburgers, bereid om in actie te komen voor een betere wereld. Molenaar wil graag het beeld bijstellen dat haar achterban zich niet voor klimaatverandering zou interesseren. ‘Het klopt dat er kritische geluiden zijn, maar ik zie ook dat steeds meer mensen heel bewust leven. Van nature hebben veel mensen in onze achterban trouwens al een vrij sobere levensstijl: ze hebben weinig met impulsaankopen, bijvoorbeeld.’

Ze vertelt over de ‘ontspulchallenge’ van Woord en Daad: ‘Mensen deden enthousiast mee. Zoiets is voor ons een haakje om te werken aan verandering.’

Waarom daagt een ontwikkelingsorganisatie mensen uit te ontspullen?

Molenaar: ‘We hebben twee doelstellingen: armoedebestrijding en Nederlanders daar bewust van maken. Toen onze partners ons een jaar of twaalf geleden evalueerden, wezen ze ons daarop. We zijn toen meer aan bewustwording gaan werken. We houden mensen híer een spiegel voor: “Weten jullie dat je manier van leven impact heeft op wat er in ontwikkelingslanden gebeurt?” Als mensen op hun netvlies krijgen dat het om hun naasten gaat, komen ze in beweging. Dat is de taal die onze achterban spreekt.’

In hoeverre is religie een thema bij Both ENDS?

Hirsch: ‘Amper, eigenlijk. Op kantoor hebben we het er niet vaak over en ook in gesprekken met partners komt het zelden naar voren. We werken met veel verschillende groepen samen. Ik ben me er wel van bewust dat ons handelen altijd gebaseerd is op een bepaald denkkader. We denken dat we rationeel handelen, maar veel is ingegeven door de cultuur waarin we zijn opgegroeid. Ik kom zelf uit een cultureel Joods gezin en ik leef samen met een katholiek. Thema’s als schuld en boete staan ver van mij af – in mijn cultuur denk je als er iets mis is gegaan: heel jammer, maar ik heb ervan geleerd. En dan ga je weer door naar het volgende. Bepaalde overtuigingen zitten heel diep. Als we die niet van elkaar kennen, begrijpen we elkaar ook niet, denk ik. Daarom is religie toch een thema waar we het misschien over moeten hebben.’

Hoe gaat dat dan met partners? Kennis van of begrip vóór hun religie – of ze nu moslim, hindoe of christen zijn – kan wellicht helpen om makkelijker of sneller een doel te bereiken.

Molenaar: ‘Wij merken dat in elk geval wel. In Afrika zijn religie en religieuze instellingen enorm belangrijk om een doelstelling te behalen.’

‘Als mensen op hun netvlies krijgen dat het om hun naasten gaat, komen ze in beweging’

Hirsch: ‘Ik kan die vraag niet goed beantwoorden. We werken met een diversiteit aan mensen samen: moslims, hindoes, katholieken, en elke keer komen er weer nieuwe smaken in ons netwerk bij. De vraag is of het een probleem is als we het er nooit over hebben. Onze partners mogen aangeven wat ze willen, vervolgens kijken wij hoe we samen die agenda kunnen versterken. Ik denk wel dat het goed zou zijn als we meer thuis zouden raken in religie, maar tegelijkertijd is die behoefte dus niet erg acuut.’

Molenaar: ‘Het grappige is dat wij soms fundamenteel in onze opvattingen verschillen, maar we ook vaak samen optrekken als het om lobby voor bepaalde thema’s gaat. Dan stuurt Daniëlle me een linkje, met een opmerking erbij: “Zou je hier niet eens een opinieartikel over schrijven in het Reformatorisch Dagblad?”’

Hoe komt het dat jullie desondanks samenwerken?

Molenaar: ‘We gaan allebei voor een rechtvaardige wereld en we zoeken allebei naar verbinding met de groepen waarmee we te maken hebben.’

Hirsch: ‘Woord en Daad, Both ENDS en andere organisaties die zich met klimaatverandering bezighouden, vormen een groepje dat uiteindelijk hetzelfde doel nastreeft: een rechtvaardiger wereld.  We willen allemaal dat Nederlanders zich realiseren hoe goed ze het hier hebben – en dat ze er, gegeven die privileges, alles aan moeten doen om te zorgen dat er geen armoede, geweld en onrechtvaardigheid meer in de wereld te vinden is. Ik zeg het in mijn woorden, jij kunt dat waarschijnlijk stichtelijker…’

Molenaar lacht hard. Hirsch: ‘De taal waar Rina’s doelgroep vertrouwd mee is, beheers ik niet eens. Omgekeerd kan zij tegen mij zeggen dat ik eens op een bepaald podium mijn stem moet laten horen. We hebben allebei andere doelgroepen, de kunst is dat we samen zoveel mogelijk mensen bereiken.’

Wannéér werken jullie samen?

Hirsch: ‘Als het nodig is. In elk geval als het om fossiele exportsteun en internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen gaat.’

Molenaar: ‘En over de kracht van lokale partners.’

Hirsch: ‘Ja, die laten op het gebied van landbouw, landbeheer en landrechten zien hoe het moet. In het veld werken zij al veel samen, het is de taak van Rina en mij om er hier iets groters van te maken.’

Dat in Nederland samen zoveel mogelijk mensen bereiken, wat bedoel je daarmee?

‘We worden voortdurend uit elkaar gespeeld doordat mensen etiketjes op ons plakken: wij zijn “klimaatdrammers” en zij zijn de “homohaters”.

Hirsch: ‘Laten we ons niet op de verschillen richten, maar op de overeenkomsten. We worden voortdurend uit elkaar gespeeld doordat mensen etiketjes op ons plakken: wij zijn “klimaatdrammers” en zij zijn – vooral sinds de Verklaring van Nashville – de “homohaters”. Maar de werkelijkheid is veel genuanceerder. Bij Both ENDS werken ook mensen die bij een kerk horen, en tussen kerken zitten allerlei verschillen. Als er iets gebeurt waar ik het fundamenteel mee oneens ben, wil ik niet meteen vanuit mijn eigen bubbel roepen dat het belachelijk is. Ik wil weten hoe het komt dat mensen er zo over denken. Daar leer ik van, want dan snap ik hoe zo’n andere opvatting tot stand komt, ook al kijk ik er zelf fundamenteel anders naar.’

Molenaar: ‘Wat ik uniek vind aan jou, is dat jij altijd probeert de ander te begrijpen, wat voor standpunt die ook heeft. Daar ontbreekt het in het maatschappelijke debat nog weleens aan. De filosoof Kiza Magendane pleit voor een verzuiling 2.0, een platform waarin we het niet met elkaar eens zijn, maar wel met elkaar in gesprek zijn. Het is gaaf als je elkaar op die manier probeert te begrijpen.’

Hirsch: ‘Vanuit het ecosysteemdenken geldt dat een gezond ecosysteem een divers ecosysteem is. In onze samenleving zie ik momenteel helaas een verschraling. We laten onszelf in hokjes duwen, terwijl het nodig is dat we ons samen achter een groter belang scharen. Alleen als we vanuit dat belang elk onze eigen rol pakken, kunnen we verandering teweegbrengen. Als je het slim speelt, kun je andere partijen dan ook in beweging krijgen.’

Heb je daar een voorbeeld van?

Hirsch: ‘Rond de mvo-wetgeving zijn er dingen gaan schuiven toen we bedrijven met duurzame ambities aan tafel kregen die aangaven dat ze het onacceptabel vinden dat vervuilende bedrijven een relatieve voorsprong vinden. Het liet zien dat er in Nederland meer dan één bedrijfsleven is en dat maatschappelijke organisaties die al jaren op een goede mvo-wetgeving hameren geen “gekkies” zijn. We hebben een legitieme, economisch interessante propositie.’

Beperkt een hokje jullie in je werk?

Molenaar: ‘Het beperkt je alleen als je je in dat hokje láát duwen. Ik probeer er heel demonstratief uit te stappen en zoveel mogelijk mensen buiten de sector en buiten mijn eigen bubbel te spreken. Zo praat ik ook graag met ondernemers of wetenschappers, ik wil niet alleen om de tafel zitten met directeuren van andere ngo’s. Het helpt me ontzettend bij mijn visievorming. Overigens houd ik van de sector, hoor…’

Hirsch: ‘Ik probeer ook verbinding te zoeken, maar mensen hebben wel het beeld van mij dat ik me erg stevig uit – en dat klopt, want ik vind dat mensen goed moeten weten waar ik voor sta. In Nederland is het poldermodel belangrijk, maar met elkaar in gesprek zijn is niet gratuit, het moet ergens toe leiden. In veel gesprekken zit weinig scherpte, men is met elkaar in gesprek vanwége het gesprek.’

Molenaar: ‘Daniëlle kan het hartelijk met je oneens zijn, maar ze speelt het nooit op de persoon.’

Hirsch: ‘Ik ben in een debatcultuur opgegroeid. Het is de manier waarop we onze gedachten vormen. Ik ga er soms keihard in. Daar voelen mensen zich niet altijd veilig bij, maar het is wel efficiënt, want vaak krijg ik ook keihard iets terug. En dan komen we samen tot een interessant idee. Voor mij is zo’n hokje dus functioneel.’

Molenaar: ‘Je zegt ook weleens dat je in eigen kringen niet altijd begrepen wordt.’

Hirsch: ‘Tja, het is niet altijd handig als je meteen scherp je standpunt op tafel legt. Dan zie ik mensen denken: o, daar heb je Daniëlle weer. Terwijl ik dan denk: gaan we het nog ergens over hebben?

Dus een hokje kan functioneel zijn, maar óók belemmerend.

Hirsch: ‘Milieuorganisaties – en ook Both ENDS – worden al snel radicaal of activistisch genoemd, maar is het radicaal om te vragen dat we ons houden aan internationale afspraken die door de wetenschap worden onderschreven? Ik vind activisme een compliment in deze tijd waarin grote veranderingen nodig zijn. En eigenlijk is Woord en Daad in eigen kring net zo activistisch als wij dat zijn.’

Molenaar: ‘Nou, als ik dat zeg, schrikt mijn achterban wel, hoor.’

Hirsch: ‘Interessant, waarom is dat?’

Molenaar: ‘Het woord “activisme” schrikt mensen af, terwijl we wel een scherp debat willen voeren. Niet moraliserend, maar constructief.’

Hirsch: ‘Een woord als “klimaatdrammers” zorgt ook alleen maar voor polarisatie. Daarmee duw je een groep in een hoekje en vervolgens gaat het gesprek niet meer over klimaatverandering. Soms zeggen mensen: “Je bent wel activistisch, hoor.” Dan zeg ik: “Dank je voor het compliment – en ik snap niet waarom jij het níet bent. Zullen we het nu weer over de inhoud hebben?”’

Taal is dus van groot belang voor het gesprek dat jullie willen voeren?

Molenaar: ‘Ja, ook binnen mijn eigen achterban. Die heeft een andere taal nodig dan wanneer ik met Daniëlle praat, terwijl het inhoudelijk over hetzelfde kan gaan. Neem klimaatverandering, daar zit voor ons méér aan vast. Wij hebben het over de schepping. In Genesis (uit het Oude Testament, red.) hebben we een prachtige opdracht gekregen om daarvoor te zorgen. Daar kan ik waar ook ter wereld aan refereren: het is onze opdracht om voor de schepping te zorgen.’

Hirsch: ‘Wij hebben geleerd dat je ook in Den Haag een bepaalde taal moet kiezen. Dat is echt nodig, anders komt je boodschap niet aan.’

Molenaar: ‘Als je de juiste taal kiest, kun je ver komen.’

Welke rol kunnen religieuze leiders of groepen spelen bij het gesprek dat jullie willen voeren?

Molenaar: ‘Uit een onderzoek onder onze achterban bleek ooit dat voorgangers een veel grotere invloed op het gedrag hebben dan we verwachtten. Als een predikant iets zegt over ons leefgedrag, luisteren kerkgangers daar eerder naar dan wanneer Woord en Daad dat zegt. Dat was voor mij heel inzichtgevend. Ook in Afrika blijkt dat zo te zijn. Onze partners werken om die reden bewust met religieuze leiders. Via hen kunnen we ook mensen bereiken die anders in hun gemeenschappen onzichtbaar zouden zijn.’

foto Danique Regterschot

Hirsch: ‘Onze partners zoeken lokaal naar de meest effectieve manier. Zij weten zelf het beste of ze wel of niet een religieuze leider moeten inschakelen om hun doel te bereiken. Wij sturen daar niet op, maar ik ben wel benieuwd of het bij hen ook een rol speelt.’

Wat als je met ambtenaren of met een organisatie aan tafel zit en het schuurt?

Molenaar: ‘Soms moet het blijven schuren. Wij gaan er wel allebei op een andere manier mee om. Ik probeer eerst altijd de persoonlijke relatie aan te gaan, Daniëlle zet makkelijker heel stevig een boodschap neer. Daar kijk ik weleens met bewondering naar.’

Hirsch: ‘Een van belangrijkste factoren van transitie is dat je altijd de waarheid moet zeggen. Als mensen elkaar continu bevestigen in iets wat niet klopt, kom je niet verder. Dus ik benoem dat bepaalde mensen misschien op het verkeerde spoor zitten. Dat is niet altijd een leuke rol, hoor. Maar als ik het niet zeg, wie dan wel? Het moeilijke is alleen dat je tegelijkertijd het vertrouwen in stand moet houden. Ik heb er niets aan als mensen me met een korrel zout gaan nemen. Die balans, dat is iedere keer weer zoeken. Maar de verbinding ontstaat niet altijd vóór de schermen.’

Waar dan wel?

Hirsch: ‘Achter de schermen. Daar spelen mensen elkaar de bal toe, spreken ze af wie wat voor de schermen zegt, brengen ze mensen met elkaar in contact. De kracht van samenwerken achter de schermen is dat je je eigen rol kunt blijven spelen zonder dat de buitenwereld er alvast van alles van gaat vinden.’

Molenaar: ‘Zo werkt het ook met onze organisaties. We zoeken elkaar op, maar bieden elkaar ook de ruimte om een eigen koers te varen.’

Hirsch: ‘Precies, Both ENDS en Woord en Daad zijn niet voor niets verschillende organisaties. We zijn niet met elkaar getrouwd, of zo…’

 

Dit artikel is verschenen in de religiespecial van Vice Versa. Neem nu een abonnement op Vice Versa en krijg de special thuisgestuurd. https://viceversaonline.nl/abonnement/particulier-abonnement/

Het nieuwe Actieplan beleidscoherentie voor ontwikkeling

Door Marc Broere | 01 december 2022

Nederland heeft een nieuw actieplan om meer beleidscoherentie tussen de verschillende ministeries te krijgen om negatieve effecten van Nederlands beleid voor ontwikkelingslanden tegen te gaan. Het concentreert zich op drie thema’s: het verkleinen van de Nederlandse voetafdruk, onwettige geldstromen en belastingontwijking èn vaccin- en gezondheidsongelijkheid.

Lees artikel

Dweilen met de kraan dicht

Door Elian Yahye | 29 november 2022

Nederland helpt landen in het Zuiden met het opzetten van een sterke publieke sector, maar is tegelijk een belastingparadijs. En: hoe vallen klimaatplannen te rijmen met steun aan fossiele bedrijven? Marit Maij (ActionAid) en Lisanne van der Steeg (Woord en Daad) pleiten voor meer beleidscoherentie: de Nederlandse overheid moet beleidskeuzes maken die elkaar versterken, in plaats van tegenwerken.

Lees artikel

Vergrijzing mag in de Afrika-strategie niet ontbreken

Door Jochem Duinhof | 28 november 2022

Wie de cijfers erop naslaat, kan maar tot één conclusie komen: Afrika vergrijst de komende jaren in rap tempo – en het is evident dat dat gevolgen heeft voor de manier waarop duurzame economische ontwikkeling en armoedebestrijding er tot stand komen, schrijft Jochem Duinhof, politiek adviseur bij Dorcas

Lees artikel