Door:
Marc van Dijk

25 oktober 2022

Tags

Kennis is macht en vooralsnog wordt de kennis door de rijkste landen gedomineerd. Met een jaarlijks symposium wil het KIT de krachten bundelen van mensen die kennis dekoloniseren. De eerste editie vond in Amsterdam plaats, live met Beiroet en Johannesburg in verbinding. Een verslag.

Uit de toespraken van de keynote-sprekers klinkt onverdunde woede en pijn. De Keniaanse wetenschapper Samuel Oji Oti ontdooit zijn publiek eerst met charme en humor, maar slaat dan genadeloos toe.

‘Het begon met kettingen en zwepen,’ zegt hij, ‘nu zijn het e-mails en zooms. Kolonialisme ervaren we nog steeds, als onze onderzoeksvoorstellen zonder goede reden worden afgewezen, als we als werkezels worden ingezet om data te delven, als onze kennis niet serieus wordt genomen. Als Afrika “gered” moet worden en jullie de redders zijn. Als we wel aan de vergadertafel worden uitgenodigd, maar er niets te zeggen hebben.’

De Zuid-Afrikaanse Zuleika Bibi Sheik, dichter, activist en lector aan de Universiteit Utrecht: ‘Er bestaan geen mensen die niet medeplichtig zijn aan de situatie zoals die is. We zijn allemáál medeplichtig.’ En: ‘Als ontwikkelingsstudies eerder hadden gedaan wat ze beoogden, dan waren ze nu niet meer nodig geweest.’

Doodstil wordt het in de rijkelijk met houtsnijwerk gedecoreerde zaal als de Keniaanse Wanjiru Kamau-Rutenberg op de geschiedenis van het gebouw wijst, van het Koninklijk Instituut voor de Tropen, in Amsterdam.

‘Je moet maar durven ons hier uit te nodigen’, zegt ze. ‘Het onderzoek dat hier werd gedaan, was op het “onttrekken” gebaseerd. Alle pracht die we hier zien, is onttrokken aan de landen die van hieruit zijn bestuurd en leeggeroofd. De hardhouten balken komen uit het regenwoud – misschien wel het regenwoud waar het leven van mijn grootmoeder bepaald werd door kennis die híer is verzameld. Onder dit houten dak, alsof het gisteren was.’

Koloniale trots

De locatie van de eerste editie van The Power of Knowledge had niet symbolisch geladener kunnen zijn. Het KIT is samen met het Tropenmuseum in een fraai stuk schuldige architectuur gevestigd: een van de grootste en meest imposante koloniale gebouwen van Nederland. Het is in 1926 als Koloniaal Instituut geopend: een kenniscentrum in de hoofdstad van een – toen nog – trots koloniaal koninkrijk.

In de weldadige decoraties aan zowel buiten- als binnenkant springt de beladenheid van de geschiedenis onmiddellijk in het oog. Beelden en reliëfs verbeelden Surinaamse goudzoekers, Javaanse en Balinese tot slaaf gemaakte landbouwers, gekraagde koppen van lang vereerde bestuurders uit gouden eeuwen waarvan de glans geleidelijk verdween, om voor verdringing plaats te maken, voor ongemak en schaamte.

Maar de organisatoren, sprekers en internationale gasten zijn vastbesloten niet in wrok of woede te blijven hangen. Er wordt hier binnen dezelfde muren al jaren een gestage revolutie in tegengestelde richting gevoerd: dékoloniserend. Het gebouw en de instituten die het huisvest zijn sinds de Indonesische onafhankelijkheid aan deze transformatie bezig.

Vanuit het voormalig hart van het Nederlandse kolonialisme wordt dagelijks internationale en interculturele samenwerking bedreven. Het KIT herbergt onderzoeksinstituten, kleine ngo’s – zoals natuurbeschermingsorganisaties – en maatschappelijk ondernemers. Het is inmiddels uitgegroeid tot een spin in het web van financiers, academische onderzoekers en publieke spelers die de oude patronen willen doorbreken.

De duurzame doelen van de Verenigde Naties zijn richtinggevend. Het KIT werkte volgens eigen cijfers tot nu toe aan meer dan 650 projecten op het gebied van duurzame economische ontwikkeling, gender en gezondheid, is actief in vijftig landen en organiseerde meer dan tweeduizend kleine en grote evenementen over die thematiek. Ook worden er jaarlijks tientallen studenten opgeleid tot masters in de internationale openbare gezondheid; ambitieuze jongeren uit alle delen van de wereld (95 nationaliteiten).

De jaarlijks terugkerende Power of Knowledge-conferentie is volgens de Lindy van Vliet, de kennisdirecteur van het KIT, het nieuwste initiatief om professionals die zich met gelijkwaardigheid in de kennisproductie bezighouden bijeen te brengen. Niet alleen in Amsterdam, ook in Beiroet (Libanon) en Johannesburg (Zuid-Afrika) worden de plenaire sessies live gevolgd en worden er lezingen en workshops gehouden.

‘Bij het dekoloniseren van kennis’, zegt Van Vliet, ‘draait het om drie vragen: wie heeft toegang tot de kennis, wie bepaalt de agenda en wie valideert de kennis?’

Pascalle Grotenhuis, directeur van de Directie Sociale Ontwikkeling bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, noemt de rol van de overheid op dit gebied ‘moeilijk’, omdat ze ‘tussen beleid en activisme’ moet laveren. ‘Voor ons is het belangrijk omhier vooral goed te luisteren’, besluit ze haar enthousiaste aanmoediging diplomatiek.

Vocabulaire

Het valt op dat het veel moeite kost de juiste woorden te vinden. Dit veld wordt gekenmerkt door een zekere drift om begrippen steeds te herdefiniëren – en de oude dienen dan te verdwijnen. Eerder werd ‘ontwikkelingshulp’ vervangen door ‘internationale samenwerking’. ‘Tropische geneeskunde’, hoewel nog steeds in zwang, kreeg concurrentie van ‘global health’. De drieslag ‘eerste, tweede en derde wereld’ werd in de ban gedaan en vervangen door het ‘Mondiale Zuiden’ en dito ‘Noorden’.

En nu gaat het vooral over ‘duurzaamheid’ en ‘gelijkwaardigheid’ als tegengif voor ‘epistemische onrechtvaardigheid’. Dat laatste fenomeen komt bijvoorbeeld tot uiting in de achterstelling van wetenschappers uit het Zuiden, wier onderzoeksresultaten pas serieus worden genomen als ze in een tijdschrift uit het Noorden zijn gepubliceerd.

Woorden doen ertoe, ze bepalen hoe beleidsmakers, fondsen en wetenschappers denken, maar ook de níeuwe woorden stuiten af en toe op weerstand. Zoals wanneer iemand vanuit de zaal interrumpeert: ‘Als we naar gelijkwaardige samenwerking toe willen en kennis op een rechtvaardige manier willen delen, als we aan koloniale machtsverhoudingen voorbij willen komen, waarom benaderen we dit dan met een nieuwe tweedeling tussen Noord en Zuid? Wie ziet zichzelf graag als deel van het Noorden of Zuiden, en waar ligt de grens precies? Laten we hier zo snel mogelijk weer mee ophouden!’

Tijdens een workshop over rechtvaardigheid en gelijkheid in de praktijk van mondiale gezondheid zegt professor Stewart Bloom vanuit het publiek: ‘Ik heb mijn twijfels bij de term “global health”, die ooit voortkwam uit een conflict tussen de Wereldbank en de Wereldgezondheidsorganisatie. Is de nieuwe term méér dan een ethisch vernisje? We worden nu gedwongen vragen te stellen over de gelijkwaardigheid van kennis en over zaken die allang voor zich zouden moeten spreken. Kunnen we het niet beter over de werkelijke gezondheidsproblemen hebben?’

Machtsdynamieken

Dat soort interventies zetten het op scherp. Gespreksleider en spreker Sandra Alba benadrukt het belang van deze metaproblematiek: zolang de creatie en het gebruik van kennis in de wereld niet gelijkwaardig is, lopen we op alle terreinen potentiële doorbraken en vernieuwingen mis, zelfs op meer dan alleen het gezondheidsvlak. Het is geen symbolisch gesprek, maar bittere noodzaak, stelt Alba. ‘We leven nu eenmaal in een wereld die door Europa en Amerika is gecreëerd. Dat heeft nadelige gevolgen en daar moeten we mee omgaan.’

Haar collega-onderzoeker Ratuja Patil beaamt dat: ‘De bestaande machtsdynamieken zijn niet te negeren.’

Het blijft niet bij enkel een verandering van vocabulaire of bij het uitspreken van vrome wensen. Een nieuwe generatie onderzoeksleiders brengt verandering teweeg door krachtige ethische codes in te voeren, zoals de Global Act of Conduct. Of de binnen het KIT ontwikkelde Bridge-richtlijn die Alba en Patil presenteren, voor gelijkwaardige samenwerking in epidemiologisch onderzoek. Die is op basis van de input van vijftig experts uit de hele wereld opgesteld, die zich over de vraag bogen wat onderzoeksintegriteit en -eerlijkheid in de praktijk zouden moeten betekenen, en op basis van welke richtlijnen gelijkwaardigheid concreet kan worden.

Sandra Alba

‘Een hoofdpunt’, zegt Alba, ‘is dat samenwerking van onderzoekers uit het Noorden met lokale onderzoekers uit het Zuiden essentieel is, omdat die de omgeving kennen en zich beter kunnen verhouden tot de lokale belanghebbenden en gemeenschappen die door het onderzoek worden beïnvloed. Het mooie is dat het niet alleen over een eerlijk proces gaat, maar ook over verhoging van de relevantie. Als het onderzoek in handen van lokale onderzoekers is, is het waarschijnlijk lokaal relevant en heeft het dus meer impact.’

Simpel

‘We kunnen de machtsstructuren niet in één keer veranderen, maar het beleid van organisaties wèl’, zegt keynote-spreker Oji Oti tijdens een van de pauzes. ‘Een goed voorbeeld gaf Catherine Kyobutungi, met wie ik vroeger samenwerkte. Ze is uitvoerend directeur van een Afrikaanse denktank over publieke gezondheid: het African Population and Health Research Center.

‘Zij is onlangs een van de bestuurders van een groot internationaal fonds geworden. Ze heeft de organisatie zover gekregen in haar beleid op te nemen dat voor alle financiering van projecten in het Zuiden minstens zeventig procent van het geld náár instituties in het Zuiden moet gaan – zo simpel kan het zijn. Het was namelijk precies andersom.’

Sam Oji Oti

Oji Oti kan soms niet geloven wat hij nog stééds ziet gebeuren. ‘Natuurlijk begrijp ik het als er een capaciteitsprobleem is,’ zegt hij, ‘als er in het Zuiden gewoon niet genoeg goede mensen zijn die het werk kunnen doen. Dan moet je aan die capaciteit bouwen en intussen het onderzoek verrichten. Maar als de onderzoekscapaciteit in het Zuiden er al is, wat is dan je excuus?

‘Een voorbeeld: bij een bepaald fonds was er vorig jaar dertig miljoen dollar voor malariaonderzoek beschikbaar. Een consortium van zeven organisaties won die beurs – en al die organisaties kwamen uit het Noorden! Allemaal! Malaria is geen nieuwe ziekte, het is geen covid. Ik ken in het Zuiden enorm veel deskundigen en instituten die het onderzoek zouden kunnen doen, dus hoe kon dit gebeuren?

‘We hebben het hier over epistemische onrechtvaardigheid. Wiens expertise wordt gerespecteerd? Hoeveel mensen uit het Zuiden zeggen: “Ik ben een Nederland-expert?” Terwijl in Europa en de VS heel veel mensen zichzelf Afrika- of Azië-expert noemen. Hoe zit dat? Valt er in het Noorden niets te leren van het Zuiden?

‘Toen ebola een paar jaar geleden in West-Afrika uitbrak, was iedereen bezorgd om Nigeria. Het is een dichtbevolkt land, er zijn veel problemen met infrastructuur en corruptie. Desondanks wist Nigeria de uitbraak te stoppen. Maar toen covid begon, ging niemand naar de Nigeriaanse virologen om te vragen: “Hoe hebben jullie dat geflikt? Hoe deden jullie je bron- en contactonderzoek, kunnen we daar iets van leren?” Nee, niet gebeurd!’

Kennis en contacten

Ook al is de realiteit weerbarstig, het wemelt van de jonge onderzoekers en beleidsmakers die het anders willen doen. Khalid Ibrahim (26) uit Soedan is een van de internationale studenten die een jaar aan het KIT hebben gestudeerd; hij staat op het punt zijn masterdiploma te ontvangen.

Hij is in Soedan als tandarts opgeleid, maar maakte de overstap naar publieke gezondheid en kwam daarvoor naar Europa. ‘Ik zou willen dat al deze kennis en contacten ook in mijn thuisland beschikbaar zouden zijn. Het is vreemd dat ik hierheen moet komen om betere kennis over mijn eigen land te verkrijgen.’

Uiteindelijk wil hij daar verandering in brengen, juist in zijn geboorteland. ‘Maar daarvoor kan ik in eerste instantie het beste in Europa of Amerika blijven. Ik ben onlangs in Genève geweest, bij het VN-hoofdkwartier: daar mocht ik ook iets zeggen, omdat ik nu hier gestudeerd heb.

‘Als ik wil bijdragen aan de verandering, zal ik de beslissingsprocessen in de machtigste landen moeten beïnvloeden. Alleen zó komen we tot een situatie waarin iedereen toegang heeft tot kennis die de wereld als één geheel dient – en dat is nog een lange weg te gaan.’

Het nieuwe Actieplan beleidscoherentie voor ontwikkeling

Door Marc Broere | 01 december 2022

Nederland heeft een nieuw actieplan om meer beleidscoherentie tussen de verschillende ministeries te krijgen om negatieve effecten van Nederlands beleid voor ontwikkelingslanden tegen te gaan. Het concentreert zich op drie thema’s: het verkleinen van de Nederlandse voetafdruk, onwettige geldstromen en belastingontwijking èn vaccin- en gezondheidsongelijkheid.

Lees artikel

Dweilen met de kraan dicht

Door Elian Yahye | 29 november 2022

Nederland helpt landen in het Zuiden met het opzetten van een sterke publieke sector, maar is tegelijk een belastingparadijs. En: hoe vallen klimaatplannen te rijmen met steun aan fossiele bedrijven? Marit Maij (ActionAid) en Lisanne van der Steeg (Woord en Daad) pleiten voor meer beleidscoherentie: de Nederlandse overheid moet beleidskeuzes maken die elkaar versterken, in plaats van tegenwerken.

Lees artikel

Vergrijzing mag in de Afrika-strategie niet ontbreken

Door Jochem Duinhof | 28 november 2022

Wie de cijfers erop naslaat, kan maar tot één conclusie komen: Afrika vergrijst de komende jaren in rap tempo – en het is evident dat dat gevolgen heeft voor de manier waarop duurzame economische ontwikkeling en armoedebestrijding er tot stand komen, schrijft Jochem Duinhof, politiek adviseur bij Dorcas

Lees artikel