Door:
Marc Broere

17 november 2022

Tags

Na acht jaar zwaait Bart Romijn af als directeur van Partos en gaat hij met pensioen. Een goed moment voor een terug- en vooruitblik. Optimistisch als hij altijd is, ziet Romijn een kentering in de houding ten opzichte van ontwikkelingssamenwerking. De donkere wolken zijn de afgelopen jaren verdreven en de politieke en publieke steun neemt weer toe. Maar er kunnen nog steeds belangrijke stappen worden gezet, bijvoorbeeld op het gebied van beleidscoherentie en het luisteren naar mensen die nu niet gehoord worden in de samenleving, zowel in het Zuiden als in Nederland.

Het is een mooie herfstmiddag als we in het kantoor van Partos terugblikken met Bart Romijn op de afgelopen acht jaar dat hij aan het hoofd stond van de branchevereniging voor ontwikkelingssamenwerking. Over een paar maanden is dat verleden tijd. Dan heeft hij meer tijd voor zijn gezin waarover hij tijdens het gesprek regelmatig op warme toon praat. Dan heeft Romijn ook het gevoel dat hij voor het eerst sinds zijn vierde levensjaar geen looppad meer heeft dat hij eigenlijk geacht wordt om te lopen. Dan kan hij zijn eigen passen en looproute bepalen.

In ieder geval wil hij zich gaan verdiepen in filosofie, kunst en religie en zich te laten verwonderen door de natuur waarin hij meer tijd wil gaan doorbrengen. ‘Dat je gewoon bij een bloem wat langer kan blijven stilstaan en denken: wat doen die bloemen hier? Hoe komen ze hier? En wat doen die plantjes eromheen? Ik vind dat fascinerend.’

Gezocht: nieuw elan

Toen hij in 2014 tijdens zijn sollicitatiegesprek aan het bestuur van Partos vroeg wat zij als de grootste uitdagingen zagen, kreeg hij een helder antwoord: nieuw elan in de ontwikkelingssector brengen en ook zorgen voor een financieel gezonde organisatie. Romijn denkt zonder valse bescheidenheid dat hij in beide uitdagingen geslaagd is.

Bart Romijn (foto Leonard Faüstle)

Over het financiële deel kan hij kort zijn. ‘We hebben ruim honderd leden en die geven contributie, waarvoor wij een aantal dingen moeten leveren. Dat is een hele stabiele inkomstenbron. Onze subsidie van het ministerie maakt het daarnaast mogelijk dat we ook veel kunnen doen op innovatie.’

Dan het elan. ‘Toen ik kwam, hingen er echt zwarte wolken boven de sector en kwamen er ook veel zwarte wolken uit de sector zelf’, vertelt Romijn. ‘Er was veel geklaag over bezuinigingen, op dingen die niet goed gingen en ook veel onderlinge kritiek van de Partos-leden. Tegelijkertijd zag ik ook dat er heel veel toewijding was en dat er veel vernieuwingen plaatsvonden binnen organisaties en hun werk. Op dat laatste wilde ik echt gaan inzetten. Iedereen heeft behoefte aan positiviteit en dat werkt toch prettiger samen.’

Een pro-actievere club

Er werd een toekomstscenario gemaakt onder de naam ‘Verbinden door vernieuwing en impact’ en langzaam maar zeker werd de hand van Romijn zichtbaar. Met initiatieven als een boekje over innovatie en het jaarlijkse Partos Innovatiefestival, dat is uitgegroeid tot hét evenement van de Nederlandse ontwikkelingssector. ‘Het is moeilijk meetbaar te maken, maar ik denk dat de sector absoluut meer elan uitstraalt dan acht jaar geleden’, zegt Romijn. ‘Niet alleen naar buiten toe, maar ook de toonzetting en de wil tot samenwerken is veel positiever geworden.’

Daarbij is Partos ook veel pro-actiever geworden. Romijn illustreert het met een voorbeeld. ‘Op dit moment werkt het ministerie van Buitenlandse Zaken aan een nieuwe Afrika-strategie. Wat vroeger gebeurde was dat je wachtte totdat die strategie gepubliceerd werd om er dan vervolgens kritiek op te geven en te hopen dat je hier en daar nog een procentje kon aanpassen. Nu hebben we met onze leden en hun partners wereldwijd van tevoren input geleverd. Op tien onderwerpen hebben we sessies georganiseerd, waarbij de zuidelijke partners van onze leden het voortouw hebben genomen. Op al die thema’s hebben we een analyse gemaakt en aanbevelingen gedaan en die vervolgens aangeleverd bij Buitenlandse Zaken. Dit werd ook zeer gewaardeerd. Volgens mij hebben we hiermee een veel grotere invloed dan wanneer we achteraf commentaar waren gaan leveren. Een proactieve houding is ook veel strategischer.’

Politiek draagvlak versterkt

In het jaar dat Romijn kwam, leverde hij een bijdrage aan het boek ‘Hoe nu verder?’ over 65 jaar ontwikkelingssamenwerking in Nederland. ‘Meer dan in enige andere sector domineert de aandacht voor wat misgaat het debat over de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking. Verworvenheden, prestaties en vernieuwing worden ondergewaardeerd’, schreef hij toen. Het lijkt erop dat ontwikkelingssamenwerking vandaag de dag geen target meer is van rechtse politieke partijen, twitteraars en opiniemakers.

Romijn knikt. ‘De term linkse hobby richt zich momenteel op andere dingen. Die hele beweging vanuit rechts is veel meer samenhangend en verbonden geworden en richt zich vandaag de dag op alles wat met macht te maken heeft, en dan vooral tegen de overheid.’

Bij ontwikkelingssamenwerking ziet Romijn zelfs een andere tendens. ‘De eerste jaren dat ik bij Partos werkte, zagen we een afbouw van het politieke draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking. Maar bij de laatste verkiezingen was bij acht politieke partijen ontwikkelingssamenwerking weer heel duidelijk opgenomen in het verkiezingsprogramma. Dat is wel echt een ontwikkeling. Ook bij de VVD is er nu een woordvoerder, Jan Klink, waarvan ik denk: “wauw, wat een frisse wind.” Terwijl er daarvoor woordvoerders waren die ieder klein incident oppakten om de hele ontwikkelingssector een veeg uit de pan te geven. Het politieke draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking is de afgelopen jaren echt vergroot.’

Niet zwemmen in stroop

Toen Romijn in 2014 aantrad en zich voorstelde aan de leden van Partos, schreef hij ook: ‘De huidige uitdagingen zijn te belangrijk en te urgent om in de aanpak van consensus te gaan. Met onze verscheidenheid wordt consensus zwemmen in stroop. We moeten werken vanuit de kracht van diversiteit en met degenen die vooruit willen.’

Kan hij een voorbeeld noemen van zijn aanpak die niet op consensus was gebaseerd en waarbij hij echt voor de troepen uitliep? ‘Een hele praktische was de tegenstelling die we tegenkwamen onder de leden toen eind 2019 de hoofdlijnen voor het subsidiekader Versterking Maatschappelijk Middenveld naar buiten kwamen. In dat concept-subsidiekader bleek een aantal onvolkomenheden te zitten: de focus lag heel erg op landen en er was geen ruimte voor grensoverschrijdende programma’s. Bovendien ontbrak een aantal belangrijke thema’s. Daar wilden wij ons als Partos tegen verzetten door betere thema’s aan te dragen en door ervoor te pleiten dat je ook regionaal te werk kon gaan. Hier kwam weerstand tegen van een groep van onze leden die zich samen met hun partners ontzettend goed had voorbereid op het subsidiekader en er helemaal klaar voor waren.

‘Zij zeiden dat we zo weer een half jaar verder waren als Partos zich hiertegen ging verzetten. Terwijl een andere groep leden vond dat het stramien echt tekortschoot. Er was dus echt een tegenstelling onder de leden en de vraag was wat te doen. We hebben toen voor de principes gekozen en dus niet voor de consequenties.’

‘We staan als Partos voor principes en die zijn dat de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking goed ingericht moet zijn en dat het breder is dan lokaal samenwerken met partners binnen een landgrens. Het gaat om allerlei mondiale aspecten, zoals handel en beleidscoherentie voor duurzame ontwikkeling en de Nederlandse rol daarbij. In moeilijke situaties nemen we altijd de beslissing om de principes te laten prevaleren. Anders ben je heel erg geneigd om opportunistisch te werk te gaan en te gaan zwalken. Als je voor principes kiest, heb je uiteindelijk een veel steviger koers.’

Altijd een verbinder

Romijn heeft altijd een verbinder willen zijn. Niet alleen in de sector zelf, ook vindt hij dat zijn leden de verbinding moet zoeken naar hun eigen achterban en naar de bredere Nederlandse bevolking – ook de mensen die niet tot hun natuurlijke achterban behoren en zich hier in Nederland uitgesloten voelen. Hier is nog een wereld te winnen. ‘In essentie is het niet luisteren of het niet gehoord worden een van de grootste problemen op de wereld waar ook de ontwikkelingssamenwerking zich op richt’, zegt Romijn.

foto Leonard Faüstle

Hij haalt het in 2018 verschenen rapport Pathways to Peace -inclusive approaches to preventing violent conflict van de Wereldbank en de UNDP aan waarin staat dat in 2030 meer dan de helft van de armen op de wereld in conflictgebieden woont. ‘Die conflicten zijn voor het grootste deel het gevolg van de boosheid van mensen’, vervolgt Romijn. ‘Dan gaat het om uitsluiting van bestuur, uitsluiting van toegang tot natuurlijke hulpbronnen, uitsluiting van diensten en uitsluiting van rechtvaardigheid omdat over sommigen wel recht wordt gesproken en anderen altijd buiten het recht vallen. De boosheid daarover, de woede: dat is een ontzettend belangrijke oorzaak van conflicten en ook van terrorisme. Mensen zien dat hun land waaruit olie of andere grondstoffen worden gewonnen totaal uitgeput raakt, terwijl ze zelf niets van de opbrengsten zien. Ik vind in essentie dat ontwikkelingssamenwerking daarop gericht moet zijn. Dat gaat om conflictpreventie. En dat begint met luisteren naar groepen die niet gehoord worden en overal buiten vallen.’

‘En deze verbinding moet je ook opzoeken in Nederland zelf. Breng die werelden bij elkaar. Kijk bijvoorbeeld naar de situatie van de boeren in ons land. Ook zij zijn slachtoffer van zwalkend beleid van opeenvolgende regeringen en hebben het idee dat er nooit naar hen geluisterd wordt en dat er alleen maar beslissingen over hun hoofden worden genomen. Ze worden genegeerd; er wordt badinerend over hen gesproken, ook door politici. Het mechanisme is hetzelfde als in het Mondiale Zuiden. Ga ook hier naar de mensen luisteren die zich buitengesloten voelen en met hen in gesprek.’

De kunst van het luisteren

Romijn laat een korte pauze vallen en vervolgt dan: ‘Luisteren is een van de meest ondergewaardeerde vaardigheden die er zijn. Het is ook een vaardigheid waarvan ontwikkelingsorganisaties nog heel veel te leren hebben. In het begin van dit boekje schrijf ik dat mijn vader altijd zei dat naar ons soort mensen toch nooit geluisterd wordt. Dat heeft mij altijd getriggerd, tot op de dag van vandaag. Ook bij ontwikkelingsorganisaties is het de kunst om via hun partners of direct in verbinding te komen met de groepen die zich buitengesloten en niet gehoord voelen. Dat is een moeilijke uitdaging omdat ons soort organisaties soms te veel naar instituten en mechanismen kijken en te weinig naar mensen. Ik denk ook dat hier een van de grootste uitdagingen voor de toekomst ligt.’

Door te luisteren kun je ook een verbinding maken met mensen die ontwikkelingssamenwerking nu als weggegooid geld zien. Romijn noemt nogmaals het Pathways to Peace-rapport over mensen die uitgesloten zijn. ‘Met dat verhaal kun je een heleboel medestanders krijgen, ook bij de achterban van een partij als de PVV die, bijvoorbeeld als het gaat om thema’s als toegang tot gezondheidszorg en sociale voorzieningen, hele terechte snaren raakt. Veel mensen zien dat er aan de bovenkant van een samenleving veel wordt geïnvesteerd, maar dat er aan de onderkant veel wordt afgebroken, bijvoorbeeld op gezondheidzorg en sociale zorg.’

Als Romijn een minuut spreektijd zou krijgen op een congres van de PVV om de partij te overtuigen van het belang om te investeren in ontwikkelingssamenwerking, wat zou hij dan zeggen? Hij moet even nadenken en zegt dan: ‘Dan zou ik zeggen dat er heel veel mensen zijn die zien dat voorzieningen niet bij de juiste mensen terechtkomen en dat er daarom veel mensen zijn die aan het kortste eind trekken. En dat er heel weinig naar deze mensen geluisterd wordt en dat dit iets is waar we ons tegen moeten verzetten. Om er vervolgens aan toe te voegen dat dit probleem niet alleen in Nederland speelt maar ook wereldwijd. En dat ontwikkelingssamenwerking erop gericht is om juist naar de mensen die worden buitengesloten te luisteren en oplossingen te bieden. Om tot slot te eindigen met de constatering dat Nederland er zelfs aan bijdraagt dat mensen uit landen waar ze het sowieso zwaarder hebben dan hier nog eens extra hard worden aangepakt. En dat dit precies is waar we ons met ontwikkelingssamenwerking mee bezighouden: het tegengaan van het afbreken van voorzieningen wereldwijd.’

Klimaatrechtvaardigheid: aanhaakthema

Een thema dat hiervoor eveneens goede mogelijkheden biedt is volgens Romijn dat van klimaatrechtvaardigheid. ‘Veel mensen in Nederland zijn bezig met energiebesparing, niet alleen vanwege de hoge energierekening maar ook uit bezorgdheid over het klimaat. Dat leeft vooral ook onder veel jongeren en scholieren. Tegelijkertijd zie je dat de effecten van klimaatverandering het hardste aankomen bij de allerarmsten die er het minste aan kunnen doen en er ook nog het minste van allemaal de oorzaak van zijn.’

En ook bij de bestrijding van klimaatverandering gaan de meeste middelen die door overheden verschaft worden volgens Romijn naar de verkeerde partijen. ‘De vervuilers krijgen meer ondersteuning dan de mensen die de hardste klappen krijgen. Of neem mezelf. Ik heb het geld om zonnepanelen op mijn dak te leggen omdat ik relatief bemiddeld ben. Maar iemand die in een klein armoedig huis woont met een Energielabel F heeft die middelen niet. Bovendien krijg ik ook nog eens belastingaftrek voor mijn zonnepanelen.’

Resumerend: ‘Klimaatrechtvaardigheid is echt een mooi thema waarin je het nationale en het mondiale verhaal samen kunt brengen. Iedereen, en zeker ook schoolkinderen, snapt dat we hier grote problemen hebben maar dat de grootste klappen vallen in de landen die niet de middelen hebben om zich tegen klimaatverandering te wapenen. Dit terwijl ze zelf bovendien nog de kleinste veroorzakers van het probleem zijn. Ontwikkelingssamenwerking zou veel meer bij dit thema kunnen aanhaken.’

Buitenlandbeleid: graag feministisch

Een ander hoopgevend narratief vindt Romijn dat van een feministisch buitenlandbeleid dat de Nederlandse regering wil gaan nastreven. ‘Bij een feministisch buitenlandbeleid gaat het niet alleen om gendergelijkheid’, zegt Romijn, ‘maar ook nadrukkelijk om zaken als vrede, heelheid van de aarde, mensenrechten en het rechtzetten van allerlei scheve machtsstructuren die door kolonialisme, een patriarchale samenleving en neoliberalisme veroorzaakt worden. Ik zie duidelijke parallellen tussen een feministisch buitenlandbeleid en datgene waar ontwikkelingssamenwerking voor staat omdat het gaat om je te weer te stellen tegen ongelijkheid en uitsluitingsmechanismen die dat in stand houden. Ook hier gaat het erom hoe je mensen betrekt en dat je gaat luisteren naar groepen die nu niet gehoord worden en hen betrekt bij het beleid.’

Romijn heeft hierbij wel één waarschuwing aan de bewindslieden op Buitenlandse Zaken. ‘Mijn angst is dat het versmald wordt tot de beweging van LHBTIQ+ en dat je de bredere systemen die het huidige systeem in stand houden buiten schot houdt. Dat is namelijk niet wat een feministisch buitenlandbeleid in essentie inhoudt. Juist een echt feministisch buitenlandbeleid biedt mogelijkheden om het handels- en private sectorbeleid van Nederland eens kritisch door te lichten op ongelijkheid en uitsluiting.’

Romijn maakt zich in dit opzicht wat zorgen om de positie die minister Schreinemacher van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking inneemt in het debat over Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. ‘Tijdens het debat over haar nota was ze heel terughoudend over het invoeren van een SDG-toets om al het beleid te laten toetsen op de duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN en op de impact die het in ontwikkelingslanden heeft. Dat vond ik echt onbegrijpelijk. Ze moet zich hier gewoon sterk voor maken.’

Beleidscoherentie gevraagd

En hoewel hij niet over zijn periode wil doorregeren, heeft Romijn hier een belangrijk advies ook voor zijn opvolger: blijf continu hameren op het belang van beleidscoherentie voor ontwikkeling. ‘En niet alleen de directeur, maar ook de leden van Partos zelf kunnen op dit terrein nog veel meer doen en bereiken.’

Het vergezicht daarbij heeft Romijn ook voor ogen. ‘Dat zou eenzelfde situatie zijn als in Finland. Daar zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen ondergebracht bij het ministerie van Financiën. Het geld dat zij geven aan de verschillende vakdepartementen is gekoppeld aan de duurzame ontwikkelingsdoelen. De Finse Rekenkamer kijkt vervolgens of een ministerie zich daar ook aan houdt. Veel verder kun je niet gaan. Hier kunnen we nog zoveel stappen zetten in Nederland omdat beleid nu nog veel te fragmentarisch is. Er ontbreekt een strategische visie op de duurzame ontwikkelingsdoelen en beleidscoherentie. Dat Partos en haar lidorganisaties vanuit al die thematische invalshoeken op het thema beleidscoherentie druk blijven zetten, vind ik minstens zo belangrijk dan dat er voor ontwikkelingssamenwerking een goed budget komt.’

Een wereld te winnen

We ronden af, nog steeds in een positieve toonzetting. Tijdens het hoogtepunt van de Covid-pandemie nam Romijn een aantal keer het woord ‘moreel leiderschap’ in de mond. En gelukkig zag hij dat ook. Aan alle kanten. Heel positief vond hij het dat  honderd religieuze leiders het kabinet opriepen om meer hulp te geven voor de coronaproblemen in ontwikkelingslanden. Ook kwam er een brandbrief van een groep wetenschappers die hetzelfde bepleitten. Allemaal voorbeelden van moreel leiderschap. Maar ook binnen zijn eigen achterban zag Romijn het. ‘De achterban van onze lidorganisaties is meer gaan doneren, terwijl ze het zelf ook niet makkelijk hadden’, zegt hij. ‘Dat vind ik een bijzonder en prachtig iets. Terwijl je zelf in een economisch onzekere positie verkeert, ga je toch meer geven om solidair te zijn met de mensen die het nóg moeilijker hebben. En ook de oproep van de religieuze leiders en wetenschappers om je sterk te maken voor gebieden en landen waar de grootste klappen vallen, is meer dan symboolpolitiek. Ik vind het een mooi teken van toegenomen solidariteit.’

Hij vervolgt: ‘Ik blijf zeggen dat het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking helemaal niet minder is geworden. Het zit politiek weer in de lift en onze lidorganisaties hebben samen 4,8 miljoen vrijwilligers, donateurs en leden. Dat is een enorm aantal en daar moeten we iets mee doen. Het kan niet zo zijn dat we dit beperkt laten tot geefgedrag. Daarmee doen we onze donateurs, vrijwilligers en leden tekort. Ik denk dat hier een wereld te winnen valt.’

Ter gelegenheid van het afscheid van Bart Romijn is er een afscheidsboekje verschenen waarin hij zijn persoonlijke gedachten en stemmingen deelt en toont hij zich in zijn kracht én kwetsbaarheid. Het is te downloaden via Kwetsbaar en krachtig: Acht jaar samenwerken in ontwikkeling – Partos

Het nieuwe Actieplan beleidscoherentie voor ontwikkeling

Door Marc Broere | 01 december 2022

Nederland heeft een nieuw actieplan om meer beleidscoherentie tussen de verschillende ministeries te krijgen om negatieve effecten van Nederlands beleid voor ontwikkelingslanden tegen te gaan. Het concentreert zich op drie thema’s: het verkleinen van de Nederlandse voetafdruk, onwettige geldstromen en belastingontwijking èn vaccin- en gezondheidsongelijkheid.

Lees artikel

Dweilen met de kraan dicht

Door Elian Yahye | 29 november 2022

Nederland helpt landen in het Zuiden met het opzetten van een sterke publieke sector, maar is tegelijk een belastingparadijs. En: hoe vallen klimaatplannen te rijmen met steun aan fossiele bedrijven? Marit Maij (ActionAid) en Lisanne van der Steeg (Woord en Daad) pleiten voor meer beleidscoherentie: de Nederlandse overheid moet beleidskeuzes maken die elkaar versterken, in plaats van tegenwerken.

Lees artikel

Vergrijzing mag in de Afrika-strategie niet ontbreken

Door Jochem Duinhof | 28 november 2022

Wie de cijfers erop naslaat, kan maar tot één conclusie komen: Afrika vergrijst de komende jaren in rap tempo – en het is evident dat dat gevolgen heeft voor de manier waarop duurzame economische ontwikkeling en armoedebestrijding er tot stand komen, schrijft Jochem Duinhof, politiek adviseur bij Dorcas

Lees artikel