Door:
Marc Broere

8 augustus 2023

Tags

Janepher Nassali (34) vecht als vakbondsleider voor de werknemers in het Oegandese bloemenuniversum, dat ze mede tot een mooier gebied heeft omgetoverd. In deze monoloog deelt ze haar lessen met Vice Versa. ‘Vergeleken met tien jaar geleden lijk ik wel twee verschillende personen – doordat ik inzicht heb gekregen.’

tekst: Marc Broere en Eva Nakato

‘Ik heet Janepher en ik ben een alleenstaande moeder van twee kinderen, van zeventien en negentien. Zelf ben ik de laatstgeborene in een gezin van zes. Mijn vader stierf toen ik drie was, mijn moeder was onderwijzeres op een overheidsschool.

‘Haar salaris was erg laag en de regering betaalde bovendien altijd veel te laat uit, waardoor er soms weinig te eten was. We hadden wel het voordeel dat we op de school van mijn moeder zaten: ook als we het schoolgeld niet konden betalen, werden we niet uit de klas verjaagd.

‘Ik was een koppig kind: speels, spraakzaam en erg klein. Wat ik me herinner van mijn moeder is dat ze altijd over allerlei soorten onrecht sprak. Ze was een leider in het lokale bestuur van ons dorp en altijd bezig dingen voor anderen te regelen. Ik ben met de wetenschap van wat “onrecht” betekent opgegroeid, en in het besef dat het per definitie fout is.

‘Ik was pas vijftien toen ik zwanger raakte – dat was een zware tijd, mijn moeder heeft me er echt doorheen gesleept. Tot op de dag van vandaag zorgt ze voor mijn kinderen als ik voor mijn werk op pad ben en het niet zelf kan doen.

‘In onze cultuur word je in zo’n geval meestal gedwongen om meteen te trouwen, maar mijn moeder heeft de gemeenschap duidelijk gemaakt dat ik daar veel te jong voor was. De vader van mijn eerste kind werkte niet en was óók nog te jong, in wezen. Ik bleef dus bij mijn moeder wonen en we hebben samen mijn kinderen grootgebracht. Pas later schoot ook de familie van de vader te hulp.

‘Toen mijn moeder haar baan verloor, moest ik zelf ook iets gaan doen om geld te verdienen. Mijn broer werkte op een grote Nederlandse bloemenboerderij en nam me er mee naartoe – dat was in 2009. Ik wist nog helemaal niets van de bloemenindustrie en was zo groen als gras, het ging me alleen maar om overleven.

‘De eerste dagen waren verschrikkelijk; ik dacht dat ik zou stoppen en het niet zou redden. Ik was als plukker aangenomen, waardoor ik van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat moest bukken… de pijn was bijna ondraaglijk. Ik vroeg aan de meer ervaren plukkers hoe het bij hen ging, eerst. Ze zeiden dat het mettertijd wel zou bijtrekken, en dat bleek twee tot drie maanden te duren.’

 

Janepher Nassali (foto’s McWilliams Wasswa)

‘Toen ik werd aangenomen, verdiende ik zestigduizend shilling per maand (zo’n vijftien euro, red.), een bedrag dat in tweewekelijkse termijnen werd uitgekeerd. De betaling was echt laag, in die tijd was de onderhandelingspositie van de arbeiders en de vakbond nog erg zwak. De vakbond kon amper de gewenste steun van de arbeiders krijgen, want ze werkten om te overleven – dan ga je met ieder loon akkoord.

‘Ook de gezondheid en veiligheid van de werknemers werden nooit gerespecteerd, zoals dat nu wèl het geval is. Nu wordt er alleen met chemicaliën gespoten als de arbeiders al naar huis zijn, vroeger gebeurde dat terwijl ze nog gewoon aan het werk waren.

‘Eerder was er veel seksuele intimidatie, omdat er leidinggevenden waren die dachten dat ze alles konden maken… ze volgden je zelfs op weg naar huis. In het begin kon je als werknemer nergens heen met je klachten en ook *dat is in positieve zin veranderd. Er was domweg veel onrecht waarover iedereen werd geacht te zwijgen.

‘Bij mij begon de ommekeer met een staking. Ik was van plukker tot teamleider gepromoveerd, met een groep van twintig plukkers. Toen er een algemene loonsverhoging van tien procent werd aangekondigd, zorgden twee managers in de top ervoor dat dat niet naar de werknemers doorsijpelde – dus besloten we te staken.

‘In het bedrijf was het tot dan toe normaal geweest dat de teamleiders op het moment van staking zelf gingen plukken om zich solidair met het management te verklaren en te zorgen dat de productie dóór kon gaan. Samen met één andere teamleider heb ik dat geweigerd: we sloten ons bij de stakers aan.

‘De leiders van de vakbond kwamen meteen naar me toe en zeiden: “Als jij je nu niet bij ons aansluit, dan zullen ze je morgen ontslaan, omdat je als teamleider in verzet bent gekomen. Dat accepteren ze nooit. Het lidmaatschap van de vakbond kan je hiertegen beschermen.”

‘In die tijd gebeurde het ook nog gewoon dat er soms wel tachtig werknemers tegelijk werden ontslagen, als ze staakten. Ik wist toen absoluut nog niet wat een vakbond zoal deed en heb het lidmaatschapsformulier zonder erbij na te denken ondertekend.

‘Verrassend genoeg werd ik niet ontslagen, maar moest ik de volgende dag bij de directeur op kantoor komen. Hij bleek niet op de hoogte van het feit dat zijn managers de loonsverhoging niet aan de plukkers uitkeerden. Ik heb hem alles verteld, werd daarna een verschoppeling onder de teamleiders, maar ik ben nooit ontslagen, terwijl de twee managers die de bron van onze staking waren er wel werden uitgeschopt.

‘Al snel werd ik binnen de vakbond actief en ging ik ook trainingen volgen waarin ik veel over leiderschap heb geleerd. In 2010 – toen ik 22 was – werd ik in het bestuur van de nationale vakbond van de bloemenindustrie gekozen, als plaatsvervangend algemeen secretaris, nota bene. Sinds 2015 werk ik voltijds voor de vakbond en niet meer op de boerderij. Ik ben nu ook algemeen secretaris van de bond.’

‘Omdat ik zelf plukker ben geweest, weet ik waar de vrouwen in dit werk doorheen gaan – ik zie hun strijd ook als mijn eigen strijd. Ik probeer ze altijd mee te geven dat ze uitgesproken mogen zijn. Ik heb zelf die gave al een leven lang en heb het nooit als een probleem gezien om het gezag uit te dagen, maar niet iedereen heeft dat in zich.

‘Vroeger huurden bloemenkwekerijen vooral ongeschoolde mensen in, en ook de Oegandese managers waren doorgaans niet zo hoog opgeleid. De directie had dat liever zo, uit onzekerheid, omdat ze anders assertiever zouden zijn en zich weleens over onrecht zouden kunnen uitspreken.

‘Het was staand beleid om werknemers aan te moedigen hun niet zo hoog opgeleide vrienden en familieleden mee te nemen en te laten solliciteren – zo is het bij mij ook gegaan. En de wèl opgeleide werknemers logen vaak over hun diploma, ontkenden het, omdat ze dachten hun congé te zullen krijgen.

‘Gelukkig is dat nu allemaal anders. Zonder onbescheiden te willen zijn, denk ik dat ik zelf daarbij van flinke waarde ben geweest.

‘Toen er een nieuwe eigenaar kwam, heeft hij direct een gesprek met de vakbond en het werknemerscomité opgezet. Daarna vroeg hij me om een persoonlijke ontmoeting. Hij stelde allerlei vragen over wat er gaande was, wat er volgens mij fout ging en wat er moest gebeuren om de zaken structureel te veranderen. Ik heb hem alles uit de doeken gedaan.

‘Arbeiders geven nu hun mening en zijn daarvoor ook door onze vakbond getraind – en er wordt naar ze geluisterd. Ook de seksuele intimidatie op de werkvloer is sterk verminderd. Vandaag verdienen de plukkers 220.000 shilling (55 euro, red.), dus een stuk meer dan toen ik startte, al heeft Fairtrade berekend dat het leefbaar loon in Oeganda eigenlijk nog drie keer hoger ligt…’

‘Toen ik als syndicalist begon, bestond het vakbondscomité van Dümmen Orange uit negen mannen en drie vrouwen. Ik was niet alleen verreweg de jongste, maar ook de enige vertegenwoordiger namens de plukkers. Het werd me duidelijk gemaakt dat ik onder in de hiërarchie verkeerde en ik voelde me door de andere leden ondermijnd.

‘Binnen de National Organization of Trade Unions (NOTU) was het nog veel erger. Toen ik als 22-jarige tot plaatsvervangend algemeen secretaris werd verkozen van mijn bond, waren er mensen die me ronduit zeiden dat ze niet door een “meisje” wilden worden geleid. Ze trokken zich zelfs uit de bond terug.

‘Tijdens mijn eerste vergadering van NOTU wilde de secretaris-generaal van de vakcentrale me in het bijzijn van alle anderen wegjagen met de mededeling dat hij me nooit zou erkennen. Dat deed me vreselijk veel pijn, omdat ik al een brief van het ministerie van Arbeid had ontvangen, waarin deze zelfde secretaris-generaal met mijn benoeming had ingestemd.

‘Ik stond op en vertelde de vergadering dat de man in kwestie volledig op de hoogte was – waarop hij niet anders kon dan me officieel voor te stellen, in mijn functie. De voorzitter nam het vervolgens voor me op en zei tegen de aanwezigen dat het niet nodig was me te pesten.

‘Binnen onze vakbond UHISPAWU is er inmiddels veel vooruitgang geboekt. Sinds de laatste verkiezingen, in 2020, bestaat het bestuur grofweg uit evenveel mannen als vrouwen. Nog nooit waren er zoveel jonge vrouwen die campagne voerden om gekozen te worden of die andere vrouwen steunden.

‘We hebben op mijn initiatief ook veel voorlichting aan vrouwen gegeven om bestuurlijk actief te worden, en cursussen om hun bestuurlijke capaciteiten te versterken – dat werpt nu zijn vruchten af. Ik ben ontzettend blij met deze vooruitgang.

‘Op elke bloemenboerderij waar we als vakbond bij betrokken zijn is er nu een werknemerscomité waarin twee mensen zich altijd specifiek met vrouwenzaken bezighouden. Je kunt er als vrouwelijke werknemer altijd heen, ongeacht het probleem: je wordt zonder vooroordeel ontvangen en je vindt er een luisterend oor.

‘Toch kent het vakbondscircuit hier nog steeds een patriarchale structuur. Ons land telt 33 officiële vakbonden, waarvan er maar vijf als algemeen secretaris een vrouw hebben. Het is niet alleen een mannelijke wereld, maar echt een *oude mannelijke wereld – ook de andere vier vrouwen zijn een heel stuk ouder dan ik.

‘De vakbonden staan in Oeganda bekend als een door mannen en ouderen gedomineerd universum. Mijn vakbond is uniek, omdat de meesten bij ons vrij jong zijn. Als je anderen naar UHISPAWU vraagt, dan spreken ze altijd van “die jonge vakbond”. Onze oudste werknemer is begin veertig, de rest is in de dertig.’

‘Het advies dat ik jonge vrouwen geef die met slechte werkomstandigheden te maken krijgen, is dat ze zich moeten laten informeren. Als je iets wordt aangedaan en je weet niet zeker dat het verkeerd is, kun je het niet bestrijden of erover praten. Voorlichting en bewustwording blijft een voorname vakbondstaak.

‘We houden op bloemenboerderijen periodieke sensibilisatiebijeenkomsten over rechten van werknemers en verantwoordelijkheden op de werkplek, waarbij gendervraagstukken prominent spelen. In Oeganda worden meisjes vanaf hun jeugd getraind om zich op een bepaalde onderdanige manier in de samenleving te gedragen.

‘We merken dat ze de achtergrond van thuis ook naar het werk meenemen. Dat leidt ertoe dat ze vatbaar zijn voor misbruik, zowel seksueel als wat hun rechten als werknemer betreft. Deze onwetende en onschuldige jonge vrouwen spreken zich niet uit als dat misbruik plaatsvindt, omdat ze nu eenmaal zijn opgeleid om zich niet uit te spreken.’

‘*Mondiaal FNV heeft ons bij de ontwikkeling van onze vakbond grandioos bijgestaan. Het is onze sterkste partner en persoonlijk denk ik niet dat we zonder de *FNV waren gekomen waar we nu zijn.

‘We zijn in 2014 in contact gekomen, toen er bij ons een intern conflict speelde en FNV iemand stuurde om te bemiddelen. Ook daarna hebben ze ons altijd begeleiding, mentorschap en technische en financiële ondersteuning gegeven. Ze zijn soms naar onderhandelingen meegegaan, hebben ons getraind, ons bij de opbouw van onze capaciteit als leiders gesteund en ons geholpen om meer leden te werven. Dat zien we zeker niet als vanzelfsprekend.

‘Zelf heb ik er ook ontzettend veel van opgestoken. Vergeet niet dat de meeste mensen die op bloemenboerderijen werken (semi-)analfabeet zijn. Ook voor mij gold dat mijn enige referentiekader datgene was wat ik op de boerderij had meegemaakt. Toen ik de bestuursfunctie kreeg, wist ik niet wat ik moest doen en was ik er eigenlijk nog niet klaar voor.

‘Aan de ene kant waren er zoveel verwachtingen omdat er eindelijk een jonge vrouw voor een leiderschapspositie was verkozen, maar aan de andere kant dachten velen dat ik in deze patriarchale wereld van de vakbonden zou verdrinken. Ik heb dus veel aan het mentorschap en de trainingen van FNV gehad.

‘Ik heb veel vaardigheden geleerd, onder meer voor het voeren van een sociale dialoog met werkgevers. Vroeger was ik zo agressief in dat soort gesprekken… Als ik zie hoe ik de zaken nu aanpak, vergeleken met de Janepher van tien jaar terug, dan lijken het wel twee verschillende personen – doordat ik inzicht heb gekregen.

‘Het zit soms in de kleine dingen. Zo heb ik geleerd dat ik in gesprek mijn hoofd altijd omhoog moet houden en moet blijven glimlachen, ook als ik boos ben. En als je echt heel boos bent, is het beter vragen te stellen dan je boosheid tegenover de ander te uiten.

‘Ik heb een beurs gekregen om naast mijn werk te studeren en nu volg ik een studie over arbeidswetgeving en werknemersrechten, en daar ben ik heel trots op. Het is mijn ambitie om later arbeidsconsulent te worden, dat ik dan voor mezelf werk en een eigen adviesbureau voor arbeidskwesties heb. Het hiaat op dat terrein is in Oeganda nog gigantisch, zelfs advocaten begrijpen doorgaans weinig van arbeidswetgeving.

‘En mijn persoonlijke droom is om in het leven gewoonweg gelukkig te blijven. Muziek zorgt daar in grote mate voor; ik zing in de kerk en heb ook een lied gecomponeerd en opgenomen over het culturele onrecht dat meisjes wordt aangedaan.

‘Ik ben als plukker begonnen. Het is zeker niet zo dat ik dat werk mis, maar ik mis wèl de nauwe band met die vrouwen en vooral de verhalen die we altijd met elkaar deelden – mooie, maar ook schrijnende verhalen over wat het betekende als je soms niet op tijd werd uitbetaald, bijvoorbeeld voor je baby.

‘Die verhalen waren ook bepalend voor mijn keuze me actief voor de vakbond in te zetten, omdat ik als bestuurder nu iets heel concreets voor de plukkers kan veranderen. Als ik met werkgevers onderhandel, zijn het dan ook díe vrouwen die ik altijd in mijn achterhoofd heb.’

Kader

Mondiaal FNV zet zich in voor eerlijk werk voor iedereen. Dat doet ze door het steunen van democratische vakbonden en andere organisaties die opkomen voor werkenden in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Mondiaal FNV werkt sinds 2014 aan het verbeteren van de arbeidsomstandigheden in de bloemensector in Uganda. Ze versterkt de bloemenvakbond UHISPAWU door uitwisselingen met en aansluiting bij internationale netwerken, financiële en organisatorische capaciteitsversterking, training, coaching en lobby en advocacy, zowel internationaal als bij Nederlandse bedrijven.

 

 https://viceversaonline.nl/site/wp-content/uploads/2020/09/Africa-2030-color-jpg-scaled.jpg

In the autumn of 2020, Vice Versa publishes a series of articles on transforming African food systems to provide sufficient and healthy food to the growing population, while at the same time generating income and employment for the increasing number of young people. Our aim is to generate debate on this important topic within the Dutch international cooperation sector, running up to the parliamentary elections in March 2021.
The series is an initiative of Vice Versa in cooperation with Solidaridad, IDH Sustainable trade, Wageningen University & Research and the Food & Business Knowledge Platform and AgriProFocus, merging into the Netherlands Food Partnership this year

Pas bij direct contact tussen mensen, begint verandering

Door Sera Koolmees | 10 juli 2024

In de derde aflevering van de podcast ‘Levenslang activist’ gaat Sera Koolmees in gesprek met Ernst Jan Stroes, …

Lees artikel

Vox Pop: De kijk van het publiek in Kampala op corruptie

Door Abdulwadud Bayo | 05 juli 2024

Voor het Grote Coherentiedebat over ongewenste geldstromen, ging de redactie van Vice Versa Global in Oeganda de straat…

Lees artikel

Afrika verdient béter: wie durft?

Door Nienke Uil | 03 juli 2024

Het is tijd het continent serieus te nemen, betoogt Nienke Uil, met een halve lofzang en een half pleidooi: ‘Het ligt aan een donorinfuus, maar het is geen patiënt, geen slachtoffer en al zeker geen domme schone.’

Lees artikel