Door:
Marc Broere

16 augustus 2023

Tags

Om zaken daadwèrkelijk te veranderen moet je met de lokale overheid in zee, denkt Martin Watsisi, een regionale WASH-adviseur van het in Den Haag gevestigde IRC. In het westen van Oeganda, in Kabarole, is hij zo’n verband aangegaan om betere waterdiensten aan de bevolking te leveren – en dat is enerverend: ‘Elke dag heeft weer wat anders voor me in petto.’ Een monoloog.

Tekst: Marc Broere en Eva Nakato, foto’s: McWilliams Wasswa

‘Ik wilde altijd al maatschappelijk werker worden, maar de overheid gaf me een beurs om voor onderwijzer te studeren. In Oeganda heb je de keuze voor je loopbaan niet altijd zelf in de hand, daarom was leraar op een middelbare school mijn eerste beroep.

‘Vijf jaar lang heb ik in geschiedenis en economie lesgegeven. Het was niet echt mijn roeping – gelukkig ben ik daarna toch in de ngo-sector gerold. Ook kon ik tíjdens dat werk uiteindelijk de studie volgen die ik zelf graag wilde: organisatiepsychologie.

‘Ik heb altijd van het dienen van mensen en gemeenschappen gehouden. Gemeenschappen zijn dynamisch; iedere dag speelt er wel weer iets anders waar je direct op moet inspelen, terwijl het lesgeven volgens een vast curriculum verloopt. Na vijf jaar was ik helemaal verveeld. De leerlingen blijven weliswaar wisselen, maar wat je voor de klas vertelt is van jaar tot jaar hetzelfde.

‘Sociaal werk is een op maat gemaakt beroep: een lokale gemeenschap komt met een probleem en de manier waarop jij daarmee omgaat verschilt van keer tot keer. Soms is het een noodgeval, waarbij iemand onmiddellijk hulp nodig heeft, en soms heb je mensen die uitkijken naar wat wij ontwikkelingswerk noemen. Dan moet je heel goed de sociale structuur van de omgeving kennen en de rol die het lokale bestuur en de leiders spelen.

‘De dynamiek van gemeenschappen verandert ook voortdurend. Neem water als onderwerp: vroeger kwamen gemeenschappen naar me toe en vroegen ze om een handpomp of om een verbeterde waterbron, maar vandaag de dag verlangen ze een waterleidingnet.

‘Je kunt niet zomaar meer op iemands land een pijpleiding aanleggen; je moet mensen compenseren en niets is nog gratis’

‘Ze willen geen water meer pompen, ze willen geen kilometers meer reizen om water te halen – ze willen het nu dicht bij huis. Nog niet zo lang geleden heeft de Oegandese regering, die de watervoorziening hoort te regelen, plattelandsgemeenschappen als “kwetsbaar” bestempeld; mensen voor wie “gezorgd” moest worden, als het om water gaat.

‘Nu zijn de mensen niet meer zo kwetsbaar en zijn het consumenten geworden. Ze hebben nu een andere behoefte. Dat is het mooie van sociaal werk: het beweegt, het is dynamisch, het kijkt naar de behoeften van de samenleving in verschillende stadia. Wie met een gemeenschap werkt, moet al die veranderingen begrijpen.’

‘Het goede aan de werkwijze van het IRC is dat we WASH (water en sanitatie, red.) als een dienst zien; dat we voortdurend kijken naar waar de echte behoefte van mensen ligt en dat het méér is dan het aanleggen van infrastructuur, zoals een waterbron. Maar ook dat we zien dat bepaalde werkwijzen achterhaald raken vanwege de ontwikkeling die gemeenschappen doormaken.

‘Neem het romantische idee van de hechte Afrikaanse gemeenschap, met een gekozen comité dat verantwoordelijk is voor het beheer van de waterbron en waarbij de hele gemeenschap financieel bijdraagt om een kapotte waterput te repareren – zoiets zie je steeds minder. Men geeft steeds meer de voorkeur aan een professionele beheerder, die voor het leveren van waterdiensten wordt betaald.

‘Vroeger overleefden gemeenschappen op vrijwilligerswerk, dat is niet meer zo. Als alles verandert, kun je als ontwikkelingsorganisatie dingen niet bij het oude laten: je moet je aanpassen aan de dynamiek van de gemeenschap en vooral ook begrijpen wàt er verandert. Dat doe je door samen te werken met de belangrijkste mensen die invloed hebben op die dynamiek.

‘Binnen het IRC hebben we het dan over een systeembenadering: je moet het systeem rond de watervoorziening begrijpen. Wie zijn de leveranciers, wie zijn de consumenten? Wat zijn hun wensen en capaciteiten? “Maak daarbij altijd gebruik van de lokale leiders en bestuurders”, zeg ik dan tegen iemand die net in dit vak begint, want zó bereik je een gemeenschap.

‘Wij werken veel met de lokale overheid samen, wat essentieel is om onze doelen te behalen. De waterproblemen in Kabarole gaan kortgezegd over twee zaken: de toegang tot water en de kwaliteit van de waterbronnen.

‘Vanwege het hoge waterpeil heeft het district veel in handgegraven putten geïnvesteerd, in een technologie die op de korte termijn goedkoop was, maar op de lange zeer kostbaar. Het gaat dan om handpompen die aangelegd worden nadat er in de grond een gat van drie tot zes meter is uitgediept. Dat type waterbron is alleen zeer kwetsbaar voor klimaatverandering.

‘Bij langdurige droogte vallen ze droog en tijdens het regenseizoen stroomt een deel van het water weg, waardoor het opgepompte water er ook nog eens vies uitziet. Bij het testen van de waterkwaliteit in die bronnen bleek dat twee derde vervuild is – een zeer grote uitdaging, omdat het ziekte veroorzaakt. Van de veertienhonderd waterbronnen in Kabarole verkeren er achthonderd in slechte staat.

‘Gelukkig zijn er nu nieuwe technologieën, maar die hebben ook weer hun eigen lastige kanten, zoals hoge opstartkosten. Het is niet eenvoudig om water over een zeer lange afstand te laten stromen: op verschillende plaatsen heb je boosterpompen nodig en het toezicht op leidingwater van goede kwaliteit is erg duur. Tegenwoordig kun je niet zomaar meer op iemands land een pijpleiding of boosterpomp aanleggen; je moet mensen compenseren en niets is nog gratis.’

‘Oeganda kent een sterke politiek van decentralisatie, waarbij veel bevoegdheden aan de districten zijn overgedragen. Dat is heel goed. Officieel worden districten nu als “dienstverleners” naar de bevolking gezien, alleen zijn ze niet op langetermijnplanning voorbereid.

‘Daar is het bestuur van dit land simpelweg niet voor ingericht: districten krijgen van de centrale overheid nog steeds financiering voor een jáárplan en niet voor een méérjarenplan, terwijl je waterdiensten alleen maar succesvol kunt opzetten als je van een langere-termijnplanning uitgaat.

‘Toen de districtsoverheid met ’t idee van het Kabarole WASH Masterplan 2018-’30 kwam, zijn wij daar meteen op ingesprongen – het was precies wat we wilden en waar we op hoopten. Het IRC steunt het op vele manieren en we hebben een *WASH-taakgroep opgericht.

‘Ondanks dat de nationale overheid de middelen op jaarbasis beschikbaar stelt, wordt er nu door de lokale bestuurders wel meer vooruitgedacht. Daarvóór ging het heel anders, toen werd het waterbudget uit het jaarplan onder de dorpen verdeeld die een waterbron nodig hadden – en werd er vervolgens veel slechte technologie geleverd, zoals de handpompen.

‘Het is heel goed dat de landelijke overheid nu ook toestemming geeft met een meerjarenplan te werken, zolang het district maar ieder jaar over de voortgang rapporteert. Ook onder politici zelf zie je beweging; de dynamiek van de lokale politiek bracht veel uitdagingen met zich mee.

‘Politici voerden voorafgaand aan verkiezingen campagne en allemaal beloofden ze de mensen uit hun kiesdistrict snel schoon drinkwater. We hebben veel met politici uit dit district gesproken en ook zij zien nu langzaamaan in dat het – ondanks hun beloften – om een meerjarenplan gaat, als je de watervoorziening werkelijk duurzaam wil verbeteren.

‘We krijgen hier andere ontwikkelingsorganisaties ook steeds meer mee, die vaak met internationale donoren te maken hadden die zeiden: “Hier is een zak geld om tienduizend mensen van schoon drinkwater te voorzien” – om zo snel mogelijk aan de slag te gaan om aan de vraag van hun donor te voldoen, zonder naar de lange termijn te kijken. Maar een mentaliteitsverandering komt nu op gang.’

‘Hier, zie je deze banner? Met ons logo ietwat op de achtergrond en vóórop het logo van het Kabarole-district, dat symboliseert de werkwijze van het IRC. Bij een samenwerking nemen we het nooit over, maar moedigen we de andere partij aan op de voorgrond te treden. Wij faciliteren en denken mee, we creëren leermomenten om de manier van denken te veranderen.

‘Zo hebben we de voorzitter van het district de mogelijkheid gegeven om naar de jaarlijkse Waterweek in Stockholm te gaan. Gewoon, om hem te laten zien dat er ieder jaar mensen uit de hele wereld op één plaats samenkomen om over water te discussiëren.

‘Wij hebben hem er helemaal op voorbereid en hij heeft interessante mensen ontmoet en zijn verhaal verteld over hoe Kabarole de waterproblematiek aanpakt. Zo sprak hij onder anderen de voorzitter van de Hilton Foundation en trots kon hij het Masterplan overhandigen. De Waterweek was een eyeopener; hij kwam als een ander mens in Oeganda terug.

‘Ook heb ik een paar jaar geleden een netwerk opgericht van mensen die vanuit diverse hoeken bij de waterkwesties van Kabarole betrokken zijn, op het moment dat de VN-lidstaten de duurzame doelen aannamen. Hoe kan Kabarole ervoor zorgen dat we als district het zesde doel (schoon drinkwater en sanitatie voor allen, red.) realiseren en dat niemand achterblijft?

‘Het is een informeel gezelschap van mensen die elkaar inspireren, van waterexperts tot lokale politici en journalisten. Uit deze groep is ook het team ontstaan dat verantwoordelijk was voor het fundament van het Masterplan, dat we ieder kwartaal bij een samenkomst bespreken: wat is de vooruitgang, en waar stokt het? We hebben geen wettelijk mandaat voor sancties of om dingen uit te voeren, laat staan een budget, maar het gaat ons om het leren.

‘Iedereen neemt de informatie weer mee naar het werk: de lokale politicus stelt het in een raadsvergadering aan de orde, de technische expert bespreekt het in zijn planningscomité, de journalist heeft stof voor een artikel of een item. Het is heel leerzaam om met een multidisciplinair team over water te praten.’

‘Het is niet altijd eenvoudig om met de lokale overheid mee te lopen, want ook die dynamiek is gecompliceerd, maar het zal wel moeten. Organisaties als het *IRC zullen op een gegeven moment hun deuren sluiten en projectfinanciering is aan een beperkt aantal jaren gebonden; het kan daarná plotseling stoppen als donoren andere prioriteiten hebben.

‘Maar er zal altijd een regering zijn en een regering heeft ook het gezag om zich tot de hele bevolking te richten. Dus als je aan een oplossing wil werken die voor langere tijd meegaat, zul je met de lokale overheid in zee moeten gaan.

‘Ik ben al aan m’n derde waterfunctionaris toe, sinds ik in Kabarole actief ben, en allemaal komen ze met eigen ideeën en achtergronden. Wij accepteren het niettemin direct dat diegene door de landelijke overheid als beheerder van de waterdiensten is aangesteld – het is aan *ons om hem onze ideeën te leren waarderen.

‘Mensen zover krijgen dat ze voor waterdiensten willen betalen is zo makkelijk nog niet, het is heel opmerkelijk hoe Oegandezen dat zien. Ze vinden honderd shilling (twee eurocent, red.) voor twintig liter water ontzettend veel, terwijl dat de prijs voor één snoepje is.

Zonder te willen opscheppen denk ik wel dat ik hier de enige inspirator achter ben geweest’

‘Het heeft ermee te maken dat politici tijdens campagnes altijd beloven dat ze voor gratis water zullen zorgen. Zelfs veel rijke mensen in de stad proberen met hun waterrekening te frauderen, terwijl die in Oeganda dus echt verwaarloosbaar is.

‘Velen kennen de waarde van producten ook niet. Oeganda heeft een cultuur van overerving: een kind dat land van zijn ouders erft, kent de waarde daarvan niet, waardoor dat land vervolgens vaak spotgoedkoop wordt doorverkocht.

‘Bij watervoorzieningen zie je hetzelfde. We vragen regelmatig aan gemeenschappen hoeveel ze denken dat het aanleggen van een boorgat bij een waterbron kost. De antwoorden variëren van tussen de één en twee miljoen shilling. “Nee,” leggen we dan uit, “een boorgat kost een kleine dertig miljoen shilling.”

‘Ze hebben geen idee dat ze zo’n groot bedrag aan een niet-functionerende waterbron verspelen. Er is, kortom, nog meer dan genoeg te doen, maar dat vind ik ook het mooie aan maatschappelijk werk: elke dag heeft weer wat anders voor me in petto.’

‘Jullie hebben me nu al een paar keer gevraagd waarom ik een changemaker ben… en ik vind het moeilijk te zeggen. Anderen kunnen beter over de impact van mijn werk praten dan ikzelf, maar ik ben absoluut trots op de mensen met wie we binnen alle teams en taakgroepen samenwerken.

‘Sámen hebben we buitengewoon veel vooruitgang geboekt – andere Oegandese districten kijken nu naar ons model en vragen mij om advies. Zonder te willen opscheppen denk ik wel dat ik hier de enige inspirator achter ben geweest.’

 

Kader:

Het IRC werkt sinds 1968 met overheden, ngo’s, ondernemers en mensen van over heel de wereld aan duurzame oplossingen op het gebied van drinkwater, sanitaire voorzieningen en hygiëne. Het team bestaat uit 130 gerenommeerde experts, verdeeld over kantoren in Burkina Faso, Ethiopië, Ghana, Honduras, India, Mali, Niger, Oeganda en Nederland.

 

 

 

 

 

 

Programma Partindag 2023 verbreedt jouw blik

Door Yvonne van Driel | 15 september 2023

Het programma van de Partindag is bekend. Ook dit jaar verbreedt deze dag jouw blik. Hans Beerends, Ellen Mangnus, Marc Broere en Danielle Hirsch trappen de dag af. Het drietal Beerends, Mangnus en Broere werpt het licht op 50 jaar mondiaal activisme en Hirsch gaat in een gesproken column in op hoe informatie tot verandering kan leiden. En er is keuze uit 10 workshops. Voor ieder wat wils. De Partindag is op zaterdag 30 september in Nijkerk en begint om 10.00. Dit jaar georganiseerd Partin de ontmoetingsdag samen met Vice Versa.

Lees artikel

De klimaattop van Nairobi: een gedeeld Afrikaans bericht

Door Emmanuel Mandebo | 08 september 2023

Bij een historische samenkomst van Afrikaanse leiders op de Keniaanse top hebben ze de Verklaring van Nairobi uitgegeven: een oproep om klimaatverandering wereldwijd tegen te gaan, met Afrika als belangrijke speler in het midden gepositioneerd.

Lees artikel

Op de bres voor de kleine boer

Door Elizabeth Kameo | 07 september 2023

‘Wie in Afrika woont,’ stelt Shungu Kanyemba, ‘weet dat tachtig procent van onze bevolking van economische activiteiten uit het achterland afhankelijk is. We hebben allemaal wel een neef die nog steeds op het platteland werkt, als boer, en elke keer als je er langsgaat realiseer je je dat het leven er niet verandert. Ze maken de bakstenen nog *altijd op dezelfde manier! En dàt mag weleens omgegooid worden.’

Lees artikel