Door:
Marc Broere

26 september 2023

Tags

Het officiële motto van Kenia is Harambee: gemeenschapszin. Je helpt elkaar om problemen op te lossen. Een gesprek tussen Tom Were, die promotieonderzoek doet naar Harambee met de Radboud Universiteit Nijmegen, en Vice Versa Global hoofdredacteur Eunice Mwaura, over de waarde maar ook valkuilen van dit principe. ‘Kijk uit om Harambee te structureren.  We geven in Kenia namelijk omdat we willen, niet omdat we aan het einde van het jaar onze belastingdruk willen verlagen.’

Filantropie is onlosmakelijk de passie van Tom Were. Naast zijn drukke baan als CEO van Act Change Transform, waarin hij bijna vijftig mensen moet aansturen en voor de financiering van de organisatie moet zorgen, besteedt hij zoveel mogelijk tijd aan zijn promotieonderzoek over de bijdrage van Harambee aan de sociaaleconomische ontwikkeling van Kenia. Harambee betekent ‘all pull together’ in het Swahili en is zelfs het officiële motto van het land.

Hiervoor werkte Were bij de Kenya Community Development Foundation (KCDF), een van de pioniers in Kenia op het gebied van local giving en gemeenschapsfilantropie. Hij was daar ook betrokken bij de oprichting van het East Africa Philantrophy Network. ‘Ik ben altijd mateloos geïnteresseerd gebleven in filantropie’’, verklaart Were. ‘Dan gaat het om hoe mensen geven en ontvangen en welke kanalen er zijn voor het leveren van geschenken. ‘

Aan de overkant van de tafel zit de 27-jarige Eunice Mwaura. Ze is de hoofdredacteur van Vice Versa Global, een mediaplatform van jonge Afrikaanse journalisten die vooral journalistieke producties maken over sociale verandering.  Maatschappelijk betrokken jonge Afrikanen zijn de belangrijkste doelgroep voor Vice Versa Global.

Zij reflecteert vanuit een nieuwe generatie op de bespiegelingen van Tom Were. ‘Ik kom uit een gemeenschap waar we altijd een cultuur van geven hebben gehad’, vertelt ze. ‘Het was voor mij ook altijd vanzelfsprekend om even bij de buren aan te kloppen als je iets nodig had. Ook droegen we met de hele gemeenschap bij aan bijvoorbeeld een begrafenis van een buurtgenoot en ondersteunden we de familie in de rouwperiode.’

Volgens Tom Were is Harambee iets dat onlosmakelijk bij Kenia hoort. ‘De oorsprong is samen komen en samen een gemeenschappelijk doel realiseren’, verduidelijkt hij. ‘Je kunt op dezelfde dag zowel gever als ontvanger zijn.’

Zijn onderzoek begint tijdens de strijd van Kenia voor onafhankelijkheid tegen de Engelse overheerser. ‘In de jaren veertig en vijftig speelde Harambee een belangrijke rol in de onafhankelijkheidstrijd en zorgden vrouwen ervoor dat de strijders van de Mau Mau voedsel kregen. Dat was hun bijdrage aan de strijd. Het gemeenschappelijke belang was om vrij te worden, zodat Kenianen het land zelf konden besturen.

‘Na de onafhankelijkheid had Kenia opgeleide mensen nodig om het land verder op te bouwen. Er werd geïnvesteerd in onderwijs en mensen droegen in het kader van Harambe bij aan schoolgeld. Of ze ondersteunden onderwijs op een andere manier. Mijn vader bijvoorbeeld woonde toen hij ging studeren gratis bij een ander gezin in, niet ver van zijn universiteit. Het was heel gewoon dat je een gemeenschap naast de deur ging zoeken en bij hen ging inwonen tot je klaar was met je studie.

‘Ook als je begon met werken in een stad en van het platteland afkomstig was, woonde je in bij andere leden van je gemeenschap omdat de afstanden te ver waren en het vervoer te duur. Dus Harambee uitte zich in dit geval meer als een zelfhulpsituatie in plaats van het geven van geld. Het ging over het geven van waarde aan iemands leven en het collectief opvoeden van jonge mensen.’

Door de jaren heen zag Were het concept zich verder ontwikkelen. Kenianen reisden naar het buitenland om daar te studeren en te werken en stuurden geld naar huis, de zogeheten remittances. ‘De Keniaanse diaspora maakt ongeveer 300 miljoen euro per maand over naar hun thuisland’, zegt Were. ‘Dat is een enorm bedrag. Zouden Nederlanders die in het buitenland wonen dat ook doen? Ik denk het niet, want jullie zijn zo opgevoed dat je er alles aan moet doen om financieel onafhankelijk van anderen te zijn.’

Hier komt hij later in het gesprek nog op terug.

Ook zag hij de intrede van mobiel geld, waardoor het heel makkelijk werd om geld over te maken, zowel nationaal als internationaal. ‘Aan de ene kant is dat een positieve ontwikkeling, maar hierdoor is Harambee wel minder persoonlijk geworden. Het is niet meer iemand persoonlijk ontmoeten en dan iemands gezicht van opwinding zien als je hem helpt. We dragen nog steeds bij aan begrafenissen, bruiloften en ziekenhuisrekeningen, maar de emotionele en psychologische afstand van het geven is groter geworden.’ En met een knikje naar Eunice Mwaura: ‘Er is bovendien een nieuwe generatie die kritischer naar het geven van geld kijkt.’

Mwaura knikt. Ze noemt Harambee een ‘betekenisvolle rijke traditie’ waar ze als Keniaanse trots op is. ‘Maar ik vind het soms ook moeilijk om de impact te meten’, voegt ze daaraantoe. ‘Wat is nu echt de impact van jouw honderd shilling?’

En ze worstelt nog met iets anders: ‘In de praktijk ben ik nog steeds geneigd om te geven aan mensen die ik ken. Toch vind ik tegelijkertijd dat dit niet zou moeten meespelen. Eigenlijk zou je objectief moeten kijken waar jouw bijdrage de meeste impact heeft. Voor mij als jongere gaat het bij geven om echt een doel dat zich moet richten op duurzame verandering.’

Daarnaast ziet ze onder haar generatie nieuwe vormen van solidariteit ontstaan die ook binnen het concept van Harambee passen. ‘Ik krijg veel verzoeken om te geven, maar daarbij gaat het zeker niet alleen om geld. Het aanbieden van vaardigheden is net zo belangrijk. Het kan bijvoorbeeld zijn dat je goed bent in management of in het schrijven van brieven. Ik zie om me heen dat jongeren steeds meer hun vaardigheden aanbieden en niet alleen maar geld geven.

‘Neem bijvoorbeeld ook de Roteract clubs waar veel jongeren zich bij aansluiten, de jongerenafdelingen van de Rotary Club. Zelf ben ik lid van een cirkel die Good Deeds heet. We hebben een whatsapp groep en gaan iedere zondag naar een sloppenwijk of weeshuis. Dan nemen we eten mee dat we ter plekke voor de mensen bereiden. Soms zamelen we ook geld in.’

Tom Were en Eunice Mwaura (foto Michael Timonah)

De belangstelling onder jongeren hiervoor is groot, merkt Mwaura, en daar is ze blij om. ‘Ik vind het belangrijk dat jongeren zich bewust zijn van het belang van gemeenschapszin en dat zijn ze ook. Daarom denk ik dat het makkelijk is om de filosofie van Harambee weer door te geven aan een nieuwe generatie.’

Tom Were knikt tevreden. ‘Het is ook goed voor jongeren zelf. Als je ziet dat je het iets beter hebt dan anderen, is het goed om te delen. Want als de situatie van de ander daar iets beter van wordt, dan is dat goed voor iedereen. Je ziet lachende gezichten, je raakt met elkaar verbonden en Kenia wordt weer een iets gezondere samenleving om in te leven. Het is belangrijk voor de mentale en sociale stabiliteit van ons land.’

Hij vervolgt: ‘Het is ook goed om te zien hoe jongeren van nu net weer een iets andere twist aan Harambee geven. Harambee bestaat nog steeds maar is als een kledingstuk waarvan sommige delen gescheurd of sleets geworden zijn, en die nu gestikt zijn met nieuwe stof. Je voelt je nog steeds warm in het kledingstuk, maar het is iets meer aangepast aan wat vandaag in de mode is.’

We praten verder over verschillende onderwerpen, zoals ook de valkuilen van Harambee. Were vertelt dat in tijden van verkiezingscampagnes er volop beroep wordt gedaan door presidentskandidaten op het beginsel van Harambee middels het samen aanleggen van wegen en het bouwen van scholen die vooral bedoeld zijn ter eer en glorie van de presidentskandidaten zelf. Dit is nu zelfs bij wet in Kenia verboden.

Mwaura vertelt dat ze onder haar leeftijdsgenoten weinig ziet in politiek en dat veel jongeren bij de verkiezingen in 2022 niet zijn gaan stemmen. ‘Ze denken dat het toch niet uitmaakt wie er wint’, zegt ze. ‘Jongeren geloven niet dat ze door te stemmen een verschil kunnen maken voor de toekomst van Kenia.’

Dus steken ze liever de handen zelf uit de mouw in gemeenschapsactiviteiten wat er wel toe leidt dat niemand de regering ter verantwoording roept. Vanuit de overheid is Harambee daarom veilig omdat ze door nauwelijks wordt gevraagd om verantwoording af te leggen. ‘Het zou beter zijn dat meer jongeren interesse hebben in openbaar bestuur en dat we van mensen in openbare ambten vragen om verantwoording af te leggen.’

Op zijn beurt waarschuwt Were nog voor iets anders. Ook professionele westerse donoren hebben de kracht van Harambee ontdekt en willen het meer structureren en ten goede laten komen aan ontwikkelingsprojecten in plaats van het ondersteunen van familie en vrienden. Were begrijpt de filosofie erachter, maar waarschuwt wel: ‘Het gevaar bestaat dan je dan de ziel uit Harambee haalt. Blijft de kern van Harambee nog wel bestaan als ontwikkelingsorganisaties er een beleid omheen functioneren of de overheid wetgeving introduceert?’

Hij vervolgt: ‘Als je een gift bijvoorbeeld van de belasting mag aftrekken, zoals in Nederland, bestaat het risico dat het de gemeenschapszin verliest. Dan gaan mensen geven vanuit een ander motief, namelijk het omlaag brengen van hun inkomstenbelasting. Voor bedrijven zou ik dit overigens wel goed vinden omdat ze op deze manier meer aan maatschappelijk verantwoord ondernemen kunnen doen, maar voor burgers is het niet goed. Dit zou een hele nieuwe dynamiek aan Harambee geven. We geven in Kenia namelijk omdat we willen, niet omdat we aan het einde van het jaar onze belastingdruk willen verlagen.’

We ronden af. Ik vertel dat ik bijna dagelijks van Facebook vrienden uit met name Oeganda en Kenia verzoeken krijg om geld te geven en dat ik daar soms mee worstel en me schuldig voel als ik nee zeg. En dat het in Nederland juist bijna ongepast is om geld te vragen. Mwaura en Were moeten lachen.

‘Kijk heel scherp naar ieder verzoek dat je krijgt’, adviseert Mwaura. ‘Ik zeg meteen nee als ik het gevoel heb dat het verzoek niet tot structurele verandering leidt. Ik wil niet in een situatie komen dat jij mij om hulp vraagt en ik je help om dat probleem op te lossen, maar dat je een paar weken later weer met dezelfde vraag komt. Dan heeft mijn hulp dus eigenlijk niks uitgemaakt. Dit gaat terug op mijn principes van geven. Het moet objectief zijn en zou om verandering moeten gaan. Als ik geef, dan wil ik ook meehelpen om een verschil te maken in iemands leven.’

Were vult aan. ‘Maak je geen zorgen. Het is voor mensen makkelijk om te accepteren dat je vandaag niet in een positie bent om te helpen. Morgen is er weer een dag. Het systeem rouleert. En over die ongemakkelijkheid: het verschil met jouw samenleving is dat jullie in Nederland zo enorm onafhankelijk zijn. Een van de belangrijkste doelen waar iemand in westerse landen voor werkt is om onafhankelijk te zijn. Je moet voor jezelf kunnen zorgen en je eigen rekeningen kunnen betalen. Door het betalen van belasting krijg je schoon drinkwater dat door leidingen loopt, kun je je kinderen naar school brengen zonder schoolgeld te betalen.

‘Wij hebben in Afrika niet dat voorrecht om één keer per jaar belasting te betalen en dan vervolgens te genieten van de geweldige diensten van de overheid. Dit maatschappelijk verschil tussen het westen en Afrika maakt dat het ons dwingt om onze gemeenschappen een bijdrage te laten leveren om de gaten op te vullen.

‘Natuurlijk zou je het liever alles willen. Maar wij zijn zo gecultiveerd dat je niet sterft met je problemen terwijl je een beroep kunt doen op de gemeenschap om dat probleem samen op te lossen. Iedereen die in Afrika geboren is, is lid van een gemeenschap en van de grotere familie.’

Dit artikel verschijnt komende week in een speciale Engelstalige editie van Vice Versa over Community Giving, in samenwerking met Wilde Ganzen. Word lid van Vice Versa en ontvang het nummer https://viceversaonline.nl/abonnement/particulier-abonnement/

Eunice Mwaura zal ook te gast zijn op de Partindag 2023 komende zaterdag in Nijkerk. Daarin zal ze meer vertellen over Harambee en over maatschappelijke betrokkenheid van jongeren in Kenia. https://partin.nl/partindag/

 

 

Pleidooi voor ‘vermaatschappelijking’

Door Ruerd Ruben | 20 mei 2024

David Heyer heeft met Wie heeft het geld opgegeten? een sympathiek en prikkelend boek geschreven over andere mogelijkheden om met Nederlands ontwikkelingsgeld Afrika vooruit te helpen. Ruerd Ruben recenseert

Lees artikel

Boekrecensie Kijk niet weg

Door Hans Beerends | 10 mei 2024

Jan Pronk, activist, politiek analist, minister en hoogleraar schreef honderden artikelen, tientallen boeken en beleidsnota’s. Daarnaast schreven tientallen…

Lees artikel

Tijd voor een feestje?

Door Marc Broere | 09 mei 2024

Juist nu we in Nederland 75 jaar ontwikkelingssamenwerking ‘bedrijven’, staat het misschien wel meer dan ooit onder druk: tijd om het te vieren, of om er een eind aan te breien? Praat mee op 10 juni in de Rode Hoed.

Lees artikel