Door:
Karin van Boxtel

20 maart 2024

Tags

Handel stond weer in de schijnwerpers: onlangs kwamen ministers uit heel de wereld in Abu Dhabi ervoor bijeen, maar de deelnemers uit het maatschappelijk middenveld zijn toen de mond gesnoerd – niet eerder is hun vrijheid bij de Wereldhandelsorganisatie zo ernstig ingeperkt. Elles van Ark en Karin van Boxtel bekijken hoe het anders kan.

Door: Elles van Ark en Karin van Boxtel

In een tijd waarin geopolitieke spanningen met de dag verder oplopen, gaat het er juist om de gelijkwaardigheid in de internationale handel voorop te stellen. Waar zowel Nederland als de EU op onafhankelijkheid in toegang tot grondstoffen en in voedselproductie inzetten, vragen landen zoals Indonesië en Brazilië om eerlijkere handel – een gelijkwaardige handel, die mensenrechten, milieu en lokale ontwikkeling serieus neemt, en dat kan alleen al het maatschappelijk middenveld de kans krijgt serieus mee te praten over de handel van de toekomst.

Maatschappelijke organisaties is tijdens de top van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) de toegang tot ruimtes ontzegd waar ze eerder wel mochten komen, het is ze verboden informatie uit te delen en twee activisten zijn zelfs apart gezet toen ze dat toch deden… terwijl hun inspraak juist nu broodnodig is. Want bij gelijkwaardige handel gaat het erover dat experts, het middenveld en vakbonden die al jarenlang aan een handelsmodel van gelijkwaardigheid, eerlijkheid en duurzaamheid werken, echt worden gehoord.

Dan kunnen zij de markten in hun landen versterken voor meer eerlijke banen, en dan kunnen hun landen ook bij de duurzaamheidstransitie aanhaken. Daarvoor zijn onderhandelingen nodig met de juiste mensen aan tafel en met transparante afspraken over hoe de onderhandelingen lopen. Het middenveld en de vakbonden in die landen vragen er vaak genoeg om, maar vissen nog te veel achter het net.

Indonesisch protest

Zo ook in Indonesië, waar de lonen van arbeiders laag zijn, of het nu om kledingfabrieken, nikkelmijnen of palmolieplantages gaat, en waar het ontslagrecht is versoepeld en het voor arbeiders moeilijker is zich te organiseren en collectief te onderhandelen. Werknemers, vakbonden en het middenveld in Indonesië protesteren daar terecht tegen, want armoede en uitbuiting nemen toe. Wereldwijd baart het vele organisaties zorgen, waaronder ook de Internationale Arbeidsorganisatie, waarin zowel regeringen, bedrijven als werknemers vertegenwoordigd zijn.

Iets gelijkaardigs zien we bij de winning van grondstoffen zoals nikkel gebeuren. Nederland en de EU hebben ze voor de energietransitie nodig – en Indonesië ziet dat ook, maar wil het nikkel zelf verwerken, in eigen land. Daarmee versterkt het zijn verwerkende industrie en kan het zelf aan de waardeopbouw verdienen, een goede en logische stap. Toch heeft de EU dankzij WTO-regels een klacht tegen dat exportverbod ingediend. Zonde, zeggen ook veel Indonesische experts, want die verwerkende industrie is hard nodig. Zonde, want we missen de kans om met Indonesië een aantrekkelijke gelijkwaardige handelsrelatie te krijgen.

Gefocust op ons eigenbelang

Nederland en de EU vroegen tijdens de recente top om meer toegang voor het middenveld tijdens de WTO-onderhandelingen: een goede stap, en nodig, zoals na afloop bleek… en tegelijk laten bovenstaande voorbeelden zien hoe Nederland en de EU de boot missen. Onze onderhandelaars richten zich vooral op open strategische autonomie in de nauwe betekenis, zodat we minder afhankelijk zijn van de invoer van grondstoffen uit bijvoorbeeld Rusland of China.

De rest van de issues laten we te veel links liggen – en dat is risicovol. We praten nu namelijk nauwelijks over landen die door onze handelsverdragen hun verwerkende industrie amper ademruimte kunnen geven en die de lonen naar beneden drukken. Terwijl wij zo op ons eigenbelang zijn gefocust, vergeten we dat het andere land zich ook wil ontwikkelen. Die gelijkwaardigheid is essentieel, juist om open strategische autonomie te laten slagen.

De ongelijkheid begint al waar een klein team Indonesische onderhandelaars tegenover een machine van Nederlandse en Europese onderhandelaars met diepgaande expertise staat. Hoe dan wel? Stap één van gelijkwaardige handel is dus het luisteren naar handelspartners, hun experts en het maatschappelijk middenveld, zonder kritiekloos en ongenuanceerd de kortetermijnwensen van autoritaire leiders over te nemen, waarover in Indonesië na de laatste verkiezingsuitslag grote zorgen zijn.

Bij gelijkwaardige handel zorgen diezelfde internationale spelregels ervoor dat lokale markten en regionale handel floreren. Dat betekent ook dat producten niet onnodig de wereld over worden gesleept, maar lokaal worden geproduceerd en dat er duidelijke, transparante en afdwingbare afspraken komen over dat wat verhandeld wordt ook duurzaam is. Dat is goed voor de banen ter plaatse, voor de economische ontwikkeling en dat maakt een land voor de lange termijn aantrekkelijk voor Nederlandse bedrijven om handel mee te blijven drijven.

Gelijkwaardige handel is de sleutel in het huidige geopolitieke speelveld, om de zo gewenste open strategische autonomie succesvol te maken. Dat vraagt wel om transparantie en toegang voor het maatschappelijk middenveld tot onderhandelingen, zoals bij de Wereldhandelsorganisatie. Het vraagt om internationale spelregels die lokale markten beschermen, mensen- en arbeidsrechten als prioriteit zien en duurzaamheid als uitgangspunt nemen.

Tijdens de WTO-top is het niet gelukt er grote veranderingen in aan te brengen. Lopende onderhandelingen over handelsverdragen – zoals CEPA, met Indonesië – bieden de volgende kans om daarop te sturen. En ministers, praat dan voor de verandering eens niet met een autoritaire leider, maar vooral met de mensen die weten waar het over gaat.

Elles van Ark is directeur van CNV Internationaal en Karin van Boxtel is co-interim-directeur van Both ENDS

Tijd om samen een strategie te slijpen

Door Marc Broere | 16 juni 2024

De Nederlandse ontwikkelingssector moet zo vlug mogelijk een openbare raadpleging organiseren voor de zuidelijke partners om een strategie te kiezen tegenover de nieuwe minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. En de uitkomst van die raadpleging moet bindend zijn, betoogt Vice Versa-hoofdredacteur Marc Broere.

Lees artikel

Afscheid van een tijdperk

Door Paul Hoebink | 13 juni 2024

De ontwikkelingssamenwerking bestaat 75 jaar en in de tussentijd is de wereld drastisch veranderd. We moeten het oude idee loslaten en vervangen voor internationale samenwerking voor mondiale publieke goederen, zoals de strijd tegen klimaatverandering en milieuvervuiling en vóór verbetering van de zorg en verspreiding van kennis, meent Paul Hoebink.

Lees artikel

De voorlopige line-up van het Grote Coherentiedebat

Door Marc Broere | 10 juni 2024

De contouren van de derde editie van het Grote Coherentiedebat op woensdagmiddag 26 juni worden steeds duidelijker. Een uitgelezen mogelijkheid om nog één keer voor de zomervakantie rondom een belangrijk coherentiethema bij elkaar te komen en de rol van Nederland te bespreken. Dit keer gaat het over ongewenste geldstromen. Meld je aan door een email te sturen aan Benjamin@viceversaglobal.com.

Lees artikel