Door:
Paul van den Berg

1 juli 2024

Tags

De ontwikkelingssector moet de gebaande paden verlaten, betogen Paul van den Berg en Bram van Leeuwen, met het oog op het nieuwe kabinet. Dit is de ‘gouden kans’ voor een ommezwaai: geef het Zuiden de leiding, haal meer geld op bij de allerrijksten.

De nieuwe Nederlandse regering gaat morgen aan de slag. Het buitenlandbeleid ademt vooral een defensieve houding: tegenhouden van ongewenste nieuwkomers lijkt de belangrijkste doelstelling te zijn. En de grootste bezuiniging op het budget voor ontwikkelingssamenwerking ooit heeft tot gevolg dat er veel minder middelen vanuit de Nederlandse schatkist beschikbaar zullen komen.

Terecht wijzen Piketty en anderen er in de Volkskrant op dat extreme armoede internationaal moet worden aangepakt, als een noodzakelijke stap op weg naar duurzame ontwikkeling. Dat kost wat. Nee, niet wat: dat kost heel veel, zo rekent het burgerinitiatief ons voor. Prettig is dat ditzelfde initiatief van economen, maatschappelijke organisaties, wetenschappers en burgers ook boter bij de vis levert.

Kort gezegd: de boter die al op korte termijn geleverd kan worden is een belasting van twee procent op het vermogen van miljardairs – zo’n maatregel zal weinig of geen weerstand oproepen. Immers: als je zo rijk bent, mis je die twee procent niet. Bovendien roept een niet onaanzienlijke groep supervermogenden ook zelf op om meer te betalen.

Als aanvulling op dat voorstel vragen we hier aandacht voor de wijze waarop die en andere miljarden besteed moeten gaan worden. De nieuwe werkwijze kenmerkt zich door minder (jawel!) beleid en een aansturing op hoofdlijnen. Om te beginnen zouden alleen voorstellen vanuit lage-inkomenslanden in aanmerking moeten komen voor financiering die bijdraagt aan de drie door het burgerinitiatief genoemde hoofddoelen: armoedebestrijding, stoppen van de opwarming van de aarde en reductie van ongelijkheid.

Om ervoor te zorgen dat de financiële middelen ook daadwerkelijk bijdragen aan de beoogde doelen, zal elk van de voorgestelde plannen tegelijk ook moeten bijdragen aan een stapsgewijze verbetering en versterking van goed bestuur, want slecht bestuur staat garant voor verkeerde besteding.

Wat verbetering en versterking van bestuur inhoudt, hangt af van de specifieke context die voor elk land weer anders is – daarmee zijn ook de kansen en mogelijkheden per land anders. Voor een goede beoordeling is het belangrijk dat de uiteindelijke beslissers over de toekenning van de fondsen zich richtinggevend laten adviseren door vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld.

Haagse terughoudendheid

Vooruitlopend op het beschikbaar komen van de ‘twee-procentgelden’ zou de nieuwe regering zelf per direct een begin kunnen maken met de nieuwe werkwijze voor wat betreft de besluitvorming over Nederlandse bilaterale hulpgelden. Het ministerie zet een structuur op die uitdrukt dat de rol van het ministerie en Nederlandse partners beperkt wordt tot enkel relevante hoofdlijnenbesluitvorming.

Niet langer bepalen we vanuit Den Haag de prioriteiten van de landen waar we programma’s ondersteunen: die rol beperkt zich tot beoordeling en toetsing. Zo zien we erop toe dat de voorgestelde plannen voorzien zijn van een kritisch advies vanuit het maatschappelijk middenveld uit het land van de aanvrager. Daarbij laat Buitenlandse Zaken zich bijstaan door externe adviseurs met een uitstekend begrip van dynamiek van het land van de aanvrager.

Dezelfde constructie kan gevolgd worden bij de beoordeling van voortgangsrapportages en inspecties. Deze werkwijze doet recht aan de kennis en zelfbeschikking van mensen in arme landen en maakt duidelijk dat het ernst is met onze zelfkritiek ten aanzien van westerse arrogantie, eigenbelang onder het mom van hulp, et cetera, zoals werd verwoord in onder meer de Nederlandse Afrika-strategie.

Never waste a good crisis.’ De massieve bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking in combinatie met een nieuwe bewindspersoon die vooralsnog weinig tot niets opheeft met het beleidsterrein waarvoor ze verantwoordelijk wordt, nopen tot een ontwikkelingsbeleid dat de gebaande paden verlaat. In dat opzicht is de invoering van een miljardairsbelasting eigenlijk een gouden kans.

Over de auteurs: Paul van den Berg is politiek adviseur bij Cordaid en Bram van Leeuwen werkte tot aan zijn pensionering onder andere als adjunct-directeur van ICCO.

 

 

 

Pas bij direct contact tussen mensen, begint verandering

Door Sera Koolmees | 10 juli 2024

In de derde aflevering van de podcast ‘Levenslang activist’ gaat Sera Koolmees in gesprek met Ernst Jan Stroes, …

Lees artikel

Vox Pop: De kijk van het publiek in Kampala op corruptie

Door Abdulwadud Bayo | 05 juli 2024

Voor het Grote Coherentiedebat over ongewenste geldstromen, ging de redactie van Vice Versa Global in Oeganda de straat…

Lees artikel

Afrika verdient béter: wie durft?

Door Nienke Uil | 03 juli 2024

Het is tijd het continent serieus te nemen, betoogt Nienke Uil, met een halve lofzang en een half pleidooi: ‘Het ligt aan een donorinfuus, maar het is geen patiënt, geen slachtoffer en al zeker geen domme schone.’

Lees artikel