Nederlandse ontwikkelingsorganisaties zouden zelf moeten besluiten om een paar jaar af te zien van overheidssteun om een brede coalitie op te bouwen voor nieuwe vormen van internationale samenwerking, betoogt emeritus-hoogleraar Ruerd Ruben in deze opiniebijdrage.
Het regeerprogramma van het kabinet Schoof heeft geen aparte paragraaf meer over buitenlandbeleid, maar richt zich nu geheel op ‘’internationale veiligheid’’. Dat betekent dat men een realistisch buitenlands beleid voorstaat, dat assertief opkomt vooral de belangen van Nederland en Nederlanders.
Er wordt een zeer substantiële afname van de ontwikkelingssamenwerking aangekondigd (van €300 miljoen in 2025 oplopend tot €2,4 miljard in 2027) terwijl ook de koppeling van het ontwikkelingsbudget aan de economische groei wordt losgelaten. We hebben het over een halvering van het totale budget, waarbij ook nog eens een deel wordt besteed aan de financiering van de asielopvang in Nederland.
Terecht wordt nu de vraag gesteld: Wat zou je doen met de laatste miljoen? Het gevaar is groot dat alle organisaties nu eerst hun eigen belang gaan bepleiten en dat we daarmee het zicht verliezen op een gezamenlijke strategie. Als voorzet voor deze discussie suggereer ik een viertal centrale prioriteiten die vanuit het werkveld brede steun zouden verdienen.
- Geef prioriteit aan multilaterale samenwerking
Grote problemen als de vermindering van chronische armoede en ondervoeding, de opvang van vluchtelingen in de regio, en bestrijding van klimaatverandering vereisen een internationaal gecoördineerde aanpak. Organisaties van de Verenigde Naties, zoals het wereldvoedselprogramma (WFP), de kinderrechtenorganisatie (UNICEF), en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn als enige in staat om grootschalig noodhulp te verlenen in Gaza, Soedan en Congo. De investeringen van de Wereldbank en de regionale ontwikkelingsbanken zijn vele malen effectiever dan de veelheid aan losse initiatieven van individuele donorlanden.
Het regeerprogramma wil de doelmatigheid en effectiviteit van multilaterale instellingen verbeteren en bouwen aan internationale coalities. Dat verdient steun vanuit Nederlandse ontwikkelingsorganisaties. We zouden daarom vooral moeten pleiten voor de handhaving (of zelf ophoging) van het budget voor multilaterale organisaties en programma’s.
- Spreek vakministers aan op internationale verplichtingen
Nederland blijft de internationale duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) onderschrijven en heeft zich daarmee verplicht om op tal van terreinen aandacht te besteden aan de gevolgen van Nederlands beleid voor ontwikkelingslanden.
Met het uitgeholde budget voor ontwikkelingshulp wordt het steeds belangrijker om andere vakministers te bestoken met vragen en verzoeken over hun internationale inspanningen. Er is al een hoopvol begin gemaakt bij het Kamerdebat met minister Agema over de donatie van mpox vaccins.
Op dezelfde manier zou de Minister van Onderwijs kunnen worden aangesproken op zijn inzet voor het bevorderen van de toegang tot onderwijs in ontwikkelingslanden, en moeten we de Minister van Klimaat en Groene Groei verantwoordelijk stellen voor een substantiële Nederlandse bijdrage aan het internationale programma’s van klimaatadaptatie.
- Ontwikkel nieuwe allianties
Het nieuwe kabinet wil ontwikkelingssamenwerking beperken tot thema’s waarbij Nederland aanzien en belang heeft, zoals watermanagement en voedselzekerheid. Op deze terreinen bestaat al een lange traditie en is de samenhang tussen ‘hulp en handel’ relatief effectief gebleken, ook al zijn de effecten op armoedevermindering vrij beperkt.
Het gaat hierbij om activiteiten die niet zozeer om grote hoeveelheden geld vragen, maar vooral op kennis, kunde en netwerken zijn gebaseerd. Er is veel voor te zeggen om de komende jaren ook op andere terreinen dergelijke allianties te ontwikkelen. Daarbij kunnen we denken aan thema’s als energie, vakonderwijs, preventieve gezondheidszorg en buurtwerk, waarbij Nederlandse organisaties directe uitwisseling aangaan met gelijkgezinde partners in ontwikkelingslanden. Vanuit deze contacten kunnen later wellicht ideeën ontstaan voor langere-termijn samenwerking.
- Versterk de fondswerving van maatschappelijke organisaties
De bijdrage van de overheid aan de financiering van programma’s en projecten van particuliere organisaties zal substantieel afnemen. Dat is onderdeel van een breder beleid om de rol van het maatschappelijk middenveld te beperken.
Er is veel voor te zeggen als organisaties zouden besluiten om een aantal jaren af te zien van overheidssteun. Zij kunnen dan eerst hun eigen achterban mobiliseren en dragen dan tegelijkertijd bij aan verbreding van de maatschappelijke betrokkenheid met internationale samenwerking.
Er lijken daarvoor goede mogelijkheden te bestaan. Er wordt nu al jaarlijks ruim € 800 miljoen voor goede doelen op het terrein van internationale hulp bijeengebracht vooral door huishoudens, fondsen en loterijen. Een grote groep mensen zet zich ook vrijwillig in voor vluchtelingenwerk, mensenrechten en ontwikkelingssamenwerking. We zouden ons tot doel kunnen stellen om in de komende kabinetsperiode dit te verdubbelen. Daarna kan – met veel meer recht van spreken – aanspraak worden gemaakt op aanvullende steun vanuit de overheid.
Het zal niet eenvoudig zijn om de vele organisaties in het ontwikkelingsveld samen te brengen onder een gedeelde agenda. Ik hoop van harte dat het lukt om af te zien van deelbelangen en een brede coalitie te bouwen voor nieuwe manieren van internationale samenwerking.
Ruerd Ruben is (emeritus) hoogleraar ontwikkelingseconomie bij Wageningen Universiteit en voormalig directeur van de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking & Buitenlandbeleid (IOB) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken
Dutch Diamond, een middel of een doel?
Vandaag lanceert minister Sjoerdsma het Dutch Diamond Partnerships-programma. Overheid, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties moeten daarin gezamenlijk Nederlandse én lokale belangen dienen. Maar eerdere ervaringen met publiek-private samenwerking laten een ongemakkelijke les zien: zodra het Nederlandse model het vertrekpunt wordt, dreigen lokale problemen zich te moeten aanpassen aan Nederlandse oplossingen. Begin daarom niet met de diamant, maar met de vraag wat er lokaal nodig is.
Lees artikelJan Pronk: Tien geboden om vrede dichterbij te brengen
Wat kan er nog worden gedaan wanneer oorlog eenmaal is uitgebroken? Jan Pronk formuleert tien aanvullende richtlijnen voor de-escalatie, onderhandelingen, humanitaire bescherming en herstel.
Lees artikelJan Pronk: Tien geboden om het uitbreken van oorlog tegen te gaan
Vrede spreekt niet vanzelf. Welke politieke keuzes kunnen voorkomen dat internationale spanningen uitlopen op oorlog? Jan Pronk formuleert tien gebiedende richtlijnen.
Lees artikel