‘Als er één partner uit de alliantie stapt, dan zou dat voelen als de amputatie van een been.’ In gesprek met Diana Nabiruma en Richard Ssemmanda van de Green Livelihoods Alliance, over hun strijd tegen de ontbossing voor de winning van fossiele brandstoffen in Oeganda en over hun steun aan lokale gemeenschappen – ‘en zij beschermen ons tegen de agenten van de inlichtingendienst’.
Tekst: Pinkleen Oinokwesiga en Marc Broere
Hij zorgt voor het onderzoek dat zij voor de lobby en pleitbezorging van de Green Livelihoods Alliance (GLA) in Oeganda gebruikt. Hij bevindt zich voornamelijk op de achtergrond en in de luwte, terwijl zij vaak in de frontlinie opereert. Wat Richard Ssemmanda van de Ecological Trends Alliance (ETA) en Diana Nabiruma van het Africa Institute for Energy Governance (AFIEGO) met elkaar gemeen hebben: hun onvoorwaardelijke liefde voor bossen en biodiversiteit.
Op jonge leeftijd was Nabiruma zich er al van bewust dat de mens de natuur misbruikt. Ze heeft prachtige herinneringen aan haar lagere school op het platteland, waar de lucht schoon was en je water uit de kraan kon drinken – maar toen ze eenmaal in de hoofdstad ging studeren, kreeg ze astma.
De dag vóór ons gesprek had ze nog een aanval. ‘Na veel onderzoek kwamen de artsen erachter dat mijn astma door luchtvervuiling is veroorzaakt: Kampala is een van de meest vervuilde steden van Afrika. Toen ik nog in een schone omgeving woonde, was mijn afweersysteem in orde, maar nu niet meer. Dus het beschermen van de natuur is voor mij ook iets persoonlijks.’
Ssemmanda zegt dat het belang van de natuur voor hem onbeschrijflijk is: sinds zijn kinderjaren draait alles om planten en biodiversiteit. In z’n vrije tijd, na school, voerde hij zijn eigen experimenten met planten uit. Zijn vader wilde dat hij geneeskunde ging studeren, maar dat wilde hij zelf niet. ‘Ik zei tegen hem: heb je ooit iemand in het ziekenhuis gezien die blij is? Je hebt daar geen menselijk geluk – dat vind je in de natuur.’
Vandaar dat hij wildlife ecology ging studeren en zich in de relatie tussen de natuur en de mens specialiseerde. ‘Mijn werk draait om het vinden van een balans tussen die twee. We denken wijzer dan de natuur te zijn, maar het omgekeerde is het geval: de natuur is altijd slimmer geweest en ziet met haar briljante oog op ons toe, en toch respecteren we haar niet.’
De druk op bossen en andere ecosystemen groeit alleen maar. Er zijn olie- en gasvelden ontdekt en de politiek vindt dat die ontgonnen moeten worden – ook al liggen ze in beschermd bos- en ecosysteemgebied, met unieke flora en fauna. Het is de taak van GLA-partners om ervoor te zorgen dat de lokale gemeenschappen uit die gebieden in de discussie worden gehoord. Meestal kómen ze niet aan het woord, terwijl het ze bij uitstek aangaat, of hebben ze zelfs geen weet van het naderende onheil.
Bij de campagnes is het altijd zo dat lokale stemmen op de voorgrond staan. ‘Dat is anders dan dat je alleen de stem van een nationale organisatie hoort, die vaak ondersteuning uit het buitenland krijgt’, zegt Nabiruma. ‘Dan kunnen je activiteiten namelijk al snel als buitenlandse inmenging worden weggezet.’

Richard Ssemmanda (picture McWilliams Wasswa)
‘Ons werk’, zegt Ssemmanda, ‘komt aan de lokale bevolking ten goede – daarom steunt die ons, en beschermt ze ons tegen de agenten van de inlichtingendienst. Die komen regelmatig naar gemeenschappen toe om ons zwart te maken, ons als “buitenlanders” af te schilderen. ‘Dat levert weinig succes op, omdat de gemeenschappen weten hoe we ze ondersteunen. De agenten worden gewoon uitgelachen. Als ons werk niet gunstig voor de lokale mensen was, dan had de regering AFIEGO makkelijk kunnen verbieden.’
De belangrijkste GLA-campagne van dit moment is tegen de ontbossing voor de Oost-Afrikaanse oliepijpleiding (EACOP) gericht – de olie zal uit Lake Albert en het Murchison Falls National Park worden opgepompt. De impact is enorm: meer dan een kwart van de vierhonderd oliebronnen ligt in Murchison Falls, een van de grootste trekpleisters van Oeganda.
Ruim tweeduizend vierkante kilometer aan beschermd gebied zal negatieve gevolgen door de pijpleiding ondervinden: die gaat door bossen en wildparken, rivieren en moerasland in Oeganda en Tanzania, en meer dan twaalfduizend mensen worden van hun land verdreven. ‘Verplaatsing van mensen is iets verschrikkelijks, wat je niemand toewenst’, zegt Nabiruma. ‘Zeker niet in Oeganda, waar de grondrechten al niet goed beschermd zijn en het niet eerlijk gecompenseerd zal worden.’
De GLA helpt gemeenschappen zich te verweren door lobby en pleitbezorging – er is een speciaal netwerk voor opgezet. ‘Zo laten we de mensen naar de regering, oliebedrijven en financiële instellingen schrijven’, zegt Nabiruma. ‘Ook ondersteunen we ze in het verwoorden van zorgen over klimaatverandering en over de impact van de oliewinning op het milieu.’
Allebei opereren ze binnen een ingewikkeld krachtenveld, waarin het maatschappelijk middenveld regelmatig met repressie te maken heeft. GLA-partners kregen te maken met intimidatie, arrestaties en het verspreiden van negatieve verhalen door de inlichtingendienst. Vooral AFIEGO wordt als “slechte organisatie” bezoedeld, die geen mandaat zou hebben om namens de lokale bevolking te handelen.
Ssemmanda voegt eraan toe dat AFIEGO op een totaal andere manier wordt benaderd dan ETA, die als kennismakelaar en facilitator van een multi-stakeholdersdialoog dienstdoet, en daar voelt hij zich weleens schuldig over: ‘Wij zijn een soort achtertuin, terwijl Diana in de loopgraven ligt. AFIEGO vangt de kogels op en houdt mijn organisatie uit het vuurgevecht.’
Terwijl hij juist de munitie levert waarmee aan het front gevochten wordt. ‘Zonder ons gedegen en diepgravende onderzoek kan AFIEGO niet aan lobby en pleitbezorging doen. Als de overheid denkt dat je een bedreiging vormt, dan kun je bedreigd worden. ‘Als je niet in de schijnwerpers staat, zoals wij, heb je veel minder met die repressie te maken. De rol en de positie die je in de keten van het maatschappelijk middenveld inneemt, bepalen welke respons en weerstand je van de overheid kunt verwachten.’
Die staat heeft een heel arsenaal aan middelen om het middenveld dwars te zitten. Het zijn volgens Nabiruma verschillende lagen: wetten over ngo’s, beheersing van de publieke orde en tegen witwassen, en dan heb je het leger, de politie en de inlichtingendienst op nationaal niveau, maar ook de kantoren van de districtscommissarissen die weer hun eigen veiligheidsapparaat hebben.

Diana Nabiruma (picture McWilliams Wasswa)
Het is een grijs gebied, zegt Nabiruma. ‘De overheid heeft al die troepen tot haar beschikking, maar dat betekent niet dat iedereen binnen de staat daar ook gebruik van maakt. Stel dat een lokale bestuurder het Bugomabos wil vernielen, dan kan die een beroep op het veiligheidsapparaat doen voor steun. ‘Zo’n bestuurder maakt dan optimaal gebruik van de macht die hij volgens de wet heeft, wat niet betekent dat heel de staat zich achter zijn plannen schaart en het goedkeurt. Maar er zíjn slechte wetten die ervoor zorgen dat een lokale bestuurder de juridische en fysieke steun krijgt om te doen wat-ie wil.’
En er is dan nog wel degelijk ruimte om in verzet te komen. ‘We hebben samen met een lokaal platform campagne gevoerd om het Bugomabos te redden. Het platform heeft een petitie aan de president van Oeganda aangeboden. Toen hij zag hoe groot de lokale steun was, heeft hij van hogerhand ingegrepen door tot bescherming van het bos op te roepen – alleen wordt het nu nog steeds verwoest…’
Ook rondom de oliewinning heb je stromingen binnen de Oegandese overheid. ‘Er zijn ambtenaren voor natuur en toerisme’, zegt Ssemmanda, ‘die hun ongenoegen over de winning hebben geuit, en ze zeggen dat de mitigatiemaatregelen onvoldoende zijn. ‘Ik ken zóveel ambtenaren in Oeganda, hoog en laag, die een grote liefde voor bossen en biodiversiteit koesteren – met sommige heb ik nog gestudeerd. Maar als je nu binnen de overheid voor natuurbehoud pleit, dan neem je een geïsoleerde positie in. Het is onmogelijk tegen de president op te staan en nee te zeggen, die rol wordt aan het middenveld overgelaten.’
Nabiruma denkt dat de overheid een grote fout maakt door haar huidige keuzes. ‘Ik heb nog nooit een land gezien dat op een duurzame manier z’n olie en gas heeft geëxploiteerd. Het zijn altijd lokale gemeenschappen die eronder lijden, nooit de rijken. ‘Kijk eens naar Nigeria. Als je de Delta-regio ziet, dan moet je er niet aan denken als Oeganda olie en gas gaat exporteren. De vervuiling, de hoge misdaadcijfers, de lagere levensverwachting van mensen in de buurt van de olievelden. Of Angola en Congo en al die repressieve landen in West- en Centraal-Afrika die olie en gas uitvoeren – die zijn niet rijk, integendeel. Het is echt een valse aanname dat we ons door olie en gas gaan ontwikkelen, zelfs in Nederland is dat het geval.
‘Kijk wat er bij jullie in Groningen is gebeurd: het milieu en de biodiversiteit kwijnen weg, er zijn aardbevingen… ook wetenschappers zeggen dat je moet stoppen met fossiele brandstoffen. Sla dat pad over en investeer in de alternatieven die er zijn.’
Zeker Afrika staat volgens haar aan het begin van een groene revolutie. ‘Er is nu de Uganda Green Growth Development Strategy, waarin beschreven wordt dat niet olie en gas, maar schone energie en landbouw, bosbouw en andere duurzame economische activiteiten het potentieel hebben om voor het grootste multipliereffect op onze economie te zorgen.’
We eindigen het gesprek met de samenwerking binnen het consortium in Oeganda zelf. Behalve AFIEGO en ETA wordt de Green Livelihoods Alliance in Oeganda gevormd door Friends of Zoka, dat voor de bescherming van een groot tropisch bos in het noorden strijdt, en Action for Rural Women’s Empowerment (ARUWE), dat zich op het versterken van vrouwelijk leiderschap richt.
Beiden benadrukken dat het om veel meer gaat dan om werk alléén. Tijdens het gesprek nam Diana Nabiruma haar gespreksgenoot een aantal keer in bescherming: ‘Richard, ik denk niet dat het verstandig is als dat wordt opgeschreven’, zei ze dan. Het werken binnen GLA, dat al bij de voorloper van Power of Voices begon, heeft tot een diepe vriendschap tussen de organisaties geleid. ‘We vullen elkaar zo enorm goed aan’, zegt Nabiruma. ‘ARUWE zorgt ervoor dat gender als grensoverschrijdend thema altijd op de radar is. ETA doet onderzoek en levert informatie aan, AFIEGO is voor de lobby en pleitbezorging en Friends of Zoka is goed in het bouwen van bewegingen en in het mobiliseren van de massa.’

Richard Ssemmanda and Diana Nabiruma (picture McWilliams Wasswa)
‘Oftewel: we zijn complementair. Voor William en Henry, de voorlieden van Friends of Zoka, heb ik echt een zwak – door de pijn die hun werk ook heeft opgeleverd. Ik denk niet dat die *soft spot ooit weg zal gaan.’
‘We kunnen niet zonder elkaar’, zegt Ssemmanda. ‘Als er één partner uit zou stappen, dan zou dat voelen als de amputatie van een been… dan kun je niet meer goed lopen.’
Hij noemt de Nederlandse ambassade als niet-officiële vijfde partner van de alliantie. ‘Die lijntjes zijn altijd kort en de ambassade steunt ons altijd. In oktober 2021 zijn er zes leden van AFIEGO opgepakt en 72 uur vastgehouden op het politiebureau. Toen ze vrijkwamen, stonden er mensen van de Nederlandse en Amerikaanse ambassade voor het bureau om ze te verwelkomen – dat was een staaltje van hartverwarmende solidariteit.’
Hij pauzeert even, en zegt dan: ‘Sommige samenwerkingsverbanden tussen maatschappelijke organisaties in Oeganda lijken me ongelukkige huwelijken, die werden gedwongen om samen te gaan, om geld van donoren te ontvangen. Die zijn niet zoals wij.’
Nabiruma lacht: ‘Wij hebben een extreem gelukkig huwelijk, dat ook niet zal ophouden als de financiering uit Nederland ooit zou stoppen. GLA heeft ons een platform gegeven, een springplank om overal te kunnen komen.’
Dutch Diamond, een middel of een doel?
Vandaag lanceert minister Sjoerdsma het Dutch Diamond Partnerships-programma. Overheid, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties moeten daarin gezamenlijk Nederlandse én lokale belangen dienen. Maar eerdere ervaringen met publiek-private samenwerking laten een ongemakkelijke les zien: zodra het Nederlandse model het vertrekpunt wordt, dreigen lokale problemen zich te moeten aanpassen aan Nederlandse oplossingen. Begin daarom niet met de diamant, maar met de vraag wat er lokaal nodig is.
Lees artikelJan Pronk: Tien geboden om vrede dichterbij te brengen
Wat kan er nog worden gedaan wanneer oorlog eenmaal is uitgebroken? Jan Pronk formuleert tien aanvullende richtlijnen voor de-escalatie, onderhandelingen, humanitaire bescherming en herstel.
Lees artikelJan Pronk: Tien geboden om het uitbreken van oorlog tegen te gaan
Vrede spreekt niet vanzelf. Welke politieke keuzes kunnen voorkomen dat internationale spanningen uitlopen op oorlog? Jan Pronk formuleert tien gebiedende richtlijnen.
Lees artikel