Ontwikkelingssamenwerking staat weer volop in de belangstelling door de grote bezuiniging die minister Klever heeft aangekondigd op maatschappelijke organisaties. Vice Versa-hoofdredacteur Marc Broere analyseerde de Kamerbrief.
Ontwikkelingssamenwerking was gisteren eindelijk weer eens prominent in het nieuws. Daar was ‘ie dan, de Kamerbrief van minister Klever van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp over de toekomst van de samenwerking met maatschappelijke organisaties in ontwikkelingshulp. Los van de vraag of Nederlandse NGO’s zich herkennen in de kwalificatie van ‘maatschappelijke organisatie in ontwikkelingshulp’, ging het wel degelijk over hen.
Wat het nieuwswaardig maakte voor de algemene media, was dat er fors bezuinigd gaat worden op het Nederlandse maatschappelijk middenveld dat zich met ontwikkelingssamenwerking (ik blijf dit woord gewoon gebruiken) bezighoudt.
De koppen logen er niet om,
Minister Klever: een miljard euro minder subsidie naar ngo’s (RTL Nieuws)
Minister Klever voor Ontwikkelingshulp bezuinigt 1 miljard op ngo’s (NOS)
PVV-minister Reinette Klever bezuinigt miljard op ontwikkelingshulp: ’Kan best een tandje minder’ (Telegraaf)
Het interview in De Telegraaf dat gisteren werd gepubliceerd gaf bovendien een inkijkje in de denkwijze van de minister. Opvallend is dat er geen enkel positief woord van de minister over de lippen komt over maatschappelijke organisaties. Sterker nog, ze zegt dat de huidige manier waarop Nederland hulp via NGO’s geeft ‘helemaal niet efficiënt’ is. Ze maakt toch een beetje een karikatuur van het huidige beleidskader Versterking Maatschappelijk Middenveld, waarvan de Power of Voices partnerschappen de grootste zijn.
Pijnlijke fout
Niet lang daarna kreeg ik van een heleboel verschillende kanten de link naar de Kamerbrief via email en whats app toegestuurd. De brief begint met het beleid door de jaren heen, met daarin nog een pijnlijke fout. Klever schrijft dat Eveline Herfkens in 2003 de minister voor ontwikkelingssamenwerking was, terwijl die toen al een jaar was opgevolgd door Agnes van Ardenne. Maar dit even terzijde.
Dan komen we in de brief aan bij het nieuwe beleidskader, omdat het huidige beleidskader met bijbehorende subsidiekanalen eind 2025 afloopt. Klever schrijft dat ze wil dat organisaties moeten weten waar ze aan toe zijn, en dat ze daarom nu al duidelijkheid wil scheppen. Dat de eerste grote concrete bezuiniging het maatschappelijk middenveld betreft is daarbij niet verwonderlijk, omdat drie van de vier partijen die in de regering zitten weinig tot helemaal niets hebben met een kritisch maatschappelijk middenveld. Klever’s eigen partij de PVV heeft het al jaren over ‘subsidieslurpers.’
Toch komt er wel degelijk een nieuw subsidiekader voor samenwerking met maatschappelijke organisaties voor de periode 2026-2030 ‘omdat maatschappelijke organisaties belangrijk zijn voor effectieve ontwikkelingshulp.’ In plaats van 1.4 miljard euro, zoals nu, is daar alleen nog een bedrag van tussen de 390-565 miljoen euro voor beschikbaar.
Onwenselijk
Vervolgens wordt de Kamerbrief echt interessant. De minister schrijft: ‘Leidend voor het nieuwe kader is de wens van het kabinet om lokale maatschappelijke organisaties in ontwikkelingslanden te versterken voor hun activiteiten ter plekke. Dit is het meest concreet en meetbaar, ook met het oog op maatschappelijk draagvlak. Hiermee stimuleert het kabinet lokaal eigenaarschap.’
Waarna een andere belangrijke zin volgt. ‘De huidige praktijk van het financieren vanuit ontwikkelingshulp van pleiten en beïnvloeden in Nederland acht het kabinet onwenselijk.’ Hiermee wordt een belangrijke politieke angel uit het werk gehaald.
Onduidelijk is echter of de minister hier duidt op Zuidelijke organisaties die via hun Nederlandse partners hier hun stem laten horen en bijvoorbeeld ons land vragen om een klimaatbeleid te voeren dat niet schadelijk is voor de armste landen in de wereld.
Of dat ze hier op Nederlandse organisaties duidt die ons eigen kabinet kritisch volgen en een luis in de pels zijn. Nederlandse organisaties die geld van de overheid krijgen zijn zeker bezig met het kritisch volgen van onze overheid wat in een enkel geval zelfs tot een rechtszaak leidt, maar dat gebeurt meestal uit eigen fondsen, niet met geld dat afkomstig is van Buitenlandse Zaken.
Onderscheidende rollen
Vervolgens legt de minister uit dat overheid en non-gouvernementele organisaties onderscheidende rollen hebben en die ook moeten kunnen spelen. ‘Het kabinet vindt het niet gezond dat non-gouvernementele organisaties afhankelijk worden van de overheid. De overheid kan niet de verantwoordelijkheid nemen voor de continuïteit van non-gouvernementele organisaties. Daarom wordt waar haalbaar is het drempelcriterium verhoogd voor overige inkomsten dan die van het ministerie van Buitenlandse Zaken.’
Later in de brief staat dat het kabinet de onafhankelijkheid van maatschappelijke organisaties wil vergroten van 25 naar 50 procent niet-BZ inkomsten voor het nieuwe subsidiekader.
Lokaal eigenaarschap levert betere resultaten op
Daarna gaat de brief opnieuw in op het belang van eigenaarschap en volgen er wederom een aantal interessante passages. ‘Het kabinet vindt het wenselijk dat het eigenaarschap van maatschappelijke organisaties en gemeenschappen in lage en middeninkomenslanden wordt vergroot. Het instrumentarium voor samenwerking met maatschappelijke organisaties zal dus vooral op deze organisaties worden gericht.’
De brief haalt ook de aanbevelingen uit de jongste peer reviews van de OESO aan, de organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling waarin alle ontwikkelingsdonoren afspraken hebben gemaakt en regels hebben opgesteld waaraan ontwikkelingssamenwerking moet voldoen. Klever schrijft: ‘Lokaal eigenaarschap in ontwikkelingshulp levert betere resultaten op. Meer eigenaarschap van maatschappelijke organisaties in ontwikkelingslanden zorgt voor effectieve blijvende inbedding van ontwikkelingsprogramma’s in de lokale context. Dit vereist dat maatschappelijke organisaties uit de landen zelf en mensen uit de betrokken gemeenschappen veel meer het voortouw nemen. Zij beslissen op basis van hun capaciteiten, leiderschap en expertise over hun eigen agenda, over het ontwikkelen en realiseren van oplossingen voor de maatschappelijke vraagstukken waar zij voor staan.’
Maximale ruimte
Met het verhaal over lokalisering kan ik goed meegaan. Dit had ook uit de pen van voorgaande ministers kunnen komen. Het lijkt erop dat de ambtenaren van de minister hier maximaal hun ruimte hebben gepakt om het proces van lokalisering voort te zetten dat al was ingezet.
Dat ze niet zijn teruggefloten door de minister komt waarschijnlijk omdat lokalisering past in de wens van de PVV om de rol van Nederlandse maatschappelijke organisaties kleiner te maken. Dit is een onderwerp waar de voorhoede van de Nederlandse ontwikkelingssector, die al met lokalisering en zogeheten locally-led-approaches werken, en het ministerie elkaar kunnen blijven vinden. En ook met het nieuwe bedrag dat beschikbaar komt kun je dan nog steeds een heleboel doen.
Niet iedereen zal het hier overigens met me eens zijn, want toen ik deze gedachtegang gisteren aan een aantal mensen uit de sector voorlegde, was de reactie samengevat: ‘Marc, zie je niet wat hier gebeurt? De minister probeert het maatschappelijk middenveld in het Zuiden en in Nederland tegen elkaar uit te spelen onder het mom van lokalisering.’
Iets raars
Maar dan gebeurt er iets raars in de brief. Je zou na het betoog van de minister eigenlijk een afrondende alinea verwachten waarin de minister zou schrijven over hoe ze handen en voeten wil gaan geven aan het proces van lokaal eigenaarschap. Bijvoorbeeld door consultaties te houden en een luisterend oor te hebben voor wat gemeenschappen en grassrootorganisaties in het Zuiden als hún prioriteiten zien. Ze had kunnen schrijven dat we nu nog niet de thema’s kunnen bepalen omdat we eerst in dialoog gaan met lokale organisaties en op basis van hun vraag kunnen kijken of ons aanbod daarbij aansluit.
Maar helaas niets van dat al. ‘Uitgaande van de beleidsprioriteiten van het kabinet en rekening houdend met de wensen van Uw kamer worden instrumenten ontwikkeld op de volgende terreinen’, schrijft de minister.
Dan volgt een opsomming van thema’s en onderwerpen op het terrein van gezondheid, handel en mensenrechten, en het stimuleren van Nederlandse particuliere initiatieven. Op zich allemaal niks mis mee, maar wel in Den Haag bepaald. Als je zegt dat lokaal eigenaarschap centraal komt te staan, kun je niet een jaar vantevoren zelf de thema’s en het speelveld gaan bepalen. Dan haal je je eigen betoog in de Kamerbrief totaal onderuit.
Ben ik verrast?
Ben ik verrast door de Kamerbrief? Nee, totaal niet. We wisten allemaal dat deze dag ooit zou komen. Het past in de wereldwijde trend van verrechtsing en aanvallen op een kritisch maatschappelijk middenveld. Nederlandse ontwikkelingsorganisaties kozen er twintig jaar geleden onder minister Van Ardenne massaal voor om deel te gaan nemen aan het eerste Medefinancieringsstelsel (MFS 1).
Dat was een belangrijke trendbreuk in de geschiedenis van de Nederlandse ontwikkelingssector, omdat ze in ruil voor ruimhartige financiering van de overheid een behoorlijk stuk onafhankelijkheid moesten opgeven en zich moesten plooien naar de beleidsprioriteiten van de minister. Met MFS1 en de daaropvolgende subsidiekaders zijn er prachtige dingen gebeurd en kon Nederland zich mede dankzij het maatschappelijk middenveld handhaven als vooruitstrevende en innovatieve donor en samenwerkingspartner. Maar de ontwikkelingssector was veel te afhankelijk van de overheid geworden en veel organisaties vergaten te investeren in hun achterban. Dat komt nu als een boemerang terug.
De tijden zijn veranderd maar dit biedt ook kansen voor nieuwe solidariteit. Uit de as zal uiteindelijk weer een feniks herrijzen.
Jan Pronk: Tien geboden om vrede dichterbij te brengen
Wat kan er nog worden gedaan wanneer oorlog eenmaal is uitgebroken? Jan Pronk formuleert tien aanvullende richtlijnen voor de-escalatie, onderhandelingen, humanitaire bescherming en herstel.
Lees artikelJan Pronk: Tien geboden om het uitbreken van oorlog tegen te gaan
Vrede spreekt niet vanzelf. Welke politieke keuzes kunnen voorkomen dat internationale spanningen uitlopen op oorlog? Jan Pronk formuleert tien gebiedende richtlijnen.
Lees artikelMaking SDG Interactions work: From evidence to coherent and inclusive decisions
After four years of interdisciplinary research across Africa, the SDG Interactions and Policy Interventions in Developing Countries programme…
Lees artikel