Toen gemeenschappen in Benin de gevolgen van klimaatverandering ondervonden, zaten ze niet langer stil: ze brachten hun stem in bij discussies over het redden van hun mangrove-ecosysteem en over het omkeren van de impact, want hun levensonderhoud, hun eten en hun gezondheid stond op het spel. Op bezoek in de regio Collines, waar de inspanning vrucht begint te dragen.
tekst Elizabeth Kameo, foto’s Bio Seke
Het is halverwege de ochtend, met nog een paar uur voordat de verzengende zon in Odo-Otchere ondraaglijk zal worden. De bijeengekomen vrouwen, van tussen de 25 en 66 jaar, zingen in het Idaasha-dialect, dat gebruikelijk gesproken wordt in deze Dassa-gemeente in Benin. Het lied, zeggen ze, is een aanmoediging voor de jonge meiden om hun schooltijd serieus te nemen, zodat ze een betere toekomst tegemoet gaan.
Als het volume nog wat aanzwelt, verlaten de vrouwen het comfort van de schaduw die door de mangrovebomen wordt geworpen en lopen ze een voetpad af, richting een weelderig groene moestuin. Nog steeds zingend – en een aantal loopt zelfs te dansen – komen ze de tuin binnen en beginnen ze de groente te oogsten.
Het is altijd een gedeelde inspanning geweest: samen met de mannen, jongeren en gemeenschapsleden met een beperking behoren ze tot een coöperatie die Kagni-Oluwa heet. Sinds november 2022 voeren ze uit wat ze eerder hebben geleerd, om het land en de bossen om hen heen te regenereren en om zo de negatieve gevolgen van klimaatverandering lokaal te keren.
Madeleine Adihou, de oudste van de groep, glimlacht, wuift met haar hand en zegt dan: ‘Voorheen had je hier geen bomen – we hadden alleen die vijver en de viskweek wilde alsnog maar niet lukken. Nee, moet je nú eens kijken… het komt niet alleen door de training zelf, maar door hoe we die training weten in te zetten, hoe we samenwerken: daarin schuilt de kracht. We zaaien samen, we zien samen naar het milieu om en we delen de opbrengsten.’
Als je het haar vraagt, zijn hun levens stuk voor stuk opgeluisterd en is hun leefomgeving zienderogen opgeknapt. ‘Je kunt in je eentje niet voor zo’n ommezwaai zorgen’, zegt ze nog. ‘Als je alleen bent, dan heb je slechts één idee, maar samen heb je veel meer ideeën en als je die bundelt, dan zorg je voor een golf van verandering.’

De coöperatie is aan het oogsten
Het land waar Adihou aan refereert is zes hectare groot en bestaat uit een boomkwekerij, een immense visvijver, percelen voor groenteteelt en een park waar de gemeenschap kan ontspannen. Drie jaar terug, toen leden van Kagni-Oluwa met verschillende projecten begonnen, lag het er door overmatig gebruik slecht bij: door alle kunstmest en pesticiden en door de bomenkap (zonder herbeplanting) was het waardeloos geworden – maar dat is door de training omgekeerd.
‘Eerder zag je de vrouwen lijden’, zegt Grégoire Tossa, het dorpshoofd, ‘en waren hun kinderen ondervoed. Toen de ngo langskwam, vroegen ze of er iets aan hun situatie viel te doen, hoe ze voor beter eten konden zorgen. Ze hadden het idee van een waterreservoir met daaromheen een keur aan groenten, om meer voedingsstoffen te regelen. Zo gezegd, zo gedaan: ze hebben het gebouwd en hun kinderen zijn zichtbaar aangesterkt.’
Dat ze zich destijds hebben uitgesproken, hebben gezegd wat ze wilden en wat ze nodig hadden, is vandaag de dag tot een groot project uitgegroeid: de locatie herbergt nu een boomkwekerij, een vijver van tweeënhalve hectare, moestuinen en wateropvangtanks – en inmiddels staan de mannen en jongeren ze bij, om hun ecosysteem te beschermen, wat in heel Benin een van de voornaamste uitdagingen is.
Het is het idee, zegt Léandre Onikpo, de manager van het Avotrideb-consortium (Benkadi, CPN les Papillons), om een ecotoeristisch terrein op te tuigen waar mensen heengaan om te relaxen, elkaar te ontmoeten, te picknicken, naar de vogels te kijken, de flora en fauna te aanschouwen… een plaats voor persoonlijke ontwikkeling, die tegelijkertijd het milieu en de omgeving respecteert.

De grote coöperatievijver in Odo-Otchere
‘Deze vijver ligt hier sinds 1992,’ zegt hij, ‘maar die is geëvolueerd op basis van de behoeften van de mensen: ze hebben hun ideeën en wensen kenbaar gemaakt en met de hulp van de lokale raden – en met de trainingen door Benkadi – hebben ze het als gemeenschap tot iets werkelijks omgetoverd.’
CPN les Papillons zorgt ervoor dat het management van de natuurlijke bronnen binnen de gemeenschappen van het Collines-district in Benin duurzaam verloopt, vooral in Glazoué en Dassa-Zoumè. Volgens Onikpo houdt CPN les Papillons goed in het oog dat de gemeenschappen bij alles betrokken blijven, door de toelevering van informatie en door onderwijs en bewustwording.
‘Deze constellatie’, zegt hij, ‘is op gedragsverandering gericht, wat op den duur voor minder menselijke druk op de natuurlijke ecosystemen zal zorgen, met regeneratie, instandhouding en bloei. We willen nog concrete dingen doorvoeren, wat het milieubehoud, de aanmoediging van het ecotoerisme en de ontwikkeling van solidaire uitwisselingen betreft.
‘Alles wat we hier doen, gebeurt op aandringen van de gemeenschappen – nooit hebben we onze gedachten erover opgedrongen. Ze hadden een locatie nodig om hun economische activiteiten aan te jagen, om hun levensonderhoud te verbeteren, maar inmiddels draait het voor hen net zo goed om de bescherming van de omgeving.’

Alles wat er gedaan wordt gebeurt op aandringen van de gemeenschap
Als lokale ontwikkelingsorganisatie, zegt Onikpo, is er vooral technische steun en training aan de gemeenschap geleverd, waaronder het maken van compost met natuurlijke bestanddelen en biologische bestrijdingsmiddelen, het opzetten van drie boomkwekerijen en het aanleren van vaardigheden voor de herbebossing.
‘Nu’, zegt Onikpo, ‘zijn ze in alle opzichten volledig op het beschermen van het milieu toegerust – ze hebben zelfs een diep respect voor het ecosysteem gekregen.’
De 25-jarige Yvette Djagbo is intussen al drie jaar lid van de coöperatie en is erkentelijk voor de trainingen. ‘Eerder hanteerden we steeds industriële kunstmest, maar nu maken we het zelf, geheel biologisch, en dat werkt geweldig’, zegt ze.
‘Nu doen we ook aan duurzaam landgebruik en zien we de veranderingen duidelijk voor ons: in ons leven, in de gemeenschap en in onze omgeving. Het heeft ons van de onzekerheid gered, in ons bestaan. We zorgen duurzaam en zorgvuldig voor de ruimte om ons heen èn we voldoen tegelijkertijd aan alles wat wij en onze gezinnen nodig hebben.’
Cyrillia Houéfa Bérénice Yebe, de uitvoerend secretaris van de gemeenteraad van Grand Popo, noemt de programma’s binnen de gemeenschappen van de Collines-regio om het ecosysteem te redden ‘un pari reussi’, oftewel: een geslaagde gok.
‘De projecten zoals die van Benkadi,’ zegt ze, ‘die samen met de bevolking worden voltrokken, zijn vruchtbaarder dan andere… want we weten dat het in de praktijk zinvoller is om volwassenen de kennis te geven over hoe je het milieu beschermt en hoe je gevolgen van de klimaatverandering ten goede kunt keren.
‘Zo zijn dit soort projecten al sinds het begin doorgevoerd: het is een benadering die mensen laat déélnemen, en zo hebben ze zelf de verandering in de gemeenschappen verzorgd. Zij zijn de meesters van zulke ontwikkelingsprojecten, zij hebben de problemen aangevat en regelen nu het management van de natuurlijke hulpbronnen, om die voor de komende generaties te bewaren – in termen van duurzaamheid is dat van gigantisch belang.’

Benkadi wil niet vóór de mensen beslissen, het moet uit henzelf komen
Duik daarom vaker meteen de gemeenschappen in, zegt ze, bij ontwikkelingsprojecten: ‘Het zijn de mede-identificatie van de behoeften en de inclusieve participatie van de mensen die voor de positieve impact zorgen. Het pakt goed uit, omdat er naar de inbreng van de gemeenschap is gevráágd – en die heeft haar kijk erop gegeven. We kunnen niet voor de mensen beslissen, het moet uit henzelf komen, want anders passen ze het ook nooit in hun eigen leven toe. Bij ontwikkeling is het de belangrijkste stap: de mensen erin betrekken.’
De bestaande wetgeving van Benin voor het beschermen van flora en fauna is recent bijgewerkt om aan de noden van de tegenwoordige situatie te voldoen. Benkadi heeft zich er met een aantal parlementsleden over gebogen en voor de update gepleit: vandaag de dag is het voor gemeenschappen wettelijk verplicht om goed voor het milieu te zijn.
‘Het is inmiddels makkelijker voor de mensen om zulke zaken daadwerkelijk te begrijpen,’ zegt Bérénice Yebe, tot slot, ‘doordat er projecten bìnnen de gemeenschappen spelen. En omdat ze er van quitte af aan bij zijn betrokken, is de natuurbescherming iets heel natuurlijks geworden.’
In Itagi beaamt Rose Owuko dat het leven een stuk is verbeterd, sinds Benkadi erbij is gekomen om de trainingen te geven. De coöperaties hier horen ook bij het grotere plan en zijn vanaf 2019 actief, om eveneens aan het milieu en het ecosysteem te werken.
Samen tellen ze hier 290 leden en hebben ze ruim twintig hectare aan land, met bomen en moestuinen en peperteelt. ‘Ook wij hebben geleerd om onze eigen biologische producten te maken’, zegt Owuko. ‘Veel is vlug veranderd: we hebben meer te besteden en onze leefomgeving is er beter aan toe. Vóór we met de kasjoebomen begonnen had je hier überhaupt niets van dien aard… de mangroven zijn allemaal gekapt, voor het hout. Kijk, zie je het verschil?’ zegt ze, naar de kasjoebomen wijzend.
Ze horen bij het herbebossingsproject en tegelijkertijd leveren ze cashewnoten en -appels, die ze na de pluk verkopen, en onder de bomen vind je de groenteteelt (voor eigen consumptie) en pepers (ook voor de verkoop, waarna de opbrengst onder de coöperatieleden wordt verdeeld).
‘In wezen’, zegt Onikpo, ‘komt het erop neer dat ze het ecosysteem duurzaam regenereren. Benkadi heeft de gemeenschappen een en ander bijgebracht op technisch niveau en nu voeren ze zelf al het geleerde uit.’ En dat het tot dusver slaagt, komt mede door de sociale inclusie, denkt hij.

Auteur Elizabeth Kameo met op de achtergrond het dorpshoofd Grégoire Tossa
‘Al direct vanaf het begin zijn we daar scherp op geweest’, zegt hij. ‘Het is een kwestie van niet langer een onderscheid tussen man en vrouw maken, de mensen met een beperking niet meer in een hoek zetten, gemarginaliseerd, en andere kwetsbaren evenmin – niet bij trainingen en niet bij andere activiteiten. Iedereen moet erbij zijn, want de milieuproblematiek gáát iedereen aan.’
Hij ziet de verandering zowel bij individuen als binnen groepen intreden, zoals het wegvallen van oude gebruiken die schadelijk voor de omgeving waren: ‘Voorheen zag je de vrouwen met plastic zakken koken, maar nu zijn ze op bladeren overgestapt om hun maaltijden te bereiden. Verandering komt geleidelijk, maar het komt – met zulke kleine ingrepen doen ze het milieu toch absoluut een dienst.
‘In het begin wilden ze niets van biologisch weten, maar nu bewegen ze langzaamaan die kant op, steeds meer. Ik weet zeker dat als we volhouden, als we ze blijven ondersteunen, ze blijven trainen, ze kennis blijven geven en ze bij de toepassing ervan blijven volgen, dat de positieve impact op het milieu niet uit kan blijven.’
Robert Ezin, die namens Avotrideb de technische kant overziet, vertelt dat de gemeenschappen zelf tot regeneratie en beter landmanagement wilden overgaan nadat ze zich sommige negatieve effecten realiseerden.
‘Het doorlopende misbruik van het land door chemische pesticiden heeft voor de grote achteruitgang gezorgd… en daarom moesten we nieuwe manieren vinden, zodat ze daar niet langer afhankelijk van waren. Ze zetten nu in op regeneratie door een ander plant- en bladgebruik, die de vruchtbaarheid van de bodem ten goede komen.
‘We merken ook dat hun kijk op klimaatverandering is bijgesteld: ze zien in dat herbebossing hun eigen leefomgeving in stand kan houden. Ze hebben een kwekerij en doen er verder alles aan, ongeacht het seizoen – vroeger wachtten ze af tot het de “goede tijd” was, nu werken ze heel de kalender rond.
‘En dat begint zijn vruchten af te werpen: land dat er eerder heel slecht en onooglijk bij lag, begint weer op te bloeien. De bodem verbetert nu duidelijk, veel problemen van de gemeenschappen verdwijnen en hun boerderijen doen weer uitstekende zaken. Er zijn minder overstromingen, er is minder extreme droogte en dat zet de gemeenschappen weer aan nog een tandje bij te zetten.’
Kader:
Over Benkadi
Naar de voorwaarden van Power of Voices opgezet – dat het versterken van het maatschappelijk middenveld aan een open samenleving bijdraagt en aan een beter gegrondveste democratie –, werkt het Benkadi-partnerschap in de West-Afrikaanse landen Benin, Burkina Faso, Mali en Ivoorkust.
‘Benkadi legt geen projecten aan gemeenschappen op,’ zegt Léandre Onipko, ‘maar we leveren de technische steun die ze nodig hebben om de door henzelf gedreven initiatieven tot een succes te maken.’
Het partnerschap probeert de negatieve gevolgen van klimaatverandering in die vier landen om te keren, met een consortium van maatschappelijke platforms: PASCiB in Benin, Spong in Burkina Faso, CSCI in Ivoorkust en Seco-ONG in Mali, bijgestaan door Woord en Daad.
Volgens het principe ‘laat niemand achter’ gaat het project ervan uit dat inclusieve, duurzame ontwikkeling alleen mogelijk is als iedereen ervan kan profiteren en eraan kan deelnemen, met gerichte aandacht voor de meest kwetsbare groepen: ontheemden en vrouwen, jongeren en mensen met een beperking.
‘Het is heel eenvoudig’, zegt Onikpo: ‘als we hun stemmen en hun sociologische context niet in ogenschouw nemen, ze er níet bij betrekken, als we ze deze verandering níet laten aanjagen, dan zal de ontwikkeling stagneren en mislukken.’
Het Benkadi-programma in Benin is in juni 2021 van start gegaan en wordt door PASCiB uitgevoerd. Het richt zich voornamelijk op twee zaken: adaptatie voor de landbouwsector en watervoorraden in het licht van klimaatverandering.
Het hanteert een benadering die op ecosystemen is toegespitst (AbE) en PASCiB werkt met lokale partner-ngo’s uit de gemeenschappen samen, in de agro-ecologisch gezien meest kwetsbare gebieden in vijf regio’s: Collines (Dassa, Ouèssè), Momo (Grand Popo, Athiémè), Ouémé (Aguégués, Dangbo), Alibori (Karimama, Malanville) en Zou (Ouinhi, Za-Kpota).
Dutch Diamond, een middel of een doel?
Vandaag lanceert minister Sjoerdsma het Dutch Diamond Partnerships-programma. Overheid, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties moeten daarin gezamenlijk Nederlandse én lokale belangen dienen. Maar eerdere ervaringen met publiek-private samenwerking laten een ongemakkelijke les zien: zodra het Nederlandse model het vertrekpunt wordt, dreigen lokale problemen zich te moeten aanpassen aan Nederlandse oplossingen. Begin daarom niet met de diamant, maar met de vraag wat er lokaal nodig is.
Lees artikelJan Pronk: Tien geboden om vrede dichterbij te brengen
Wat kan er nog worden gedaan wanneer oorlog eenmaal is uitgebroken? Jan Pronk formuleert tien aanvullende richtlijnen voor de-escalatie, onderhandelingen, humanitaire bescherming en herstel.
Lees artikelJan Pronk: Tien geboden om het uitbreken van oorlog tegen te gaan
Vrede spreekt niet vanzelf. Welke politieke keuzes kunnen voorkomen dat internationale spanningen uitlopen op oorlog? Jan Pronk formuleert tien gebiedende richtlijnen.
Lees artikel