Traditioneel zijn ambassades politiek neutraal, maar in de praktijk stellen Nederlandse ambassadeurs zich actief op bij de bevordering van lhbtiq+-emancipatie. Experts van het COC en oud-ambassadeur To Tjoelker (Benin) over openlijke steun en diplomatieke acties achter de schermen. ‘Als een land een verschrikkelijk discriminerende wet aanneemt, kun je dat publiekelijk veroordelen, maar een goed gesprek in de coulissen voeren is beter.’
Niet lang geleden was To Tjoelker als Nederlands ambassadeur met standplaats Cotonou onderweg naar een bijeenkomst van lhbtiq+-activisten in Kameroen. Het Nederlandse COC zou daar ook vertegenwoordigd zijn, evenals de Europese Unie, en Tjoelker zou luisteren naar de voordrachten en zelf ook een kort woordje spreken. De reis verliep voorspoedig, totdat de honorair consul een telefoontje kreeg van de procureur van Kameroen. ‘Een overheidsfunctionaris’, zegt Tjoelker, ‘had van mijn komst gehoord en liet me weten dat het “niet gewenst” was dat ik daar als ambassadeur aanwezig zou zijn. Ook van het Kameroense ministerie van Buitenlandse Zaken kreeg ze een bericht met die strekking.’
In Kameroen zijn er relatief veel lhbtiq+-organisaties, maar er is ook stevige repressie. In de media wordt elk activisme verdacht gemaakt en seksuele minderheden en mensen die qua gender en seksuele voorkeur afwijken van de norm krijgen regelmatig met uitsluiting en geweld te maken. Tjoelker: ‘In overleg met Buitenlandse Zaken in Nederland heb ik besloten niet naar de bijeenkomst te gaan, en ook het COC heeft zich teruggetrokken van dat evenement. Uiteindelijk zijn alleen de lokale activisten de dupe van zo’n controversiële aanwezigheid – als er wraak wordt genomen, zijn zíj de klos en krijgen ze agressie of arrestaties te verduren.’
In plaats van de bijeenkomst bij te wonen, kozen Tjoelker en het COC ervoor om ter plaatse met activisten te praten. ‘Gewoon, in hun hotel,’ zegt Tjoelker, ‘niets officieels, maar evengoed met veel effect. Zelf had ik twee dagen van tevoren op de residentie van de EU-ambassadeur een ontmoeting met andere ambassadeurs en de lhbtiq+-activisten georganiseerd, zodat ze hun verhaal konden houden naar de andere ambassades die in Yaoundé zetelen: die van Spanje, het Verenigd Koninkrijk, de VS, België, Frankrijk en Canada.’
Ook in haar eigen kantoor en bij haar thuis in Benin heeft Tjoelker vaak activisten uitgenodigd zonder er bekendheid aan te geven. ‘Soms’, zegt ze, ‘moet je niet door een luidspreker praten. Je moet doen wat je kunt, maar het is ook goed je te realiseren wat je níet kunt. Mijn aanwezigheid als ambassadeur kan gewicht aan een bijeenkomst geven, een officieel tintje. Ik word gezien en bekeken, mijn komst blijft nooit onopgemerkt. In veel gevallen is dat goed, om lokale initiatieven te steunen, maar soms is het juist te veel – het is een kwestie van naar de juiste balans zoeken.’
In de strijd voor gelijke rechten voor de lhbtiq+-gemeenschap spelen ambassades internationaal een cruciale rol. De actieve inzet vindt zowel vóór als achter de schermen plaats, maar de meest waardevolle steun is onzichtbaar voor het publiek. Volgens Bram Langen, hoofd van de internationale afdeling van het COC, is stille diplomatie in veel gevallen effectiever dan luidruchtig morele taal uitslaan. ‘Ambassades hebben juist achter gesloten deuren veel macht’, zegt hij, ‘en Nederland zet daar in zijn nieuwe mensenrechtenbeleid ook sterk op in: diplomatieke invloed uitoefenen buiten het zicht van publiek en media. ‘Als een land een verschrikkelijk discriminerende wet aanneemt, kun je dat publiekelijk veroordelen, maar waarschijnlijk zal de regering zich daar niet veel van aantrekken – en als dat wèl gebeurt, is het effect hooguit negatief: er wordt iets terug geschreeuwd, tegenstellingen worden verder aangescherpt. Dan kun je beter een goed gesprek in de coulissen voeren.’
Dat is het spanningsveld: activisten willen in principe tot het uiterste gaan om de juiste boodschap te verspreiden en verandering te forceren. Diplomaten zullen denken: het ligt eraan wat de situatie is, of het slim is om hier zo hard op de trom te slaan of dat het handiger is om in relatieve stilte de juiste persoon eens te spreken.
To Tjoelker heeft haar hele loopbaan binnen dit spanningsveld geopereerd. Als ambassadeur was haar standplaats Cotonou in Benin – niet de hoofdstad van dat relatief kleine West-Afrikaanse land, maar de regeringsstad. Daarnaast was ze de Nederlandse ambassadeur in Kameroen, Gabon en Equatoriaal-Guinea. Die landen bezocht ze een à twee keer per jaar minstens een week. ‘Het ging me nooit enkel om lhbtiq+-rechten’, zegt ze. ‘De Nederlandse overheid streeft naar de universaliteit van de mensenrechten en daar vallen die emancipatoire rechten ook onder, net als de vrijheid van godsdienst en de bescherming van de vrije pers. Dat is soms knap lastig, omdat we maar een klein land zijn. Dus vaak bestond mijn werk eruit om coalities te smeden met andere Europese landen, heel soms ook met Canada of de Verenigde Staten, maar die deden meestal niet mee vanwege andere (geo)politieke belangen.’

To Tjoelker (midden)
Ze benadrukt dat het in geen geval om een westerse agenda ging, maar om het ondersteunen van lokale activisten vanuit gemeenschappelijke waarden. ‘We sluiten altijd aan bij wat groepen burgers zelf willen. Het idee dat het om opgelegde westers-liberale propaganda gaat, komt gedeeltelijk zelf uit het Westen. Dat wordt vooral door Amerikaanse evangelische kerken verspreid die in bepaalde Afrikaanse landen heel succesvol aan de weg timmeren. Zij suggereren dat homoseksualiteit en andere varianten “niet Afrikaans” zijn, maar de werkelijkheid is complexer en diverser: het gaat om mensen die het recht opeisen om zichzelf te kunnen zijn.
‘De strijd is vergelijkbaar met die van vrouwen die baas in eigen buik willen zijn. Ze eisen het recht op voorlichting, om voorbehoedmiddelen te krijgen en toegang tot veilige abortus, onder bepaalde omstandigheden. Ook daarbij geldt dat het met name door de kerken met westerse wortels wordt tegengewerkt, zelfs tijdens de hoogtijdagen van de aidsepidemie in de jaren tachtig verbood de paus condoomgebruik, maar mensen laten zich niet eindeloos de mond snoeren. Ze willen zelf kunnen kiezen – en waar ik kon, heb ik hun strijd ondersteund.
‘Zo zocht ik de Beninse activisten op tijdens de dag tegen homofobie. Ook heb ik voor jongeren deuren geopend naar de minister van Onderwijs en hoge ambtenaren van het ministerie van Volksgezondheid, zodat ze hun rechten en wensen konden bepleiten. Het is bijzonder dat de ministers van Gezondheid en Justitie in Benin met de vertegenwoordigers van de lhbtiq+-beweging overleggen om homofobie te bestrijden.’
De internationale afdeling van het COC werkt in het nieuwste buitenlandbeleid en binnen Power of Voices steeds hechter samen met het ministerie van Buitenlandse Zaken en met de Nederlandse ambassades in uiteenlopende landen waar de lhbtiq+-gemeenschap het moeilijk heeft (zie kader). ‘Voor ons is die samenwerking geen totaal nieuwe stap’, zegt Bram Langen. ‘We deden het eigenlijk altijd al: ons eerste project, een kwart eeuw geleden in Roemenië, hebben we ook in samenwerking met de ambassade opgezet. Dus we zijn altijd al in overleg met het ministerie over de vraag wat onze rol zou moeten zijn, wie het beste gepositioneerd is om bepaalde dingen te doen. Als we naar een land reizen, bezoeken we altijd de Nederlandse ambassade. Die samenwerking wordt nu explicieter gewaardeerd en dat blijven we doen.’
De rolverdeling luistert nauw. ‘Soms komen de handels- of diplomatieke relaties onder druk te staan’, zegt Langen. ‘In dat geval kunnen wij als COC makkelijk een stap verder gaan dan een ambassadeur. Wij hebben geen diplomatieke banden met regeringen en ook geen handelsbelangen, het is minder erg als een land boos op ons wordt. Onze speelruimte wordt enkel door de veiligheid van de lokale activisten en onze medewerkers beperkt: die mogen nooit door onze stellingname in gevaar komen.’
Tjoelker: ‘In landen waar Nederland geen ambassade heeft, leunde ik als bezoekend ambassadeur nog sterker op de ondersteunende activiteiten van het COC, alleen al voor mijn informatie, dus ik ben er zeer vóór dat ze zich in dergelijke landen blijft begeven. Alleen is het voor activisten juist gevaarlijker om zonder ambassade te opereren – een ambassade is altijd een plaats die bescherming biedt en al heb je als ambassadeur geen macht, mijn macht was invloed. Ik moest het van mijn goede argumenten hebben.’
In enkele Afrikaanse landen worden grote stappen voorwaarts gezet, in veel andere is elk lhbtiq+-activisme omstreden en is de tegenstand bijzonder fel. In Benin heeft Tjoelker regelmatig aan tafel gezeten met ministers en vooraanstaande jonge activisten, die ze rechtstreeks met elkaar in contact wist te brengen. In dat land zijn inmiddels wetten aangenomen om seksuele gezondheid te bevorderen, geweld tegen vrouwen te bestrijden en is er een verbod op homofobie.
To Tjoelker zal zichzelf er niet om prijzen. ‘Benin kent tolerantie tussen de verschillende geloven, waaronder voodoo, islam en christendom. Hoe dan ook: het zijn de activisten van Benin – gynaecologen, feministen, jongeren en activisten voor reproductieve rechten – die deze wetten voor elkaar hebben gekregen.’
Kader: Het COC werkt samen met Buitenlandse Zaken en ambassades
Ambassadeurs en andere vertegenwoordigers van Nederland in het buitenland spelen een belangrijke rol bij de bevordering van de acceptatie, emancipatie en bescherming van de mensenrechten van lhbtiq+-personen wereldwijd. Dat is geen makkelijke missie, omdat het onderwerp in verschillende landen en regio’s zeer gevoelig ligt. Op basis van gesprekken die het COC in 2023 met meerdere ambassades heeft gevoerd, lijken zij de mensenrechtenkwestie voortvarend op te pakken.
Morillio Williams, internationaal lobby- en advocacy-medewerker: ‘De rechten van seksuele minderheden en personen met een andere genderidentiteit behoren in veel landen tot de grootste taboes en er zijn heel wat opgaven en uitdagingen. Ambassades lopen tegen lastige vragen en dilemma’s aan.’
In de periode 2017-’20 werkte het COC samen met Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking aan een interne handleiding voor ambassades om recht aan deze realiteit te doen en ze een leidraad te bieden voor het uitdragen en uitvoeren van Nederlands mensenrechtenbeleid, specifiek of lhbtiq+-issues gericht.
In 2023 paste de handleiding niet meer bij de realiteit van lhbtiq+-personen wereldwijd en moest er een update komen. Samen met regionale partners in het Power of Pride-programma – ILGA Asia, Pan Africa ILGA en andere partners – begon het COC aan een vernieuwde versie te werken.
Dat nieuwe handboek (opgesteld in samenwerking met het ministerie en meerdere Nederlandse ambassades) is bedoeld om ambassades handvatten te bieden in contacten met landen waar Nederland diplomatieke betrekkingen mee onderhoudt.
Ook kan de handleiding helpen in de samenwerking met internationale en lokale maatschappelijke organisaties, waarbij gebruik wordt gemaakt van een case-by-case-benadering, om de mensenrechten van lhbtiq+ te bevorderen en te beschermen.
Tijdens een evenement in de Pride-maand van 2023 werd op het ministerie de interne toolkit ‘Gelijke rechten, gelijke kansen voor lhbtiq+-personen’ voor Nederlandse diplomatieke missies gelanceerd.
Dutch Diamond, een middel of een doel?
Vandaag lanceert minister Sjoerdsma het Dutch Diamond Partnerships-programma. Overheid, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties moeten daarin gezamenlijk Nederlandse én lokale belangen dienen. Maar eerdere ervaringen met publiek-private samenwerking laten een ongemakkelijke les zien: zodra het Nederlandse model het vertrekpunt wordt, dreigen lokale problemen zich te moeten aanpassen aan Nederlandse oplossingen. Begin daarom niet met de diamant, maar met de vraag wat er lokaal nodig is.
Lees artikelJan Pronk: Tien geboden om vrede dichterbij te brengen
Wat kan er nog worden gedaan wanneer oorlog eenmaal is uitgebroken? Jan Pronk formuleert tien aanvullende richtlijnen voor de-escalatie, onderhandelingen, humanitaire bescherming en herstel.
Lees artikelJan Pronk: Tien geboden om het uitbreken van oorlog tegen te gaan
Vrede spreekt niet vanzelf. Welke politieke keuzes kunnen voorkomen dat internationale spanningen uitlopen op oorlog? Jan Pronk formuleert tien gebiedende richtlijnen.
Lees artikel