Door:
Aad Kessler

30 April 2025

Tags

Nederland stopt in Burundi. De ambassade gaat dicht en we stoppen met onze succesvolle voedselzekerheidprogramma’s. Simpelweg omdat er niets meer te halen valt voor het Kabinet-Schoof. Een schande, vindt Aad Kessler van de WUR. Want juist in Burundi maakte Nederland met weinig geld een groot verschil.

Het hing al een tijdje in de lucht, maar met de Voorjaarsnota viel het doek voor Burundi: de ambassade gaat dicht en Nederland gaat alle projecten stoppen. Had dit kabinet ontwikkelingssamenwerking (OS) sowieso al uit het beleid geschrapt, nu stopt dus ook alle ontwikkelingshulp aan dit armste land van Afrika.

Overigens niet dat ik nou zo’n voorstander ben van dat soort “hulp”, daarover zo meer, maar ineens een ambassade sluiten in een land waar je al decennialang met lokale organisaties samenwerkt is een schande. Het geeft eens te meer aan dat dit kabinet elke vorm van solidariteit volkomen vreemd is: het gaat ze niet om mensen, en al helemaal niet om mensen die ver weg wonen. Het gaat ze niet om het geld (die paar miljoen om een ambassade open te houden), het is vooral eigenbelang. Het PVV-belang wel te verstaan, want flink snijden in OS (een linkse hobby) “hebben we onze kiezers beloofd”.

Met relatief weinig geld een groot verschil maken

En laat Burundi nou juist zo’n land zijn waar je als Nederland met relatief weinig geld een groot verschil kan maken, zeker op het gebied van voedselzekerheid. In Burundi groeit zo ongeveer elk gewas dankzij het weldadige klimaat, maar vanwege de enorme druk op het land loopt de kwaliteit van de bodems snel terug, wordt er niet voldoende geproduceerd en zijn veel mensen ondervoed. Toen ik er 10 jaar geleden voor het eerst kwam vielen me vooral die waanzinnig steile hellingen op en de enorme bodemerosie. Bij elke regenbui spoelt vruchtbare grond weg en gaan oogsten achteruit. De enige oplossing is duurzamer beheer van de steeds kleinere stukjes intensief bebouwd land.

Dat is waar we 10 jaar geleden aan begonnen te werken, samen met lokale organisaties, duizenden innovatieve boeren en onze kennis over duurzaam bodem en waterbeheer.

Boeren in Burundi tekenen hun droomscenario binnen de PIP-benadering

Hoe we dit aanpakten? Anders dan al die andere organisaties die in Burundi werken: in plaats van te vertellen wat ze moesten doen, lieten wij boerenfamilies tekenen hoe ze hun boerderij in de toekomst wilden zien, waarna ze zélf een plan maakten en direct aan de slag gingen. Wat ze beter konden doen op hun boerderij leerden ze vooral van elkaar en van onze Burundese collega’s.

Deze omslag van “helpen en geven” naar een aanpak van “zelf doen en leren” heeft enorme veranderingen gebracht in deze dorpen. Boeren begonnen samen te werken, werden leergierig, gemotiveerd om hun “droomplan” te realiseren, gingen weer vooruitdenken, investeerden in beter bodembeheer, en de voedselzekerheid steeg in deze dorpen. Veel andere organisaties in Burundi hebben deze aanpak inmiddels overgenomen, vaak ondersteund door de Nederlandse ambassade. Verspreid door het hele land wachten honderdduizenden boerenfamilies nu niet langer op “hulp” maar doen het gewoon zelf: “betere bodems, meer voedsel, trotse boeren”.

Schrijnend dat Nederland stopt

Dat deze aanpak – waarbij kennisoverdracht van boer tot boer centraal staat – goed werkt om landdegradatie op grote schaal aan te pakken, wordt steeds duidelijker. Dit begon in Burundi, nog steeds het grote voorbeeld, maar meer landen met miljoenen kleinschalige boeren volgden snel. Het is daarom schrijnend dat Nederland juist de steun aan Burundi op het gebied van voedselzekerheid gaat stoppen.

Ja, ook ik ben tegen het verspillen van ons belastinggeld aan hulp die niet duurzaam is, tegen de “geefcultuur” en het afhankelijk maken van mensen van “onze hulp”. Dat gebeurt inderdaad nog steeds, zowel op grote schaal als ook goedbedoeld op kleinere schaal, maar niet of nauwelijks door Nederland in Burundi! Daar zijn we nou juist zo goed op weg om het “depency syndrome” te doorbreken en te laten zien dat het ook anders kan; met boeren die het zélf beter doen en dáárom graag in hun dorp willen blijven. Niemand in die dorpen wil naar Europa, waarom zou je ook als je de toekomst weer ziet zitten?

De wereld gaat aan kortzichtigheid ten onder

Terug dus naar lokale ontwikkeling, mensen motiveren en perspectief bieden, leren in plaats van geven, meer verbinden en samenwerken (ja ook met “ons”), en het denken en plannen op lange termijn. Want al die kortzichtigheid en het korte termijn gewin, daar gaat deze wereld aan ten onder.

Burundi is op de goede weg, is van ver gekomen, maar is er nog niet. De komende jaren wilden we dit denken, deze aanpak, gaan integreren in lokaal beleid, om zo nog sneller op te kunnen schalen, met een cruciale rol voor de Nederlandse ambassade.

Burundi voldoet niet aan de speerpunten van dit kabinet

Het mag niet zo zijn, dit kabinet stopt in Burundi. Want inderdaad, geen van de drie speerpunten van het nieuwe beleid van minister Klever is relevant voor Burundi: migratie, geen issue, Burundezen komen amper naar Nederland; veiligheid, Burundi te ver weg, en als het daar fout gaat merken wij er hier toch niks van; handel, met 90% boer niet interessant genoeg voor ons bedrijfsleven – behalve dan voor Heineken. Komt bij dat we in het overbevolkte Burundi ook onze eigen migranten niet kwijt kunnen (zoals in Uganda) en dus is de conclusie snel getrokken: we vertrekken, er valt niets voor ons te halen in Burundi.

Ze zoeken het zelf maar uit

Gelukkig voor minister Klever bevindt ze zich in de huidige wereld in goed gezelschap. En in vergelijking met Trump, die direct alle hulp aan Afrika heeft gestopt, is zij zelfs nog genadig en mogen lopende programma’s afgemaakt worden.

Maar de boodschap is duidelijk: in landen als Burundi zoeken ze het zelf maar uit, daar doorgaan is niet in het belang van Nederland, of eigenlijk, niet in het electoraal belang van de PVV (en de andere 3 partijen doen braaf mee). Want als je het platslaat is het niet meer dan dat: ontwikkelingssamenwerking afbreken was een verkiezingsbelofte, en Klever – altijd al uitgesproken anti-OS – is de juiste persoon om dat vakkundig voor elkaar te krijgen, tegenstribbelende ervaren ambtenaren ten spijt.

Het opofferen van Burundi is dan slechts een klein issue binnen de vloed aan ander afbraakbeleid van dit kabinet, en na even wat gesputter van deze en gene gaan ze gewoon verder met de alles-voor-ons-eigen agenda. Inderdaad, een schande. Het is te hopen dat al dit beleid snel als een boemerang terug onze kant op komt, voordat het echt te laat is om het tij te keren.

Aad Kessler is docent en onderzoeker aan de Wageningen Universiteit. Hij werkt in verschillende landen en projecten in Oost-Afrika met de PIP approach, een aanpak die kleinschalige boeren motiveert en mobiliseert voor duurzaam landbeheer. Zie ook www.pipapproach.com

 

Jan Pronk: Tien geboden om vrede dichterbij te brengen

By Jan Pronk | 07 September 2026

Wat kan er nog worden gedaan wanneer oorlog eenmaal is uitgebroken? Jan Pronk formuleert tien aanvullende richtlijnen voor de-escalatie, onderhandelingen, humanitaire bescherming en herstel.

Lees artikel

Jan Pronk: Tien geboden om het uitbreken van oorlog tegen te gaan

By Jan Pronk | 03 September 2026

Vrede spreekt niet vanzelf. Welke politieke keuzes kunnen voorkomen dat internationale spanningen uitlopen op oorlog? Jan Pronk formuleert tien gebiedende richtlijnen.

Lees artikel

Making SDG Interactions work: From evidence to coherent and inclusive decisions

By Annita Kirwa | 31 July 2026

After four years of interdisciplinary research across Africa, the SDG Interactions and Policy Interventions in Developing Countries programme…

Lees artikel