Het handelsakkoord met Zuid-Amerika is slecht voor boeren, klimaat en biodiversiteit, hier én daar: tijd om dit akkoord definitief van tafel te vegen, vindt Fernando Hernandez, senior beleidsmedewerker handel en investeringen van Both ENDS.
Nieuwe handelsafspraken met Zuid-Amerikaanse landen – het zogeheten EU-Mercosur handelsakkoord, zijn een drama voor boeren. Niet alleen in Nederland, maar ook voor boeren in Zuid-Amerika. Bij Both ENDS werken wij vanuit Nederland dagelijks met partnerorganisaties die de Zuid-Amerikaanse werkelijkheid kennen. Zij zien met eigen ogen hoe de handelsverdragen ook aan die kant van de wereld boerenbedrijven letterlijk verstikken en de duurzame transitie van de sector tegenwerken. Daarom moet Nederland in de Europese Raad tegen dit verdrag stemmen deze zomer.
De EU werkt al jaren aan een handelsverdrag met de Mercosur-landen (een Zuid-Amerikaanse handelsunie met o.a. Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay). In januari lag het concept-akkoord voor de zesde keer op tafel in de Tweede Kamer. De Kamer vroeg toen om een wetenschappelijke onderbouwing over de voor- en nadelen van dit handelsakkoord. Deze onderbouwing is onlangs gepubliceerd door de Wageningen Universiteit en bevestigt de zorgen van de Kamer: het nieuwe EU-Mercosur akkoord levert nauwelijks geld op (slechts een toename van 0,02% van ons bbp) en we riskeren gigantische schade voor boeren, aan het klimaat, onze watervoorziening en de toekomst van onze landbouw.
Het akkoord pakt met name slecht uit voor Nederlandse boeren die op een duurzame manier werken. En dat in een tijd dat de Nederlandse landbouw zich midden in een ingewikkelde transitie bevindt, gestuurd door klimaatdoelstellingen, stikstofreductie en veranderende consumenten- en regelgevingseisen. In plaats van te helpen, vergroot het EU-Mercosur akkoord de economische druk op boeren. Het bevat geen enkele garantie om Nederlandse producenten te beschermen tegen oneerlijke concurrentie, geen eisen aan gelijkwaardige standaarden voor importproducten, en geen enkele bepaling voor ondersteuning van getroffen boeren.
En ook in Zuid-Amerika zijn de zorgen groot. Onze partnerorganisaties zien nu al met lede ogen aan dat veehouderij en sojateelt voor de Europese markt de ontbossing in met name Brazilië aanjagen, en daarmee niet alleen de biodiversiteit bedreigen, maar ook de positie van kleinschalige boerenbedrijven en inheemse gemeenschappen aldaar. En het EU-Mercosur akkoord zal dit alleen verergeren: eerdere analyses bevestigen dat het duurzaamheidshoofdstuk van het EU-Mercosur-akkoord geen afdwingbare verplichtingen bevat, maar dat de lagere importtarieven juist de ontbossing door veeteelt en sojaproductie verder zullen versnellen. Kortom: het akkoord is een vrijbrief om bossen te kappen, gif te gebruiken, en mensen uit te buiten zonder dat wij er vanuit Europa iets aan kunnen doen.
In tijden van een klimaat- en biodiversiteitscrisis, toenemend conflict en handelsspanningen biedt het akkoord geen oplossingen; integendeel. Het is vooral ‘oude wijn in nieuwe zakken’. Nederland (en Europa) zou moeten nadenken over een eerlijkere en duurzamere manier van handel drijven; een manier waar vooral díe actoren van profiteren die vooroplopen in duurzame en eerlijke innovaties, en die mens en milieu beschermt in plaats van uitbuit.
De Tweede Kamer weet dit en heeft zich daarom sinds 2020 al zes keer uitgesproken tegen het akkoord, meest recent nog op 22 april dit jaar. Toch heeft de Nederlandse regering nog niet definitief haar standpunt over het akkoord bepaald. Deze zomer wordt het moment van de waarheid als het demissionaire kabinet haar positie moet innemen in Brussel. Zeker een demissionair kabinet zou niet tegen de wensen van eerdere Kamermeerderheden in moeten gaan. Een expliciete afwijzing van dit akkoord, dat onverenigbaar is met een toekomstgericht landbouw- en klimaatbeleid, is de enige houdbare keuze.
Making SDG Interactions work: From evidence to coherent and inclusive decisions
After four years of interdisciplinary research across Africa, the SDG Interactions and Policy Interventions in Developing Countries programme…
Lees artikelWHEN THE MONEY LEFT: HOW TASO GULU REINVENTED HIV CARE AFTER USAID CUTS
When USAID funding was slashed, many feared HIV care in northern Uganda would unravel. Instead, at TASO Gulu, the cuts triggered an unexpected transformation. Rather than trying to rebuild the old donor-funded model, the organisation began putting communities themselves at the centre of care. It is the first story in a series exploring how organisations across northern Uganda have responded to the end of USAID funding—not only by coping with the losses, but by discovering new forms of local ownership and resilience.
Lees artikelWhen Does Investment Become Employment?
Creating jobs for young people has become a global development priority. But are we asking the right questions?…
Lees artikel