Nederland moet zijn internationale voortrekkersrol op het gebied van zaden laten gelden en aandringen op internationale richtlijnen rondom bescherming van nieuwe plantenrassen die beter rekening houden met de praktijk en behoeften van kleinschalige boeren. Dat betoogt Nout van der Vaart van Oxfam Novib in deze opiniebijdrage.
Dat Keniaanse boeren hun traditionele zaden niet meer mogen uitruilen en verkopen, zoals vermeld in de rapportage van de NRC van 21 juli, is een voorbeeld van hoe de zadenindustrie onder het mom van voedselzekerheid armere landen zijn wil op probeert te leggen.
De balans tussen het beschermen van de rechten van kwekers (zaadbedrijven) en boeren is volledig doorgeslagen in het voordeel van de zaadbedrijven, wat een ernstige bedreiging vormt voor de lokale (informele) economie en het welzijn van de boerenbevolking. De uitruil van zaden is in veel ontwikkelingslanden juist de basis van de lokale voedselvoorziening en daarmee van het bestaan.
Het heeft zodoende niet alleen een economische functie, maar is ook onderdeel van de cultuur van gemeenschap en verbondenheid, zowel tussen mensen onderling als met het voorouderlijk leven. Toen ik in 2019 aanwezig was bij de opening van de gemeenschappelijke zadenbank in Gilgil werd me meteen duidelijk hoe belangrijk decentrale en zelfgeorganiseerde zadenuitruil is voor zowel de lokale voedselzekerheid als het sociale weefsel van de plattelandseconomie.
Het aanscherpen van de wet, zoals eind 2023 in Kenia is gebeurd, is een groot schandaal omdat het kleinschalige boeren criminaliseert en de cultuur van delen en gemeenschap om zeep helpt.

Tegelijkertijd hebben boeren in hun strijd tegen klimaatverandering wel degelijk behoefte aan verbeterde en nieuwe rassen, die in sommige gevallen ook door buitenlandse zadenbedrijven kunnen worden ontwikkeld en geleverd. Het probleem is vooral dat de Keniaanse overheid zijn oren te veel heeft laten hangen naar de industrie, die in algemene zin vaak pleit voor dit soort aangescherpte wetten – en daarmee de kennis, innovatiekracht en behoeften van 80% van de boeren miskent die aan de zogeheten informele kant van het zadensysteem opereren.
Nederland, wereldwijd geroemd om z’n innovatieve zadenbedrijven, erkent in de internationale arena de noodzaak van een goede balans tussen de rechten van zaadbedrijven (door nieuw ontwikkelde rassen te beschermen met kwekersrecht) en die van kleinschalige boeren (juridische ruimte voor boeren om hun traditionele zaden te gebruiken en te verhandelen). Het laat echter na binnen het internationale verdrag rondom de bescherming van nieuwe plantenrassen (UPOV) andere partijen die een betere balans pertinent frustreren, zoals de VS, Japan en enkele Zuid- Amerikaanse landen, hier effectief op aan te spreken.
Dat is een risico: zolang je de rigide internationale voorschriften blijft goedpraten waarop de Keniaanse overheid z’n wetten baseert die kleinschalige boeren de nek omdraaien, ben je in zekere zin medeplichtig.
Nederland moet zijn internationale voortrekkersrol op dit gebied laten gelden en aandringen op internationale richtlijnen rondom bescherming van nieuwe plantenrassen die beter rekening houden met de praktijk en behoeften van kleinschalige boeren.
Daarnaast moet het een land als Kenia aanspreken op z’n strenge zadenwetten en de traditionele uitruil, verbetering en handel van zaden ondersteunen door via ontwikkelingssamenwerking te investeren in betere toegang tot zaden, bijvoorbeeld via decentrale gemeenschappelijke zadenbanken zoals in Gilgil. Zo draag je niet alleen bij aan het versterken van de voedselzekerheid maar ook het sociale weefsel van rurale gemeenschappen, en daarmee aan stabiliteit en welzijn.
Nout van der Vaart is beleidsadviseur voedselzekerheid en landbouw bij Oxfam Novib, en werkt specifiek op beleid en regelgeving rondom zaaigoed. Samen met partners in verschillende landen werkt Oxfam aan betere toegang tot zaaigoed voor kleinschalige boeren, met specifieke aandacht voor de rol van boeren zelf in het klimaatbestendiger maken van de lokaal aanwezige voedselgewassen.
Jan Pronk: Tien geboden om vrede dichterbij te brengen
Wat kan er nog worden gedaan wanneer oorlog eenmaal is uitgebroken? Jan Pronk formuleert tien aanvullende richtlijnen voor de-escalatie, onderhandelingen, humanitaire bescherming en herstel.
Lees artikelJan Pronk: Tien geboden om het uitbreken van oorlog tegen te gaan
Vrede spreekt niet vanzelf. Welke politieke keuzes kunnen voorkomen dat internationale spanningen uitlopen op oorlog? Jan Pronk formuleert tien gebiedende richtlijnen.
Lees artikelMaking SDG Interactions work: From evidence to coherent and inclusive decisions
After four years of interdisciplinary research across Africa, the SDG Interactions and Policy Interventions in Developing Countries programme…
Lees artikel