Door:
Marc Broere

27 January 2026

Tags

Na bijna 25 jaar zette Stichting Harambee Holland in 2024 een belangrijke stap door al haar projecten over te dragen aan de Keniaanse Hongera Foundation. Het afscheid in Ulvenhout was zowel feestelijk als emotioneel. Want hoe neem je je Nederlande achterban mee in een verhaal over loslaten, vertrouwen en shifting the power? Samen met oprichters Roel en Marianne Meijers en bijzonder hoogleraar Sara Kinsbergen blikken we terug op een periode van solidariteit, uitdagingen en nieuwe manieren om verbinding te maken.

De afscheidsbijeenkomst van Stichting Harambee Holland in het voorjaar van 2024 was een groots feest. In een volle gemeenschapshal in Ulvenhout vierden meer dan honderd mensen het moment waarop de stichting, in 2001 opgericht door Roel en Marianne Meijers uit Bavel, haar werkzaamheden formeel overdroeg aan de Keniaanse Hongera Foundation.

Er werd een mooie video vertoond over de resultaten van de stichting en de overdracht aan haar Keniaanse zusterorganisatie. Resultaten die er zeker niet om logen. In bijna 25 jaar leverde Harambee Holland een belangrijke bijdrage aan de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs in West-Kenia.

Er werden nieuwe scholen gebouwd en bestaande scholen opgeknapt; elke interventie volgde daarbij een helder uitgangspunt: geen vraag, geen project. Bovendien vereiste elk initiatief actieve betrokkenheid van de lokale overheid, de school en de ouders — hetzij financieel, hetzij in natura.

Onder de aanwezigen bevond zich Jacob Omondi, jarenlang de vertrouwde partner van Roel en Marianne in Kenia. Hij treedt nu aan als hoofd van de Hongera Foundation en brengt een indrukwekkend cv mee, met functies als algemeen directeur van Parklands Sports Club en, meer recent, de Royal Golf Club in Nairobi. Met zijn uitgebreide Keniaanse netwerk hoopt hij ook lokaal fondsen te werven en zo nieuwe energie te brengen.

Pijnlijk moment

Toch was er een pijnlijk moment toen het publiek, grotendeels trouwe donateurs van Harambee Holland, werd gevraagd wie zou stoppen met doneren nu Roel en Marianne een stap terug deden. Verrassend veel handen gingen omhoog. Voor Omondi was dit een confronterend moment, maar hij bleef kalm en beantwoordde het met een rustige glimlach.

Een paar maanden later spreken we hierover in een café in Nijmegen met Roel en Marianne, samen met Sara Kinsbergen, bijzonder hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen, die onderzoek doet naar de rol van burgers in duurzame ontwikkeling. Kinsbergen bestudeert al jarenlang burgerinitiatieven in ontwikkelingssamenwerking, waarbij Harambee Holland vanaf het begin betrokken was.

Blijkbaar was de boodschap over de overdracht van de projecten aan de lokale Hongera Foundation niet bij alle donateurs goed aangekomen. ‘Dat zou best kunnen,’ reflecteert Marianne. ‘We waren zo gefocust op het soepel laten doorlopen van de projecten in Kenia dat we onze eigen achterban onvoldoende hebben meegenomen in het overdrachtsproces.’

Haar man Roel knikt: ‘Maar we hebben er wel uitgebreid over geschreven in onze nieuwsbrief,’ voegt hij toe. ‘Ze hadden het kunnen weten.’ Tegelijkertijd ziet hij nog een ander punt. ‘We zijn altijd een stichting geweest die vooral werd gesteund door mensen uit ons eigen netwerk. Sommige donateurs willen nu eenmaal alleen geven aan een Nederlandse organisatie of aan mensen die ze persoonlijk kennen en vertrouwen. Mensen die ze ter verantwoording kunnen roepen als er iets misgaat. Dat is anders bij een Keniaan die ver weg woont en die je niet persoonlijk kent.’

Moedig

Sara Kinsbergen luistert aandachtig en zegt: ‘Ik vond het juist moedig en eerlijk dat mensen in Ulvenhout hun hand opstaken. Er was één vrouw die heel uitgesproken zei dat ze aan Harambee Holland was gaan doneren vanwege Roel en Marianne. Voor mij symboliseert die reactie de bredere uitdagingen waar we vandaag de dag in de ontwikkelingssamenwerking voor staan. We praten vaak over machtsverschuiving of het dekoloniseren van hulp, maar voordat dat kan gebeuren, moet er iets fundamenteels verschuiven in het denken van mensen.’

En wat is dat dan? Kinsbergen verduidelijkt: ‘Je ziet steeds meer donoren die direct geven aan organisaties in het mondiale Zuiden, maar het Nederlandse publiek is nauwelijks meegenomen in deze transitie. Binnen de bubbel van de ontwikkelingssector wordt ontzettend veel goed werk verricht om lokalisering werkelijkheid te maken. Maar een deel van de Nederlandse samenleving heeft nog steeds een sterk verouderd beeld van ontwikkelingssamenwerking. Zij denken dat we nog altijd Nederlandse mensen naar Afrika moeten sturen om uit te leggen hoe het daar moet.’

Ze neemt een slok van haar cola en vervolgt: ‘Daarnaast zijn Roel en Marianne lokale beroemdheden. In hun gemeenschap zijn ze net zo bekend om hun ontwikkelingswerk als zanger Bono internationaal. Ze hebben enorm veel vertrouwen opgebouwd en vormden altijd de brug tussen de projecten in Kenia en hun donateurs. Als zij wegstappen, is dat voor veel mensen moeilijk te accepteren.’

En dan is er nog een andere uitdaging: het zal nooit meer hetzelfde zijn. ‘Kleinschalige ontwikkelingssamenwerking is altijd mens-tot-mens,’ zegt Kinsbergen. ‘Het is geen machine waarin je simpelweg één schroef kunt vervangen door een andere.’

Marianne realiseert zich inmiddels dat het ook niet hetzelfde móét blijven. ‘In het begin wilde ik dat de projecten op precies dezelfde manier en met dezelfde impact zouden doorgaan. Maar daarmee zou je Hongera een onmogelijke taak opleggen. Het bestuur van de nieuwe stichting bestond uit mensen die wij persoonlijk goed kenden. Op een gegeven moment voelde ik ook dat ze het vooral uit loyaliteit aan Roel en mij deden. Dat mag nooit de reden zijn.’

Laat het los

Kinsbergen is het daarmee eens. ‘Laat het los, Marianne, en voel je niet verplicht. Dat geldt ook voor de partners in Kenia; zij mogen zich niet moreel verplicht voelen om uit dankbaarheid door te gaan. Je kunt het glas heffen en trots zijn op wat je in die 25 jaar hebt bereikt. Het was een prachtige uiting van solidariteit, en nu is het tijd voor iedereen om zijn eigen weg te gaan.’

Roel knikt: ‘Achteraf gezien hadden we dat loyaliteitsvraagstuk veel explicieter met Omondi moeten bespreken. De projecten kunnen alleen verder als hij een volledig nieuw team opbouwt zonder banden met ons. Gelukkig heeft hij dat inmiddels gedaan.’

Nieuwe manieren om bij te dragen

Een van de redenen dat Roel en Marianne besloten de stichting over te dragen, was hun leeftijd en de wens om meer tijd door te brengen met hun kleinkinderen. Toch blijft de betrokkenheid. Vanuit Nederland zien ze zichzelf nog steeds als wereldburgers en zoeken ze nieuwe manieren om bij te dragen.

Ze schreven het boek Samen de handen ineen over hun ervaringen, inclusief do’s en don’ts, een waardevolle bron voor andere kleine organisaties in Nederland die actief zijn in ontwikkelingssamenwerking. Ook geven ze door het hele land af en toe lezingen over hun werk. ‘We waren onlangs te gast bij een serviceclub in Zeist en kwamen heel enthousiast terug,’ vertelt Marianne. ‘Je merkt dat het eenvoudige, basale verhaal mensen aanspreekt. En ook het feit dat lokale mensen en lokale overheden altijd hebben bijgedragen aan onze projecten, waardoor het nooit volledig afhankelijk was van buitenlandse steun.’

Sara Kinsbergen ziet voor het echtpaar nog steeds een belangrijke rol in het betrekken van burgers bij ontwikkelingssamenwerking in Nederland. ‘Ontwikkelingsorganisaties moeten uit hun bubbel stappen en de menselijke verbinding terugbrengen. Roel en Marianne hebben laten zien hoe dat kan. We hebben meer bruggenbouwers zoals zij nodig; mensen die door hun verhalen en ervaringen te delen, bijdragen aan mondiale solidariteit in Nederland. Bruggenbouwers die laten zien hoe de wereld met elkaar verbonden is en dat we allemaal van elkaar afhankelijk zijn.’

Ze denkt even na en vervo0lgt dan: ‘Er zijn nog steeds mensen die denken dat de Nederlandse grens bepaalt waar problemen beginnen en eindigen. Het gaat om verbinding zoeken. Ik vind het altijd opvallend dat medewerkers van ontwikkelingsorganisaties sneller in het vliegtuig stappen naar Kenia dan dat ze een buurthuis in een Nederlandse stad bezoeken.’

‘Een beetje zoals in de Efteling,’ zegt Marianne. ‘Wat ik daar zo mooi vind, is dat mensen van allerlei achtergronden samen in lange wachtrijen staan voor een attractie en met elkaar in gesprek raken. Zo zou ontwikkelingssamenwerking moeten zijn. Het begint met een gesprek. De resultaten zie je misschien niet meteen, maar het kan wel het begin zijn van iets betekenisvols.’

Intussen hebben ze dit idee in de praktijk gebracht door elke twee maanden Café Bavel te organiseren, gewoon aan hun keukentafel. Zes mensen worden uitgenodigd om te praten over actuele kwesties in Nederland in relatie tot de wereld: hoe betrokken voel je je bij de wereld en op welke manieren geef je daar vorm aan? Eén of twee ‘professionals’ uit de ontwikkelingssamenwerking schuiven aan, samen met vier of vijf burgers uit hun eigen netwerk of gemeenschap. Van de gesprekken wordt een geanonimiseerd verslag gemaakt dat wordt gepubliceerd op de website van Vice Versa.

Ook hierover is Sara Kinsbergen zeer enthousiast. ‘We moeten solidariteit tussen mensen veel meer zichtbaar maken. En hoe doe je dat? Door samen het gesprek aan te gaan. Niet het eenrichtingsverhaal dat ontwikkelingssamenwerking belangrijk is, maar een luisterend gesprek over wat voor samenleving we samen willen zijn.
Over de uitdagingen hier en elders, en hoe we die samen kunnen aanpakken. Het zal de wereldhonger niet morgen oplossen, maar het is precies het soort gesprek dat we nodig hebben.’

Op dinsdagavond 27 januari vindt de tweede editie van Café Bavel plaats, thuis aan de eettafel van Roel en Marianne in Bavel.

Dutch Diamond, een middel of een doel?

By Karin van Boxtel | 10 September 2026

Vandaag lanceert minister Sjoerdsma het Dutch Diamond Partnerships-programma. Overheid, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties moeten daarin gezamenlijk Nederlandse én lokale belangen dienen. Maar eerdere ervaringen met publiek-private samenwerking laten een ongemakkelijke les zien: zodra het Nederlandse model het vertrekpunt wordt, dreigen lokale problemen zich te moeten aanpassen aan Nederlandse oplossingen. Begin daarom niet met de diamant, maar met de vraag wat er lokaal nodig is.

Lees artikel

Jan Pronk: Tien geboden om vrede dichterbij te brengen

By Jan Pronk | 07 September 2026

Wat kan er nog worden gedaan wanneer oorlog eenmaal is uitgebroken? Jan Pronk formuleert tien aanvullende richtlijnen voor de-escalatie, onderhandelingen, humanitaire bescherming en herstel.

Lees artikel

Jan Pronk: Tien geboden om het uitbreken van oorlog tegen te gaan

By Jan Pronk | 03 September 2026

Vrede spreekt niet vanzelf. Welke politieke keuzes kunnen voorkomen dat internationale spanningen uitlopen op oorlog? Jan Pronk formuleert tien gebiedende richtlijnen.

Lees artikel