De nieuwe minister van Ontwikkelingssamenwerking Sjoerd Sjoerdsma kent de wereld. Nu moet hij Nederland volgens Veerle Ver Loren van Themaat, directeur van Simavi, weer geloofwaardig maken in het klimaatdebat. Hij kan beginnen met eindelijk handen en voeten geven aan onze internationale klimaatstrategie.
Deze week staat hij voor zijn eerste debat als minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking: Sjoerd Sjoerdsma. Meer dan elf jaar was hij Kamerlid voor D66, daarvoor werkte hij als diplomaat in onder meer Kabul en Ramallah. Hij kent de geopolitieke werkelijkheid van dichtbij. Hij weet wat instabiliteit betekent voor gewone mensen. Juist daarom rust er nu een bijzondere verantwoordelijkheid op zijn schouders.
Want terwijl de wereld steeds meer in brand komt te staan, is de internationale klimaatstrategie van Nederland de afgelopen jaren verbleekt. Ambities werden niet waargemaakt. Budgetten werden gekort. Klimaatfinanciering uit het ontwikkelingsbudget werd zelfs gehalveerd. En dat terwijl de klimaatcrisis zich razendsnel verdiept.
Voor Sjoerdsma is dit geen technisch dossier. Het is een lakmoesproef voor zijn belofte dat internationale samenwerking cruciaal is voor onze veiligheid, welvaart en waarden. De internationale klimaatstrategie werd vier jaar geleden opgesteld. Sindsdien is de wereld veranderd en volgen klimaatextremen elkaar in hoog tempo op. Droogtes, overstromingen en mislukte oogsten zijn structureel geworden. Tegelijkertijd oordeelde het Internationaal Gerechtshof recent dat staten juridisch verplicht zijn om ambitieuze en snelle maatregelen te nemen tegen klimaatverandering én om schade te voorkomen of te compenseren.
De huidige strategie moet worden aangepast aan deze nieuwe realiteit. Ze is te weinig concreet, te weinig meetbaar en te weinig financieel onderbouwd. Als minister Sjoerdsma zijn eerste debat wil gebruiken om een eigen stempel te drukken, dan is dit het moment om de strategie om te vormen tot een concreet actieplan – inclusief duidelijke doelen en transparante rapportage.
Als ontwikkelingsorganisatie die zich richt op de toegang tot water is de urgentie hiervan overduidelijk. In de landen in Afrika en Azië waar we werken, zien we hoe waterbronnen opdrogen of verzilten, infrastructuur vernietigd wordt door overstromingen en steeds meer mensen te maken hebben met waterschaarste. Wereldwijd verdwijnt waterzekerheid en dat heeft een onevenredige grote impact op de allerarmsten, en vooral op vrouwen en meisjes. In veel gemeenschappen zijn zij verantwoordelijk voor het halen van drinkwater. Als bronnen verder weg of onveilig worden, lopen zij langere afstanden, missen school of lopen risico op geweld.
Wie, zoals minister Sjoerdsma, jarenlang mensenrechten en internationale rechtsorde in zijn portefeuille had, weet dat dit geen bijzaak is. Klimaatrechtvaardigheid betekent dat klimaatfinanciering terecht moet komen bij de mensen die het hardst worden geraakt – en dat zij inspraak hebben in de oplossingen.
Tijdens de klimaatconferentie COP29 is afgesproken dat ontwikkelde landen gezamenlijk 300 miljard dollar per jaar aan klimaatfinanciering mobiliseren. Voor Nederland komt dat neer op ongeveer 4,6 miljard euro per jaar. Dat bedrag staat in schril contrast met de recente bezuinigingen. Nederland kan niet geloofwaardig pleiten voor internationale samenwerking en tegelijk zijn financiële bijdrage terugschroeven.
Als minister Sjoerdsma echt wil investeren in stabiliteit en weerbaarheid, dan hoort daar substantiële publieke financiering bij. Investeren in water, voedselzekerheid en klimaatadaptatie is geen liefdadigheid. Het is preventief veiligheidsbeleid. Zijn eerste debat biedt hem de kans om afstand te nemen van het beleid van de afgelopen jaren. Om te laten zien dat Nederland weer voorop wil lopen in het internationale klimaatdebat. Niet met grote woorden, maar met concrete plannen en bijpassende middelen.
Veerle Ver Loren van Themaat, directeur Simavi (binnenkort WaterAid Nederland)
Dutch Diamond, een middel of een doel?
Vandaag lanceert minister Sjoerdsma het Dutch Diamond Partnerships-programma. Overheid, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties moeten daarin gezamenlijk Nederlandse én lokale belangen dienen. Maar eerdere ervaringen met publiek-private samenwerking laten een ongemakkelijke les zien: zodra het Nederlandse model het vertrekpunt wordt, dreigen lokale problemen zich te moeten aanpassen aan Nederlandse oplossingen. Begin daarom niet met de diamant, maar met de vraag wat er lokaal nodig is.
Lees artikelJan Pronk: Tien geboden om vrede dichterbij te brengen
Wat kan er nog worden gedaan wanneer oorlog eenmaal is uitgebroken? Jan Pronk formuleert tien aanvullende richtlijnen voor de-escalatie, onderhandelingen, humanitaire bescherming en herstel.
Lees artikelJan Pronk: Tien geboden om het uitbreken van oorlog tegen te gaan
Vrede spreekt niet vanzelf. Welke politieke keuzes kunnen voorkomen dat internationale spanningen uitlopen op oorlog? Jan Pronk formuleert tien gebiedende richtlijnen.
Lees artikel