Door:
Edward Geelhoed

17 May 2026

Tags

Dinsdag vond de vijfde editie van Het Grote Coherentiedebat plaats, op initiatief van Vice Versa, Building Change en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Een verslag van de middag. ‘Het werd stil, omdat het inzichtelijk werd dat als híer een besluit wordt genomen, dat aan de andere kant van de wereld iets betekent.’

Door: Edward Geelhoed

Terwijl de kille noordenwind over de Grote Markt in Den Haag raast, en de IJsheiligen de lente weer even bedwingen, loopt op de hoek het Bleyenberg-gebouw langzaam maar zeker vol, tegen drieën. Het geroezemoes neemt op den duur zozeer de overhand dat gespreksleider Kido Koenig in gedachten terug dwaalt naar januari ’23, bij een eerder coherentiedebat, verderop in de stad, ‘toen Nieuwspoort voor het eerst sinds de pandemie uitpuilde, bij iets uit onze sector – zelfs al stonden veel mensen voor het verkéérde Nieuwspoort te wachten’. De drukte doet hem goed: ‘dat klonk ongeveer net zo gezellig als nu’.

Aan animo geen gebrek bij het vijfde Grote Coherentiedebat. foto en copyright Leonard Fäustle

Aan animo dus geen gebrek, bij de editie van 2026. Met koffie, thee en naamkaartjes, inclusief dinosaurusstempels, zit iedereen inmiddels in het gedimde licht te luisteren. Als je de kleuren van de stempels zou tellen, dan zou je weten dat de meesten namens ngo’s en het Rijk zijn gekomen, numeriek gevolgd door kennisinstellingen en het bedrijfsleven. ‘We zitten – net als destijds – op een moment van “nieuwe ronde, nieuwe kansen”, met een nieuw kabinet’, vervolgt Koenig. ‘Hoe gaan we beleidscoherentie in deze periode vormgeven? Ik ben blij dat jullie hier met zovelen zijn, om het een enorme slinger te geven.’

Verleidelijk, maar very ambitious

Paul ’t Hart, vicevoorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, staat op de rol om eerst de ‘geopolitieke context’ te schetsen. ‘Ik moet jullie gelijk teleurstellen,’ zegt hij, als hij in grijs colbert met wit overhemd naar voren stapt, ‘want ik ben nét wat anders gebriefd… maar ik zal een bruggetje slaan.’ En dat gaat uitstekend, aan de hand van het WRR-rapport Nederland in een fragmenterende wereldorde. ‘We doen meestal twee, drie jaar over zoiets, maar de oorlog in Oekraïne kwam er als gamechanger overheen. De klassieke keuze van na de val van de Muur, tussen het economisch paradigma (de koopman regeert) en het normatieve, idealistische (de dominee), ging niet meer op. Een oude bekende drong de beleidsarena weer binnen, naast waarde en welvaart: weerbaarheid.’

En daar wordt het ingewikkeld voor de coherentie. ‘Een strategisch doel, dat financieel en organisatorisch was uitgekleed, moest zich terug in de aandacht vechten. Dat is aan het lukken, en wellicht zelfs iets te goed, want we zullen het in de driehoek van die drie w’s moeten doen. In het rapport stelden we: “Weerbaarheid moet ingroeien, maar laten we oppassen voor de securitisering van alles” – dat alles door het veiligheidsprisma wordt bekeken.’ Hij voelde bij het rapport wat ’t Hart zelf een ‘partieel denken’ noemt, terwijl het anders vaak een kwestie is van ‘dezelfde oplossingsriching: de diagnose, de hokjes, de kaders, die soms nog uit de negentiende eeuw stammen’.

Paul ‘t Hart, Vicevoorzitter van de WRR. Foto en copyright Leonard Fäustle

‘Op mijn terrein’, gaat ’t Hart verder, ‘heb je nu de Slagvaardige Overheid, wat Eric van der Burg gaat regelen. Intussen is er een brief van Rob (Jetten, red.) en Dilan (Yesilgöz) en nog eentje, aan de ambtelijke top en een aantal bewindspersonen, en het bevat een boodschappenlijstje: deze vijf dingen moeten jullie samen waarmaken. Dat is een politieke poging tot het organiseren van coherentie. Ik denk dan: dat is leuk, dat is nice en ook nuttig, maar niet genoeg zolang je geen geldstromen en verantwoordingslijnen eraan koppelt. Dus zolang je zegt: “het is Van der Burg z’n dingetje”, zullen de anderen anders in de wedstrijd zitten dan wanneer je zegt: “Het is de gezamenlijke taak van dit trio, of dit viertal, die samen naar de Kamer gaan, en er wordt geld losgemaakt uit al die begrotingen, van verschillende ministeries, en dat wordt ingezet in de gezamenlijke pool.”’

‘Coherentie is een verleidelijk, intellectueel vaak zeer overtuigend idee, én het is tegelijkertijd wat de Engelsen noemen: very ambitious. Alle schotten staan een andere kant op en je moet heel wat institutionele belangen zien te doorbreken… Mijn ervaring is: men luistert naar de taal van het geld en van de verantwoording – 0m de taal van de aansporing danst zo’n systeem moeiteloos heen. Dat zit het systeem gewoon uit; het moet dus een zekere permanentie hebben, en weinig vrijblijvendheid, mét consequenties.’

‘Kunnen wij dit? Wij kunnen dit, en er is niet eens een grote reorganisatie voor nodig. Neem de ondertunneling van de A2, bij Maastricht, waar dertig jaar tegenaan is gehikt… en waar een prachtige stadswijk is verrezen. Dat hebben ze op z’n Limburgs gedaan: stakeholders die elkaar jarenlang in de haren vlogen, werden op reisjes meegenomen, waarbij er goed werd gegeten en gedronken, én waarbij er aan relaties is gewerkt. Wees dus avontuurlijk en creatief, als je tot coherentie wil komen.’

De weerbaarheidskant

’t Hart draagt de microfoon over aan Diederick van Wijk, van Clingendael, om meteen weer de diepte in te duiken: geo-economie en strategische afhankelijkheden, dit keer, maar wederom is het een kwestie van interdependentie. De ‘gisteravond in elkaar gekluste’ presentatie verschijnt op het scherm, met Norman Angell, die in zijn boek The Great Illusion betoogde dat als landen maar voldoende economische betrekkingen onderhouden, het volkomen irrationeel is om ooit nog oorlog te voeren. ‘Een complex argument’, zegt Van Wijk, ‘en dat liet ook wel zien dat niet iedereen het begreep, want hij schreef het in 1909 en vijf jaar later werd het tegendeel bewezen.’

Diederick van Wijk van Clingendael. foto en copyright Leonard Fäustle

En daarna nóg een wereldoorlog, waarna Robert Schuman, de grote Europeaan, een ingenieus plan bedacht. ‘Als sectoren aan elkaar geknoopt worden – in dit geval kolen en staal –, dan wordt het steeds moeilijker voor landen om met elkaar in gevecht te raken’, zegt Van Wijk. ‘Dat idee is steeds verder doorgevoerd en begin jaren negentig ontstond er een gevoel van euforie: Fukuyama kondigde het einde van de geschiedenis aan, met kapitalisme en liberale democratieën, en daarna met het internet.’ Maar na de eeuwwisseling sloeg de slinger terug: 11 september, de bankencrisis, de Brexit, anti-globalisering en toch weer oorlog.

‘In deze tijd móet je kiezen, en we worden nu de weerbaarheidskant van de driehoek ingezogen. Dat betekent voor Nederland: gas uit Rusland, uit de VS of uit Loppersum? Je moet zorgen dat je landingsrechten geen geopolitieke repercussies veroorzaken vanuit de Golfstaten of Amerika, en je moet nadenken over welke studenten je toelaat, over de leveringszekerheid van medicijnen… Ik zag dat de meeste deelnemers hier van het Rijk zijn; zij zullen zich realiseren dat dit soort beleid al gefragmenteerd is op niveau – gemeentelijk, landelijk of Europees, bij departementen of bij bedrijven, en al deze dingen vragen om coherentie.’

‘En daar gaan we wat aan doen!’ besluit Kido Koenig goedmoedig.

De dagelijkse leefwereld

Na een lange poos van ademloos luisteren, komt iedereen in de weer: een interactief intermezzo is aangebroken. Omdat het digitale stemmen over stellingen weleens voor moeilijkheden zorgt, is er eerst een oefenrondje: ‘Als Nederland echt zou inzetten op beleidscoherentie, zou het budget voor ontwikkelingssamenwerking naar nul kunnen.’ Overal komen de telefoons tevoorschijn, scannen ze de QR-code… en verschijnen er zelfs zeven blauwe bolletjes op het scherm, van voorstanders, naast een zee van rood.

Carola Baller (VNO/NCW) brengt haar digiale stem uit. foto en copyright Leonard Fäustle

Een voor een komen de vier panelleden naar voren, om zich voor te stellen: Wampie Libon (directeur IGG, bij Buitenlandse Zaken), Nicky Pouw (Universiteit van Amsterdam), Jacob-Jan Vreugdenhil (bestuurder van Woord en Daad) en Carola Baller (strategisch beleidsadviseur bij VNO-NCW). In de tussentijd stoot Ruerd Ruben zijn kopje thee per ongeluk om, en even later zien we de emeritus hoogleraar met een spons door de zaal lopen.

Moderator Kido Koenig en professor Nicky Pouw. foto en copyright Leonard Fäustle

‘Heb je al dingen gehoord waar je het mee oneens was?’ vraagt Koenig aan Pouw. ‘Eh, ja’, zegt ze, met gelach tot gevolg. ‘Coherentie wordt tot dusver vooral vanuit instituties benaderd, vanuit een technocratische visie. Voor mij is het debat zinvoller als we eerst kennis hebben van hoe maatschappijsystemen interacteren, met de dagelijkse leefwereld van mensen. Ze ervaren klimaat, voedselonzekerheid en inkomensongelijkheid niet sectoraal, maar tegelijkertijd. Anders leidt het denken over coherentie te snel tot trade-offs, of gemiste kansen op synergie, of ongewenste neveneffecten.’

Na de videobijdrage van Vice Versa Global verschijnt de eerste echte stelling op het scherm: ‘Nederland moet bereid zijn economische belangen op te offeren als ontwikkelingsdoelen daardoor beter worden gehaald’ – en gelijk blijkt wat voor een soort ziel de zaal heeft, met tachtig procent vóór en twintig tegen. Vreugdenhil grijpt terug op het filmpje: ‘Wat gebeurde daar? Het werd stil, omdat het inzichtelijk werd dat als híer een besluit wordt genomen, dat aan de andere kant van de wereld iets betekent. We keken de mensen in de ogen, zagen emotie, en overal in de zaal leek het idee te hangen: dit spoort misschien niet helemaal. Het is niet fijn, niet eerlijk.’

‘Ik zie dat de microfoon gepákt wordt, door Carola,’ zegt Kido Koenig, ‘dat is goed nieuws; ga je gang.’ Baller: ‘In het filmpje zei die vrouw dat ze zelf incompetente politici hebben, en dat Kenia in z’n eentje tegen een heel machtsblok van EU-regelgeving staat – en we maken inderdaad nogal wat regels. Ze zei: “Wij moeten dat als regionaal blok oppakken”, en ik hoor daar een vraag in naar kennis- en capaciteitsopbouw.’

Het panel. Van links naar rechts: Nicky Pouw, Wampie Libon, Jacob-Jan Vreugdehil en Carola Baller. foto en copyright Leonard Fäustle

Door naar stelling twee: ‘Als Nederland beleidscoherentie als ambitie wil waarmaken, moet het ook duizend ambtenaren binnen alle ministeries van het Rijk aanwijzen als collega’s van ontwikkelingssamenwerking voor onze mondiale partners.’ Consternatie! De score valt redelijk even uiteen, met twee vijfde voor en drie vijfde tegen, maar vooral het getal lijkt indruk te maken.

Koenig: ‘Je zal maar ineens duizend extra collega’s hebben, Wampie – je zal wel vóór hebben gestemd?’ Libon: ‘Nee, nee… Het is een onderwerp waar belang aan wordt gehecht, als je de brieven van de kabinetsleden aan de Kamer leest: daar klinkt meer aandacht voor mondiaal beleid in door. Neem de internationale voedselstrategie, daar werken we super nauw voor samen met allerlei partijen en je ziet dat het bij elkaar moet komen om effectief beleid te voeren. Waar is een land naar op zoek? Het is dan niet per se onze coherentie, maar waar is er dáár behoefte aan? Ze willen het woord “ontwikkelingssamenwerking” ook niet horen, maar het over partnerschappen hebben.’

Koenig: ‘Er is absoluut ambitie, in deze nieuwe ronde, met nieuwe kansen, om meer met ontwikkeling te doen, maar er is eigenlijk niet zoveel geld… Al hoeft coherentie niet veel te kosten, zoals we zonet hoorden.’ Iedereen in de zaal mag dus een kostenneutrale beleidsmaatregel voorstellen, digitaal, en een voor een komen ze op het scherm te staan – al laat de techniek ons ineens in de steek, het stemmen is gestaakt. ‘Kan iemand het testen, of het nu wél lukt?’ vraagt Koenig, nadat de organisatie aan het fiksen is geslagen. ‘Ik zie wel duimpjes verschijnen… maar die zijn voor de hele pagina, van mensen die zeggen: “dit was leuk!”’

Een aantal van de kostenneutrale beleidsmaatregelen die door de zaal naar voren werd gebracht. foto en copyright Leonard Fäustle

En net als de moderator het heeft opgegeven, de slotwoorden de revue zijn gepasseerd en de bittergarnituur op karretjes z’n intrede maakt, blijkt het stemmen toch te kunnen, maar is de tap inmiddels geopend, is de aandacht verlegd en is het geroezemoes terug. Desondanks is er met zes magere duimpjes alsnog een nipte winnaar aan te wijzen: ‘Het Limburgse model: relaties bouwen.’ Paul ’t Hart zou hebben gezien dat het goed was, als warm pleitbezorger van de bourgondische invalshoek, al is hij ironisch genoeg vlak voor de borrel vertrokken.

En ook de borrel was lang en leuk. foto en copyright Leonard Fäustle

Dutch Diamond, een middel of een doel?

By Karin van Boxtel | 10 September 2026

Vandaag lanceert minister Sjoerdsma het Dutch Diamond Partnerships-programma. Overheid, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties moeten daarin gezamenlijk Nederlandse én lokale belangen dienen. Maar eerdere ervaringen met publiek-private samenwerking laten een ongemakkelijke les zien: zodra het Nederlandse model het vertrekpunt wordt, dreigen lokale problemen zich te moeten aanpassen aan Nederlandse oplossingen. Begin daarom niet met de diamant, maar met de vraag wat er lokaal nodig is.

Lees artikel

Jan Pronk: Tien geboden om vrede dichterbij te brengen

By Jan Pronk | 07 September 2026

Wat kan er nog worden gedaan wanneer oorlog eenmaal is uitgebroken? Jan Pronk formuleert tien aanvullende richtlijnen voor de-escalatie, onderhandelingen, humanitaire bescherming en herstel.

Lees artikel

Jan Pronk: Tien geboden om het uitbreken van oorlog tegen te gaan

By Jan Pronk | 03 September 2026

Vrede spreekt niet vanzelf. Welke politieke keuzes kunnen voorkomen dat internationale spanningen uitlopen op oorlog? Jan Pronk formuleert tien gebiedende richtlijnen.

Lees artikel