De wereld lijkt steeds verder uit elkaar te drijven. Landen trekken zich terug achter hun grenzen, politiek draait vaker om eigenbelang en ook in Nederland lijkt solidariteit minder vanzelfsprekend geworden. Maar aan de grote keukentafel van Roel en Marianne Meijers in Bavel werd tijdens de tweede editie van Café Bavel juist gezocht naar het tegenovergestelde: verbinding.
Geen debat met winnaars of verliezers, geen talkshowachtige tegenstellingen, maar een avond waarop mensen met totaal verschillende achtergronden rustig de tijd namen om naar elkaar te luisteren. Dat is precies de bedoeling van Café Bavel, onderdeel van Grenzeloze Gesprekken van Vice Versa. In de woonkamer van Roel en Marianne Meijers komen uiteenlopende mensen samen: van ondernemers tot vrijwilligers, van oud-rotarians tot mensen met een migratieachtergrond, van buurtgenoten tot professionals. En dit allemaal om vrijuit te praten over mondiale thema’s en de vraag wat die eigenlijk nog betekenen voor het dagelijks leven van Nederlanders.
Roel en Marianne weten hoe belangrijk persoonlijk contact kan zijn. Bijna 25 jaar waren zij via stichting Harambee Holland betrokken bij projecten in West-Kenia. Vanuit Bavel kregen zij talloze mensen betrokken bij ontwikkelingssamenwerking — van vrijwilligers tot scholen, ondernemers en verenigingen. Nu gebruiken ze hun ervaring om opnieuw gesprekken op gang te brengen. Niet via rapporten of beleidsstukken, maar gewoon aan de keukentafel.
De avond begon persoonlijk. Roel en Marianne vertelden over hun leven, hun inmiddels acht kleinkinderen en hun zorgen over de manier waarop solidariteit langzaam lijkt af te brokkelen. Volgens hen verliezen mensen veel wanneer ze zich alleen nog op hun eigen wereld richten. Juist door anderen te ontmoeten leer je kijken voorbij je eigen bubbel. Die gedachte liep als een rode draad door het gesprek.
Al snel ging het over de veranderende betekenis van ontwikkelingssamenwerking. Verschillende aanwezigen merkten op dat solidariteit steeds vaker wordt ingeruild voor economisch of politiek eigenbelang. Ontwikkelingssamenwerking lijkt tegenwoordig vaker te draaien om handel, migratie of veiligheid dan om de vraag hoe mensen elkaar wereldwijd kunnen ondersteunen.
Toch bleek het gesprek genuanceerder dan simpel voor of tegen hulp zijn. Een deelnemer met ervaring in Kenia vertelde hoe moeilijk ontwikkeling soms is in landen waar instituties zwak zijn en corruptie hardnekkig blijft bestaan. Hulp kan veel betekenen, maar kan volgens sommigen ook verkeerde systemen in stand houden als je niet goed oplet waar geld terechtkomt. Tegelijkertijd waren veel aanwezigen het erover eens dat onderwijs altijd prioriteit zou moeten krijgen. Goed onderwijs geeft mensen de kans om zelfstandig verder te bouwen aan hun toekomst.
Opvallend was hoe vaak het gesprek terugkeerde naar vertrouwen. Mensen blijken eerder bereid zich in te zetten wanneer ze een persoonlijk gezicht kennen achter een project of initiatief. De afstand tot grote organisaties voelt voor veel mensen simpelweg te groot geworden.
Gaandeweg verschoof het gesprek naar een fundamentelere vraag: waarom zouden mensen in Nederland zich eigenlijk druk moeten maken om wat er elders in de wereld gebeurt?
De antwoorden verschilden, maar botsten nauwelijks. Sommigen spraken over een morele verantwoordelijkheid om anderen te helpen. Anderen wezen juist op wederzijds belang: instabiliteit, oorlog, klimaatverandering en armoede stoppen uiteindelijk niet bij landsgrenzen. Problemen elders raken vroeg of laat ook Europa en Nederland.
Interessant was dat tijdens het gesprek ruimte bleef voor al die verschillende motivaties. Solidariteit hoefde niet puur altruïstisch te zijn om waardevol te zijn. Of iemand nu handelt vanuit medemenselijkheid, veiligheid, klimaatbezorgdheid of simpelweg gezond verstand — volgens verschillende aanwezigen doet elke reden om betrokken te zijn ertoe.
Ondertussen kwam ook de Nederlandse werkelijkheid nadrukkelijk ter sprake. Want hoe praat je over solidariteit met de wereld wanneer veel mensen in Nederland zelf moeite hebben om rond te komen? Volgens verschillende deelnemers zit daar precies de uitdaging. Internationale samenwerking wordt te vaak neergezet alsof het ten koste gaat van mensen hier. Alsof het een keuze is tussen zorg voor Nederlanders óf zorg voor mensen elders. Juist dat denken voedt volgens hen de polarisatie die overal zichtbaar wordt.
Misschien was het daarom geen toeval dat het gesprek uiteindelijk steeds weer terugkwam bij ontmoeting. Want ondanks sociale media en een wereld die technologisch meer verbonden is dan ooit, voelen mensen zich volgens de aanwezigen juist verder van elkaar verwijderd. Vroeger waren er meer uitwisselingen tussen mensen uit Nederland en landen in Afrika, Azië of Latijns-Amerika. Tegenwoordig lijken samenlevingen zich steeds vaker terug te trekken achter hun eigen grenzen.
Volgens de deelnemers begint solidariteit daarom niet bij beleid, maar bij contact. Door elkaar echt te ontmoeten verdwijnen wantrouwen en stereotypen sneller dan via welke campagne dan ook. Daarbij speelt onderwijs volgens de aanwezige en cruciale rol. Kinderen leren op school niet alleen taal en rekenen, maar ook hoe je samenleeft, deelt en verantwoordelijkheid neemt voor anderen. Zelfs iets eenvoudigs als samen spelen kan al bijdragen aan meer verbondenheid.
Toen de avond ten einde liep, bleef vooral één gevoel hangen: misschien zit de oplossing voor een steeds hardere en verdeelde wereld niet in grotere woorden of ingewikkelder beleid, maar juist in iets heel eenvoudigs. Een grote keukentafel. Mensen die naar elkaar luisteren. En de bereidheid om even verder te kijken dan jezelf.
Dutch Diamond, een middel of een doel?
Vandaag lanceert minister Sjoerdsma het Dutch Diamond Partnerships-programma. Overheid, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties moeten daarin gezamenlijk Nederlandse én lokale belangen dienen. Maar eerdere ervaringen met publiek-private samenwerking laten een ongemakkelijke les zien: zodra het Nederlandse model het vertrekpunt wordt, dreigen lokale problemen zich te moeten aanpassen aan Nederlandse oplossingen. Begin daarom niet met de diamant, maar met de vraag wat er lokaal nodig is.
Lees artikelJan Pronk: Tien geboden om vrede dichterbij te brengen
Wat kan er nog worden gedaan wanneer oorlog eenmaal is uitgebroken? Jan Pronk formuleert tien aanvullende richtlijnen voor de-escalatie, onderhandelingen, humanitaire bescherming en herstel.
Lees artikelJan Pronk: Tien geboden om het uitbreken van oorlog tegen te gaan
Vrede spreekt niet vanzelf. Welke politieke keuzes kunnen voorkomen dat internationale spanningen uitlopen op oorlog? Jan Pronk formuleert tien gebiedende richtlijnen.
Lees artikel